Setup Guide

Schakelaars en lampjes
Voorkant computer:
Aan/uit-knop
drukknop.
Aan/uit-lampje
Blauw lampje — Een knipperend blauw lampje in de slaapstand; een continu
brandend blauw lampje als het systeem is ingeschakeld.
Oranje lampje — Het knipperende oranje lampje geeft een probleem met het
moederbord aan. Als een lampje continu oranje brand terwijl de computer niet
opstart, houdt dit in dat het moederbord de initialisatie niet kan starten. Dit
kan een probleem met het moederbord of met de voeding zijn.
Activiteitslampje
station
Blauw lampje — Een knipperend blauw licht geeft aan dat de computer
gegevens aan het lezen/schrijven is van/naar de SATA harde schijf of
CD/DVD-schijf.
Lampje voor de
integriteit van de
netwerkverbinding
Blauw lampje — Er is een goede verbinding tussen het netwerk en de computer.
Uit (er brandt geen lampje) — De computer detecteert geen fysieke
verbinding tussen de computer en het netwerk.
Diagnostische
lampjes (vier)
Knipperend oranje, ononderbroken oranje of uit.
Wordt gebruikt voor het oplossen van systeemfouten. Raadpleeg de
Onderhoudshandleiding voor informatie over de betekenis van de lampjes.
Wi-Fi-lampje
Blauw lampje — Brandt blauw als het draadloze netwerk is ingeschakeld.
Achterkant van de
computer:
Lampje voor de
verbindingsintegriteit
(op de geïntegreerde
netwerkadapter)
Kleur van het lampje voor de verbindingsintegriteit is gebaseerd op de
verbindingssnelheid:
10 - Groen, 100 - Oranje, 1000 - Geel
Uit (er brandt geen lampje) — De computer detecteert geen fysieke
verbinding tussen de computer en het netwerk.
Netwerkactiviteits-
lampje (op de
ingebouwde
netwerkadapter)
Geel knipperend lampje.