Dell OptiPlex 9010/7010 Kleine vormfactor Eigenaarshandleiding Regelgevingsmodel: D03S Regelgevingstype: D03S002
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen, en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. GEVAAR: Een GEVAAR-KENNISGEVING duidt op een risico op schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. Copyright © 2015 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken.......................................................................................................... 5 Voordat u aan de computer gaat werken................................................................................................................. 5 Uw computer uitschakelen.......................................................................................................................................6 Nadat u aan de computer hebt gewerkt...............
De processor verwijderen...................................................................................................................................... 30 De processor installeren........................................................................................................................................ 31 Het moederbord verwijderen..................................................................................................................................
Aan de computer werken 1 Voordat u aan de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen. Tenzij anders aangegeven, wordt er bij elke procedure in dit document van de volgende veronderstellingen uitgegaan: • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
WAARSCHUWING: Wanneer u een netwerkkabel wilt verwijderen, moet u eerst de connector van de netwerkkabel uit de computer verwijderen en daarna de netwerkkabel loskoppelen van het netwerkapparaat. 3. Verwijder alle stekkers van netwerkkabels uit de computer. 4. Haal de stekker van de computer en van alle aangesloten apparaten uit het stopcontact. 5. Houd de aan-uitknop ingedrukt terwijl de stekker van de computer uit het stopcontact is verwijderd om het moederbord te aarden. 6. Verwijder de kap.
Nadat u aan de computer hebt gewerkt Nadat u onderdelen hebt vervangen of geplaatst, moet u controleren of u alle externe apparaten, kaarten, kabels etc. hebt aangesloten voordat u de computer inschakelt. 1. Plaats de kap terug. WAARSCHUWING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 2. Sluit alle telefoon- of netwerkkabels aan op uw computer. 3.
Het verwijderen en installeren van onderdelen 2 Deze paragraaf beschrijft gedetailleerd hoe de onderdelen moeten worden verwijderd uit, of worden geïnstalleerd in uw computer. Aanbevolen hulpmiddelen Bij de procedures in dit document heeft u mogelijk de volgende hulpmiddelen nodig: • Kleine sleufkopschroevendraaier • Kruiskopschroevendraaier • Klein plastic pennetje De computerkap verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2.
Het montagekader verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de kap. 3. Wrik de borgklemmetjes van het montagekader uit het chassis. 4. Draai het montagekader weg van de computer om de haakjes aan de andere rand van het montagekader los te maken van het chassis. Til het chassis vervolgens omhoog en verwijder het montagekader van de computer. Het montagekader plaatsen 1.
De draadloze WLAN-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder de schroeven waarmee de antennemodule op de aansluiting vastzit. Trek de antennemodule los van de systeemkast. 4. Druk op het blauwe flapje en til de pal naar buiten. Til de WLAN-kaart uit de systeemkast. De WLAN-kaart installeren 1. Steek de WLAN-kaart in de aansluiting op het moederbord en druk de kaart omlaag om deze op zijn plaats te bevestigen.
3. Installeer de kap. 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden in uw computer heeft verricht. De stationkooi verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de/het: a. behuizing b. montagekader 3. Verwijder de datakabel en stroomkabel van de achterzijde van de vaste schijf. 4. Schuif het stationkooihandvat naar de achterzijde van de computer in de ontgrendelde positie.
5. Draai de stationkooi naar boven door middel van de handvat en til de stationkooi los van het chassis. De stationkooi plaatsen 1. Plaats de stationkooi op de rand van de computer zodat u toegang hebt tot de kabelconnectors op de vaste schijf. 2. Sluit de datakabel en stroomkabel aan op de achterzijde van de vaste schijf. 3. Draai de stationkooi om en plaats deze in het chassis. De lipjes van de stationkooi moeten worden bevestigd via de sleuven in het chassis. 4.
3. Verwijder de datakabel en stroomkabel aan de achterzijde van het optische station. 4. Duw het blauwe lipje omhoog en schuif het optische station naar binnen om het uit de computer te verwijderen.
5. Maak de zijkanten van de bracket los om het optische station te verwijderen. Het optische station plaatsen 1. Plaats het optische station in de bracket. 2. Duw het blauwe lipje omhoog en schuif het optische station naar buiten om het in de computer te plaatsen. 3. Sluit de datakabel en de stroomkabel aan op het optische station. 4. Plaats de kap. 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De vaste schijf verwijderen 1.
4. Buig de bracket van de vaste schijf open en verwijder vervolgens de vaste schijf uit de bracket. 5. Maak de schroeven los waarmee de vaste schijf aan de bovenkant van de bracket van de vaste schijf is bevestigd. 6. Maak de schroeven los waarmee de vaste schijf aan de onderzijde van de bracket van de vaste schijf is bevestigd. De vaste schijf plaatsen 1. Draai de schroeven aan waarmee de vaste schijf aan de bracket van de vaste schijf is bevestigd. 2.
5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De intrusieschakelaar verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de kap. 3. Koppel de intrusieschakelaarkabel los van het moederbord. 4. Schuif de intrusieschakelaar naar binnen en verwijder deze van het moederbord.
De intrusieschakelaar plaatsen 1. Steek de intrusieschakelaar in de achterzijde van het chassis en schuif hem naar buiten om hem te bevestigen. 2. Sluit de intrusieschakelaarkabel aan op het moederbord. 3. Plaats de kap. 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. Richtlijnen voor de geheugenmodule Neem voor maximale prestaties van de computer de volgende richtlijnen in acht bij het configureren van het systeemgeheugen.
4. Til de geheugenmodules uit de connectors op het moederbord. Het geheugen plaatsen 1. Plaats de geheugenmodules in de connectors op het moederbord. 2. Druk de geheugenmodules omlaag totdat de borglipjes terugveren om ze vast te klikken. 3. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De knoopbatterij verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de/het: a.
De knoopbatterij plaatsen 1. Plaats de knoopbatterij in de sleuf op het moederbord. 2. Druk de knoopbatterij omlaag totdat het vergrendelingslipje terug op zijn plaats veert en de batterij vastzet. 3. Plaats de/het: a. montagekader b. behuizing 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De systeemventilator verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de/het: a. behuizing b. montagekader c.
3. Koppel de ventilatorkabel los van het moederbord. 4. Maak de kabel los uit de klem. 5. Verwijder de systeemventilator uit de doorvoertules waarmee de ventilator aan de computer is bevestigd. Druk de doorvoertules vervolgens naar binnen langs de sleuven en steek het door het chassis.
De systeemventilator plaatsen 1. Plaats de systeemventilator in het chassis. 2. Leid de doorvoertules door het chassis en schuif ze langs de groeven naar buiten om ze vast te zetten. 3. Leid de ventilatorkabel door de klem en sluit hem aan op het moederbord. 4. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De luidspreker verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2.
De luidspreker plaatsen 1. Plaats de luidspreker op de juiste plaats op de achterzijde van het chassis. 2. Druk het bevestigingslipje van de luidspreker naar binnen en schuif de luidspreker naar de linkerzijde van de computer om deze te bevestigen. 3. Sluit de luidsprekerkabel aan op het moederbord. 4. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De aan-uitknopkabel verwijderen 1.
4. Druk de retentieklemmetjes in en schuif de aan-uitknopkabel naar buiten door de voorzijde van de computer. De aan-uitknopkabel plaatsen 1. Schuif de aan-uitknopkabel door de voorzijde van de computer naar binnen. 2. Maak de aan-uitknopkabel vast aan het chassis. 3. Leg de aan-uitknopkabel in de chassisklem. 4. Sluit de aan-uitknopkabel aan op het moederbord. 5. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
4. Verwijder de schroef waarmee het I/O-paneel aan het chassis is bevestigd. Schuif vervolgens het I/O-paneel naar rechts om het uit de computer te verwijderen. Het I/O-paneel plaatsen 1. Plaats het I/O-paneel in de sleuf aan de voorzijde van het chassis. 2. Schuif het I/O-paneel naar de linkerzijde van de computer om het aan het chassis te bevestigen. 3. Draai de schroef vast om het I/O-paneel aan het chassis te bevestigen. 4. Sluit het I/O-paneel/de FlyWire-kabel aan op het moederbord. 5.
b. montagekader c. stationkooi 3. Koppel de 4-pins stroomkabel los van het moederbord en haal de kabel uit de chassisklemmetjes. 4. Verwijder de stroomkabel uit de klem.
5. Til de afstandhouder uit de computer. 6. Maak de 24-pins stroomkabel los van het moederbord. 7. Verwijder de schroeven waarmee de voeding aan de achterzjide van de computer is bevestigd. 8. Duw op het blauwe ontgrendelingslipje naast de voeding en schuif de voeding naar de voorzijde van de computer.
9. Til de voeding uit de computer. De voeding plaatsen 1. Plaats de voeding in het chassis en schuif hem naar buiten om hem te bevestigen. 2. Draai de schroeven vast waarmee de voeding aan de achterzijde van de computer wordt bevestigd. 3. Plaats de afstandhouder. 4. Sluit de 24–pins stroomkabel aan op het moederbord. 5. Leg de 4–pins stroomkabel in de klermmen en chassisklemmen. 6. Sluit de stroomkabel aan op het moederbord. 7. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 8.
De warmteafleider verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de/het: a. behuizing b. montagekader c. stationkooi 3. Druk op de klem om de kabel van de warmteafleidereenheid los te koppelen van het moederbord. 4. Haal I/O-kaart-/FlyWire-kabel uit de geleiders op de warmteafleider.
5. Druk op het klemmetje om de ventilatorkabel los te koppelen van het moederbord. 6. Draai de geborgde schroeven los, til de warmteafleidereenheid omhoog en verwijder hem vervolgens uit de computer. Leg de eenheid neer met de ventilator omlaag gericht en met het thermische vet omhoog gericht.
De warmteafleider plaatsen 1. Plaats de warmteafleider in het chassis. 2. Draai de geborgde schroeven vast waarmee de warmteafleider op het moederbord wordt bevestigd. 3. Sluit de I/O-paneel-/FlyWire-kabel aan en leid deze door de geleiders op de warmteafleider. 4. Sluit de kabel van de ventilator aan op het moederbord. 5. Sluit de kabel van de warmteafleider aan op het moederbord. 6. Plaats de/het: a. stationkooi b. montagekader c. behuizing 7.
De processor installeren 1. Plaats de processor in de processorhouder. Zorg dat de processor goed geplaatst is. 2. Druk de ontgrendeling omlaag en vervolgens naar binnen om hem vast te zetten met het retentiehaakje. 3. Installeer de warmteafleider. 4. Installeer de behuizing van de schijf. 5. Installeer het voorpaneel. 6. Installeer de kap. 7. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. Het moederbord verwijderen 1.
4. Verwijder de schroeven waarmee het moederbord aan het chassis is bevestigd. 5. Draai de inbusschroef naar links en verwijder deze van het moederbord. 6. Verwijder het moederbord uit het chassis.
Componenten van het moederbord De onderstaande afbeelding toont de componenten van het moederbord. 1. Resetjumper voor RTC 2. connector voor intrusieschakelaar 3. connector voor netvoeding 4. processor 5. connector voor systeemventilator 6. wachtwoordjumper 7. connector voor aan-uitknop 8. connector voor geheugenmodule 9. connector voor systeemventilator 10. connector voor systeemvoeding 11. connector voor interne luidspreker 12. PCI Express x16-connectors 13. SATA-connectors 14.
Het moederbord plaatsen 1. Lijn het moederbord uit met de poortconnectors op de achterzijde van het chassis en plaats het moederbord in het chassis. 2. Draai de schroeven vast waarmee het moederbord aan het chassis wordt bevestigd. 3. Draai de inbusschroef naar rechts. 4. Sluit alle kabels opnieuw aan op het moederbord. 5. Plaats de/het: a. b. c. d. e. 6. 34 warmteafleider uitbreidingskaart stationkooi montagekader behuizing Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Installatie van het systeem 3 Met systeeminstallatie kunt u de hardware van uw computer beheren en de opties voor het BIOS‐niveau opgeven.
Tabel 1. Navigatietoetsen Toetsen Navigatie Pijl Omhoog Gaat naar het vorige veld. Pijl Omlaag Gaat naar het volgende veld. Hiermee kunt u een waarde in het geselecteerde veld invullen (mits van toepassing) of de verwijzing in het veld volgen. Spatiebalk Vergroot of verkleint een vervolgkeuzelijst, Mits van toepassing). Gaat naar het focusveld. OPMERKING: Alleen voor de standaard grafische browser. Gaat naar de vorige pagina totdat u het hoofdscherm bekijkt.
Optie Boot List Option Date/Time Beschrijving • • Legacy UEFI Hiermee kunt u de datum en tijd instellen. De wijzigingen aan de systeemdatum- en tijd worden direct van kracht. Tabel 3. Systeemconfiguratie Optie Beschrijving Integrated NIC Hiermee kunt u de geïntegreerde netwerkkaart in- of uitschakelen. U kunt de geïntegreerde NIC instellen op: • • • • Disabled (Uitgeschakeld) Enabled (Ingeschakeld) Enabled w/PXE (Ingeschakeld met PXE). Enabled w/ImageServer (Ingeschakeld met ImageServer).
Optie Beschrijving • USB Configuration Enable SMART Reporting (SMART-rapportage inschakelen): deze optie is standaard uitgeschakeld. Met dit veld wordt de geïntegreerde USB-controller geconfigureerd. Als Boot Support (Opstartondersteuning) is ingeschakeld, mag het systeem vanaf elk type USBapparaat opstarten (HDD, geheugenstick, floppy). Als de USB-poort is ingeschakeld, wordt het apparaat dat op deze poort is aangesloten, ingeschakeld en beschikbaar gemaakt voor het besturingssysteem.
Optie Beschrijving • Internal HDD-0 Password Bevestig het nieuwe wachtwoord. Hiermee kunt u het wachtwoord op de interne harde schijf (HDD) van de computer instellen, wijzigen of verwijderen. Wijzigingen op dit wachtwoord worden direct van kracht. Voor het station hoeft niet standaard een wachtwoord te worden ingesteld. • • • Voer het oude wachtwoord in. Voer het nieuwe wachtwoord in. Bevestig het nieuwe wachtwoord.
Optie Beschrijving • • • CPU XD Support Hiermee kunt u de modus Execute Disable (Uitvoeren uitschakelen) van de processor in- en uitschakelen. • OROM Keyboard Access Deactivate (Deactiveren): deze optie is standaard uitgeschakeld. Disable (Uitschakelen) Activate (Activeren) Enable CPU XD Support (CPU XD-ondersteuning inschakelen): deze optie is standaard ingeschakeld. Hiermee bepaalt u of u de schermen voor de Option Read Only Memory (OROM)configuratie tijdens het opstarten via sneltoetsen opent.
Optie Beschrijving • • • • Append from File (Toevoegen vanuit een bestand)- Voegt een sleutel toe aan een huidige database uit een door de gebruiker geselecteerd bestand. Delete (Verwijderen)- Verwijdert de geselecteerde sleutel. Reset All Keys (Alle sleutels resetten)- Reset naar de standaardinstelling. Delete All Keys (Alle sleutels verwijderen)- Verwijdert alle sleutels.
Optie Beschrijving • • • Every Day (Elke dag): de computer zal elke dag worden ingeschakeld op het tijdstip dat u hierboven opgaf. Weekdays (Weekdagen): de computer zal van maandag tot en met vrijdag worden ingeschakeld op het tijdstip dat u hierboven opgaf. Select Days (Select aantal dagen) : de computer zal worden ingeschakeld op de geselecteerde dagen, op het tijdstip dat u hierboven opgaf.
Tabel 8. POST Behavior Optie Beschrijving Numlock LED Geeft aan of de NumLock-functie kan worden ingeschakeld wanneer het systeem wordt opgestart. Deze optie is standaard ingeschakeld. Keyboard Errors Geeft aan of toetsenbord-gerelateerde fouten worden gemeld wanneer het systeem wordt opgestart. Deze optie is standaard ingeschakeld.
Optie Beschrijving OPMERKING: Dit veld is alleen relevant wanneer de optie Integrated NIC (Geïntegreerde netwerkkaart) in de groep System Configuration (Systeemconfiguratie) is ingesteld op Enabled with ImageServer (Ingeschakeld met ImageServer). ImageServer IP Hiermee geeft u het primaire vaste IP-adres op van de ImageServer waarmee de clientsoftware communiceert. Het standaard-IP-adres is 255,255.255,255.
Optie Beschrijving License Status Hier wordt de huidige licentiestatus weergegeven. Tabel 12. System Logs (Systeemlogboeken) Optie Beschrijving BIOS events Toont het logboekvoor systeemgebeurtenissen; hiermee kunt u het logboek wissen. • Clear Log (Logboek wissen) Het BIOS updaten Het wordt aanbevolen om uw BIOS (systeeminstallatie) te updaten, tijdens het vervangen van het moederbord, of wanneer een update beschikbaar is.
Tabel 13. Jumperinstellingen Jumper Instelling Beschrijving PSWD Standaard Wachtwoordfuncties zijn ingeschakeld RTCRST pin 1 en 2 Realtime klok reset. Kan worden gebruikt voor het oplossen van problemen. Systeem- en installatiewachtwoord U kunt ter beveiliging van uw computer een wachtwoord voor het systeem en de installatie aanmaken. Type wachtwoord Beschrijving System Password Wachtwoord dat moet worden ingevuld om aan uw systeem in te loggen.
5. Selecteer Installatiewachtwoord, vul het systeemwachtwoord in en druk op of . Er verschijnt een melding om het installatiewachtwoord nogmaals in te vullen. 6. Vul hetzelfde wachtwoord als daarvoor in en klik op OK. 7. Druk op waarna een melding verschijnt om de wijzigingen op te slaan. 8. Druk op om de wijzigingen op te slaan. Hierna wordt de computer opnieuw opgestart.
7. Zet de computer uit en trek de stroomstekker uit het stopcontact. 8. Verwijder de kap. 9. Vervang de PSWD-jumper op het moederbord. 10. Installeer de kap. 11. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan uw computer heeft uitgevoerd. 12. Start de computer op. 13. Ga naar de systeeminstallatie en wijs een nieuw systeem- of installatiewachtwoord toe. Zie Een systeemwachtwoord uitschakelen.
Diagnostiek 4 Start bij problemen met uw computer eerst de ePSA diagnosefuncties voordat u met Dell contact opneemt voor technische assistentie. Het doel van het starten van deze diagnostische functies is het testen van de hardware van uw computer zonder extra apparatuur nodig te hebben of de kans te lopen om gegevens te verliezen. Als u het probleem niet zelf kunt oplossen, kunnen de medewerkers u op basis van de diagnosefuncties verder helpen om het probleem op te lossen.
5 Problemen oplossen Eventuele problemen met uw computer kunt oplossen met aanduidingen, zoals diagnostische lampjes, piepcodes en foutmeldingen die eventueel tijdens het werken met de computer optreden. Diagnostiek van de stroom LED-lampjes Het LED van de aan-/uitknop aan de voorkant van de systeemkast fungeert tevens als tweekleurig lampje voor diagnostiek en is alleen actie en zichtbaar tijdens het POST-proces. Wanneer het besturingssysteem wordt geladen, is het lampje niet langer zichtbaar.
Toestand amber LED Beschrijving 3,5 Er zijn wel geheugenmodules gedetecteerd, maar er is een probleem met de geheugenconfiguratie of compatibiliteit. 3,6 mogelijke fout in moederbordresource en/of hardware 3,7 andere fout met berichten op het scherm Piepcode De computer kan een reeks pieptonen afgeven tijdens het opstarten als het beeldscherm geen fouten of problemen kan weergeven. Deze reeks pieptonen, die pieptooncodes wordt genoemd, geven verschillende problemen aan.
Foutbericht Beschrijving Alert! Security De MFG_MODE jumper is ingesteld en de AMT Management-functies zijn uitgeschakeld totdat override Jumper is de jumper wordt verwijderd. installed. (Alarm! De veiligheidsopheffingsj umper is geïnstalleerd). Attachment failed to respond (Bijlage heeft niet gereageerd) De diskette of vaste schijfcontroller kan geen gegevens naar het bijbehorende station sturen.
Foutbericht Beschrijving General failure (Algemene fout) Het besturingssysteem kan de opdracht niet uitvoeren. Dit bericht wordt gewoonlijk gevolgd door specifieke informatie, zoals Printer out of paper (Papier is op). Neem de juiste maatregelen om het probleem op te lossen. Hard-disk drive configuration error (Configuratiefout vaste-schijfstation) De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd.
Foutbericht Beschrijving (Geheugendatalijnfou t in adres, gelezen waarde verwacht waarde) Memory double word Een geheugenmodule is mogelijk defect of is niet goed geplaatst. Plaats de geheugenmodule logic failure at opnieuw en vervang deze zo nodig.
Foutbericht Beschrijving No timer tick interrupt Mogelijk werkt een chip op het moederbord niet goed. (Geen timertikonderbreking) Non-system disk or disk error (Geen systeemschijf of schijffout) Er is geen opstartbaar besturingssystem op de diskette in station A geïnstalleerd. Vervang de diskette door een diskette met een opstartbaar besturingssysteem of haal de diskette uit station A en start de computer opnieuw op.
Foutbericht Beschrijving System has detected that drive [0/1] on the [primary/secondary] EIDE controller is operating outside of normal specifications. It is advisable to immediately back up your data and replace your hard drive by calling your support desk or Dell. (WAARSCHUWING: Het Disk Monitoring System van Dell heeft waargenomen dat station [0/1] op de [primaire/secundaire] EIDE-controller buiten de normale specificaties werkt.
6 Specificaties OPMERKING: Het aanbod kan per regio verschillen. Klik voor meer informatie over de configuratie van uw computer op Start. (Start-pictogram) → Help en Ondersteuning en selecteer vervolgens de optie om informatie over uw computer te bekijken. Tabel 15.
Tabel 17. Video Functie Specificatie Geïntegreerd • • • Los Intel HD Graphics (Celero/Pentium CPU-GPU) Intel HD Graphics 2000 (iCore DC/QC Intel 7 Series Express chipset CPU-GPU combo) Intel HD Graphics 2500/4000 (i3/i5/i7 DC/QC Intel 7 Series Express chipset CPU-GPU Combo) PCI Express x16 grafische adapter Tabel 18. Audio Functie Specificatie Geïntegreerd twee kanaals HD-geluid Tabel 19.
Functie Specificatie Desktop maximaal één kaart met laag profiel Kleine vormfactor Geen Zeer kleine vormfactor Geen PCI Express x1: Minitoren maximaal drie kaarten van volledige hoogte Desktop maximaal drie kaarten met laag profiel Kleine vormfactor maximaal twee kaarten met laag profiel Zeer kleine vormfactor Geen PCI Express x16: Minitoren maximaal twee kaarten van volledige hoogte Desktop maximaal twee kaarten met laag profiel Kleine vormfactor maximaal twee kaarten met laag profiel
Functie Zeer kleine vormfactor Specificatie Geen één Tabel 24. Externe connectoren Functie Specificatie Audio: Voorpaneel één microfoonaansluiting en één hoofdtelefoonaansluiting Achterpaneel één line-out-aansluiting en een line-in-aansluiting (microfoon) Netwerkadapter één RJ45-connector Serieel een 9-pins connector 16550 C-compatibel Parallel één 25-pins aansluiting (optioneel voor minitoren, desktop en kleine vormfactor) USB 2.
Functie Specificatie PCI Express x16 databreedte (maximum) — 16 PCI Express-banen Minitoren, desktop, kleine vormfactor één 164-pins aansluiting Zeer kleine vormfactor Geen Mini PCI Express databreedte (maximum) — één PCI Express-baan en één USB-interface Minitoren, desktop, kleine vormfactor Geen Zeer kleine vormfactor één 52-pins connector Seriële ATA: Minitoren vier 7-pins aansluitingen Desktop drie 7-pins aansluitingen Kleine vormfactor drie 7-pins aansluitingen Zeer kleine vormfactor t
Functie Specificatie Zeer kleine vormfactor één 8-pins, één 6-pins en één 4-pins connector Tabel 26. Schakelaars en lampjes Functie Specificatie Voorzijde van de computer: Lampje aan-uitknop Wit lampje: continu brandend wit lampje geeft aan dat de computer aan staat; een knipperend wit lampje geeft aan dat de computer in de slaapstand staat. lampje schijfactiviteit Wit lampje: een knipperend wit lampje geeft aan dat de computer gegevens leest van de vast schijf of hier gegevens naartoe schrijft.
OPMERKING: Hitteverspreiding wordt berekend aan de hand van de wattagewaarde voor de voeding. Voeding Wattage Maximale hitteverspreiding Spanning Zeer kleine vormfactor 200 W 758 BTU/uur 100 V wisselstroom tot 240 V wisselstroom, 50 Hz tot 60 Hz, 2,9 A Knoopbatterij CR2032-lithiumknoopbatterij van 3 V Tabel 28.
Contact opnemen met Dell 7 U neemt als volgt contact op met Dell voor zaken op het gebied van verkoop, ondersteuning of klantenservice: 1. Ga naar support.dell.com. 2. Zoek naar uw land of regio in het vervolgkeuzemenu Choose a Country/Region (Kies een land/regio) onderaan de pagina. 3. Klik vervolgens aan de linkerzijde van de pagina op Contact opnemen. 4. Selecteer de gewenste service- of ondersteuningslink. 5. Selecteer de gewenste methode om contact met Dell op te nemen.