Eigenaarshandleiding voor Dell OptiPlex 390 Desktop Regelgevingsmodel D07D Regelgevingstype D07D001
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen, en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: VOORZICHTIG geeft aan dat er schade aan hardware of potentieel gegevensverlies kan optreden als de instructies niet worden opgevolgd. GEVAAR: EEN WAARSCHUWING duidt op een risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. De informatie in dit document kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. © 2011 Dell Inc.
Inhoudsopgave Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen, en waarschuwingen.................2 Hoofdstuk 1: Aan de computer werken.....................................................7 Voordat u in de computer gaat werken.............................................................................7 Aanbevolen hulpmiddelen.................................................................................................8 Uw computer uitschakelen............................................................................
Het geheugen installeren................................................................................................26 Hoofdstuk 8: Chassisintrusieschakelaar.................................................27 De chassisintrusieschakelaar verwijderen.....................................................................27 De chassisintrusieschakelaar installeren.......................................................................28 Hoofdstuk 9: Luidspreker...............................................
Hoofdstuk 16: Voedingseenheid...............................................................47 De voedingseenheid verwijderen...................................................................................47 De voedingseenheid installeren......................................................................................49 Hoofdstuk 17: Moederbord........................................................................51 De systeemkaart verwijderen.......................................................
Aan de computer werken 1 Voordat u in de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen. Tenzij anders aangegeven, wordt er bij elke procedure in dit document van de volgende veronderstellingen uitgegaan: • • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
WAARSCHUWING: Verwijder kabels door aan de stekker of aan de kabelontlastingslus te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels zijn voorzien van een connector met borglippen. Als u dit type kabel loskoppelt, moet u de borglippen ingedrukt houden voordat u de kabel verwijdert. Trek connectors in een rechte lijn uit elkaar om te voorkomen dat connectorpinnen verbuigen. Ook moet u voordat u een kabel verbindt, controleren of beide connectors op juiste wijze zijn opgesteld en uitgelijnd.
• Een cd of dvd met een flash BIOS-updatesoftware Uw computer uitschakelen WAARSCHUWING: U voorkomt gegevensverlies door alle gegevens in geopende bestanden op te slaan en de bestanden te sluiten. Sluit vervolgens alle geopende programma's voordat u de computer uitzet. 1. Sluit het besturingssysteem af: • In Windows 7: • Klik op Start en vervolgens op Afsluiten.
5. 10 Controleer of de computer goed functioneert door Dell Diagnostics (Delldiagnostiek) uit te voeren.
Kap 2 De kap verwijderen 1. 2. 3. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Trek aan de ontgrendeling van de computerkap aan de zijkant van de computer. Til de kap met een hoek van 45 graden omhoog en verwijder deze van de computer.
De kap plaatsen 1. 2. 3. 12 Plaats de computerkap op het chassis. Druk de computerkap omlaag totdat deze op zijn plaats klikt. Volg de procedures in Nadat u handelingen hebt uitgevoerd in de computer.
Montagekader 3 Het montagekader verwijderen 1. 2. 3. 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Wrik de borgklemmen van het montagekader uit het chassis. Kantel het montagekader weg van de computer om de haakjes aan de andere rand van het montagekader los te maken van het chassis.
Het montagekader installeren 1. 2. 3. 4. 14 Plaats de haken langs de onderrand van het montagekader in de sleuven aan de voorkant van het chassis. Draai het montagekader in de richting van de computer om de vier borgklemmen te bevestigen totdat ze op hun plaats vastklikken. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Kaarten 4 De uitbreidingskaart verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Draai het ontgrendelingslipje op het kaartvergrendelingsmechanisme voorzichtig omhoog. 4. Trek de ontgrendeling van de PCIe x16-kaart af totdat het bevestigingslipje uit de kaartinkeping komt. Wrik de kaart vervolgens uit de connector en verwijder deze uit de computer.
5. Til de PCIe x1-uitbreidingskaart (indien aanwezig) omhoog en uit de connector en haal deze uit de computer. 6. Til de PCI-uitbreidingskaart (indien aanwezig) omhoog en uit de connector en haal deze uit de computer. 7. Til de PCI x4-uitbreidingskaart (indien aanwezig) omhoog en uit de connector en haal deze uit de computer.
De uitbreidingskaart installeren 1. 5. Steek de PCIe x4-kaart in de connector op de systeemkaart en druk deze omlaag totdat deze vastklikt. Steek de PCIe-kaart (indien aanwezig) in de connector op de systeemkaart en druk deze omlaag totdat deze vastklikt. Steek de PCIe x1-kaart (indien aanwezig) in de connector op de systeemkaart en druk deze omlaag totdat deze vastklikt. Steek de PCIe x16-kaart (indien aanwezig) in de connector op de systeemkaart en druk deze omlaag totdat deze vastklikt. Plaats de kap.
Optisch station 5 Het optische station verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder het montagekader. 4. Verwijder de gegevenskabel en stroomkabel aan de achterkant van het optische station. 5. Schuif de vergrendeling van het optische station omhoog en duw het optische station van de achterkant naar de voorkant van de computer.
Het optische station installeren 1. 2. 3. 4. 5. 20 Schuif de vergrendeling van het optische station omlaag en duw het optische station van de voorkant naar de achterkant van de computer. Sluit de gegevenskabel en de stroomkabel aan op het optische station. Plaats het montagekader. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Vaste schijf 6 De vaste schijf verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder de gegevenskabel en stroomkabel aan de achterkant van de vaste schijf. 4. Druk de beugelvergrendeling van de vaste schijf naar de vaste schijf toe en til deze omhoog.
5. Buig de beugel van de vaste schijf om en verwijder de enkele 3.5” vaste schijf of twee 2.5” vaste schijven uit de beugel. 6. Draai de beugel van de vaste schijf om en draai de schroeven los waarmee de 2.5” vaste schijf aan de onderkant van de beugel is bevestigd. 7. Buig de beugel van de vaste schijf en verwijder de twee 2.5” vaste schijven uit de beugel. 8. Draai de schroeven los waarmee de 2.5" vaste schijf aan de bovenkant van de vaste-schijfbeugel is bevestigd.
9. Draai de schroeven los waarmee de 2.5" vaste schijf aan de onderkant van de vaste-schijfbeugel is bevestigd. De vaste schijf installeren 1. Draai de schroeven vast waarmee de 2.5" vaste schijven aan de beugel worden bevestigd. 2. Buig de beugel van de vaste schijf en plaats de enkele 3.5” vaste schijf of twee 2.5” vaste schijven in de beugel. 3. Druk de beugelvergrendeling van de vaste schijf naar de vaste schijf toe en plaats deze in het chassis. 4.
Geheugen 7 Het geheugen verwijderen 1. 2. 3. 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Open de borgklemmen van het geheugen aan beide zijden van de geheugenmodules. Til de geheugenmodules uit de connectors op de systeemkaart.
Het geheugen installeren 1. 2. 3. 4. 26 Plaats de geheugenmodules in de connectors op de systeemkaart. Installeer het geheugen in de volgorde van A1 > B1 > A2 > B2. Druk de geheugenmodules omlaag totdat de borglipjes terugveren om ze vast te klikken. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Chassisintrusieschakelaar 8 De chassisintrusieschakelaar verwijderen 1. 2. 3. 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Koppel de intrusieschakelaarkabel los van de systeemkaart. Schuif de intrusieschakelaar naar de onderzijde van het chassis en verwijder deze uit de systeemkaart.
De chassisintrusieschakelaar installeren 1. 2. 3. 4. 28 Steek de intrusieschakelaar in de achterkant van het chassis en schuif deze naar de bovenkant van het chassis om deze te bevestigen. Sluit de intrusieschakelaarkabel aan op de systeemkaart. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Luidspreker 9 De luidspreker verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder de luidsprekerkabel uit de systeemkaart. 4. Haal de luidspreker uit de chassisklem. 5. Druk het luidsprekerbeveiligingslipje omlaag en schuif de luidspreker omhoog om deze te verwijderen.
De luidspreker installeren 1. 2. 3. 4. 5. 30 Druk op het luidsprekerbevestigingslipje en schuif de luidspreker omlaag om deze te bevestigen. Leg de luidsprekerkabel in de chassisklem. Sluit de luidsprekerkabel aan op de systeemkaart. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Warmteafleider en processor 10 De warmteafleider en processor verwijderen OPMERKING: Uw systeemkaart heeft mogelijk geen warmteafleider op de chipset en ziet er mogelijk anders uit dan de afbeeldingen die hier worden getoond. 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. 2. Verwijder de kap. 3. Koppel de kabel van de warmteafleider los van de systeemkaart. 4. Draai de geborgde schroeven in de volgende volgorde los: 1, 2, 3 en 4.
5. Til de warmteafleider omhoog en verwijder deze uit de computer. Leg de eenheid zo neer dat de ventilator omlaag wijst en de zijde met het thermische vet omhoog. 6. Druk de ontgrendeling omlaag en vervolgens naar buiten om het los te maken van het retentiehaakje waarmee het is bevestigd. 7. Til de processorkap omhoog. 8. Til de processor op om deze uit de socket te verwijderen en plaats deze in een antistatische verpakking.
De warmteafleider en de processor installeren 1. 6. 7. Plaats de processor in de processoraansluiting. Controleer of de processor goed is geplaatst. Doe de processorkap dicht. Druk de ontgrendeling omlaag en vervolgens naar binnen om hem vast te zetten met het retentiehaakje. Plaats de warmteafleider in het chassis. Draai de geborgde schroeven vast waarmee de warmteafleider aan de systeemkaart wordt bevestigd. Sluit de kabel van de warmteafleider aan op de systeemkaart. Plaats de kap. 8.
Knoopcelbatterij 11 De knoopcelbatterij verwijderen 1. 2. 3. 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Druk de knoopcelbatterij naar binnen om ervoor te zorgen dat de batterij uit de socket komt. Haal de knoopcelbatterij uit de computer.
De knoopcelbatterij installeren 1. 2. 3. 4. 36 Plaats de knoopcelbatterij in de sleuf op de systeemkaart. Druk de knoopcelbatterij omlaag totdat deze vastklikt. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Stroomschakelaarkabel 12 De stroomschakelaarkabel verwijderen 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Verwijder het montagekader. Koppel de stroomschakelaarkabel los van de systeemkaart. 5. Wrik de stroomschakelaarkabel los. 6. Schuif de stroomschakelaarkabel naar buiten via de voorkant van de computer. 1. 2. 3.
De stroomschakelaarkabel installeren 1. 2. 3. 4. 5. 6. 38 Schuif de stroomschakelaarkabel door de voorkant van de computer. Bevestig de stroomschakelaarkabel aan het chassis. Sluit de stroomschakelaarkabel aan op de systeemkaart. Plaats het montagekader. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Warmtesensor op voorzijde 13 De voorste warmtesensor verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder het montagekader. 4. Koppel de warmtesensorkabel los van de systeemkaart. 5. Haal de warmtesensorkabel uit de chassisklemmen. 6. Haal de warmtesensorkabel uit de chassisklem.
7. Wrik de warmtesensor los uit de voorkant van het chassis en verwijder deze. De voorste warmtesensor plaatsen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 40 Maak de warmtesensor aan de voorkant van het chassis vast. Leg de warmtesensorkabel in de chassisklemmen. Sluit de warmtesensorkabel aan op de systeemkaart. Plaats het montagekader. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Systeemventilator 14 De systeemventilator verwijderen 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Verwijder het montagekader. Koppel de kabel van de systeemventilator los van de systeemkaart. 5. Haal de systeemventilatorkabel uit de chassisklemmen. 6. Schuif de vier doorvoertules naar binnen en door de sleuven aan de voorkant van de computer. 1. 2. 3.
7. Til de systeemventilator omhoog en uit de computer. 8. Wrik de vier doorvoertules los en verwijder ze uit de systeemventilator. De systeemventilator plaatsen 1. Plaats de systeemventilator in het chassis. 2. Leid de vier doorvoertules door het chassis en schuif ze langs de groeven naar buiten om ze op hun plaats te bevestigen. 3. Leg de systeemventilatorkabel in de chassisklemmen.
4. 5. 6. 7. Sluit de kabel van de systeemventilator aan op de systeemkaart. Plaats het montagekader. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Ingangs-/uitgangspaneel 15 Het ingangs-/uitgangspaneel verwijderen 4. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Verwijder het montagekader. Koppel het I/O-paneel of de FlyWire-kabel los van de systeemkaart. 5. Verwijder de schroef waarmee het I/O-paneel aan het chassis is bevestigd. 6. Schuif het ingangs-/uitgangspaneel naar de rechterkant van het systeem om het uit het chassis te halen. 1. 2. 3.
7. Verwijder het ingangs-/uitgangspaneel. Het ingangs-/uitgangspaneel plaatsen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 46 Plaats het ingangs-/uitgangspaneel in de sleuf aan de voorkant van het chassis. Schuif het ingangs-/uitgangspaneel naar de linkerkant van de computer om het aan het chassis te bevestigen. Draai de schroef vast om het I/O-paneel aan het chassis te bevestigen. Sluit het I/O-paneel of de FlyWire-kabel aan op de systeemkaart. Plaats het montagekader. Plaats de kap.
Voedingseenheid 16 De voedingseenheid verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. 2. Verwijder de kap. 3. Verwijder de warmtesensor van de voedingseenheid. 4. Koppel de 4–pins stroomkabel los van de systeemkaart. 5. Haal de 4–pins stroomkabel uit de chassisklemmen. 6. Koppel de 24–pins stroomkabel los van de systeemkaart.
7. Haal de 24–pins stroomkabel uit de chassisklem. 8. Verwijder de schroeven waarmee de voedingseenheid aan de achterkant van de computer is bevestigd. 9. Druk op het blauwe ontgrendelingslipje naast de voedingseenheid en schuif de eenheid naar de voorkant van de computer.
10. Til de eenheid uit de computer. De voedingseenheid installeren 1. Plaats de voedingseenheid in het chassis en schuif deze naar de achterkant van de computer om te bevestigen. 2. Draai de schroeven vast om de voedingseenheid aan de achterkant van de computer te bevestigen. 3. Leg de 24–pins stroomkabel in de chassisklem. 4. Sluit de 24–pins stroomkabel aan op de systeemkaart. 5. Leg de 4–pins stroomkabel in de chassisklemmen. 6. Sluit de 4–pins stroomkabel aan op de systeemkaart. 7.
Moederbord 17 De systeemkaart verwijderen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. Volg de procedures in Voordat u handelingen uitvoert in de computer. Verwijder de kap. Verwijder het montagekader. Verwijder de vaste schijf. Verwijder de uitbreidingskaarten. Verwijder de warmteafleider. Koppel alle kabels los van de systeemkaart. 8. Hef de vergrendeling van de uitbreidingskaart op om toegang te krijgen tot de schroeven waarmee de systeemkaart is bevestigd.
9. Verwijder de schroeven waarmee de systeemkaart aan het chassis is bevestigd. 10. Schuif de systeemkaart naar de voorzijde van de computer. 11. Verwijder de systeemkaart uit het chassis.
De systeemkaart installeren 1. Lijn de systeemkaart uit met de poortconnectors aan de achterkant van het chassis en plaats de systeemkaart in het chassis. 2. Draai de schroeven vast waarmee de systeemkaart aan het chassis wordt bevestigd. 3. Sluit de vergrendeling van de uitbreidingskaart. 4. Sluit de kabels op de systeemkaart aan. 5. Plaats de warmteafleider. 6. Plaats de uitbreidingskaart. 7. Installeer de vaste schijf. 8. Plaats het montagekader. 9. Plaats de kap. 10.
Warmtesensor voedingseenheid 18 De warmtesensor van de voedingseenheid verwijderen 3. Volg de procedures in Voordat u handelingen in de computer gaat uitvoeren. Verwijder de kap. Koppel de warmtesensorkabel los van de systeemkaart. 4. Haal de warmtesensorkabel uit de chassisklem. 5. Wrik de warmtesensor uit van de voedingseenheid en verwijder deze uit het chassis. 1. 2.
De warmtesensor van de voedingseenheid plaatsen 1. 2. 3. 4. 5. 56 Bevestig de warmtesensor aan de voedingseenheid. Leg de warmtesensorkabel in de chassisklem. Sluit de warmtesensorkabel aan op de systeemkaart. Plaats de kap. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Systeeminstellingen 19 System Setup Deze computer beschikt over de volgende opties: • • De System Setup openen door op te drukken Een eenmalig opstartmenu openen door op te drukken Druk op om de System Setup te openen en wijzigingen aan te brengen in de instellingen die door de gebruiker kunnen worden ingesteld. Als u de System Setup niet met deze toets kunt openen, drukt u op wanneer de lampjes van het toetsenbord beginnen te knipperen.
• • Gebruikersprompt — Het menu is niet alleen eenvoudig te openen wanneer u gevraagd wordt om de toetsaanslag te gebruiken op het BIOS-startscherm (zie onderstaande afbeelding). De toetsaanslag is niet "verborgen". Diagnoseopties — Het opstartmenu bevat twee diagnostische opties IDE Drive Diagnostics (90/90 Hard Drive Diagnostics) en Boot to the Utility Partition (Opstarten naar hulpprogrammapartitie).
Om dit te voorkomen, moet u wachten totdat het toetsenbord is geïnitialiseerd voordat u op een toets drukt. Er zijn twee manieren waarop u te weten kunt komen of dit gebeurt is: • • De toetsenbordlampjes knipperen. De "F2=Setup"-prompt verschijnt tijdens het opstarten in de linkerbovenhoek van het scherm. De tweede methode is goed als de monitor al is opgewarmd. Als dit niet het geval is, dan gaat het systeem vaak voorbij aan de kans voordat het videosignaal zichtbaar is.
Actie Toetsaanslag Standaardwaarden terugzetten of menukeuze Load Defaults (Standaardwaarden laden) Opties voor System Setup OPMERKING: Afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten kunnen de onderdelen die in dit gedeelte worden vermeld wel of niet worden weergegeven.
Algemeen • Date/Time (Datum/ tijd) Onboard NIC (NIC op kaart) Hiermee kunt u de datum en tijd instellen. Wijzigingen aan de systeemdatum- en tijd worden direct van kracht. System Configuration (Systeemconfiguratie) Integrated NIC (Geïntegreerde netwerkkaart) Hiermee kunt u de geïntegreerde netwerkkaart in- of uitschakelen. U kunt de geïntegreerde NIC instellen op: • • • • Disabled (Uitgeschakeld) Enabled (Ingeschakeld) (standaard) Enabled w/PXE (Ingeschakeld met PXE).
System Configuration (Systeemconfiguratie) • • • • SATA-0 SATA-1 SATA-2 SATA-3 Smart Reporting (Smart-rapportage) Dit veld bepaalt of vaste-schijffouten voor ingebouwde stations worden gemeld tijdens het opstarten van het systeem. Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Beveiliging Password Hiermee kunt u het minimum- en maximumaantal tekens Configuration instellen dat is toegestaan voor een beheerderwachtwoord en (Wachtwoordconfigu het systeemwachtwoord. ratie) Password Bypass (Wachtwoord overslaan) Met deze optie kunt u tijdens het opnieuw opstarten van het systeem het System (Boot) Password (Systeem (Boot) wachtwoord) en het wachtwoord van de interne vaste schijf omzeilen.
Beveiliging • • • Enable (Inschakelen) Disable (Uitschakelen) On-Silent (Aan-Stil): Standaard ingeschakeld als de chassisintrusie wordt gedetecteerd. CPU XD Support (CPU XDondersteuning) Hiermee kunt u de Execute Disable-modus van de processor inof uitschakelen. Deze optie is standaard ingeschakeld. OROM Keyboard Access (OROM toegang tot toetsenbord) Met deze optie wordt bepaald of gebruikers tijdens het opstarten de Option ROM-configuratieschermen via sneltoetsen kunnen openen.
Performance (Prestaties) Hyper-Thread Control (Bediening hyper-threading) Hiermee kunt u de Hyper-Threading-technologie in- of uitschakelen. Deze optie is standaard ingeschakeld. Energiebeheer AC Recovery (Voedingsherstel) Hiermee wordt aangegeven hoe de computer reageert als de stroomtoevoer weer wordt ingeschakeld na een stroomstoring.
Energiebeheer Wake on LAN (LAN automatisch inschakelen) Met deze optie kunt u de computer vanaf de uit-stand inschakelen via een speciaal LAN-signaal. Deze functie werkt alleen wanneer de computer is aangesloten op wisselstroom. • • Disabled (Uitgeschakeld): het systeem wordt niet ingeschakeld wanneer deze een signaal voor inschakeling ontvangt van het LAN of het draadloze LAN. LAN Only (Alleen LAN): het systeem wordt ingeschakeld door speciale LAN-signalen. Deze optie is standaard uitgeschakeld.
Virtualisatieondersteuning Virtualization (Virtualisatie) Deze optie geeft aan of een Virtual Machine Monitor (VMM) gebruik kan maken van de aanvullende hardwaremogelijkheden die door Intel® Virtualization Technology worden geleverd. Enable Intel Virtualization Technology (Intel Virtualization Technology inschakelen): deze optie is standaard uitgeschakeld.
Image Server ImageServer IP (IPadres ImageServer) Hiermee geeft u het primaire vaste IP-adres op van de ImageServer waarmee de clientsoftware communiceert. Het standaard-IP-adres is 255,255.255,255.
Image Server Client SubnetMask (Subnetmasker client) Hiermee geeft u het subnetmasker voor de client op. De standaardinstelling is 255.255.255.255. Client Gateway (Gateway van client) Hiermee geeft u het gateway-IP-adres van de client op. De standaardinstelling is 255.255.255.255.
Problemen oplossen 20 Diagnostische led-lampjes OPMERKING: De diagnostische LED-lampjes dienen slechts als voortgangsindicator tijdens het POST-proces. Deze lampjes geven niet het probleem aan dat er de oorzaak van is dat het POST-proces stopt. De controlelampjes bevinden zich aan de voorzijde van het chassis, naast de aan-uitknop. Deze controlelampjes zijn alleen actief en zichtbaar tijdens het POST-proces.
• • • steek het netsnoer rechtstreeks in een stopcontact om te controleren of de computer goed inschakelt. Zorg dat alle gebruikte stekkerdozen op een stopcontact zijn aangesloten en zijn ingeschakeld. Controleer de stroomvoorziening van het stopcontact door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten. Controleer of het netsnoer en de kabel van het bedieningspaneel goed zijn aangesloten op het moederbord.
het gaat branden, is er mogelijk een probleem met een randapparaat. ls het led-lampje nog steeds niet brandt, koppelt u de PSU-verbindingen van het moederbord los en houdt u de stroomtoevoerknop ingedrukt. Als het lampje gaat branden, is er mogelijk een probleem met het moederbord. Als het led-lampje nog steeds niet brandt, is er mogelijk een probleem met de stroomtoevoer. • • Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er zijn geheugenmodules gedetecteerd, maar er heeft zich een geheugenfout voorgedaan.
Stappen voor het oplossen van problemen De computerhardware functioneert normaal, maar de BIOS is mogelijk beschadigd of ontbreekt. Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er is mogelijk een fout in het moederbord opgetreden. Stappen voor het oplossen van problemen Verwijder alle externe kaarten uit de PCI- en PCI-Esleuven en start de computer opnieuw op. Als de computer opstart, plaatst u de kaarten een voor een terug totdat u de probleemkaart vindt.
Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er is mogelijk een fout in het moederbord opgetreden. Stappen voor het oplossen van problemen • • Koppel alle interne en externe kaarten los en start de computer opnieuw op. Als de computer opstart, plaatst u de kaarten een voor een terug totdat u de probleemkaart vindt. Als het probleem aanhoudt, is het moederbord defect. Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er is mogelijk een fout in de knoopcelbatterij opgetreden.
Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er zijn geheugenmodules gedetecteerd, maar er heeft zich een geheugenfout voorgedaan. Stappen voor het oplossen • van problemen • Als er twee of meer geheugenmodules geïnstalleerd zijn, verwijdert u de modules, plaatst u er één terug en start u de computer opnieuw op.
Stappen voor het oplossen van problemen Sluit alle USB-apparaten opnieuw aan en controleer alle kabelverbindingen. Led Aan-uitknop Probleembeschrijving Er zijn geen geheugenmodules gedetecteerd. Stappen voor het oplossen • van problemen Als er twee of meer geheugenmodules geïnstalleerd zijn, verwijdert u de modules, plaatst u er één terug en start u de computer opnieuw op.
Aan-uitknop Probleembeschrijving Er is mogelijk een probleem bij een uitbreidingskaart opgetreden. Stappen voor het oplossen • van problemen Ga na of er een conflict bestaat door een uitbreidingskaart (geen grafische kaart) te verwijderen en de computer opnieuw te starten (zie ). Als het probleem aanhoudt, plaatst u de verwijderde kaart terug, verwijdert u een andere kaart en start u de computer opnieuw op. Herhaal dit proces voor alle geïnstalleerde uitbreidingskaarten.
Aan-uitknop Probleembeschrijving Er is een andere fout opgetreden. Stappen voor het oplossen van problemen • • • • De display/monitor moet in een losse grafische kaart worden gestoken. Controleer of alle kabels van de vaste schijf en van het optische station goed op het moederbord zijn aangesloten. Als er een foutbericht over een probleem met een apparaat (zoals de vaste schijf) op het scherm verschijnt, gaat u na of het apparaat goed functioneert.
Code 1-2-1 Oorzaak Programmeerbare intervaltimer Code 1-2-2 Oorzaak Fout bij de DMA-initialisering Code 1-2-3 Oorzaak Fout bij lezen/schrijven van het DMA-paginaregister Code 1-3-1 tot en met 2-4-4 Oorzaak DIMM's niet juist geïdentificeerd of gebruikt Code 3-1-1 Oorzaak Registerfout bij slave-DMA Code 3-1-2 Oorzaak Registerfout bij master-DMA Code 3-1-3 Oorzaak Registerfout bij masker master-interrupt Code 3-1-4 Oorzaak Registerfout masker slave-interrupt Code 3-2-2 Oorzaak
Code 3-3-4 Oorzaak Fout bij de test van het videogeheugen Code 3-4-1 Oorzaak Fout bij scherminitialisering Code 3-4-2 Oorzaak Fout bij opnieuw traceren scherm Code 3-4-3 Oorzaak Fout bij het zoeken naar video-ROM Code 4–2–1 Oorzaak Timer tikt niet Code 4–2–2 Oorzaak Shutdown failure (fout bij afsluiten) Code 4–2–3 Oorzaak Gate A20 failure (fout bij poort A20) Code 4–2–4 Oorzaak Onverwachte interrupt in beveiligde modus Code 4–3–1 Oorzaak Geheugenfout boven adres 0FFFFh Co
Code 4–4–2 Oorzaak Fout bij het decomprimeren van code naar schaduwgeheugen Code 4–4–3 Oorzaak Fout bij testen mathematische coprocessor Code 4–4–4 Oorzaak Cachetestfout Foutmeldingen Address mark not found (Adresmarkering niet gevonden) Beschrijving Het BIOS heeft een defecte schijfsector gevonden of kon een bepaalde schijfsector niet vinden. Alert! Previous attempts at booting this system have failed at checkpoint [nnnn].
Attachment failed to respond (Bijlage heeft niet gereageerd) Beschrijving De diskette of vaste schijfcontroller kan geen gegevens naar het bijbehorende station sturen. Bad command or file name (Onjuiste opdracht of bestandsnaam) Beschrijving Controleer of u de opdracht correct hebt gespeld, spaties op de juiste plaats hebt gezet en de correct padnaam hebt gebruikt.
Diskette drive0 seek failure (Zoekfout op diskettestation) Beschrijving Mogelijk is er een kabel losgeraakt of komt de computerconfiguratieinformatie niet overeen met de hardwareconfiguratie. Diskette read failure (Leesfout diskette) Beschrijving De diskette kan defect zijn of er kan een kabel loszitten. Als het stationslampje gaat branden, moet u een andere diskette proberen.
Hard-disk drive controller failure (Fout in controller vasteschijfstation) Beschrijving De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd. Hard-disk drive failure (Fout in vaste-schijfstation) Beschrijving De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd. Hard-disk drive read failure (Fout bij het lezen van de vaste schijf) Beschrijving De vaste schijf kon niet worden geïnitialiseerd.
Memory address line failure at (address), read value expecting (value) (adreslijnfout geheugen in (adres), gelezen waarde verwacht (waarde)) Beschrijving Een geheugenmodule is mogelijk defect of is niet goed geplaatst. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervangen deze indien nodig. Memory allocation error (Geheugentoewijzingsfout) Beschrijving Er is een conflict tussen de software die u wilt uitvoeren en het besturingssysteem of een ander programma of hulpprogramma.
Memory write/read failure at address, read value expecting value (lees/schrijffout geheugen in adres, gelezen waarde verwacht waarde) Beschrijving Een geheugenmodule is mogelijk defect of is niet goed geplaatst. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervangen deze indien nodig.
Non-system disk or disk error (Geen systeemschijf of schijffout) Beschrijving Er is geen opstartbaar besturingssystem op de diskette in station A geïnstalleerd. Vervang de diskette door een diskette met een opstartbaar besturingssysteem of haal de diskette uit station A en start de computer opnieuw op. Not a boot diskette (Geen opstartdiskette) Beschrijving Het besturingssysteem probeert op te starten naar een diskette waarop geen opstartbaar besturingssysteem is geïnstalleerd.
Sector not found (Sector niet gevonden) Beschrijving Het besturingssysteem kan een sector op de diskette of vaste schijf niet vinden. Seek error (Zoekfout) Beschrijving Het besturingssysteem kan een bepaald spoor op de diskette of de vaste schijf niet vinden. Shutdown failure (Fout bij afsluiten) Beschrijving Mogelijk werkt een chip op het moederbord niet goed. Time-of-day clock stopped (Dagtijdklok is gestopt) Beschrijving De batterij is leeg.
WARNING: Dell's Disk Monitoring System has detected that drive [0/1] on the [primary/secondary] EIDE controller is operating outside of normal specifications. It is advisable to immediately back up your data and replace your hard drive by calling your support desk or Dell. (WAARSCHUWING: Het Disk Monitoring System van Dell heeft waargenomen dat station [0/1] op de [primaire/secundaire] EIDE-controller buiten de normale specificaties werkt.
21 Specificaties Specificatie OPMERKING: Het aanbod kan per regio verschillen. Klik voor meer informatie over de configuratie van uw computer op Start (of Start in Windows XP) Help en ondersteuning, en selecteer vervolgens de optie om informatie over uw computer weer te geven.
Geheugen Capaciteit 1 GB, 2 GB en 4 GB Minimumgeheugen 1 GB Maximumgeheugen 8 GB Video Type videokaart: Geïntegreerd Intel HD Graphics 2000 Los • • AMD Radeon HD 6350 AMD Radeon HD 6450 Videogeheugen: Geïntegreerd max 1,7 GB gedeeld videogeheugen (Microsoft Windows Vista en Windows 7) Los max.
Uitbreidingsbus SATA: 1,5 Gbps en 3,0 Gbps Kaarten PCI Express x1 Mini-Tower maximaal drie kaarten van volledige hoogte Desktop maximaal drie kaarten met laag profiel Small Form Factor maximaal één kaart met laag profiel PCI Express x16 Mini-Tower maximaal één kaart van volledige hoogte Desktop maximaal één kaart met laag profiel Small Form Factor maximaal één kaart met laag profiel Drives (Stations) Extern toegankelijk (5,25–inch stationcompartimenten) Mini-Tower twee Desktop één Small Form
Externe aansluitingen Mini-Tower/Desktop drie connectors, één voor lijnuitgang, één voor lijningang en één voor de microfoon Small Form Factor twee connectoren voor lijnuitgang en lijningang/microfoon Voorpaneel Netwerkadapter twee connectoren voor microfoon en hoofdtelefoon één RJ45-aansluiting USB 2.0 Voorpaneel: 2 Achterpaneel: 6 Video 15-pins VGA-connector, 19-pins HDMI-connector OPMERKING: Verkrijgbare videoconnectoren kunnen verschillen op basis van de geselecteerde grafische kaart.
Moederbordconnectoren PS2/COM-connector één 24-pins connector Geheugen twee 240-pins connectoren Systeemventilator Mini-Tower, Desktop twee 3-pins connectors Small Form Factor één 5-pins connector Voorpaneelbesturing één 16-pins, twee 10–pins en één 5-pins connector Processor één 1155-pins connector Processorventilator Mini-Tower, Desktop één 4-pins connector Small Form Factor één 5-pins connector Jumper Wachtwoord wissen één 3-pins connector Jumper RTC reset één 3-pins connector Interne
Schakelaars en lampjes dat er een probleem is met het moederbord. Stationsactiviteitslampje Blauw lampje: knipperend blauw lampje geeft aan dat de computer gegevens leest van of schrijft naar de vaste schijf. Controlelampjes Vier lampjes op het voorpaneel van de computer. Zie de Onderhoudshandleiding op support.dell.com/manuals voor meer informatie over de controlelampjes. Achterzijde van de computer: Diagnostisch lampje voeding Groen lampje: de voeding is ingeschakeld en werkt.
Voeding Wattage Maximale Spanning hitteverspreid ing Desktop 250 W 1312 BTU/uur 100 V wisselstroom tot 240 V wisselstroom, 50 Hz tot 60 Hz, 4,4 A Small Form Factor 240 W 1259 BTU/uur 100 V wisselstroom tot 240 V wisselstroom, 50 Hz tot 60 Hz, 3,60 A Knoopcelbatte CR2032-lithiumknoopbatterij van 3 V rij OPMERKING: Hitteverspreiding wordt berekend aan de hand van de wattagewaarde voor de voeding.
Omgeving Opslag 98 105 G
Contact opnemen met Dell 22 Contact opnemen met Dell OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u de contactgegevens vinden op de factuur, de pakbon of in de productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid verschilt per land en product en sommige services zijn mogelijk niet beschikbaar in uw regio.