Users Guide

22 Uw projector gebruiken:
Instellen
V. TRAPEZIUMCORR.—Hiermee
kunt u de beeldvervorming
aanpassen die door het
kantelen van de projector
wordt veroorzaakt.
A
UTO TRAPEZ.CORR.—Past de
beeldvervorming die door het
kantelen van de projector
wordt veroorzaakt,
automatisch aan.
P
ROJECTORSTANDSelecteer de manier waarop het beeld wordt weergegeven:
Projectie vooraan-bureau (standaard).
Projectie achteraan-bureau - De projector keert het beeld om zodat u het
beeld kunt projecteren van achter een doorschijnend scherm.
B
EELDVERHOUDINGHiermee kunt u een hoogte-breedteverhouding selecteren om
de weergave van het beeld aan te passen.
Origineel — selecteer Origineel om de beeldverhouding te behouden in
overeenstemming met de invoerbron.
4:3 — De invoerbron past het beeld aan zodat het op het scherm past en
projecteert een 4:3 beeld.
Breedbeeld — De invoerbron past het beeld aan zodat het past op de
breedte van het scherm om een breedbeeld te projecteren.
P
ROJECTORINFODruk op deze knop om de modelnaam de huidige invoerbron en
het serienummer van de projector (PPID#) weer te geven.
FOTO (in pc-stand)
HELDERHEIDGebruik of
om de helderheid van het
beeld aan te passen.
C
ONTRASTGebruik en
om het verschil tussen de
helderste en donkerste
gedeelten van het beeld te
regelen. Als u het contrast
aanpast wordt de hoeveelheid
zwart en wit in het beeld
gewijzigd.