Setup Guide
194 Snelle referentiegids
Controlelampjes
LET OP: Voordat u met een van de procedures in dit gedeelte begint, moet u de
veiligheidsinstructies opvolgen die in de Productinformatiegids zijn beschreven.
NO BOOT DEVICE AVAILABLE —De computer kan geen opstartbaar apparaat of
opstartbare partitie vinden.
• Als het diskettestation als opstartbron wordt gebruikt, moet u controleren of de
kabels goed zijn aangesloten en dat een opstartbare diskette in het station
aanwezig is.
• Als u de vaste schijf als opstartbron gebruikt, moet u ervoor zorgen dat de kabels
van de vaste schijf zijn aangesloten en dat de vaste schijf op juiste wijze is
geïnstalleerd en gepartitioneerd als opstartbron.
• Open het systeemsetupprogramma en controleer of de informatie over de
opstartvolgorde klopt.
NO TIMER TICK INTERRUPT — Een chip op het moederbord is mogelijk defect,
of er is een storing op het moederbord opgetreden.
NON-SYSTEM DISK OR DISK ERROR — Vervang de diskette door een diskette met
een opstartbaar besturingssysteem of verwijder de diskette uit station A en start de
computer opnieuw.
NOT A BOOT DISKETTE — Plaats een opstartbare diskette in het diskettestation
en start de computer opnieuw.
USB OVER CURRENT ERROR — Verwijder de stekker van het USB-apparaat uit de
computer. Gebruik een externe stroomvoorziening voor het USB-apparaat.
NOTICE - HARD DRIVE SELF MONITORING SYSTEM HAS REPORTED THAT A
PARAMETER HAS EXCEEDED ITS NORMAL OPERATING RANGE.—Mogelijk is er
een S.M.A.R.T- fout of storing op de vaste schijf opgetreden. Deze functie kan
worden geactiveerd in de BIOS-instellingen.










