Users Guide

Continu oranje - Het systeem kan niet opstarten vanaf het besturingssysteem. Dit geeft aan dat de voeding of een ander apparaat in het
systeem is uitgevallen.
Knipperend oranje - Het systeem kan niet opstarten vanaf het besturingssysteem. Dit geeft aan dat de voeding normaal is, maar een
ander apparaat in het systeem defect is of niet goed geïnstalleerd.
OPMERKING: Bekijk de lamppatronen om te bepalen welk apparaat problemen veroorzaakt.
Uit - Het systeem staat in de slaapstand of is uitgeschakeld.
Het voedingsstatuslampje en het lampje van de batterij knipperen oranje en er zijn pieptooncodes te horen wat aangeeft dat er storingen
zijn.
Bijvoorbeeld, het statuslampje van de voeding knippert twee keer oranje, gevolgd door een pauze en knippert vervolgens drie keer wit
gevolgd door een pauze. Dit 2,3 patroon gaat door totdat de computer is uitgeschakeld om aan te geven dat de herstel-image niet
gevonden is.
De volgende tabel bevat de verschillende lichtpatronen en wat ze aangeven:
Tabel 2. Diagnostische LED-/piepcodes
Aantal knippers van LED-
lampje
Omschrijving van het probleem Storingen
2,1 Defect in moederbord Defect in moederbord
2,2 Fout met moederbord, voeding (PSU), of
bekabeling
Fout met moederbord, voeding (PSU), of bekabeling
2,3 Defect in moederbord, CPU of DIMMS Fout met moederbord, voeding (PSU) of DIMM's
2,4 Defect in knoopcelbatterij Defect in knoopcelbatterij
2,5 BIOS Recovery Trigger voor automatisch herstel, herstel-image is niet
gevonden of is ongeldig
2,6 Processor CPU-fout
2,7 Geheugen Geheugen SPD-fout
3,3 Geheugen Geen geheugen gedetecteerd.
3,5 Geheugen Modules incompatibel of ongeldige configuratie
3,6 BIOS Recovery Trigger voor on-demand, herstel-image is niet gevonden
3,7 BIOS Recovery Trigger voor on-demand, herstel-image is ongeldig
Het systeem kan tijdens het opstarten een reeks pieptonen later horen als fouten of problemen niet op het beeldscherm kunnen worden
weergegeven. De herhaalde pieptooncodes helpen de gebruiker bij het oplossen van problemen met het systeem.
Diagnostische foutmeldingen
Tabel 3. Diagnostische foutmeldingen
Foutmeldingen Beschrijving
AUXILIARY DEVICE FAILURE
Er kan een fout zitten in de touchpad of de externe muis.
Controleer bij een externe muis de kabelaansluiting. Schakel de
optie Pointing Device (aanwijsapparaat) in het System Setup-
programma in.
BAD COMMAND OR FILE NAME
Controleer of u de opdracht correct hebt gespeld, spaties op de
juiste plaats hebt gezet en de correct padnaam hebt gebruikt.
CACHE DISABLED DUE TO FAILURE
Er is een fout opgetreden in de primaire cache van de
microprocessor. Contact opnemen met Dell
CD DRIVE CONTROLLER FAILURE
Het optische station reageert niet meer op opdrachten van de
computer.
Problemen oplossen 95