Dell OptiPlex 9010/7010 minitower Eigenaarshandleiding Regelgevingsmodel: D09M Regelgevingstype: D09M003
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen, en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. OPMERKING: Een GEVAAR-KENNISGEVING duidt op een risico op schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. © 2012 2020 Dell Inc. of zijn dochtermaatschappijen. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken............................................................................................................... 5 Voordat u aan de computer gaat werken...........................................................................................................................5 Uw computer uitschakelen...................................................................................................................................................
Het moederbord installeren.................................................................................................................................................31 3 Installatie van het systeem.......................................................................................................... 32 Bootsequence (Opstartvolgorde)..................................................................................................................................... 32 Navigatietoetsen................
1 Aan de computer werken Onderwerpen: • • • Voordat u aan de computer gaat werken Uw computer uitschakelen Nadat u aan de computer hebt gewerkt Voordat u aan de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen.
5. Houd de aan-uitknop ingedrukt terwijl de stekker van de computer uit het stopcontact is verwijderd om het moederbord te aarden. 6. Verwijder de kap. WAARSCHUWING: Raak onderdelen pas aan nadat u zich hebt geaard door een ongeverfd metalen oppervlak van de behuizing aan te raken, zoals het metaal rondom de openingen voor de kaarten aan de achterkant van de computer.
2 Het verwijderen en installeren van onderdelen Aanbevolen hulpmiddelen Bij de procedures in dit document heeft u mogelijk de volgende hulpmiddelen nodig: • • • Kleine sleufkopschroevendraaier Kruiskopschroevendraaier Klein plastic pennetje De kap verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer uitvoert. 2. Trek de ontgrendelingshendel van de kap omhoog en til vervolgens de kap omhoog om deze van de systeemkast los te halen. De kap installeren 1.
3. Druk voor het vrijgeven de klem naar binnen en trek de intrusiekabel voorzichtig van het moederbord. 4. Schuif de intrusieschakelaar richting de onderkant van de systeemkast en verwijder deze uit de systeemkast. De intrusieschakelaar installeren 1. Breng de intrusieschakelaar op zijn plaats in de achterkant van de systeemkast en schuif de schakelaar naar boven om vast te zetten.
2. Sluit de intrusiekabel aan op het moederbord. 3. Installeer de kap. 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De draadloze WLAN-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder de schroeven waarmee de antennemodule aan de systeemkast vastzit. Trek de antennemodule uit de systeemkast. 4. Druk op het blauwe flapje en til de pal naar buiten. 5.
De WLAN-kaart installeren 1. Steek de WLAN-kaart in de aansluiting op het moederbord en druk de kaart omlaag om deze op zijn plaats te bevestigen. 2. Zet de pal vast. 3. Plaats de antennemodule op de aansluiting en draai de schroeven aan waarmee de antennemodule aan de systeemkast vastzit. 4. Installeer de kap. 5. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden in uw computer heeft verricht. Het voorpaneel verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de kap.
4. Draai het voorpaneel weg van de systeemkast om de haken aan de rand tegenover het paneel los te koppelen. Het montagekader vooraan plaatsen 1. Steek de haken langs de onderzijde van het montagekader aan de voorkant in de sleuven op de voorzijde van het chassis. 2. Draai het montagekader in de richting van de computer totdat de borgklemmen vastklikken. 3. Plaats de kap. 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. De uitbreidingskaarten verwijderen 1.
3. Druk het ontgrendelingslipje van de kaarthouder naar binnen en trek het lipje naar buiten aan de andere kant. 4. Trek de ontgrendelingshendel voorzichtig weg van de PCIe x16-kaart totdat u het vergrendelingslipje uit de inkeping de kaart heeft losgemaakt. Til de kaart vervolgens omhoog en uit de aansluiting ervan en til de kaart uit de systeemkast. 5. Herhaal stap 4 voor het eventueel verwijderen van de andere uitbreidingskaart(en). De uitbreidingskaart plaatsen 1.
4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. Richtlijnen voor de geheugenmodule Neem voor maximale prestaties van de computer de volgende richtlijnen in acht bij het configureren van het systeemgeheugen. • • • • Geheugenmodules van verschillende uitvoeringen kunnen worden gecombineerd (bijvoorbeeld 2 GB en 4 GB), maar alle bezette kanalen moeten identiek geconfigureerd zijn. Geheugenmodules moeten worden geïnstalleerd vanaf de eerste houder.
De knoopcelbatterij installeren 1. Plaats de knoopcelbatterij in de sleuf op het moederbord. 2. Druk de knoopcelbatterij omlaag totdat het ontgrendelingslipje terug op zijn plaats veert en de batterij vastzet. 3. Installeer de uitbreidingskaart. 4. Installeer de kap. 5. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De vaste schijf verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer uitvoert. 2. Verwijder de kap. 3.
5. Buig de houder van de vaste schijf open en verwijder vervolgens de vaste schijf uit de houder. 6. Herhaal de stappen 3-5 voor de eventuele tweede vaste schijf. De harde schijf plaatsen 1. Schuif de harde schijf in de harde-schijfbracket. 2. Druk de twee blauwe bracketlipjes naar binnen en schuif de harde-schijfbracket in het harde-schijfcompartiment in het chassis. 3. Sluit de datakabel en stroomkabel aan op de achterzijde van de harde schijf. 4. Plaats de kap. 5.
4. Verwijder de gegevenskabel en de stroomkabel van de achterkant van de optische schijf. 5. Schuif de pal van de optische schijf omlaag en houd deze vast om de optische schijf te ontgrendelen en trek de optische schijf uit de systeemkast. 6. Herhaal de stappen 4-5 voor de eventuele tweede optische schijf. Het optische station plaatsen 1. Duw de optische schijf vanaf de voorkant naar de achterkant van de computer totdat de schijf vastzit door de vergrendeling. 2.
4. Druk het luidsprekerbeveiligingslipje omlaag en schuif de luidspreker omhoog om deze te verwijderen. De luidspreker installeren 1. Schuif de luidspreker omlaag in de sleuf om te bevestigen. 2. Draai de luidsprekerkabel in de klem van de systeemkast en sluit de luidsprekerkabel aan op het moederbord. 3. Installeer de kap. 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De voeding verwijderen 1.
3. Ontgrendel de stroomkabel van de optische schijf/schijven en koppel de kabel los. 4. Ontkoppel de stroomkabel van de vaste schijf/schijven en haal de kabel los uit de klem. Ontkoppel de 24–pins kabel van het moederbord. 5. Koppel de 4–pins stroomkabel los van het moederbord.
6. Verwijder de schroeven waarmee de voedingseenheid aan de achterkant van de computer is bevestigd. 7. Duw op het blauwe ontgrendelingslipje naast de voedingseenheid en schuif de eenheid naar de voorkant van de computer. 8. Til de voeding uit de systeemkast.
De voeding installeren 1. Plaats de voeding in de systeemkast en schuif deze naar de achterzijde van het systeem om te worden vastgemaakt. 2. Gebruik een Philips schroevendraaier om de schroeven vast te draaien waarmee de voeding aan de achterkant van de systeemkast vastzit. 3. Sluit de 4-pins stroomkabel aan op het moederbord. 4. Sluit de 24-pins stroomkabel aan op het moederbord. 5. Maak de stroomkabels vast in de chassisklemmen. 6.
4. Gebruik een Philips schroevendraaier om de borgschroeven in diagonale volgorde los te draaien en de warmteafleider uit de systeemkast te tillen. De warmteafleider plaatsen 1. Plaats de warmteafleider in het chassis. 2. Gebruik een kruiskopschroevendraaier om de geborgde schroeven in diagonale volgorde vast te draaien om de warmteafleider aan het moederbord te bevestigen. 3. Sluit de kabel van de warmteafleider aan op het moederbord. 4. Plaats de kap. 5.
De processor installeren 1. Plaats de processor in de processorhouder. Zorg dat de processor goed geplaatst is. 2. Laat de processorkap voorzichtig op zijn plaats zakken. 3. Druk de ontgrendeling omlaag en vervolgens naar binnen om hem vast te zetten met het retentiehaakje. 4. Installeer de warmteafleider. 5. Installeer de kap. 6. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De systeemventilator verwijderen 1.
De systeemventilator installeren 1. Plaats de systeemventilator in de systeemkast. 2. Leid de vier lussen door de systeemkast en schuif naar buiten langs de groef om te bevestigen. 3. Sluit de kabel van de systeemventilator aan op het moederbord. 4. Installeer de kap. 5. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De warmtesensor verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de kap. 3.
4. Draai de kabel van de warmtesensor los uit de klemmen van de systeemkast. 5. Druk voorzichtig de tabs van beide kanten in om de warmtesensor te ontgrendelen en uit de systeemkast te halen. De warmtesensor op de voorzijde installeren 1. Maak de warmtesensor aan de voorkant van de systeemkast vast.
2. Draai de kabel van de warmtesensor vast in de klemmen van de systeemkast. 3. Sluit de kabel van de warmtesensor aan op het moederbord. 4. Installeer de kap. 5. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft uitgevoerd. De stroomschakelaar verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de a) kap b) voorpaneel c) optische schijf 3. Druk de kabel van de stroomschakelaar in om de kabel van het moederbord los te koppelen.
5. Druk aan beide kanten van de stroomschakelaar op de klemmen om deze van het moederbord los te koppelen en trek de stroomschakelaar uit de systeemkast. 6. Schuif de stroomschakelaar met kabel naar buiten via de voorkant van de systeemkast. De aan-uitknop plaatsen 1. Schuif de aan-uitknop door de voorkant van de computer. 2. Bevestig de kabel van de aan-uitknop aan het chassis. 3. Leg de kabel van de aan-uitknop in de chassisklemmen. 4. Sluit de kabel van de aan-uitknop aan op het moederbord. 5.
b) montagekader vooraan c) kapje 6. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. Het I/O-paneel verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer uitvoert. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder het voorpaneel. 4. Koppel de kabels van het I/O-paneel en FlyWire los van het moederbord. 5. Draai de kabel van het I/O-paneel en de FlyWire los van de klem van de systeemkast en ontgrendel de kabels.
6. Verwijder de schroef waarmee het I/O-paneel aan de computer is bevestigd. 7. Schuif het I/O-paneel naar links van de systeemkast om het te ontgrendelen en samen met de kabel uit de systeemkast te tillen. Het I/O-paneel installeren 1. Plaats het I/O-paneel in de sleuf aan de voorkant van de systeemkast. 2. Schuif het I/O-paneel naar de rechterzijde van de systeemkast om de kaart daaraan te bevestigen. 3.
4. Verwijder de schroeven waarmee het moederbord aan de systeemkast vastzit. 5. Schuif het moederbord naar de voorkant van de systeemkast. 6. Til het moederbord voorzichtig 45 graden omhoog en til het moederbord vervolgens uit de systeemkast.
Onderdelen van het moederbord Afbeelding 1. Onderdelen van het moederbord 1. 3. 5. 7. 9. 11. 13. 15. 30 PCI Express x16-sleuf (bekabeld als x4) PCIe x1-sleuf PCI Express x16-sleuf Aansluiting systeemventilator CPU-fitting DDR DIMM-geheugensleuven (4) ATX 24–pins stroomaansluiting USB-aansluiting voorpaneel Het verwijderen en installeren van onderdelen 2. 4. 6. 8. 10. 12. 14. 16.
17. Geluidsaansluiting voorpaneel 19. Aansluiting interne USB 2.0 21. RTCRST jumperaansluiting 18. Aansluiting warmtesensor 20. Wachtwoord resetjumper Het moederbord installeren 1. Lijn het moederbord uit met de poortaansluitingen aan de achterkant van de systeemkast en plaats het moederbord in de systeemkast. 2. Draai de schroeven vast waarmee het moederbord aan de systeemkast vastzit. 3. Sluit de kabels aan op het moederbord. 4.
3 Installatie van het systeem Met systeeminstallatie kunt u de hardware van uw computer beheren en de opties voor het BIOS‐niveau opgeven.
Toetsen Navigatie Spatiebalk Vergroot of verkleint een vervolgkeuzelijst, Mits van toepassing). Gaat naar het focusveld. OPMERKING: Alleen voor de standaard grafische browser. Gaat naar de vorige pagina totdat u het hoofdscherm bekijkt. Door in het hoofdscherm op te drukken, verschijnt een melding om de niet opgeslagen wijzigingen op te slaan en het systeem opnieuw op te starten. Hiermee wordt het hulpbestand voor de systeeminstallatie geopend.
Optie Beschrijving OPMERKING: Afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten kunnen de onderdelen die in dit gedeelte worden vermeld wel of niet worden weergegeven. Serial Port Hiermee kunt u instellingen van de seriële poort instellen. U kunt de seriële poort instellen op: • • • • • Disabled (Uitgeschakeld) COM1 COM2 COM3 COM4 OPMERKING: Het besturingssysteem kan bronnen toewijzen, zelfs als de instelling is uitgeschakeld.
Tabel 4. Security (Beveiliging) Optie Beschrijving Admin Password Met dit veld kunt u het beheerderswachtwoord instellen, wijzigen, of verwijderen (soms het installatiewachtwoord genoemd). Het admin-wachtwoord zorgt voor enkele beveiligingsfuncties. Voor het station hoeft niet standaard een wachtwoord te worden ingesteld. • • • System Password Voer het oude wachtwoord in. Voer het nieuwe wachtwoord in. Bevestig het nieuwe wachtwoord.
Optie Beschrijving Computrace Hiermee kunt u de BIOS-module-interface van de optionele Computrace Service van Absolute Software activeren of uitschakelen. • • • CPU XD Support Hiermee kunt u de modus Execute Disable (Uitvoeren uitschakelen) van de processor in- en uitschakelen. • OROM Keyboard Access Deactivate (Deactiveren): deze optie is standaard uitgeschakeld.
Tabel 6. Prestaties Optie Beschrijving Multi Core Support Hiermee wordt gespecificeerd of er voor het proces één of alle kernen worden ingeschakeld. De prestaties van sommige applicaties zal met de extra kernen verbeteren. • • • All (Alle): deze optie is standaard ingeschakeld. 1 2 Intel® SpeedStep™ Hiermee kunt u de Intel SpeedStep-modus van de processor in- of uitschakelen. Deze optie is standaard ingeschakeld.
Optie Beschrijving Wake on LAN Met deze optie kan de computer opstarten vanuit de uit-stand wanneer hij door een speciaal LANsignaal wordt getriggerd. Inschakelen vanuit stand-by wordt niet beïnvloed door deze instelling en moet worden ingeschakeld in het besturingssysteem. Deze functie werkt alleen wanneer de computer is aangesloten op netvoeding. De mogelijkheden verschillen op basis van de vormfactor.
Optie Beschrijving SERR Messages Hiermee wordt het SERR-meldingsmechanisme ingesteld. Deze optie is standaard uitgeschakeld. Voor sommige grafische kaarten is vereist dat het SERR-meldingsmechanisme is uitgeschakeld. Tabel 11. Image Server (Imageserver) Optie Beschrijving Lookup Method Hier geeft u aan hoe de ImageServer het adres van de server opzoekt.
Tabel 12. System Logs (Systeemlogboeken) Optie Beschrijving BIOS events Toont het logboekvoor systeemgebeurtenissen; hiermee kunt u het logboek wissen. • Clear Log (Logboek wissen) Het BIOS updaten Het wordt aanbevolen uw BIOS (system setup) bij te werken wanneer het moederbord wordt vervangen of als er een update beschikbaar is. Op een laptop moet u ervoor zorgen dat batterij volledig is opgeladen en dat de computer is aangesloten op een stopcontact. 1. Start de computer opnieuw op. 2. Ga naar dell.
Type wachtwoord Beschrijving System Password Wachtwoord dat moet worden ingevuld om aan uw systeem in te loggen. (Systeemwachtwo ord) Installatiewachtw oord Wachtwoord dat moet worden ingevuld voor toegang en het aanbrengen van wijzigingen aan de BIOS-instellingen van uw computer. WAARSCHUWING: De wachtwoordfunctie zorgt voor een basisbeveiliging van de gegevens in uw computer. WAARSCHUWING: Iedereen heeft toegang tot de gegevens op uw computer als deze onbeheerd en niet vergrendeld wordt achtergelaten.
2. Controleer in het scherm System Security (Systeembeveiliging), of de Password Status ontgrendeld is. 3. Selecteer System Password (Systeemwachtwoord), wijzig of verwijder het huidige systeemwachtwoord en druk op of . 4. Selecteer Setup Password (Installatiewachtwoord), wijzig of verwijder het huidige installatiewachtwoord en druk op of . OPMERKING: Vul bij het wijzigen van het systeem- en/of installatiewachtwoord het nieuwe wachtwoord in wanneer de melding daarvoor verschijnt.
4 Technologie en onderdelen Onderwerpen: • RAID-technologie RAID-technologie RAID-configuraties Op het moment van aankoop kan een klant een van twee optionele RAID-configuraties voor hun OptiPlex 9010 systeem kiezen of ervoor kiezen om twee onafhankelijke schijven te hebben. RAID-fabrieksconfiguraties • • RAID 0: (standaard) Striped schijfarray zonder fouttolerantie. Biedt datastriping (verspreiding van blokken van elk bestand over meerdere schijven), maar geen redundantie.
RAID 0/RAID 1 Tabel 15. RAID 0/RAID 1 vergelijken RAID 0 (Striping) RAID 1 (Datamirror) Omschrijving Biedt prestatievoordelen ten opzichte van een enkele configuratie van een harde schijf. Dit is ideaal voor gebruikers die met grote bestanden werken of snelle datatoegang nodig hebben. Biedt back-upintegriteit door dezelfde data op twee schijven te hebben. Als de ene schijf defect raakt, zijn de data nog steeds op de andere harde schijf aanwezig.
2. Gebruik de pijltoetsen omhoog en omlaag of selecteer Systeemconfiguratie met de muis en druk op . 3. Gebruik de pijltoetsen omhoog en omlaag of selecteer SATA-bewerking met de muis 4. Druk op de -toets en beweeg vervolgens de pijltoetsen omhoog en omlaag, of gebruik de muis om de RAID-Onbutton te selecteren. Klik op Toepassen. 5. Als de instelling is gewijzigd van RAID AHCI/RAID On, wordt er een pop-upvenster weergegeven.
Niet-RAID-bericht Wanneer het veld SATA Operation in Systeeminstallatie is ingesteld opRAID aan geeft het systeem een RAID BIOS-bericht weer na het Dell logo tijdens POST. Het bericht hierboven wordt weergegeven als er geen RAID-volume is aangemaakt. Zoals hierboven is beschreven, worden alle herkende harde schijven weergegeven.
RAID 1-bericht Een RAID 1-mirrorconfiguratie geeft een bericht weer zoals hierboven aangegeven, net na het scherm met het Dell logo tijdens POST. Gebruik het veld poort om te helpen een defecte harde schijf te identificeren. Array-capaciteit van RAID 1: grootte van de kleinere schijf RAID BIOS-foutmeldingen Dit hoofdstuk biedt meer informatie over de RAID BIOS-foutmeldingen. RAID 0 mislukt Als een RAID 0 Stripe-volume mislukt, wordt het bovenstaande foutbericht weergegeven.
RAID 1 verouderd Als een RAID 1 Mirror-volume een verouderde status heeft, wordt het bovenvermelde foutbericht weergegeven. Eén van de twee harde schijven kan niet worden weergegeven door het systeem en is mogelijk uitgevallen. Na korte tijd verdwijnt dit bericht en wordt het systeem normaal op de resterende schijf opgestart. OPMERKING: In een RAID 1-configuratie kan het systeem normaal blijven functioneren op de resterende schijf.
OPMERKING: Hoewel schijven van elk formaat kunnen worden gebruikt om een RAID-configuratie te maken met het hulpprogramma Intel RAID Option ROM, moeten de schijven idealiter van gelijke grootte zijn. In een RAID 0-configuratie is de grootte van de configuratie de grootte van de kleinste schijf vermenigvuldigd met het aantal schijven (twee) in de configuratie. Bij een RAID 1-configuratie is de configuratie even groot als de kleinste van de twee schijven.
10. 11. 12. 13. Druk op om het maken van het RAID-volume te bevestigen. Bevestig dat de juiste volumeconfiguratie is weergegeven op het hoofdscherm van het Intel RAID Option ROM-hulpprogramma. Druk op de pijltoetsen omhoog en omlaag om Afsluiten te selecteren en druk op . Installeer het besturingssysteem. OPMERKING: Voor RAID 0, selecteer de stripegrootte die het dichtst bij de grootte van het gemiddelde bestand ligt dat op het RAID-volume moet worden opgeslagen.
Intel Rapid Storage-technologie Dit hoofdstuk biedt meer informatie over de RAID BIOS-foutmeldingen. Een volume maken U kunt SATA-schijven combineren om een volume te maken om uw storagesysteem te verbeteren. Op basis van de beschikbare hardware en de configuratie van uw computer, kunt u mogelijk een volume maken door een verbeteringsdoel te selecteren, zoals 'Data beschermen' onder 'Status' of door een volumetype te selecteren onder 'Maken'.
OPMERKING: Als u deze actie voltooit, worden bestaande gegevens op de nieuwe schijf permanent verwijderd en wordt elk ander volume op de array ontoegankelijk. Het is raadzaam een back-up te maken van waardevolle data voordat u doorgaat. Vanaf 'Status' opnieuw opbouwen (handmatig) 1. Controleer of het volume is gerapporteerd als verouderd in de Subsectie beheren. Als u meer dan één volume in deze sectie heeft, moet u de gemelde problemen één voor één oplossen. 2.
Technologie en onderdelen 53
Technologie en onderdelen
5 Diagnostiek Start bij problemen met uw computer eerst de ePSA diagnosefuncties voordat u met Dell contact opneemt voor technische assistentie. Het doel van het starten van deze diagnostische functies is het testen van de hardware van uw computer zonder extra apparatuur nodig te hebben of de kans te lopen om gegevens te verliezen. Als u het probleem niet zelf kunt oplossen, kunnen de medewerkers u op basis van de diagnosefuncties verder helpen om het probleem op te lossen.
6 Problemen oplossen Diagnostiek van de stroom LED-lampjes Het LED van de aan-/uitknop aan de voorkant van de systeemkast fungeert tevens als tweekleurig lampje voor diagnostiek en is alleen actie en zichtbaar tijdens het POST-proces. Wanneer het besturingssysteem wordt geladen, is het lampje niet langer zichtbaar. Het knipperpatroon van het amberkleurige LED – Het patroon is 2 of 3 keer knipperen, gevolgd door een korte pauze om vervolgens x aantal keren knipperen tot 7 te laten oplopen.
Code 1-3-2 Oorzaak Geheugenfout Foutmeldingen Foutbericht Beschrijving Address mark not found (Adresmarkering niet gevonden) Het BIOS heeft een defecte schijfsector gevonden of kon een bepaalde schijfsector niet vinden. Alert! Previous De computer is er drie keer na elkaar vanwege dezelfde fout niet in geslaagd de opstartprocedure uit te voeren. attempts at Neem contact op met Dell en meld de controlepuntcode (nnnn) aan de ondersteuningsmedewerker.
Foutbericht Beschrijving bij het lezen van de schijf) Controller has failed (Controller is defect) De vaste schijf of de bijbehorende controller is defect. Data error (Gegevensfout) De diskette of vaste schijf kan de gegevens niet lezen. Voor het besturingssysteem Windows moet u het chkdskhulpprogramma uitvoeren om de bestandsstructuur van de diskette of de vaste schijf te controleren. Voor andere besturingssystemen voert u het juiste bijbehorende hulpprogramma uit.
Foutbericht Beschrijving (Ongeldige configuratiegegev ens - voer Setupprogramma uit) Invalid Memory DIMM1-sleuf herkent een geheugenmodule niet. De module moet (opnieuw) worden geplaatst. configuration, please populate DIMM1 (Ongeldige geheugenconfigur atie, gebruik DIMM1) Keyboard failure Er is mogelijk een kabel of connector los, of het toetsenbord of de toetsenbord/muiscontroller kan defect zijn.
Foutbericht Beschrijving (Geheugengrootte in cmos ongeldig) Memory tests terminated by keystroke (Geheugentests onderbroken door toetsaanslag) De geheugentest is door een toetsaanslag onderbroken. No boot device available (Geen opstartbron beschikbaar) De computer kan de diskette of vaste schijf niet vinden. No boot sector on hard-disk drive (Geen opstartsector op vaste schijf) De configuratiegegevens van de computer in System Setup zijn mogelijk onjuist.
Foutbericht Beschrijving is niet ingesteld; voer het System Setup-programma uit) Timer chip counter 2 failed (Fout bij teller 2 timerchip) Mogelijk werkt een chip op de systeemkaart niet goed. Onverwachte Mogelijk werkt de toetsenbordcontroller niet goed of zit er een geheugenmodule los. interrupt in veilige modus WARNING: Dell's Disk Monitoring System has detected that drive [0/1] on the [primary/ secondary] EIDE controller is operating outside of normal specifications.
7 Specificaties OPMERKING: Het aanbod kan per regio verschillen. Klik voor meer informatie over de configuratie van uw computer op Start. (Start-pictogram) > Help en Ondersteuning en selecteer vervolgens de optie om informatie over uw computer te bekijken. Tabel 17.
Tabel 20. Audio Functie Specificatie Geïntegreerd twee kanaals HD-geluid Tabel 21. Netwerk Functie Specificatie Geïntegreerd Intel 82579LM Ethernet geschikt voor 10/100/1000 Mb/s communicatie Tabel 22. Systeeminformatie Functie Specificatie Chipset van systeem Intel 7 Series Express chipset DMA-kanalen twee 82C37 DMA-controllers met zeven apart programmeerbare kanalen Interrupt-niveaus Geïntegreerde I/O APIC-mogelijkheid met 24 interrupts BIOS-chip (NVRAM) 12 MB Tabel 23.
Functie Specificatie Zeer kleine vormfactor maximaal één kaart met halve hoogte Tabel 25.
Functie Specificatie PCI Express x1 databreedte (maximum) — één PCI Express-baan Minitoren en desktop één 36-pins aansluiting Kleine vormfactor en zeer kleine vormfactor Geen PCI Express x16 (bedraad als x4) databreedte (maximum) — vier PCI Express-banen Minitoren, desktop, kleine vormfactor één 164-pins aansluiting Zeer kleine vormfactor Geen PCI Express x16 databreedte (maximum) — 16 PCI Express-banen Minitoren, desktop, kleine vormfactor één 164-pins aansluiting Zeer kleine vormfactor Geen
Tabel 28. Schakelaars en lampjes Functie Specificatie Voorzijde van de computer: Lampje aan-uitknop Wit lampje: continu brandend wit lampje geeft aan dat de computer aan staat; een knipperend wit lampje geeft aan dat de computer in de slaapstand staat. lampje schijfactiviteit Wit lampje: een knipperend wit lampje geeft aan dat de computer gegevens leest van de vast schijf of hier gegevens naartoe schrijft.
Functie Specificatie Relatieve vochtigheid (maximum): Operationeel 20% tot 80% (niet-condenserend) Opslag 5% tot 95% (niet-condenserend) Maximumvibratie: Operationeel 0,26 GRMS Opslag 2,20 GRMS Maximumimpact: Operationeel 40 G Opslag 105 G Hoogte: Operationeel –15,20 m tot 3048 m (–50 ft tot 10.000 ft) Opslag –15,20 m tot 10.668 m (–50 ft tot 35.000 ft) Mate van luchtvervuiling G1 of lager, zoals gedefinieerd in ANSI/ISA-S71.
8 Contact opnemen met Dell U neemt als volgt contact op met Dell voor zaken op het gebied van verkoop, ondersteuning of klantenservice: 1. 2. 3. 4. 5. 68 Ga naar support.dell.com. Zoek naar uw land of regio in het vervolgkeuzemenu Choose a Country/Region (Kies een land/regio) onderaan de pagina. Klik vervolgens aan de linkerzijde van de pagina op Contact opnemen. Selecteer de gewenste service- of ondersteuningslink. Selecteer de gewenste methode om contact met Dell op te nemen.