Dell Latitude XT3 Gebruiksaanwijzing Regelgevingsmodel: P17G Regelgevingstype: P17G001
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen, en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. GEVAAR: EEN WAARSCHUWING duidt op een risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. Copyright © 2014 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken......................................................................... 9 Voordat u aan de computer gaat werken......................................................................... 9 Aanbevolen hulpmiddelen...............................................................................................11 Uw computer uitschakelen............................................................................................. 12 Nadat u aan de computer hebt gewerkt.......
Fijnafstemming van touch.........................................................................................29 Tabblad Pen.............................................................................................................. 29 Functies en batterijstatus van de pen.......................................................................30 Tabblad Interaction Opties (Interactie-opties)......................................................... 31 Problemen oplossen voor N-Trig Digitizer ............
De WLAN-kaart (wireless local area network) verwijderen...........................................49 De WLAN-kaart (wireless local area network) plaatsen................................................ 50 10 WWAN-kaart (Wireless Wide Area Network).................................. 51 De WWAN-kaart (wireless wide area network) verwijderen.........................................51 De WWAN-kaart (Wireless Wide Area Network) plaatsen............................................52 11 Knoopcelbatterij..........
18 Sensor voor het sluiten van het beeldscherm...................................73 De sensor voor het sluiten van het beeldscherm verwijderen....................................... 73 De sensor voor het sluiten van het beeldscherm plaatsen.............................................74 19 ExpressCard-lezer.................................................................................. 77 De Express-kaartlezer verwijderen.................................................................................
Het moederbord plaatsen..............................................................................................101 27 Stroomaansluiting................................................................................ 103 De stroomconnector verwijderen................................................................................. 103 De stroomconnector plaatsen.......................................................................................104 29 Montagekader van het beeldscherm...............
De beeldschermscharnieren verwijderen.................................................................... 131 De beeldschermscharnieren plaatsen..........................................................................133 36 LVDS-camerakabel.............................................................................. 135 De LVDS-camerakabel verwijderen..............................................................................135 De LVDS-kabel plaatsen....................................................
Aan de computer werken 1 Voordat u aan de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen. Tenzij anders aangegeven, wordt er bij elke procedure in dit document van de volgende veronderstellingen uitgegaan: • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
WAARSCHUWING: Verwijder kabels door aan de stekker of aan de kabelontlastingslus te trekken en niet aan de kabel zelf. Sommige kabels zijn voorzien van een connector met borglippen. Als u dit type kabel loskoppelt, moet u de borglippen ingedrukt houden voordat u de kabel verwijdert. Trek connectoren in een rechte lijn uit elkaar om te voorkomen dat connectorpinnen verbuigen. Ook moet u voordat u een kabel verbindt, controleren of beide connectoren op juiste wijze zijn opgesteld en uitgelijnd.
10. Druk op de aan-uitknop om het moederbord te aarden. WAARSCHUWING: U beschermt zich tegen elektrische schokken door altijd eerst de stekker uit het stopcontact te halen voordat u de computerbehuizing opent. WAARSCHUWING: Raak onderdelen pas aan nadat u zich hebt geaard door een ongeverfd metalen oppervlak van de behuizing aan te raken, zoals het metaal rondom de openingen voor de kaarten aan de achterkant van de computer.
Uw computer uitschakelen WAARSCHUWING: U voorkomt gegevensverlies door alle gegevens in geopende bestanden op te slaan en de bestanden te sluiten. Sluit vervolgens alle geopende programma's voordat u de computer uitzet. 1. Sluit het besturingssysteem af: – In Windows 8: * * – Het gebruik van een apparaat met aanraakfunctie: a. Beweeg vanaf de rechterrand van het scherm om het Charms-menu te openen en selecteer Settings (Instellingen). b. Selecteer het en selecteer vervolgens Shut down (Afsluiten).
Nadat u aan de computer hebt gewerkt Nadat u onderdelen hebt vervangen of geplaatst, moet u controleren of u alle externe apparaten, kaarten, kabels etc. hebt aangesloten voordat u de computer inschakelt. WAARSCHUWING: U voorkomt schade aan de computer door alleen de batterij te gebruiken die voor deze specifieke Dell-computer is ontworpen. Gebruik geen batterijen die voor andere Dell-computer zijn ontworpen. 1.
Functies van de tablet-pc 2 Introductie Uw computer is een tablet-pc met de volgende functies: • Gebruikersmodi • Tablet-knoppen • Tablet-pc-interface • Tablet-instellingen Gebruikersmodi U kunt uw tablet-pc in twee verschillende modi gebruiken: • Notebook-modus • Tablet-modus Uw tablet-pc in de Tablet-modus gebruiken U kunt uw Tablet-pc omzetten van de Notebook-modus naar de Tablet-modus door het draaischarnier van het beeldscherm 180 graden rechtsom en linksom te draaien.
WAARSCHUWING: Draai het scharnier niet verder dat 180 graden anders kan uw tablet-pc beschadigd raken. 1. Open het beeldscherm van de tablet-pc. 2. Pak de onderplaat met één hand vast op de polssteun, pak de bovenzijde van het beeldscherm vast met de andere hand en draai het draaischarnier 180 graden rechtsom, in de richting van de pijl, totdat u voelt dat het beeldscherm vaststaat. 3.
1. Aan-uitknop: wordt gebruikt om de computer in en uit te schakelen. 2. 3. Beeldschermrotatieknop: met de 4. tablet-pc in Tablet-modus, gebruikt u de beeldschermrotatieknop om de beeldschermrichting te wijzigen van staand naar liggend of van liggend naar staand. Elke keer dat u drukt en de beeldschermrotatieknop loslaat, draait het beeld 90 graden naar rechts.
• Als u snel door een lijst van items of door een reeks pagina's wilt schuiven, dan beweegt u de knop omhoog of omlaag en houdt u deze vast; laat de knop los wanneer u wilt stoppen met schuiven. • Als u objecten wilt selecteren, dan drukt u op de schuifknop en laat u deze los wanneer de knop in de middenpositie/neutrale positie is. • Als u contextgevoelige menu's wilt openen, dan drukt u op de schuifknop en houdt u deze vast totdat een volledige cirkel op het beeldscherm is getekend en dan laat u los.
Functie Beschrijving Windows Vista/ Windows 7 Microsoft Windows XP Snelle Snelkoppelingen voor gebruikelijke taken die penbewegi worden geactiveerd met bewegingen. ngen Ja Nee Selectievak Visuele aanduiding in mappen voor het jes selecteren van bestanden. Ja Nee Cursorteru gkoppeling Ja Nee Invoerpane Hulpmiddel voor de invoer van gegevens via el van pen of aanraken, in plaats van een tablet toetsenbord.
zweeft onder uw vinger een doorschijnende afbeelding van een computermuis, die aanraakaanwijzer wordt genoemd. De aanraakaanwijzer heeft linker- en rechtermuisknoppen die u met uw vinger kunt aantikken. U kunt het gebied onder de knoppen gebruiken om de aanraakaanwijzer te verslepen. Als u de aanraakaanwijzer wilt inschakelen, gaat u als volgt te werk: • Ga naar Start> Control Panel (Configuratiescherm)> Pen and Touch (Pen en aanraken) en klik dan op het tabblad Touch (Aanraken).
Functie Actie Enkele klik op een muis Tik voorzichtig met de penpunt op het scherm van uw tablet-pc. Dubbelklik op een muis Tik twee keer voorzichtig heel snel met de penpunt op het scherm van uw tablet-pc. Klik met de rechtermuisknop Raak met de pen het scherm aan en houdt deze even zo totdat Windows een volledige cirkel rond de cursor tekent. Met bestanden werken U kunt meerdere bestanden of mappen tegelijkertijd openen, verwijderen of verplaatsen door meerdere items uit een lijst te selecteren.
U kunt het invoerpaneel van de tablet-pc openen door middel van de volgende acties: • Tik met uw pen in een bewerkbaar gebied in de applicatie. Het pictogram van het invoerpaneel van de tablet-pc verschijnt. Als u op het pictogram voor de tablet-pc tikt, schuift het invoerpaneel te voorschijn uit de rand van het beeldscherm. • Tik op het tabblad voor het invoerpaneel, welke zichtbaar is aan de rand van het scherm wanneer het invoerpaneel verborgen is..
Picto gram Naam Functie keer, maar het houdt geen rekening met de contekst van het hele woord en maakt geen gebruik van het handschriftwoordenboek. Als u van het tekenpaneel wilt overschakelen naar het invoerpaneel, dan tikt u op Tools (Extra) en dan schrijft u teken voor teken Aanra Het aanraaktoetsenbord werkt als een standaardtoetsenbord, maar u aktoet voert tekst in door op de toetsen te tikken met de tabletpen of uw senbor vinger.
Afbeelding 4. Standaard snelle penbewegingen U kunt de snelle penbewegingen aanpassen door de volgende handeling uit te voeren: • 24 Start→Control Panel (Configuratiescherm)→ Pen and Touch (Pen en aanraken) en klik op het tabblad Flicks (Snelle penbewegingen).
Afbeelding 5. Pen and Touch (Pen en aanraken) — Pen Flicks (Snelle penbewegingen) Uw tablet-pc in Windows XP gebruiken U kunt verschillende invoerapparaten gebruiken op uw tablet-pc. Het standaard toetsenbord-touchpad zijn aanwezig; u kunt er ook voor kiezen de elektrostatische pen als invoerapparaat te gebruiken of gewoon uw vinger. De pen als muis gebruiken U kunt de pen op dezelfde manier gebruiken als een muis of een touchpad van een notebookcomputer.
De pen als pen gebruiken De systeemeigen handschriftherkenningssoftware maakt het eenvoudig om met de pen tekst in te voeren in uw applicaties. Met sommige applicaties, zoals Windows Journal, kunt u met de pen rechtstreeks in het applicatievenster schrijven. Invoerpaneel van de tablet-pc Wanneer de applicatie niet direct invoer met de pen ondersteunt, kunt u het invoerpaneel van de tablet-pc gebruiken om tekst in te voeren in uw applicatie.
Afbeelding 7. Venster Pen and Touch (Pen en aanraken) Dit zijn de verschillende sectie in het venster Pen and Touch (Pen en aanraken): • Settings (Instellingen): hiermee kunt u de instellingen voor rechts-/linkshandigheid, de locatie van het menu en de kalibratie aangeven. • Display (Beeldscherm): hiermee kunt u de richting van het scherm aangeven en de helderheid van het scherm instellen. • Tablet Buttons (Tabletknoppen): hiermee kunt u de instellingen van de knoppen aangeven.
• Opties van de digitizer • Pen • Interactieve opties Tabblad voor de opties van de digitizer Het tabblad Digitizer Options (Opties van de digitizer) wordt gebrukt voor het volgende • Selectie van de invoermodus • Fijnafstemming van touch Afbeelding 8.
• Touch only (Alleen aanraken): in de modus Touch only (Alleen aanraken) is een enkele vinger het enige invoerapparaat dat kan worden gebruikt met de N-trig digitizer. Gebruik van de stylus is niet mogelijk. OPMERKING: Voor een correcte werking van de digitizer is contact met één hand toegestaan. Als u van de modus Touch only (Alleen aanraken) wilt overschakelen naar een andere modus: a. • • dan klikt of tikt u op het pictogram van de N-trig-applet in het systeemvak. b.
• de met de pen ondersteunde functies aangeven • de status van de batterij van de pen bekijken Afbeelding 9. Instellingen van de N-Trig DuoSense Digitizer — Pen Functies en batterijstatus van de pen U kunt de knoppen van de pen configureren. De pen heeft twee knoppen en die zijn als volgt: • Penknop nr. 1: deze knop is ingesteld als de onderste knop op de schacht van de pen. Deze knop is standaard ingesteld op de functie om te rechtsklikken. • Penknop nr. 2: deze knop vindt u boven de eerste knop.
Tabblad Interaction Opties (Interactie-opties) Op het tabblad Interaction Options (Interactie-opties) kunt u de geluidseffecten bedienen wanneer u met het systeem in verschillende modi werkt. Afbeelding 10. Opties voor N-trig DuoSense Digitizer Settings — Digitizer U kunt het .WAV-bestand selecteren dat moet worden afgespeeld wanneer de vinger het scherm raakt. Klik op het pictogram Play (Afspelen) om het geluid te testen.
ongedaan te maken, dan blijft de versie van de firmware op de digitizer ongewijzigd en is deze compatibel voor Windows 7. Als u de firmware wilt terugzetten naar de standaardversie, dan moet u de applicatie terugdraaien.
Afbeelding 12. Device Manager (Apparaatbeheer) — Digitizers b. Als het apparaat wordt herkend, moet u de installatie van de N-trig-bundel ongedaan maken en deze opnieuw uitvoeren. c. Als het apparaat niet wordt herkend, controleert u of u het apparaat ziet onder Unknown Devices (Onbekende apparaten) en update het stuurprogramma voor het onbekende apparaat. d.
3. Verwijder de batterij uit de computer. De batterij plaatsen 1. Schuif de batterij terug in de computer. Het vergrendelingslipje klikt automatisch in de vergrendelde positie. 2. 34 Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
SIM-kaart 3 De simkaart (Subscriber Identity Module) verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Druk op de simkaart op de batterijwand en maak hem los.
4. Schuif de simkaart uit de computer. De simkaart (Subscriber Identity Module) plaatsen 1. Steek de simkaart in de sleuf. 2. Plaats de batterij terug. 3. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
ExpressCard 4 De ExpressCard verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Druk op de ExpressCard. 4. Schuif de ExpressCard uit de computer.
De ExpressCard plaatsen 1. Steek de ExpressCard in de sleuf totdat deze op zijn plaats klikt. 2. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Achterpaneel 5 Het achterpaneel verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroeven waarmee het achterpaneel is bevestigd. 4. Schuif het achterpaneel naar de achterzijde van de computer en til het uit de computer.
Het achterpaneel plaatsen 1. Bevestig het achterpaneel op de achterzijde van de computer. 2. Draai de schroeven aan om het achterpaneel vast te zetten. 3. Plaats de batterij terug. 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Vaste schijf 6 De vaste schijf verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de schroeven waarmee de vaste schijf aan de computer is bevestigd.
5. Trek de vaste schijf uit de computer. 6. Verwijder de schroef uit de vaste-schijfbracket. 7. Verwijder de vaste-schijfbracket en schuif het rubber weg van de vaste schijf.
De vaste schijf plaatsen 1. Bevestig de vaste-schijfbracket en het rubber op de vaste schijf. 2. Draai de schroef vast waarmee de vaste-schijfbracket en het rubber worden bevestigd. 3. Plaats de vaste schijf in het compartiment. 4. Draai de schroeven vast waarmee de vaste schijf aan de computer wordt bevestigd. 5. Plaats het achterpaneel terug. 6. Plaats de batterij terug. 7. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Geheugen 7 Het geheugen verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Duw de bevestigingsklemmetjes weg van de geheugenmodule.
5. Verwijder de geheugenmodule uit de computer. Het geheugen plaatsen 1. Plaats de geheugenmodule in de sleuf. 2. Druk het geheugen omlaag totdat de bevestigingsklemmen het geheugen vastzetten. 3. Plaats het achterpaneel terug. 4. Plaats de batterij terug. 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Bluetooth-kaart 8 De Bluetooth-module verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroef waarmee de Bluetooth-module is bevestigd. 4. Koppel de Bluetooth-kabel los van de Bluetooth-module.
5. Verwijder de Bluetooth-module. De Bluetooth-module plaatsen 1. Plaats de Bluetooth-module in de sleuf in het batterijvak. 2. Sluit de Bluetooth-kabel aan op de Bluetooth-module. 3. Draai de schroef vast waarmee de Bluetooth-module op de computer wordt bevestigd. 4. Plaats de batterij terug. 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
WLAN-kaart (Wireless Local Area Network) 9 De WLAN-kaart (wireless local area network) verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Koppel de WLAN-antennekabels los van de kaart.
5. Verwijder de schroef waarmee de WLAN-kaart aan het moederbord is bevestigd. 6. Verwijder de WLAN-kaart uit de computer. De WLAN-kaart (wireless local area network) plaatsen 1. Steek de WLAN-kaart in de sleuf. 2. Draai de schroeven vast waarmee de WLAN-kaart op het moederbord is bevestigd. 3. Sluit de antennekabels aan op de WLAN-kaart. 4. Plaats het achterpaneel terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
10 WWAN-kaart (Wireless Wide Area Network) De WWAN-kaart (wireless wide area network) verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Koppel de WWAN-antennekabels los van de kaart.
5. Verwijder de schroef waarmee de WWAN-kaart aan het moederbord is bevestigd. 6. Verwijder de WWAN-kaart uit de computer. De WWAN-kaart (Wireless Wide Area Network) plaatsen 1. Steek de WWAN-kaart in de sleuf. 2. Draai de schroeven vast waarmee de WWAN-kaart op het moederbord is bevestigd. 3. Sluit de antennekabels aan op de WWAN-kaart. 4. Plaats het achterpaneel terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Knoopcelbatterij 11 De knoopcelbatterij verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de WWAN-kaart. 5. Verwijder de kabel van de knoopcelbatterij uit het moederbord.
6. Verwijder de knoopcelbatterij. De knoopcelbatterij plaatsen 1. Plaats de knoopcelbatterij in de sleuf. 2. Sluit de kabel van de knoopcelbatterij aan op het moederbord. 3. Plaats de WWAN-kaart terug. 4. Plaats het achterpaneel terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Onderplaat 12 De onderplaat verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de vaste schijf. 5. Verwijder de schroeven waarmee de onderplaat is bevestigd.
6. Maak de onderplaat bij de randen los en verwijder deze uit de computer De onderplaat plaatsen 1. Bevestig de onderplaat totdat de randen vastklikken. 2. Draai de schroeven aan om de onderplaats vast te zetten. 3. Plaats de vaste schijf terug. 4. Plaats het achterpaneel terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Warmteafleider 13 De warmteafleider verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de vaste schijf. 5. Verwijder de onderplaat. 6. Koppel de ventilatorkabel los van het moederbord.
7. Draai de geborgde schroeven op de warmteafleider los en verwijder de schroeven van de ventilator. 8. Til de warmteafleider uit de computer. De warmteafleider plaatsen 1. Plaats de warmteafleider in het warmteafleidercompartiment. 2. Draai de geborgde schroeven aan om de warmteafleider te bevestigen. 3. Draai de schroeven vast waarmee de ventilator aan het moederbord wordt bevestigd. 4. Sluit de kabel van de ventilator aan op het moederbord. 5. Plaats de achterplaat terug. 6.
9. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Processor 14 De processor verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de vaste schijf. 5. Verwijder de onderplaat. 6. Verwijder de warmteafleider. 7. Draai de processor-camschroef naar links.
8. Til de processor uit de computer. 9. Til de warmteafleider uit de computer. De processor plaatsen 1. Plaats de processor in de socket. 2. Draai de processor-camschroef rechtsom om de processor vast te zetten. 3. Plaats de warmteafleider terug. 4. Plaats de onderplaat terug. 5. Plaats de vaste schijf terug. 6. Plaats het achterpaneel terug. 7. Plaats de batterij terug. 8. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Rand van het toetsenbord 15 De rand van het toetsenbord verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Maak de toetsenbordrand los en verwijder deze van de computer. De toetsenbordrand plaatsen 1. Druk de toetsenbordrand rondom omlaag totdat deze op zijn plaats vastklikt. 2. Plaats de batterij terug. 3. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Toetsenbord 16 Het toetsenbord verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord aan de achterzijde van de computer is bevestigd.
6. Draai de computer om en verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord is bevestigd. 7. Draai het toetsenbord om en koppel de gegevenskabel van het toetsenbord los van het moederbord.
8. Verwijder het toetsenbord uit de computer. 9. Verwijder de mylartape waarmee de gegevenskabel van het toetsenbord aan de achterzijde van het toetsenbord is bevestigd. Het toetsenbord plaatsen 1. Bevestig de mylartape om de toetsenbordgegevenskabel aan de achterzijde van het toetsenbord te bevestigen. 2. Plaats het toetsenbord op de polssteun en lijn de schroefgaten uit. 3. Sluit de toetsenbordgegevenskabel aan op het moederbord. 4. Draai de schroeven van het toetsenbord aan. 5.
8. Plaats de batterij terug. 9. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
Polssteun 17 De polssteun verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de achterplaat. 7. Verwijder de schroeven waarmee de polssteun aan de achterzijde van de computer is bevestigd.
8. Draai de computer om en verwijder de schroeven waarmee de polssteun is bevestigd. 9. Koppel de touchpadkabel los van het moederbord. 10. Til de polssteun omhoog en verwijder deze uit de computer.
De polssteun plaatsen 1. Sluit de touchpadkabel aan op het moederbord. 2. Draai de schroeven op de polssteun aan. 3. Draai de computer om en draai de schroeven aan om de polssteun vast te zetten op het moederbord. 4. Plaats de onderplaat terug. 5. Plaats de harde schijf terug. 6. Plaats het toetsenbord terug. 7. Plaats de toetsenbordrand terug. 8. Plaats het achterpaneel terug. 9. Plaats de batterij terug. 10.
Sensor voor het sluiten van het beeldscherm 18 De sensor voor het sluiten van het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de flexibele kabel van de sensor voor het sluiten van het beeldscherm los van het moederbord.
9. Verwijder de schroef waarmee de sensor voor het sluiten van het beeldscherm is bevestigd. 10. Verwijder de sensor voor het sluiten van het beeldscherm uit de computer. De sensor voor het sluiten van het beeldscherm plaatsen 1. Plaats de sensor voor het sluiten van het beeldscherm in het compartiment. 2. Draai de schroef aan waarmee de sensor voor het sluiten van het beeldscherm op het moederbord wordt bevestigd. 3.
7. Plaats het toetsenbord terug. 8. Plaats de toetsenbordrand terug. 9. Plaats het achterpaneel terug. 10. Plaats de batterij terug. 11. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
ExpressCard-lezer 19 De Express-kaartlezer verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de FFC-kabel (flat flex conductor - platte flexibele conductor) van de ExpressCard-lezer los van het moederbord.
9. Verwijder de schroeven waarmee de ExpressCard-lezer is bevestigd. 10. Druk de ExpressCard-lezer naar de zijkant en verwijder deze uit de computer. De ExpressCard-lezer plaatsen 1. Steek de ExpressCard-lezer in het compartiment. 2. Draai de schroeven vast om de ExpressCard-lezer aan de achterzijdevan de computer te bevestigen. 3. Sluit de ExpressCard-kaartkabel aan op het moederbord. 4. Plaats de polssteun terug. 5. Plaats de achterplaat terug. 6. Plaats de harde schijf terug. 7.
10. Plaats de batterij terug. 11. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
Smartcardlezer 20 De SmartCard-lezer verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de kabel van de SmartCard-lezer los van het moederbord.
9. Verwijder de SmartCard-lezer uit de computer. De SmartCard-lezer plaatsen 1. Plaats de SmartCard-lezer in het compartiment. 2. Sluit de flexibele kabel van de SmartCard-lezer aan op het moederbord. 3. Plaats de polssteun terug. 4. Plaats de achterplaat terug. 5. Plaats de harde schijf terug. 6. Plaats het toetsenbord terug. 7. Plaats de toetsenbordrand terug. 8. Plaats het achterpaneel terug. 9. Plaats de batterij terug. 10.
Schakelaar voor draadloos netwerken 21 De kaart van de WLAN-schakelaar verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de flexibele kabel van de kaart van de WLAN-schakelaar los van het moederbord.
9. Verwijder de schroeven waarmee de kaart van de WLAN-schakelaar aan de computer is bevestigd. 10. Verwijder de kaart van de WLAN-schakelaar uit de computer. De kaart van de WLAN-schakelaar plaatsen 1. Plaats de kaart van de WLAN-schakelaar in het compartiment. 2. Draai de schroeven vast om de kaart van de WLAN-schakelaar te bevestigen. 3. Sluit de flexibele kabel van de kaart van de WLAN-schakelaar aan op het moederbord. 4. Plaats de polssteun terug. 5. Plaats de onderplaat terug. 6.
9. Plaats het achterpaneel terug. 10. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
Luidspreker 22 De luidsprekers verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de ExpressCard-lezer. 8. Verwijder de polssteun. 9. Koppel de kabels van de SmartCard-lezer en de Bluetooth-module los van het moederbord.
10. Maak de luidsprekerkabel los van het moederbord. 11. Draai de schroeven los waarmee de luidsprekers zijn bevestigd. 12. Haal de luidsprekerkabel uit de geleiders en verwijder de luidsprekers uit de computer.
De luidsprekers plaatsen 1. Sluit de luidsprekerkabel aan op het moederbord. 2. Bevestig de luidsprekers en leid de luidsprekerkabels door de houder. 3. Draai de schroeven aan om de rechter- en linkerluidspreker vast te zetten. 4. Sluit de SmartCard-lezer en de Bluetooth-kabels aan op het moederbord. 5. Plaats de polssteun terug. 6. Plaats de ExpressCard-lezer. 7. Plaats de onderplaat terug. 8. Plaats de harde schijf terug. 9. Plaats het toetsenbord terug. 10.
Bluetooth-kabel 23 De Bluetooth-kabel verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de onderplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de Bluetooth-kabel los van de Bluetooth-module en het moederbord. De Bluetooth-kabel plaatsen 1. Sluit de Bluetooth-kabel aan op de Bluetooth-module en het moederbord. 2.
6. Plaats de toetsenbordrand terug. 7. Plaats het achterpaneel terug. 8. Plaats de batterij terug. 9. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
Modemaansluiting 24 De modemaansluiting verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de rand van het toetsenbord. 5. Verwijder de harde schijf. 6. Verwijder de achterplaat. 7. Verwijder de polssteun. 8. Koppel de modemconnectorkabel los van het moederbord.
9. Haal de DC-in-kabel uit de geleiders. 10. Verwijder de schroef waarmee de modemconnectorbracket is bevestigd. 11. Verwijder de modemconnectorbracket.
12. Verwijder de modemconnector. De modemconnector plaatsen 1. Plaats de modemconnector in de sleuf. 2. Bevestig de modemconnectorbracket op de modemconnector. 3. Draai de schroef vast waarmee de modemconnector wordt bevestigd. 4. Draai de computer om en sluit de modemconnectorkabel aan op het moederbord. 5. Plaats de polssteun terug. 6. Plaats de onderplaat terug. 7. Plaats de harde schijf terug. 8. Plaats het toetsenbord terug. 9. Plaats de toetsenbordrand terug. 10.
29 Montagekader van het beeldscherm Het montagekader van het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Maak het montagekader van het beeldscherm los van de rechterrand en verwijder het montagekader aan de bovenzijde en onderzijde. Het montagekader van het beeldscherm plaatsen 1. Lijn het montagekader van het beeldscherm uit met de kap. 2.
Moederbord 26 Het moederbord verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de simkaart. 4. Verwijder de SD-kaart. 5. Verwijder het achterpaneel. 6. Verwijder de rand van het toetsenbord. 7. Verwijder de harde schijf. 8. Verwijder het geheugen. 9. Verwijder de WLAN-kaart. 10. Verwijder de WWAN-kaart. 11. Verwijder de onderplaat. 12. Verwijder de warmteafleider. 13. Verwijder de processor. 14.
16. Koppel de kabels los van de achterzijde van de computer. 17. Draai de computer om en koppel de kabels los van het moederbord. 18. Verwijder de schroeven waarmee het moederbord vastzit.
19. Til de rechterrand van het moederbord omhoog om het los te maken uit poortconnectoren aan de linkerzijde en verwijder het moederbord. Het moederbord plaatsen 1. Plaats het moederbord. 2. Draai de schroeven aan om het moederbord vast te zetten. 3. Sluit de kabels op het moederbord aan. 4. Draai de computer om en sluit de kabels aan op de achterzijde van het moederbord. 5. Draai de computer om en sluit de modemconnectorkabel aan op het moederbord. 6. Plaats de polssteun terug. 7.
21. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
Stroomaansluiting 27 De stroomconnector verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de simkaart. 4. Verwijder de SD-kaart. 5. Verwijder het achterpaneel. 6. Verwijder de rand van het toetsenbord. 7. Verwijder de harde schijf. 8. Verwijder het geheugen. 9. Verwijder de WLAN-kaart. 10. Verwijder de WWAN-kaart. 11. Verwijder de onderplaat. 12. Verwijder de warmteafleider. 13. Verwijder de processor. 14.
17. Verwijder de kabel van de stroomaansluiting uit de geleiders. 18. Til de stroomaansluiting omhoog en verwijder deze uit de computer. De stroomconnector plaatsen 1. Leid de stroomconnectorkabels en steek de stroomconnector in de sleuf. 2. Plaats het moederbord terug. 3. Plaats de polssteun terug. 4. Plaats de kaart van de WLAN-schakelaar terug. 5. Plaats de processor terug. 6. Plaats de warmteafleider terug. 7. Plaats de onderplaat terug. 8. Plaats de WWAN-kaart terug. 9.
11. Plaats de harde schijf terug. 12. Plaats het toetsenbord terug. 13. Plaats de toetsenbordrand terug. 14. Plaats het achterpaneel terug. 15. Plaats SD-kaart terug. 16. Plaats de simkaart terug. 17. Plaats de batterij terug. 18. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
29 Montagekader van het beeldscherm Het montagekader van het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Maak het montagekader van het beeldscherm los van de rechterrand en verwijder het montagekader aan de bovenzijde en onderzijde. Het montagekader van het beeldscherm plaatsen 1. Lijn het montagekader van het beeldscherm uit met de kap. 2.
29 Montagekader van het beeldscherm Het beeldschermpaneel verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het montagekader. 4. Verwijder de schroeven het beeldschermpaneel is bevestigd.
5. Draai het beeldschermpaneel op het toetsenbord. 6. Koppel de LVDS- en touchscreenkabels los van de achterzijde van het beeldschermpaneel. 7. Maak het beeldschermpaneel los van het beeldscherm.
Het beeldschermpaneel plaatsen 1. Plaats het beeldschermpaneel op het toetsenbord. 2. Sluit de LVDS- en aanraakschermkabels aan op het beeldschermpaneel. 3. Draai het beeldschermpaneel over de kap. 4. Draai de schroeven aan om het beeldschermpaneel vast te zetten. 5. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 6. Plaats de batterij terug. 7. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Camera 30 De camera verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het montagekader. 4. Verwijder het beeldschermpaneel. 5. Koppel de kabel los van de cameramodule.
6. Verwijder de schroef waarmee de camera is bevestigd. 7. Til de cameramodule omhoog om deze te verwijderen. De camera plaatsen 1. Plaats de camera op de bovenrand van de achterplaat van het beeldscherm. 2. Draai de schroef aan om de camera te bevestigen. 3. Sluit de kabel aan op de camera.. 4. Plaats het beeldschermpaneel terug. 5. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 6. Plaats de batterij terug. 7. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Beeldschermkaart en -kabel 31 De beeldschermkaart verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het montagekader. OPMERKING: Het montagekader aan de bovenzijde hoeft niet te worden verwijderd. 4. Verwijder de schroeven waarmee de beeldschermkaart is bevestigd.
5. Draai de beeldschermkaart om. 6. Koppel de stroomkabel en de kabel van de vingerafdruklezer los. 7. Verwijder de beeldschermkaart.
De beeldschermkaart plaatsen 1. Sluit de (stroom-)kabels van het beeldscherm en de vingerafdruklezer aan op de connector. 2. Bevestig de beeldschermkaart op het beeldscherm. 3. Draai de schroeven vast om de beeldschermkaart te bevestigen. 4. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
32 Voedingskaart van het beeldscherm De voedingskaart van het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het montagekader. OPMERKING: Het montagekader aan de bovenzijde hoeft niet te worden verwijderd. 4. Verwijder de schroeven waarmee de voedingskaart van het beeldscherm is bevestigd.
5. Draai de voedingskaart om. 6. Koppel de kabel los van de voedingskaart van het beeldscherm. 7. Verwijder de voedingskaart van het beeldscherm.
De voedingskaart van het beeldscherm plaatsen 1. Sluit de stroomkabel van het beeldscherm aan op de connector. 2. Bevestig de voedingskaart van het beeldscherm op het beeldscherm. 3. Draai de schroeven vast om de voedingskaart van het beeldscherm te bevestigen. 4. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 5. Plaats de batterij terug. 6. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Kaart voor de vingerafdruklezer 33 De kaart en kabel van de vingerafdruklezer in het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het montagekader. OPMERKING: Het montagekader aan de bovenzijde hoeft niet te worden verwijderd. 4. Verwijder de beeldschermkaart. 5. Verwijder de schroeven waarmee de kaart van de vingerafdruklezer is bevestigd.
6. Til de kaart van de vingerafdruklezer omhoog om deze te verwijderen. 7. Verwijder de scharnier om de kabel van de kaart van de vingerafdruklezer te verwijderen. 8. Koppel de camerakabel los van de cameramodule.
9. Verwijder de kabel van de kaart van de vingerafdruklezer uit het achterpaneel van het beeldscherm. De kaart en kabel van de vingerafdruklezer in het beeldscherm plaatsen 1. Bevestig de kabel van de beeldschermkaart op de achterplaat van het beeldscherm. 2. Bevestig de kaart van de vingerafdruklezer op het beeldscherm. 3. Draai de schroeven aan om de kaart van de vingerafdruklezer vast te zetten. 4. Plaats de beeldschermkaart terug. 5. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 6.
Beeldscherm 34 Het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de harde schijf. 5. Verwijder de onderplaat. 6.
7. Maak alle kabels los uit de geleiders. 8. Verwijder de schroeven waarmee het beeldscherm is bevestigd.
9. TIl de onderzijde van de computer omhoog om hem los te maken van het beeldscherm. Het beeldscherm plaatsen 1. Bevestig het beeldscherm aan de computer. 2. Leid de WLAN-, WWAN-, LVDS- en functiekkabels door de opening in de computer. 3. Draai de schroeven aan om het beeldscherm vast te zetten. 4. Plaats het achterpaneel terug. 5. Plaats de vaste schijf terug. 6. Plaats de onderplaat terug. 7. Plaats de batterij terug. 8. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
Beeldschermscharnieren 35 De beeldschermscharnieren verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de vaste schijf. 5. Verwijder de onderplaat. 6. Verwijder het beeldscherm. 7. Verwijder de beeldschermscharnierkap van de beeldschermscharnier.
8. Verwijder het dopje van de beeldschermscharnier van de beeldschermscharnier. 9. Verwijder het montagekader van het beeldscherm om de beeldschermscharnieren te verwijderen. 10. Verwijder de schroeven waarmee de beeldschermscharnieren zijn bevestigd.
11. Verwijder de beeldschermscharnieren uit de achterzijde van het beeldscherm. De beeldschermscharnieren plaatsen 1. Bevestig de beeldschermscharnieren op de achterzijde van het beeldscherm. 2. Draai de schroeven vast om de beeldschermscharnieren vast te zetten. 3. Bevestig het dopje van het beeldschermscharnier op de beeldschermscharnieren. 4. Bevestig de beeldschermscharnierkap op de beeldschermscharnieren. 5. Plaats het montagekader van het beeldscherm terug. 6. Plaats het beeldscherm terug.
LVDS-camerakabel 36 De LVDS-camerakabel verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u binnen de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder het achterpaneel. 4. Verwijder de vaste schijf. 5. Verwijder de onderplaat. 6. Verwijder het beeldscherm. 7. Verwijder de scharniereenheid. 8. Verwijder de LVDS-kabel van de achterzijde van het beeldscherm. De LVDS-kabel plaatsen 1. Bevestig de LVDS-kabel aan de achterzijde van het beeldscherm. 2.
6. Plaats de vaste schijf terug. 7. Plaats het achterpaneel terug. 8. Plaats de batterij terug. 9. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
37 Specificaties Specificaties OPMERKING: Aanbiedingen kunnen per regio verschillen. De volgende specificaties zijn alleen de specificaties die volgens de wet bij uw computer moeten worden geleverd. Ga voor uitgebreide specificaties van uw computer naar Specificaties’ in uw Gebruikershandleiding die beschikbaar is via de ondersteuningssite op dell.com/support.
Video Uitgang VGA, HDMI, DVI via HDMI/DVI-kabel (optioneel) Geheugen Geheugenconnector twee SODIMM-sleuven Geheugencapaciteit 1 GB, 2 GB en 4 GB Type geheugen DDR3 van 1333 MHz Minimumgeheugen 2 GB Maximumgeheugen max.
Poorten en connectoren Audio combiconnector voor microfoon/ hoofdtelefoon Video Één 15-pins VGA-poort Netwerkadapter Één RJ-45-connector USB • • twee 4–pins USB 2.0–compliante connector één eSATA/USB 2.
Beeldscherm Pixel pitch 0,2148 mm x 0,2148 mm Toetsenbord Aantal toetsen • • • Indeling Verenigde Staten en Canada: 83 Europa: 84 Japan: 87 QWERTY / AZERTY / Kanji Toetsenblok X/Y-positieresolutie (grafische tabelmodus) 600 dpi Grootte: Breedte 80 mm Hoogte 40 mm Batterij Type 44 wattuur lithium-ion 76 wattuur lithium-ion Diepte 266 mm 286,30 mm Hoogte 13,10 mm 22,80 mm Breedte 70 mm 95,10 mm Gewicht 302 g 486 g Spanning 11,1 VDC Oplaadtijd (ongeveer) 1 uur voor 80% capaciteit e
Batterij Niet in gebruik –20 °C tot 60 °C Knoopbatterij CR2032-lithium-ionbatterij van 3 V Camera Camera en microfoon 1 megapixel HD met array-microfoon (optioneel) Maximale resolutie 1200 x 800 pixels Pen Type pen elektronisch, batterijvoeding Gewicht pen 20 ± 2 Grms Lengte pen 131,6 ± 1 mm Type batterij AAAA, vervangbaar Levensduur van batterij van pen 18 maanden bij normaal gebruik Functies aanwijzen, punt, schakelen één/twee zijden Netadapter Ingangsspannin 100 V wisselstroom tot 240 V
Netadapter Diepte 109,22 mm 127 mm Temperatuurbereik: Operationeel 0° C tot 40° C (32° F tot 104° F) Niet in bedrijf -40 °C tot en met 70 °C (-40 °F tot en met 158 °F) Fysiek Hoogte met een WLED-paneel 30,90 mm Breedte 323,00 mm (12,72 inch) Diepte 221,70 mm Gewicht (minimum) 1,98 kg (met 6-cels batterij en lichtgewicht solid state drive (SSD)) Uitbreidingsbus Bustype twee USB 2.0 en één USB2.
Systeeminstellingen 38 Overzicht Met System Setup (Systeem-setup) kunt u: • de systeemconfiguratie wijzigen nadat u hardware hebt toegevoegd, gewijzigd of verwijderd • het instellen of wijzigen van een door de gebruiker te selecteren optie, zoals een wachtwoord • de huidige hoeveelheid geheugen lezen of het geïnstalleerde type vaste schijf instellen. WAARSCHUWING: U mag de instellingen voor dit programma alleen wijzigen als u een ervaren computergebruiker bent.
Opties voor System Setup OPMERKING: Afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten kunnen de onderdelen die in dit gedeelte worden vermeld wel of niet worden weergegeven. Algemeen Systeeminformatie Dit gedeelte bevat de belangrijkste hardwarefuncties van de computer.
System Configuration (Systeemconfiguratie) • • Serial Port (Seriële poort) Enabled w/PXE (Ingeschakeld met PXE) (standaardinstelling) Enabled w/ImageServer (Ingeschakeld met ImageServer). Hier worden de instellingen van de seriële poort opgegeven en gedefinieerd. U kunt de seriële poort als volgt instellen: • • • • • • Disabled (Uitgeschakeld) Auto (Automatisch) COM1 (Standaardinstelling) COM2 COM3 COM4 OPMERKING: Het besturingssysteem kan bronnen toewijzen, zelfs als de instelling is uitgeschakeld.
System Configuration (Systeemconfiguratie) • • • SATA-1 SATA-4 SATA-5 Standaardinstelling: All drives are enabled (Alle stations zijn ingeschakeld). USB Configuration (USB-configuratie) Hiermee kunt u de USB-controller beheren.
Video LCD Brightness (LCDhelderheid) Hiermee kunt u de helderheid van het beeldscherm instellen afhankelijk van de voeding (On Battery (op batterij) en On AC (op netvoeding). OPMERKING: De instelling Video is alleen zichtbaar als er een videokaart in het systeem is geplaatst. Beveiliging Admin Password Hiermee kunt u het beheerderswachtwoord (admin) (Beheerderswachtwoor instellen, wijzigen of wissen.
Beveiliging Password Configuration Hiermee kunt u de minimum- en maximumlengte van de (Wachtwoordconfigurati administrator- en systeemwachtwoorden bepalen. e) Password Bypass (Wachtwoord overslaan) Hiermee kunt u de toestemming in- of uitschakelen om de wachtwoorden voor het systeem en de interne vaste schijf over te slaan, wanneer deze zijn ingesteld.
Beveiliging Standaardinstelling: Enable CPU XD Support (CPU XDondersteuning inschakelen) OROM Keyboard Hiermee kunt u een optie instellen om de Option ROM Access (OROM toegang configuratieschermen te openen tijdens het opstarten.
Performance (Prestaties) Limit CPUID (CPUID beperken) Hiermee kunt u de maximumwaarde die door de functie Standard CPUID van de procesosor wordt ondersteund, beperken. Standaardinstelling: Enable CPUID (CPUID inschakelen) Intel TurboBoost 'Hiermee kunt u de Intel TurboBoost-modus van de processor in- of uitschakelen.
Power Management (Energiebeheer) Wake on LAN/WLAN (LAN automatisch inschakelen) Hiermee kunt u de functie in- of uitschakelen waardoor de computer wordt ingeschakeld vanuit de Uit-stand bij ontvangst van een LAN-signaal. Standaardinstelling: Disabled (Uitgeschakeld) ExpressCharge Hiermee kunt u de functie ExpressCharge in- of uitschakelen. De opties zijn: • • Charger Behavior (Ladergedrag) Standard (Standaard) (Standaardinstelling) ExpressCharge Hiermee kunt u de batterijoplader in- of uitschakelen.
POST behaviour (POST-gedrag) Fn Key Emulation (Emulatie Fn-toets) Hiermee kunt u de optie instellen waar de toets wordt gebruikt om de functie van de -toets te simuleren. Standaardinstelling: Enable Fn Key Emulation (Emulatie Fntoets inschakelen) POST Hotkeys (POSTsneltoetsen) Hiermee kunt u de meldingsweergave van het aanmeldscherm inschakelen waarop de volgorde van de toetsaanslag wordt aangegeven om het System Setupoptiemenu te openen.
Draadloos Schakelaar voor draadloos netwerkverkeer Hiermee kunt u de draadloze apparaten instellen die kunnen worden beheerd door de schakelaar voor draadloos netwerkverkeer. De opties zijn: • • • WWAN WLAN Bluetooth Standaardinstelling: Alle opties zijn geselecteerd. Wireless Device Enable (Draadloos apparaat inschakelen) Hiermee kunt u de draadloze apparaten in- of uitschakelen: Onderhoud Service Tag (Serviceplaatje) Hier wordt het serviceplaatje van uw computer weergegeven.
Contact opnemen met Dell 39 OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u de contactgegevens vinden op de factuur, de pakbon of in de productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid verschilt per land en product en sommige services zijn mogelijk niet beschikbaar in uw regio. Wanneer u met Dell contact wilt opnemen voor vragen over de verkoop, technische ondersteuning of de klantenservice: 1. Ga naar dell.