Dell Latitude E7270 Eigenaarshandleiding Regelgevingsmodel: P26S Regelgevingstype: P26S001
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van het product. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. GEVAAR: Een GEVAAR-KENNISGEVING duidt op een risico op schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. © 2016 Dell Inc of dochterondernemingen. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken................................................................................................. 6 Veiligheidsinstructies.......................................................................................................................................................... 6 Voordat u in de computer gaat werken...............................................................................................................................6 Uw computer uitschakelen......
De WWAN-kaart plaatsen........................................................................................................................................... 18 Geheugenmodule.............................................................................................................................................................. 18 De geheugenmodule verwijderen................................................................................................................................
Opties voor het scherm Algemeen.................................................................................................................................... 41 Opties voor het scherm System Configuration (Systeemconfiguratie).............................................................................. 41 Opties voor het scherm Video..........................................................................................................................................
1 Aan de computer werken Veiligheidsinstructies Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw persoonlijke veiligheid te garanderen en de computer en werkomgeving te beschermen tegen mogelijke schade. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke procedure in dit document uitgegaan van de volgende condities: • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
WAARSCHUWING: Wanneer u een netwerkkabel wilt verwijderen, moet u eerst de connector van de netwerkkabel uit de computer verwijderen en daarna de netwerkkabel loskoppelen van het netwerkapparaat. 5. Verwijder de computer en alle daarop aangesloten apparaten uit het stopcontact. 6. Houd de aan-uitknop ingedrukt terwijl de stekker van de computer uit het stopcontact is verwijderd om het moederbord te aarden.
2 Onderdelen verwijderen en plaatsen Deze paragraaf beschrijft gedetailleerd hoe de onderdelen moeten worden verwijderd uit, of worden geïnstalleerd in uw computer. Aanbevolen hulpmiddelen Voor de procedures in dit document heeft u het volgende gereedschap nodig: • Kleine sleufkopschroevendraaier • Kruiskopschroevendraaier #1 (Phillips) • Klein plastic pennetje • Hex-schroevendraaier Subscriber Identification Module (SIM)-kaart De simkaart (Subscriber Identification Module) plaatsen 1.
2. Trek aan de SIM-kaarthouder om deze uit te schuiven. 3. Verwijder de SIM-kaart uit de SIM-kaarthouder. 4. Duw de SIM-kaarthouder in de sleuf totdat deze op zijn plaats klikt. SD-kaart De SD-kaart verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Druk op de SD-kaart om deze uit de computer te verwijderen. 3. Schuif de SD-kaart uit de computer. De SD-kaart (Secure Digital) plaatsen 1. Schuif de SD-kaart in de sleuf totdat de kaart op zijn plaats klikt. 2.
De onderplaat plaatsen 1. Lijn de lipjes van de onderplaat uit op de sleuven in de computer. 2. Druk op de randen van de onderplaat totdat deze vastklikt. 3. Draai de schroeven vast waarmee de onderplaat aan de computer wordt bevestigd. 4. Volg de procedure in Nadat u in de computer heeft gewerkt. Batterij Voorzorgsmaatregelen voor de lithium-ionbatterij WAARSCHUWING: • Wees voorzichtig bij het hanteren van lithium-ionbatterijen.
b. Verwijder de schroefschroeven waarme de batterij aan de computer wordt bevestig [2]. c. Til de batterij weg van de computer [3]. De batterij plaatsen 1. Breng de lipjes van de batterij op één lijn met de sleuven in de polssteun. OPMERKING: Zorg ervoor dat de batterijkabel loopt via de routing-clips op de batterij. 2. Draai de schroeven aan waarmee de batterij aan de systeemkast vastzit. OPMERKING: Het aantal schroeven varieert afhankelijk van het type batterij. 3.
Het vaste-toestandstation (SSD) plaatsen 1. Plaats de SSD in de connector op het moederbord. 2. Draai de schroef aan waarmee de SSD in de computer vastzit. 3. Plaats: a. batterij b. onderplaat 4. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. PCIe Solid State schijf (SSD) De optionele PCIe SSD verwijderen OPMERKING: Uw systeem ondersteunt een SSD of een PCIe SSD maar niet beide. 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a.
De optionele PCIe SSD plaatsen 1. Plaats de SSD in de connector op het moederbord. 2. Plaats de SSD-beugel over de SSD en draai de schroeven vast om hem aan de computer te bevestigen. 3. Plaats: a. batterij b. onderplaat 4. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Smartcard-module De smartcardhouder verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij c. SSD 3.
De smartcardhouder plaatsen 1. Schuif de lipjes op de smartcardbehuizing onder de lipjes op de computer. 2. Draai de schroeven vast waarmee de smartcardbehuizing aan computer is bevestigd. 3. Sluit de smartcardkabel aan op de USH-kaart. 4. Plaats: a. SSD b. batterij c. onderplaat 5. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Luidspreker De luidsprekers verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b.
De luidsprekers plaatsen 1. Plaats de luidsprekers langs de sleuven in de computer. 2. Draai de schroeven aan om de luidspreker aan de computer te bevestigen. 3. Leid de luidsprekerkabel door de bevestigingsclips op de touchpad-knoppen en de computer. 4. Sluit de stekker van de luidsprekerkabel aan op de connector op het moederbord. 5. Plaats: a. batterij b. onderplaat 6. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Knoopbatterij De knoopbatterij verwijderen 1.
De knoopbatterij plaatsen 1. Bevestig de knoopcelbatterij op het moederbord. 2. Sluit de kabel van de knoopbatterij aan op de connector op het moederbord. 3. Plaats: a. batterij b. onderplaat 4. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. WLAN-kaart De WLAN-kaart verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij 3. Verwijder de WLAN-kaart: a. b. c. d.
De WLAN-kaart plaatsen 1. Steek de WLAN-kaart in de connector op het moederbord. 2. Sluit de WLAN-kabels aan op de connectoren op de WLAN-kaart. 3. Plaats de metalen beugel en draai de schroef vast om de beugel aan de computer te bevestigen. 4. Plaats: a. batterij b. onderplaat 5. Volg de procedure in Nadat u in het systeem heeft gewerkt. WWAN-kaart De WWAN-kaart verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b.
De WWAN-kaart plaatsen 1. Steek de WWAN-kaart in de connector op de computer. 2. Sluit de WWAN-kabels aan op de connectoren op de WWAN-kaart. 3. Plaats de metalen beugel en draai de schroef vast om de beugel aan de computer te bevestigen. 4. Plaats: a. batterij b. onderplaat 5. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Geheugenmodule De geheugenmodule verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b.
De geheugenmodule plaatsen 1. Plaats de geheugenmodule in de socket voor de geheugenmodule totdat de klemmen de geheugenmodule vastzetten. 2. Plaats: a. batterij b. onderplaat 3. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. Warmteafleider De warmteafleider verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij 3. Koppel de ventilatorkabel los. 4.
5. Doe het volgende om de warmteafleider te verwijderen: a. Verwijder de schroeven waarmee de warmteafleider aan het moederbord is bevestigd [1, 2, 3, 4]. OPMERKING: Verwijder de schroeven waarmee de warmteafleider aan het moederbord in de volgorde van de afgebeelde indexnummers [1, 2, 3, 4]. b. Til de warmteafleider van het moederbord [5]. De warmteafleider plaatsen 1. Lijn de warmteafleidereenheid uit met de schroefhouders op het moederbord. 2.
OPMERKING: Draai de schroeven op het moederbord vast in de volgorde van de indexnummers [1, 2, 3, 4]. 3. Sluit de kabel van de ventilator aan op de connector van het moederbord. 4. Plaats: a. batterij b. onderplaat 5. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Netconnectorpoort De stroomconnectorpoort verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij 3.
7. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Dockframe Het dockframe verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij 3. Verwijder de schroeven waarmee het dockframe aan de computer is bevestigd [1]. 4. Til het dockframe uit de computer [2]. Het dockframe plaatsen 1. Plaats het dockframe op de computer. 2. Draai de schroeven aan om het dockframe op de computer te bevestigen. 3. Plaats: a.
f. g. h. i. 3. WLAN-kaart WWAN-kaart warmteafleider knoopbatterij Verwijder de beeldschermkabel als volgt: a. b. c. d. Maak de WWAN- en WLAN-kabels los [1]. Verwijder de schroef waarmee de beugel voor de kabel van de beeldschermeenheid aan het moederbord is bevestigd [2]. Til de beugel van de beeldschermkabel weg van de computer [3]. Koppel de beeldschermkabel los van de computer [4]. 4.
Het moederbord plaatsen 1. Lijn het moederbord uit met de schroefhouders op de computer. 2. Plaats de metalen beugel over de connectoren van de geheugenmodule en draai de schroeven vast om hem aan de computer te bevestigen. 3. Draai de schroeven vast om het moederbord te bevestigen aan de computer. 4. Sluit de kabels van de luidspreker, stroomaansluiting, LED, touchpad, en het moederbord aan op de connectors van het moederbord: 5.
h. i. j. k. knoopbatterij dockframe stroomconnectorpoort moederbord 3. Trek de touchpadkabel los van de toetsenbordeenheid [1]. 4. Koppel de toetsenbordkabels los van de connectoren op de touchpad-kaar [2, 3]. 5. Verwijder de schroeven waarmee de toetsenbordeenheid aan de computer is bevestigd [1]. 6. Til de toetsenbordeenheid uit de computer [2]. Het verwijderen van het toetsenbord uit de toetsenbordhouder 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2.
Het toetsenbord plaatsen op de toetsenbordhouder 1. Leid de kabels van het toetsenbord door de sleuf op de toetsenbordhouder. 2. Lijn het toetsenbord uit met de schroefhouders op de toetsenbordhouder. 3. Draai de schroeven vast om het toetsenbord aan de toetsenbordhouder te bevestigen. 4. Plaats de toetsenbordeenheid. Het plaatsen van de toetsenbordeenheid OPMERKING: Het toetsenbord en de toetsenbordhouder vormen gezamelijk de toestenbordeenheid. 1.
d. WWAN-kaart 3. Verwijder de beugels van de beeldschermscharnieren als volgt: a. Verwijder de schroef waarmee de beugel van de beeldschermkabel aan de computer is bevestigd [1]. b. Verwijder de beugel van het beeldschermscharnier uit de computer [2]. 4. Verwijder de beeldschermeenheid als volgt: a. b. c. d. 5. Koppel de WLAN- en WWAN-kabels los van het routing-kanaal op het moederbord [1]. Verwijder de schroef waarmee de beugel voor de kabel van de beeldschermeenheid aan de computer is bevestigd [2].
6. Verwijder de beeldschermeenheid als volgt: a. Verwijder de schroeven waarmee het beeldscherm aan de computer is bevestigd [1]. b. Open de beeldschermeenheid [2] en til de beeldschermeenheid op om deze uit de computer te verwijderen [3]. De beeldschermeenheid plaatsen 1. Steek de beeldschermscharnieren in de sleuven op de computer. OPMERKING: Dit moet worden gedaan met de beeldschermeenheid in geopende stand. Zorg ervoor dat de kabels niet in de weg staan van de scharniersleuven en de computer. 2.
13. Volg de procedure in Nadat u in de computer hebt gewerkt. Montagekader van het beeldscherm Het montagekader van het beeldscherm verwijderen OPMERKING: Het montagekader van het beeldscherm is alleen beschikbaar voor non-touch-systemen. 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. onderplaat b. batterij c. beeldschermeenheid 3.
b. batterij c. beeldschermeenheid d. montagekader van het beeldscherm OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op non-touch-systemen. 3. Zo verwijdert u het beeldschermpaneel voor non-touch-systemen: a. b. c. d. e. 4. Verwijder de schroeven waarmee het beeldschermpaneel aan de beeldschermeenheid is bevestigd [1]. Om bij de eDP-kabel [2] te komen, til het beeldschermpaneel omhoog en draai het beeldschermpaneel om. Trek de tape [3] los om bij de eDP-kabel te komen.
b. Leg het beeldschermpaneel neer met het scherm naar beneden. c. Schuif de beeldschermeenheid om bij de eDP-kabel te komen. d. Trek de tape los om bij de eDP-kabel te komen [1]. e. Koppel eDP-kabel los van de connector aan de achterzijde van het beeldschermpaneel [2, 3]. f. Til de beeldschermeenheid uit het beeldschermpaneel [4].
Het beeldschermpaneel plaatsen 1. Zo installeert u het beeldschermpaneel voor non-touch systemen: a. Sluit de eDP-kabel aan op de connector op de achterkant van het beeldschermpaneel en bevestig de zelklevende tape. b. Lijn het beeldschermpaneel uit met de schroefhouders op de beeldschermeenheid. c. Draai de schroeven vast waarmee het beeldschermpaneel op de beeldschermeenheid wordt bevestigd. 2. Zo installeert u het beeldschermpaneel voor touch-systemen: a. b. c. d. e. f. 3.
Afbeelding 1. Het verwijderen van scharnieren voor een non-touch-systeem Afbeelding 2. Scharnieren verwijderen voor touch-systeem. Het beeldschermscharnier plaatsen 1. Draai de schroeven vast om de beeldschermscharnier te bevestigen aan het beeldschermeenheid. 2. Draai de schroeven vast om de beeldschermscharnier te bevestigen aan de beeldschermeenheid. 3.
a. montagekader van het beeldscherm OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op non-touch-systemen. b. beeldschermpaneel OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op touch-systemen. c. beeldschermeenheid d. batterij e. onderplaat 4. Volg de procedure in Nadat u in het systeem heeft gewerkt. eDP-kabel De eDP-kabel verwijderen 1. Volg de procedure in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de volgende onderdelen: a. b. c. d.
Afbeelding 4. Het verwijderen van de eDP-kabel voor touch-systemen De eDP-kabel installeren 1. Leid de beeldschermkabel door de routing-clips op de beeldschermeenheid. 2. Bevestig de tape van de camerakabel en sluit de camerakabel aan. 3. Sluit de eDP-kabel aan op de connector op de beeldschermeenheid. 4. Plaats: a. beeldschermpaneel b. montagekader van het beeldscherm OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op non-touch-systemen. c. beeldschermeenheid d. batterij e. onderplaat 5.
OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op non-touch-systemen. e. beeldschermpaneel 3. Trek de tape los waarmee de camera aan de beeldschermeenheid is bevestigd [1]. 4. Koppel de camerakabel los van de connector op de beeldschermeenheid [2]. 5. Til de camera weg uit de beeldschermeenheid [3]. Afbeelding 5. Het verwijderen van de camera uit een non-touch-systeem. Afbeelding 6. Het verwijderen van de camera uit een touch-systeem.
De camera plaatsen 1. Plaats de camera op het beeldscherm. 2. Sluit de camerakabel aan op de connector op het beeldscherm. 3. Breng de tape aan om de camera op de beeldschermeenheid te bevestigen. 4. Plaats: a. beeldschermpaneel b. montagekader van het beeldscherm OPMERKING: Dit is alleen van toepassing op non-touch-systemen. c. beeldschermeenheid d. batterij e. onderplaat 5. Volg de procedure in Nadat u in het systeem heeft gewerkt. Polssteun Het vervangen van de polssteun 1.
3. Plaats de volgende onderdelen op de nieuwe polssteun. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. 4. toetsenbord moederbord knoopbatterij WLAN-kaart WWAN-kaart Smart-kaarthouder geheugenmodule warmteafleider stroomconnectorpoort dockframe beeldschermeenheid Smart-kaarthouder SSD luidsprekers batterij onderplaat Volg de procedure in Nadat u in het systeem heeft gewerkt.
3 Systeeminstellingen Opstartvolgorde Via Boot Sequence kunnen gebruikers de door System Setup gedefinieerde volgorde van het opstartapparaat omzeilen en direct op een specifiek apparaat opstarten (bijvoorbeeld een optische schijf of harde schijf). Tijdens de Power-on Self Test (POST) zodra het Dell-logo verschijnt. • System Setup openen door op de F2-toets te drukken; • het eenmalige opstartmenu openen door op de F12-toets te drukken.
Opties voor System Setup OPMERKING: Afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten kunnen de onderdelen die in dit gedeelte worden vermeld wel of niet worden weergegeven. Opties voor het scherm Algemeen Dit gedeelte bevat de belangrijkste hardwarefuncties van de computer. Optie Beschrijving System Information Dit gedeelte bevat de belangrijkste hardwarefuncties van de computer.
Optie Beschrijving • Parallel Port Serial Port SATA Operation Drives SMART Reporting Hiermee kunt u de parallelle poort op het dockingstation configureren. De opties zijn: • Disabled (Uitgeschakeld) • AT: Deze optie is standaard ingeschakeld. • PS2 • ECP Hiermee kunt u de geïntegreerde seriële poort configureren. De opties zijn: • Disabled (Uitgeschakeld) • COM1: Deze optie is standaard ingeschakeld.
Optie Beschrijving OPMERKING: USB-toetsenborden en -muizen werken altijd in de BIOS-setup, ongeacht deze instellingen. USB PowerShare In dit veld kunt u de functie voor USB PowerShare instellen. Met deze optie kunt u extra apparaten via de USB Powershare-poort opladen met het batterijvermogen dat in het systeem is opgeslagen. Audio Met dit veld wordt de geïntegreerde audiocontroller in- of uitgeschakeld. De optie Enable Audio (Audio inschakelen) is standaard ingeschakeld.
Opties voor het scherm Beveiliging Optie Beschrijving Admin Password Hiermee kunt u het administratorwachtwoord (admin) instellen, wijzigen of wissen. OPMERKING: U moet het beheerderswachtwoord instellen voordat u het systeem- of vasteschijfwachtwoord instelt. Wanneer u het beheerderswachtwoord wist, wist u automatisch ook het systeemwachtwoord. OPMERKING: Wijzigingen in wachtwoorden worden onmiddellijk effectief.
Optie Beschrijving • Clear (Wissen) • PPI overslaan voor ingeschakelde opdrachten • PPI overslaan voor uitgeschakelde opdrachten • Disabled (Uitgeschakeld) • Enabled (Ingeschakeld) OPMERKING: Download de TPM wrapper tool (software) om TPM1.2/2.0 te upgraden of downgraden. Computrace Hiermee kunt u de optionele software Computrace in- en uitschakelen.
Optie Beschrijving • Enclave Memory Size (Grootte enclavegeheugen): Intel Software Guard Extensions Enclave Memory Size (Grootte enclavegeheugen): Expert Key Management Enabled (Ingeschakeld) Met deze optie stelt u SGX Enclave Reserve Memory Size. (Grootte van het SGX Enclave reservegeheugen) in. De opties zijn: • 32 MB • 64 MB • 128 MB Deze velden geeft u een beveiligde omgeving voor het uitvoeren van code/opslaan van gevoelige gegevens te verstrekken in de context van de hoofd OS.
Optie Beschrijving Enclave Memory Size (Grootte enclavegeheugen) Met deze optie stelt u SGX Enclave Reserve Memory Size. (Grootte van het SGX Enclave reservegeheugen) in. De opties zijn: • 32 MB • 64 MB • 128 MB Schermopties voor Intel Software Guard Extensions Optie Beschrijving Intel SGX Enable Dit veld geeft u een beveiligde omgeving voor het uitvoeren van code/opslaan van gevoelige gegevens in de context van het hoofdbesturingssysteem.
Optie Beschrijving Intel TurboBoost Hiermee kunt u de Intel TurboBoost-modus van de processor in- of uitschakelen. • Hiermee wordt Intel TurboBoost ingeschakeld. Standaardinstelling: de optie is ingeschakeld. Hyper-Thread Control Hiermee kunt u HyperThreading in de processor in- of uitschakelen.
Optie Beschrijving • WLAN Only (Alleen WLAN) • LAN or WLAN (LAN of WLAN) Standaardinstelling: Disabled (Uitgeschakeld) Block Sleep Met deze optie kunt u blokkeren dat de computer in slaapstand gaat (S3-stand) in het besturingssysteem. Block Sleep (S3 state) Standaardinstelling: deze optie is uitgeschakeld. Peak Shift Deze optie kunt u gebruiken om het netstroomverbruik tijdens piektijden te minimaliseren.
Optie Beschrijving Keypad (Embedded) Hiermee kunt u een of twee methoden kiezen om het toetsenblok in te schakelen dat in het interne toetsenbord is opgenomen. • Fn Key Only (Alleen Fn-toets): Deze optie is standaard ingeschakeld. • By Numlock (Via Numlock) OPMERKING: Wanneer de setup actief is, heeft deze optie geen effect, de setup werkt in de “Fn Key Only”-modus (Alleen Fn-toets). Mouse/Touchpad Numlock Enable Hiermee kunt u aangeven hoe het systeem omgaat met input van de muis en het touchpad.
Opties voor het scherm Virtualisatie-ondersteuning Optie Beschrijving Virtualization Hiermee kunt u de functie Intel Virtualization Technology (Intel-virtualisatietechnologie) in- of uitschakelen. Enable Intel Virtualization Technology (Intel Virtualization-technologie inschakelen) (standaard) VT for Direct I/O Hiermee schakelt u Virtual Machine Monitor (VMM) in of uit voor het gebruik van de extra hardwaremogelijkheden van de Intel® Virtualisatietechologie voor directe I/O.
Optie Beschrijving BIOS Downgrade Dit veld beheert het terugzetten van de systeemfirmware naar vorige revisies. Data Wipe Met dit veld kunnen gebruikers de gegevens goed van alle interne opslagapparaten wissen.
12. Klik op Run (Uitvoeren) om de bijgewerkte BIOS-instellingen te installeren op uw computer. Volg de aanwijzingen op het scherm. OPMERKING: U kunt de BIOS-versie beter niet bijwerken voor meer dan 3 revisies. Als u de BIOS-versie bijvoorbeeld wilt bijwerken van 1.0 naar 7.0, moet u eerst versie 4.0 en vervolgens versie 7.0 installeren. Systeem- en installatiewachtwoord U kunt ter beveiliging van uw computer een wachtwoord voor het systeem en de installatie aanmaken.
Druk na het aanzetten of opnieuw opstarten van de computer onmiddellijk op F2 om naar de System Setup te gaan. 1. Selecteer System Security (Systeembeveiliging) in het scherm System BIOS (Systeem BIOS), of System Setup (Systeeminstallatie) en druk op Enter. Het scherm System Security (Systeembeveiliging) wordt geopend. 2. Controleer in het scherm System Security (Systeembeveiliging) of Password Status (Wachtwoordstatus) op Unlocked (Ontgrendeld) staat. 3.
4 Diagnostiek Start bij problemen met uw computer eerst de ePSA diagnosefuncties voordat u met Dell contact opneemt voor technische assistentie. Het doel van het starten van deze diagnostische functies is het testen van de hardware van uw computer zonder extra apparatuur nodig te hebben of de kans te lopen om gegevens te verliezen. Als u het probleem niet zelf kunt oplossen, kunnen de medewerkers u op basis van de diagnosefuncties verder helpen om het probleem op te lossen.
Tabel 2.
5 Technische specificaties OPMERKING: Het aanbod kan per regio verschillen. Voor meer informatie over de configuratie van uw computer in: • Windows 10: klik of tik op Start → Instellingen → Systeem → Over. • Windows 8.1 en Windows 8: klik of tik op Start • Windows 7: klik op Start → Pc-instellingen → Pc en apparaten → Pc Info. , klik met de rechtermuisknop op Deze computer en selecteer Eigenschappen.
Audiospecificaties Functie Specificatie Types Vierkanaals high-definition audio Controller Realtek ALC3235 Stereoconversie 24-bits (analoog-naar-digitaal en digitaal-naar-analoog) Interne interface High-definition audio Externe interface Gecombineerde connector voor microfoon, stereohoofdtelefoon en headset Luidsprekers Twee Interne 2 W (RMS) per kanaal luidsprekerversterker Volumeknoppen Sneltoetsen Videospecificaties Functie Specificatie Type geïntegreerd in moederbord UMA-controller
Kenmerken Specificatie • Bluetooth 4.1 LE Poort- en connectorspecificaties Functie Specificatie Audio Eén connector voor microfoon/stereohoofdtelefoon/luidsprekers Video • Eén HDMI • Eén mDP Netwerkadapter Eén RJ-45-connector USB Drie USB 3.0, één PowerShare Geheugenkaartlezer Max. SD4.
Functie Specificatie Vernieuwingsfrequen 60 Hz/48 Hz tie Maximale kijkhoeken +/-80° (horizontaal) Maximale kijkhoeken +/-80° (verticaal) Pixelpitch 0,144 x 0,144 Toetsenbordspecificaties Functie Aantal toetsen Specificatie • Verenigde Staten: 82 toetsen • Verenigd Koninkrijk: 83 toetsen • Brazilië: 84 toetsen • Japan: 86 toetsen Touchpadspecificaties Functie Specificatie Actieve gedeelte: X-as 99,50 mm Y-as 51,00 mm Batterijspecificaties Functie Type Specificatie • 3-cels lithium prisma
Functie Specificatie Gewicht 300,00 g (0,66 lb) Spanning 7,40 VDC Levensduur 300 ontlaad-/laadcycli Temperatuurbereik In bedrijf • Opladen : 0°C tot en met 50°C (32°F tot en met 158°F) • Ontladen: 0 °C tot en met 70 °C (32 °F tot en met 122 °F) • In bedrijf: 0°C tot en met 35°C (32°F tot en met 95°F) Niet in gebruik -20°C tot en met 65°C (-4°F tot en met 149°F) Knoopbatterij CR2032-lithiumknoopbatterij van 3 V Specificaties voor de netadapter Functie Specificatie Type 65 W en 90 W Ing
Functie Specificatie Hoogte achterzijde (touch) 20,95 mm (0,82 inch) Breedte 310,5 mm (12,22 inch) Diepte 215,15 mm (8,47 inch) Gewicht (non-touch 1,24 kg (2,74 lb) met 3-cels batterij) Gewicht (touch met 1,466 kg (3,22 lb) 3-cels batterij) Omgevingsspecificaties Temperatuur Specificaties Operationeel 0°C tot 60°C (32°F tot 140°F) Opslag -51°C tot 71°C (-59°F tot 159°F) Relatieve vochtigheid (maximum) Specificaties Operationeel 10 tot 90% (niet-condenserend) Opslag 5 tot 95% (niet-conden
6 Contact opnemen met Dell OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u contactgegevens ook vinden op uw factuur, pakbon, rekening of productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid hiervan verschilt per land en product. Sommige services zijn mogelijk niet in uw regio beschikbaar. U neemt als volgt contact op met Dell voor zaken op het gebied van verkoop, ondersteuning of klantenservice: 1. Ga naar Dell.