Users Guide

Uw projector gebruiken 33
HELDERHEID
Druk op en om de helderheid van het beeld aan
te passen.
CONTRAST
Druk op en om het beeldschermcontrast aan te
passen.
KLEURTEMPERATUUR
Hiermee kunt u de kleurtemperatuur
aanpassen. Het scherm lijkt koeler bij hogere kleurtemperaturen en
warmer bij lagere kleurtemperaturen.
WITBALANS
Druk op en gebruik en om de witbalans
weer te geven.
OPMERKING: Als u de instellingen voor Helderheid , Contrast,
Kleurtemperatuur en Witbalans, schakelt de projector automatisch over op de
Aangepaste modus.
BEELDINST. (IN VIDEOSTAND)—Selecteer en druk op om de beeldinstellingen te
activeren. Het menu Beeldinstellingen biedt de volgende opties:
H
ELDERHEID
Druk op en om de helderheid van het beeld aan
te passen.
CONTRAST
Druk op en om het beeldschermcontrast aan te
passen.
KLEURTEMPERATUUR
Hiermee kunt u de kleurtemperatuur
aanpassen. Het scherm lijkt koeler bij hogere kleurtemperaturen en
warmer bij lagere kleurtemperaturen.
VERZADIGING
Hiermee kunt u de videobron aanpassen van zwart-wit
tot volledig verzadigde kleuren. Druk op om de hoeveelheid kleur
in een afbeelding te verhogen en op om deze hoeveelheid te
verlagen.
SCHERPTE
Druk op om de scherpte te verhogen en op om de
scherpte te verlagen.