Users Guide
Als het aan/uit-lampje groen is en de computer niet reageert — Zie Controlelampjes.
Als het aan/uit-lampje groen knippert — De computer bevindt zich in stand-bymodus. Druk op een toets op het toetsenbord, beweeg de muis of druk op de
aan/uit-knop om de computer uit de stand-by-modus te halen.
Als het aan/uit-lampje uit is — De computer is uitgeschakeld of ontvangt geen stroom.
l Sluit de stroomkabel opnieuw aan op de stroomaansluiting aan de achterzijde van de computer en op het stopcontact.
l Verwijder stekkerdozen, verlengsnoeren en andere stroombeveiligingsvoorzieningen om te controleren of de computer zonder deze voorzieningen wel
op juiste wijze start.
l Controleer of er stekkerdozen worden gebruikt. Indien dit het geval is, moet u controleren of de stekkerdozen op een stopcontact zijn aangesloten en
zijn ingeschakeld.
l Controleer of het stopcontact werkt door het te testen in combinatie met een ander apparaat, zoals bijvoorbeeld een lamp.
l Controleer of de primaire stroomkabel en de kabel van het frontpaneel op juiste wijze op het moederbord zijn aangesloten (zie Onderdelen van het
moederbord).
Als het aan/uit-lampje oranje knippert — De computer ontvangt netstroom, maar er is mogelijk sprake van een interne stroomstoring.
l Controleer of de voltagekeuzeschakelaar is ingesteld op de beschikbare netstroom (indien van toepassing).
l Controleer of alle onderdelen en kabels stevig en op juiste wijze zijn aangesloten op het moederbord (zie Onderdelen van het moederbord and
Onderdelen van het moederbord).
Als het aan/uit-lampje aanhoudend oranje brandt — Mogelijkiseenapparaatdefectofoponjuistewijzegeïnstalleerd.
l Controleer of de stroomkabel van de processor op juiste wijze is aangesloten op de aansluiting op het moederbord (POWER2) (zie Onderdelen van het
moederbord).
l Verwijder alle geheugenmodules en installeer ze vervolgens opnieuw (zie Geheugen).
l Verwijder alle uitbreidingskaarten, inclusief grafische kaarten, en installeer ze vervolgens opnieuw (zie Een PCI- of PCI Express x16-kaart verwijderen).
Verwijder alle storingsbronnen — Een aantal mogelijke storingsbronnen zijn:
l Verlengsnoeren voor de stroom, het toetsenbord en de muis
l Er zijn teveel apparaten op dezelfde stekkerdoos aangesloten
l Meerdere stekkerdozen zijn op hetzelfde stopcontact aangesloten
Problemen met de printer
Raadpleeg de printerdocumentatie — Raadpleeg de printerdocumentatie voor informatie over printerinstellingen en tips voor het oplossen van problemen.
Controleer of de printer is ingeschakeld
Controleer de kabelaansluitingen van de printer —
l Raadpleeg de voor informatie over kabelaansluitingen.
l Controleer of de printerkabels stevig op de printer en computer zijn aangesloten.
Test het stopcontact — Controleer of het stopcontact werkt door het te testen in combinatie met een ander apparaat, zoals bijvoorbeeld een lamp.
Controleer of de printer herkend wordt door Windows —
Windows XP:
1. Klik op Start® Configuratiescherm® Printers en andere hardware® Reedsgeïnstalleerdeprintersoffaxprintersweergeven.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer, indien vermeld.
3. Klik op Eigenschappen® Poorten. Controleer in het geval van een parallelle printer of de optie Afdrukken naar de volgende poort(en): is ingesteld op
LPT1 (Printerpoort). Controleer in het geval van een USB-printer of de optie Afdrukken naar de volgende poort(en): is ingesteld op USB.
Windows Vista:
1. Klik op Start ® Configuratiescherm® Hardware en geluid® Printer.
2. Klik met de rechtermuisknop op het pictogram van de printer, indien vermeld.
3. Klik op Eigenschappen en klik op Poorten.
4. Wijzig waar nodig de instellingen.
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de veiligheidsinstructies opvolgen die in de Productinformatiegids
zijn beschreven.
OPMERKING: Neem voor technische ondersteuning voor de printer contact op met de fabrikant van de printer.










