Users Guide
Uw Projector Gebruiken 31
VERTICALE POSITIE—Druk op om het beeld omlaag te verplaatsen en om het
omhoog te verplaatsen.
F
REQUENTIE. Hiermee kunt u de klokfrequentie van de weergavegegevens wijzigen in
overeenstemming met de frequentie van de grafische kaart van uw computer. Als u
een verticale knipperende golf ziet, gebruik dan Frequentie om de balken te
minimaliseren. Dit is een onnauwkeurige aanpassing.
O
PSPORING. Synchroniseer de fase van het beeldschermsignaal met deze van de
grafische kaart. Als u een onstabiel of flikkerend beeld hebt, gebruik dan de functie
Opsporing om dit te corrigeren. Dit is een nauwkeurige aanpassing.
WEERGAVE (in Videostand)
Met het menu Weergave kunt u de weergave-instellingen van uw projector
aanpassen. Het menu Foto biedt de volgende opties:
B
EELDVERHOUDING—Hiermee kunt u de hoogte-breedteverhouding selecteren om de
weergave van het beeld aan te passen.
• Origineel — selecteer Origineel om de beeldverhouding te behouden in
overeenstemming met de invoerbron.
• 4:3 — De invoerbron past het beeld aan zodat het op het scherm past en
projecteert een 4:3 beeld.
• Breedbeeld — De invoerbron past het beeld aan zodat het past op de breedte
van het scherm om een breedbeeld te projecteren.
ZOOM—Druk op om het menu Zoom te activeren.
Selecteer het gebied waarop u wilt inzoomen en druk op om
de ingezoomde afbeelding te bekijken.
Pas de schaal van de foto aan door op of te
drukken en druk op om de foto weer te geven.
ZOOMNAVIGATIE—Druk op om het menu Zoomnavigatie te
activeren.
Gebruik om te navigeren op het
projectiescherm.










