Users Guide
De projector gebruiken 19
SIGNAALTYPE—Handmatig het signaaltype Auto, RGB, YCbCr of YPbPr kiezen.
WEERGAVE (in PC-modus)
Via het menu Weergave kunt u de weergave-instellingen van uw projector wijzigen.
Het menu Weergave kent de volgende onderdelen:
B
EELDVERHOUDING—Hiermee kunt u de beeldverhouding instellen.
• 4:3 - De inputbron wordt aan het scherm aangepast.
• Oorspronkelijk - De inputbron wordt aan het scherm aangepast, terwijl de
beeldverhouding van de inputbron wordt gehandhaafd.
• Breed - De inputbron wordt aan de breedte van het scherm aangepast.
Gebruik Breed of 4:3 indien een van de volgende situaties van toepassing is:
- Computerresolutie is hoger dan SVGA
- Componentkabel (720p/1080i/1080p)
D
IGITALE ZOOM—Druk op om het beeld op het projectiescherm maximaal viermaal
te vergroten en druk op om het zoombeeld te verkleinen.
Z
OOMNAVIGATIE—Druk op om met het projectiescherm te navigeren.
H
ORIZONTALE POSITIE—Druk op om het beeld naar rechts te verschuiven, of op om
het beeld naar links te verschuiven.
V
ERTICALE POSITIE—Druk op om het beeld naar beneden te verschuiven, of op om
het beeld naar boven te verschuiven.
F
REQUENTIE—Hiermee kunt u de frequentie van de weergegeven gegevensklok wijzigen,
zodat deze overeenkomt met de frequentie van uw grafische kaart. Ziet u een verticale
flakkerende golf, gebruik Frequentie dan om de balken te minimaliseren. Dit is de
grove aanpassing.
T
RACKING—De fase van het weergavesignaal synchroniseren met de grafische kaart. Als
het beeld onstabiel is of flakkert, kunt u Tracking gebruiken om dit te corrigeren. Dit is
de fijne aanpassing.










