Dell Latitude E7440 Eigenaarshandleiding Regelgevingsmodel: P40G Regelgevingstype: P40G001
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. GEVAAR: Een GEVAAR-KENNISGEVING duidt op een risico op schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. Copyright © 2015 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken.................................................................................... 5 Voordat u in de computer gaat werken............................................................................................... 5 Uw computer uitschakelen...................................................................................................................6 Nadat u aan de computer heeft gewerkt...........................................................................
De warmteafleider plaatsen................................................................................................................ 33 Het moederbord verwijderen............................................................................................................. 33 Het moederbord plaatsen...................................................................................................................36 De stroomconnector verwijderen ...........................................................
Aan de computer werken 1 Voordat u in de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen. Tenzij anders aangegeven, wordt er bij elke procedure in dit document van de volgende veronderstellingen uitgegaan: • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
Om schade aan de computer te voorkomen, moet u de volgende instructies opvolgen voordat u in de computer gaat werken. 1. Zorg ervoor dat het werkoppervlak vlak en schoon is, om te voorkomen dat de computerkap bekrast raakt. 2. Schakel uw computer uit (zie Uw computer uitschakelen). 3. Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los.
b. • Klik op het en selecteer Shut down (Afsluiten). In Windows 7: 1. Klik op Start . 2. Klik op Shutdown (Afsluiten). of 2. 1. Klik op Start 2. Klik op de pijl in de linkeronderhoek van het menu Start, zoals hieronder wordt getoond, en . klik vervolgens op Shutdown (Afsluiten). Controleer of alle op de computer aangesloten apparaten uitgeschakeld zijn.
Het verwijderen en installeren van onderdelen Deze paragraaf beschrijft gedetailleerd hoe de onderdelen moeten worden verwijderd uit, of worden geïnstalleerd in uw computer.
Systeemoverzicht Binnenaanzicht — achterzijde 1. geheugenmodule 2. batterijcompartiment 3. simkaartsleuf 4. knoopbatterij 5. opslagapparaat 6. WWAN-kaart 7. WLAN-kaart 8. dockingstationconnector 9. warmteafleider 10.
Binnenaanzicht: voorzijde 1. I/O-kaart 2. luidsprekers 3. moederbord 4. beeldscherm De SD-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Druk op de SD-kaart om deze uit de computer te verwijderen. 3. Schuif de SD-kaart uit de computer. De SD-kaart plaatsen 1. Schuif de SD-kaart in de sleuf totdat de kaart op zijn plaats klikt. 2. Volg de procedures in Nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht..
De batterij verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Sluif de vergrendelingslipjes weg om de batterij te ontgrendelen. 3. Verwijder de batterij uit de computer.
De batterij installeren 1. Schuif de batterij in de sleuf totdat deze vastklikt. 2. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De onderplaat verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroeven waarmee de onderplaat aan de computer is bevestigd.
4. Til de onderplaat op om deze te verwijderen uit de computer.
De onderplaat plaatsen 1. Plaats de onderplaat zo dat het schroefgat correct met de computer wordt uitgelijnd. 2. Draai de schroeven vast waarmee de onderplaat aan de computer wordt bevestigd. 3. Plaats de batterij. 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. De harde schijf verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. batterij b. afdekplaat onderkant 3.
4. Til de harde schijfkooi uit de computer. 5. Ontkoppel de kabel van de harde schijf waarmee de harde schijf aan de harde schijfkkooi is bevestigd. 6. Verwijder de schroef waarmee de harde schijf aan de kooi is bevestigd en til de harde schijf uit de kooi.
De harde schijf plaatsen 1. Schuif de harde schijf in de computer. 2. Draai de schroef vast waarmee de bracket van de harde schijf aan de harde schijf is bevestigd. 3. Sluit de kabel van de harde schijf aan op de harde schijf. 4. Plaats de bracket van de harde schijf en draai de schroef aan om de harde schijfkooi aan de computer te bevestigen. 5. Sluit de kabel van de harde schijfkooi aan op de computer. 6. Plaats: a. afdekplaat onderkant b. batterij 7.
De toetsenbordrand plaatsen 1. Lijn de toetsenbordrand uit met de sleuf. 2. Druk op de zijkanten van de toetsenbordrand totdat deze vastklikt. 3. Plaats de batterij. 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. Het toetsenbord verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. batterij b. afdekplaat onderkant c. rand van het toetsenbord 3. Verwijder de schroeven en til het batterijcompartiment uit de computer. 4.
h. Verwijder de kabel van het moederbord [8]. 5. Draai de computer om en verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord aan de computer is bevestigd. Til het toetsenbord uit de computer. Het toetsenbord plaatsen 1. Sluit de toetsenbordkabel aan en bevestig deze met de tape aan het toetsenbord. 2. Sluit de toetsenbordkabel aan op het moederbord. 3. Schuif het toetsenbord in het compartiment en zorg dat het toetsenbord op zijn plaats klikt. 4.
a. rand van het toetsenbord b. afdekplaat onderkant c. batterij 7. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. De WLAN-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. batterij b. afdekplaat onderkant 3. Koppel de antennekabels los uit de WLAN-kaart en verwijder de schroef die de WLAN-kaart bevestigt aan de computer. Verwijder de WLAN-kaart uit de computer. De WLAN-kaart plaatsen 1.
De geheugenmodule plaatsen 1. Plaats de geheugenmodule in de socket. 2. Druk op de borgklemmen om de geheugenmodule op het moederbord te bevestigen. 3. Plaats: a. afdekplaat onderkant b. batterij 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. De knoopbatterij verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. batterij b. afdekplaat onderkant 3.
De polssteun verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. SD-kaart batterij afdekplaat onderkant harde schijf rand van het toetsenbord toetsenbord 3. Verwijder de schroeven waarmee de polssteun aan de computer is bevestigd. 4. Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Breng de vergrendelingen omhoog [1]. b. Koppel de led-kaart, touchpad en stroomledkabels los van de computer. [2].
5. 22 Til de polssteun weg van de computer.
De polssteun plaatsen 1. Lijn de polssteun uit met de oorspronkelijke positie in de computer en klik de polssteun vast. 2. Sluit de volgende kabels aan op de systeemkaart: a. kabel van voedingslampje b. kabel van touchpad c. LED-kaartkabel 3. Draai de schroeven vast om de polssteun te bevestigen aan de voorkant van de computer. 4. Draai de schroeven vast om de polssteun te bevestigen aan de onderkant van de computer. 5. Plaats: a. b. c. d. e. f. 6.
De luidsprekers verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. 3. SD-kaart batterij afdekplaat onderkant harde schijf rand van het toetsenbord toetsenbord polssteun Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Verwijder de schroeven waarmee de luidsprekers aan de computer zijn bevestigd. b. Koppel de kabel los [1]. c. Maak de kabel los uit de geleiders op het moederbord [2]. 4.
De luidsprekers plaatsen 1. Lijn de luidsprekers uit op hun oorspronkelijke positie en draai de schroeven vast om de luidsprekers te bevestigen aan de computer. 2. Geleid de luidsprekerkabel op de computer en sluit de luidsprekerkabel aan op het moederbord. 3. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. 4. polssteun toetsenbord rand van het toetsenbord harde schijf afdekplaat onderkant batterij SD-kaart Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht.
Het scharnierkapje van het beeldscherm plaatsen 1. Plaats het scharnierkapje van het beeldscherm en draai de schroeven aan om het scharnierkapje van het beeldscherm aan de computer te bevestigen. 2. Plaats de batterij. 3. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. Het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. 3.
4. Koppel de LVDS-kabel en de camerakabel los van het moederbord. Koppel de antennekabels los van de draadloze oplossing.
5. 28 Verwijder de kabels uit de sleuf.
6. Verwijder de schroef en trek de antennekabels uit de openingen in het chassis waarmee het beeldscherm aan de computer is bevestigd.
7. 30 Verwijder de schroeven waarmee het beeldscherm aan de computer is bevestigd en til het beeldscherm uit de computer.
Het beeldscherm plaatsen 1. Steek de LVDS- en draadloze antennekabels door de gaten op het basischassis en sluit de kabels aan. 2. Plaats het beeldscherm op de computer. 3. Draai de schroeven aan beide kanten vast om het beeldscherm te bevestigen. 4. Geleid de antenne en de LVDS-kabels door het geleidingskanaal. 5. Sluit de LVDS- en camerakabel aan op de computer. 6. Sluit de antennekabels aan op de draadloze minikaart. 7. Plaats: a. b. c. d. e. 8.
a. batterij b. SD-kaart c. afdekplaat onderkant 3. Trek de kabel van de systeemventilator los. Verwijder de schroeven waarmee de systeemventilator aan de computer is bevestigd en verwijder de systeemventilator uit de computer. De systeemventilator plaatsen 1. Plaats de systeemventilator in de juiste positie op het moederbord. 2. Draai de schroeven aan waarmee de systeemventilator aan de computer wordt bevestigd. 3. Sluit de kabel van de systeemventilator aan op het moederbord. 4. Plaats: a.
De warmteafleider plaatsen 1. Plaats de warmteafleider in de oorspronkelijke positie op het moederbord. 2. Draai de schroeven vast waarmee de warmteafleider aan de systeemkaart wordt bevestigd. 3. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. 4. moederbord beeldscherm scharnierkapje van het beeldscherm luidspreker polssteun toetsenbord rand van het toetsenbord harde schijf afdekplaat onderkant batterij SD-kaart Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht.
b. Koppel de kabel los van het moederbord [2]. c. Maak de luidsprekerkabel los van het moederbord [3]. 4. 34 Verwijder de schroeven waarmee het moederbord aan de computer is bevestigd. Til de linkerrand van het moederbord gedeeltelijk omhoog tot een hoek van 45 graden.
5. Verwijder het moederbord uit de computer.
Het moederbord plaatsen 1. Plaats het moederbord in de juiste positie in de computer. 2. Draai de schroeven aan om het moederbord vast te zetten. 3. Sluit de volgende kabels aan op de systeemkaart: a. luidspreker b. I/O-kabel 4. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. 5.
De stroomconnector verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. h. 3. SD-kaart batterij afdekplaat onderkant toetsenbord polssteun systeemventilator warmteafleider luidsprekers Koppel de stroomconnectorkabel los van het moederbord en verwijder de schroef waarmee de stroomconnector aan de computer is bevestigd. Verwijder de stroomconnector. De stroomconnector plaatsen 1.
De I/O-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. 3. SD-kaart batterij afdekplaat onderkant harde schijf rand van het toetsenbord toetsenbord polssteun luidspreker scharnierkapje van het beeldscherm beeldscherm moederbord Koppel de I/O-kabel los van het moederbord en verwijder de schroef waarmee de I/O-kaart aan de computer is bevestigd. Verwijder de I/O-kaart uit de computer. De I/O-kaart plaatsen 1.
5. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. Het montagekader van het beeldscherm verwijderen 1. Volg de procedures in voordat u werkzaamheden in de computer verricht. 2. Verwijder de batterij. 3. Maak de randen van het montagekader van het beeldscherm los. Verwijder het montagekader van het beeldscherm uit het beeldscherm. Het montagekader van het beeldscherm plaatsen 1.
4. Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Verwijder de tape van de connector van de LVDS-kabel [1]. b. Koppel de LVDS-kabel los van het beeldschermpaneel [2]. c. Verwijder het beeldschermpaneel van het beeldscherm [3]. Het beeldschermpaneel plaatsen 1. Sluit de beeldschermkabel (LVDS-kabel) aan op de connector op het beeldscherm. 2. Plaats het beeldschermpaneel in de oorspronkelijke positie op het beeldscherm. 3.
De camera plaatsen 1. Plaats de camera in de sleuf op het beeldschermpaneel. 2. Sluit de camerakabel aan op de camera. 3. Plaats: a. beeldscherm b. montagekader van het beeldscherm c. batterij 4. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht.
Dockingpoortinformatie De dockingpoort wordt gebruikt voor het aansluiten van de laptop op een dockingstation (optioneel). 1.
Systeeminstellingen 4 Bootsequence (Opstartvolgorde) Met Opstartvolgorde kunt u het opstartapparaat dat in de systeeminstallatie gespecificeerd staat, omzeilen en rechtstreeks vanaf een specifiek apparaat opstarten (bijvoorbeeld: optische schijf of vaste schijf).
Toetsen Navigatie OPMERKING: Alleen voor de standaard grafische browser. Gaat naar de vorige pagina totdat u het hoofdscherm bekijkt. Door in het hoofdscherm op te drukken, verschijnt een melding om de niet opgeslagen wijzigingen op te slaan en het systeem opnieuw op te starten. Hiermee wordt het hulpbestand voor de systeeminstallatie geopend.
Optie Beschrijving systeem), Dock eSATA Device (Dock eSATA-apparaat), LOM MAC Address (MAC-adres LOM), Video Controller (Videocontroller), Video BIOS Version (Video-BIOS-versie), Video Memory (Videogeheugen), Panel Type (Beeldschermtype), Native Resolution (Standaardresolutie), Audio Controller (Audiocontroller), Modem Controller (Modemcontroller), Wi-Fi Device (Wifi-apparaat), WiGig Device (WiGig-apparaat), Cellular Device (Mobiel apparaat), Bluetooth Device (Bluetooth-apparaat).
Optie Beschrijving kunt u de UEFI-netwerkprotocollen in pre-OS en vroege OS netwerkomgeving inschakelen. Parallel Port Hiermee kunt u de parallelle poort op het dockingstation instellen en configureren. U kunt de parallelle poort als volgt instellen: • • • • Serial Port Disabled (Uitgeschakeld) AT PS2 ECP (Latitude 7440) Hier worden de instellingen van de seriële poort opgegeven en gedefinieerd.
Optie Beschrijving geïntegreerde apparaten tijdens het opstarten worden gerapporteerd. Deze technologie is onderdeel van de specificatie SMART (Self Monitoring Analysis en Reporting Technology). • USB Configuration Enable SMART Reporting (SMARTrapportage inschakelen): deze optie is standaard uitgeschakeld. Hiermee kunt u de USB-configuratie definiëren. De opties zijn: • • • Enable Boot Support (Opstartondersteuning inschakelen) Enable External USB Port (Externe USB-poort inschakelen) Enable USB3.
Optie Beschrijving Miscellaneous Devices Hiermee kunt u de verschillende geïntegreerde apparaten in- of uitschakelen. De opties zijn: • • • • • Enable Microphone (Microfoon inschakelen) Enable Hard Drive Free Fall Protection (Bescherming van de harde schijf bij vallen inschakelen) Enable Camera (Camera inschakelen) Enable Media Card (Mediakaart inschakelen) Disable Media Card (Mediakaart uitschakelen) Standaardinstelling: All devices are enabled (Alle apparaten zijn ingeschakeld) Tabel 4.
Optie Beschrijving Standaardinstelling: niet ingeschakeld Strong Password Hiermee kunt de optie forceren om altijd veilige wachtwoorden in te stellen. Standaardinstelling: Enable Strong Password (Sterk wachtwoord inschakelen) is niet geselecteerd. Password Configuration Hier kunt u de lengte van uw wachtwoord instellen. Min = 4 , max = 32 Password Bypass Hiermee kunt u de toestemming in- of uitschakelen voor het omzeilen van het systeem- of interne HDD-wachtwoord, wanneer deze zijn ingesteld.
Optie Beschrijving Admin Setup Lockout Hiermee kunt u voorkomen dat gebruikers de Setup openen wanneer er een administratorwachtwoord is ingesteld. Standaardinstelling: Disabled (Uitgeschakeld) Tabel 6. Secure Boot Secure Boot Enable Hiermee kunt u de functie Beveiligd opstarten inschakelen of uitschakelen.
Optie Beschrijving ingeschakeld. Hiermee kunt u de ondersteuning voor meerdere kernen voor de processor in- of uitschakelen. De opties zijn: • • • All (Alles) (Standaardinstelling) 1 2 Intel SpeedStep Hiermee kunt u de functie Intel SpeedStep in- of uitschakelen. Standaardinstelling: Enable Intel SpeedStep (Intel SpeedStep inschakelen) C States Control Hiermee kunt u de aanvullende slaapstanden van de processor in- of uitschakelen: Standaardinstelling: de optie C States (C-staat) is ingeschakeld.
Optie Beschrijving • Auto On Time Hiermee kunt u de tijd instellen waarop de computer automatisch moet worden ingeschakeld. De opties zijn: • • • • USB Wake Support Disabled (Uitgeschakeld) (Standaardinstelling) Every Day (Elke dag) Weekdays (Op werkdagen) Select Days (Dagen selecteren) Hiermee kunt u instellen of USB-apparaten de computer uit de standbystand mogen halen. Deze optie is uitgeschakeld.
Optie Beschrijving Primary Battery Configuration Hiermee kunt u instellen hoe de batterij moet worden opgeladen als de netadapter is aangesloten. De opties zijn: • • • • • Intel Smart Connect Technology Adaptive (Adaptief) (Ingeschakeld) Standard Charge (Standaard opladen) Express Charge (Expresse opladen) Primary AC Use (Primair wisselstroomgebruik) Custom Charge (Aangepast opladen): u kunt het percentage instellen voor het opladen van de batterij. De optie is standaard uitgeschakeld.
Optie Beschrijving • • Extended BIOS POST Time Grondig Auto (Automatisch) Hiermee kan een extra vertraging vóór het opstarten worden ingesteld en kan de gebruiker de POST-statusmelding zien. • • • 0 seconds (0 seconde) 5 seconds (5 seconden) 10 seconds (10 seconden) Tabel 10. Virtualisatie-ondersteuning Optie Beschrijving Virtualization Hiermee kunt u de functie Intel Virtualization Technology (Intelvirtualisatietechnologie) in- of uitschakelen.
Optie Beschrijving Alle opties zijn standaard ingeschakeld. Tabel 12. Maintenance (Onderhoud) Optie Beschrijving Service Tag Dit toont de servicetag van uw computer. Asset Tag Hier kunt u een inventaristag voor de computer maken als er nog geen inventaristag is ingesteld. Deze optie is standaard niet ingesteld. Tabel 13. System Logs (Systeemlogboeken) Optie Beschrijving BIOS events Toont het logboek voor systeemgebeurtenissen; hiermee kunt u het logboek wissen.
U kunt ook controleren voor welke stuurprogramma's een update nodig is. Als u dit voor uw product wilt doen, klikt u op Systeem analiseren voor updates en volgt u de instructies op het scherm. 10. Selecteer uw voorkeursmethode voor het downloaden in het venster Selecteer hieronder uw voorkeursmethode voor downloaden; klik op Download File (Bestand downloaden). Het venster File Download (Bestand downloaden) wordt weergegeven. 11. Klik op Save (Opslaan) om het bestand op uw computer op te slaan. 12.
• Het wachtwoord mag de nummers 0 t/m 9 bevatten. • Er mogen alleen kleine letters worden gebruikt. • Alleen de volgende speciale tekens zijn toegestaan: spatie, (”), (+), (,), (-), (.), (/), (;), ([), (\), (]), (`). Vul het systeemwachtwoord op aangeven nogmaals in. 4. Vul hetzelfde systeemwachtwoord als daarvoor in en klik op OK. 5. Selecteer Installatiewachtwoord, vul het systeemwachtwoord in en druk op of .
Diagnostiek 5 Start bij problemen met uw computer eerst de ePSA diagnosefuncties voordat u met Dell contact opneemt voor technische assistentie. Het doel van het starten van deze diagnostische functies is het testen van de hardware van uw computer zonder extra apparatuur nodig te hebben of de kans te lopen om gegevens te verliezen. Als u het probleem niet zelf kunt oplossen, kunnen de medewerkers u op basis van de diagnosefuncties verder helpen om het probleem op te lossen.
Statuslampjes van apparaat Tabel 14. Statuslampjes van apparaat Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in de energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. Gaat branden of knippert om de batterijstatus aan te geven. Gaat branden wanneer het draadloze netwerk is ingeschakeld. De LED-statuslampjes van het apparaat bevinden zich meestal boven of links van het toetsenbord.
Batterijstatuslampjes Als de computer is aangesloten op een stopcontact, werkt het batterijlampje als volgt: Afwisselend oranje Een niet-geauthenticeerde of niet ondersteunde, niet van Dell afkomstige en wit knipperend netadapter is op de laptop aangesloten. Afwisselend oranje Tijdelijke batterijstoring bij aangesloten netadapter. knipperend en ononderbroken wit Continu knipperend oranje lampje Fatale batterijstoring bij aangesloten netadapter. Lampje uit Batterij opgeladen bij aangesloten netadapter.
6 Specificaties OPMERKING: Aanbiedingen kunnen per regio verschillen. De volgende specificaties worden in naleving van de wet bij de computer meegeleverd. Ga voor meer informatie over de configuratie van uw computer naar Help en ondersteuning in uw Windows-besturingssysteem en selecteer de optie om informatie over uw computer te bekijken. Tabel 16.
Functie Specificatie Stereoconversie 24-bit (analoog-naar-digitaal en digitaal-naar-analoog) Interface: Intern high-definition audio Extern microfooningang, stereohoofdtelefoon en gecombineerde connector voor een headset Luidsprekers twee ingebouwde luidsprekerversterker 1 W (RMS) per kanaal Geluidsregelaars sneltoetsen Tabel 20.
Tabel 23. Poorten en connectoren Kenmerken Specificatie Audio één connector voor microfoon/stereohoofdtelefoon/ luidsprekers Video mini-DisplayPort-aansluiting Netwerkadapter RJ-45-connector USB 3.0 Zes USB 3.0-connectors Geheugenkaartlezer Ondersteunt maximaal SD4.0 uSIM-kaart (Micro Subscriber Identity Module) één Dockingpoort één Tabel 24.
Tabel 26. Touchpad Functie Specificatie Latitude 7240 Latitude 7440 X-as 98,8 mm 100 mm Y-as 60,8 mm 47 mm Actieve gedeelte: Tabel 27.
Functie Specificatie Inputfrequentie 50 Hz tot 60 Hz Uitgangsvermogen 65 W Uitgangsstroom 3,34 A (constant) Nominale uitgangsspanning 19,5 VDC Gewicht 0,51 lb (0,23 kg) Afmetingen 0,87 x 2,60 x 4,17 inches (22 x 66 x 106 mm) Temperatuurbereik: Operationeel 0 °C tot en met 40 °C (32 °F tot en met 104 °F) Niet in gebruik -40 °C tot en met 70 °C (-40 °F tot en met 158 °F) Tabel 29.
Contact opnemen met Dell 7 OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u de contactgegevens vinden op de factuur, de pakbon of in de productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid verschilt per land en product en sommige services zijn mogelijk niet beschikbaar in uw regio. Wanneer u met Dell contact wilt opnemen voor vragen over de verkoop, technische ondersteuning of de klantenservice: Ga naar dell.