Dell Latitude E6540 Eigenaarshandleiding Regelgevingsmodel: P29F Regelgevingstype: P29F001
Opmerkingen, voorzorgsmaatregelen,en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. WAARSCHUWING: EEN WAARSCHUWING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. GEVAAR: Een GEVAAR-KENNISGEVING duidt op een risico op schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden. Copyright © 2015 Dell Inc. Alle rechten voorbehouden.
Inhoudsopgave 1 Aan de computer werken.......................................................................................................... 6 Voordat u aan de computer gaat werken................................................................................................................. 6 Uw computer uitschakelen.......................................................................................................................................7 Nadat u aan de computer heeft gewerkt..............
Het toetsenbord verwijderen..................................................................................................................................26 Het toetsenbord plaatsen....................................................................................................................................... 27 De polssteun verwijderen.......................................................................................................................................28 De polssteun plaatsen......
6 Contact opnemen met Dell......................................................................................................
Aan de computer werken 1 Voordat u aan de computer gaat werken Volg de onderstaande veiligheidsrichtlijnen om uw eigen veiligheid te garanderen en de computer tegen mogelijke schade te beschermen. Tenzij anders aangegeven, wordt er bij elke procedure in dit document van de volgende veronderstellingen uitgegaan: • U hebt de veiligheidsinformatie geraadpleegd die bij uw computer is geleverd.
5. Haal de stekker van de computer en van alle aangesloten apparaten uit het stopcontact. 6. Sluit het beeldscherm en zet de computer ondersteboven op een plat werkoppervlak neer. OPMERKING: U voorkomt schade aan het moederbord door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u de computer een onderhoudsbeurt geeft. 7. Verwijder de hoofdbatterij. 8. Zet de computer met de bovenzijde omhoog. 9. Klap het beeldscherm open. 10. Druk op de aan-uitknop om het moederbord te aarden.
2. 2. Klik op de pijl in de linkeronderhoek van het menu Start, zoals hieronder wordt getoond, en klik vervolgens op Shutdown (Afsluiten). Controleer of alle op de computer aangesloten apparaten uitgeschakeld zijn. Houd de aan-uitknop vier seconden ingedrukt, indien uw computer en aangesloten apparaten niet automatisch worden uitgeschakeld wanneer u het besturingssysteem afsluit.
Onderdelen verwijderen en plaatsen 2 Deze paragraaf beschrijft gedetailleerd hoe de onderdelen moeten worden verwijderd uit, of worden geïnstalleerd in uw computer. Aanbevolen hulpmiddelen Voor de procedures in dit document heeft u het volgende gereedschap nodig: • Kleine sleufkopschroevendraaier • Kruiskopschroevendraaier • Klein plastic pennetje Systeemoverzicht Afbeelding 1. Achteraanzicht: achterplaat verwijderd 1. warmteafleider 2. harde schijf 3. geheugen 4.
5. ExpressCard-sleuf 6. optisch station 7. knoopbatterij 8. hoekbeschermer onderkant (links) 9. WWAN-kaart 10. WLAN-kaart 11. dockingpoort 12. batterijcompartiment 13. hoekbeschermer onderkant (rechts) Afbeelding 2. Bovenaanzicht: toetsenbord en polssteun verwijderd 1. kaart van de wifischakelaar 2. luidspreker 3. ExpressCard-houder 4. moederbord 5. luidspreker 6. harde-schijfcompartiment 7. VGA-kaart 8. beeldscherm De SD-kaart verwijderen 1.
De SD-kaart (Secure Digital) plaatsen 1. Schuif de SD-kaart in de sleuf totdat de kaart op zijn plaats klikt. 2. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De ExpressCard-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Druk op de ExpressCard-kaart om deze los te koppelen van de computer. Schuif de ExpressCard-kaart uit de computer. De ExpressCard-kaart plaatsen 1. Schuif de ExpressCard-kaart in de sleuf totdat de kaart vastklikt. 2.
3. 12 Draai de batterij uit de computer.
De batterij plaatsen 1. Schuif de batterij in de houder totdat deze op zijn plaats klikt. 2. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De onderplaat verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroeven waarmee de onderplaat aan de computer is bevestigd.
4. 14 Til de onderplaat op om deze uit de computer te verwijderen.
De onderplaat plaatsen 1. Plaats de onderplaat zo dat deze wordt uitgelijnd met de schroefgaten op de computer. 2. Draai de schroeven vast waarmee de onderplaat aan de computer wordt bevestigd. 3. Plaats de batterij. 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De hoekbeschermers aan de onderkant verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de onderplaat. 4.
5. Verwijder de schroeven waarmee de rechterhoekbeschermer van de onderkant is bevestigd, til en verwijder het uit de computer. De hoekbeschermers aan de onderkant plaatsen 1. Plaats de linker- en rechterhoekbeschermers van de onderkant, en lijn deze uit met de schroefgaten in de computer. 2. Draai de schroeven vast om de hoekbeschermers aan de onderkant op de computer te bevestigen. 3. Plaats: a. onderplaat b. batterij 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
b. onderplaat 3. Wrik de borgklemmen weg van de geheugenmodule tot deze omhoog komt en verwijder de geheugenmodule uit de connector op het moederbord. Het geheugen installeren 1. Plaats het geheugen in de geheugensleuf. 2. Druk op de borgklemmen om de geheugenmodule te bevestigen op het moederbord. 3. Plaats: a. onderplaat b. batterij 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De harde schijf verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2.
5. Buig de harde-schijfisolatie om. Trek de harde-schijfisolatie van de harde schijf. De harde schijf plaatsen 1. Plaats de harde-schijfisolatie op de harde schijf. 2. Bevestig de harde-schijfhouder aan de harde schijf. 3. Draai de schroeven vast waarmee de harde-schijfhouder aan de harde schijf wordt bevestigd. 4. Schuif de harde schijf in de computer. 5. Draai de schroeven vast waarmee de harde schijf aan de computer wordt bevestigd. 6. Plaats de batterij. 7.
4. Verwijder de schroef waarmee de vergrendeling van het optische station op het optische station is bevestigd. Schuif de vergrendeling van het optische station en verwijder hem van het optische station. 5. Verwijder de schroeven waarmee de vergrendelingsbracket van het optische station aan het optische station is bevestigd. Verwijder de vergrendelingsbracket van het optische station. Het optische station plaatsen 1.
5. Schuif het optische station in het stationcompartiment. 6. Druk op de vergrendeling van het optische station om het optische statio vast te zetten. 7. Plaats de batterij. 8. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De WLAN-kaart (wireless local area network) verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. batterij b. onderplaat 3.
De WWAN-kaart plaatsen 1. Plaats de WWAN-kaart in de sleuf op het moederbord. 2. Druk de WWAN-kaart naar beneden en draai de schroef vast waarmee de WWAN-kaart aan de computer vastzit. 3. Sluit de antennekabels aan op de connectoren op de WWAN-kaart. 4. Plaats: a. onderplaat b. batterij 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De netwerkconnector verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. batterij b. onderplaat c.
De netwerkconnector plaatsen 1. Lijn de netwerkconnector uit op zijn positie in de computer. 2. Plaats de netwerkconnectorbracket op de netwerkconnector. 3. Draai de schroef aan om de bracket van de netwerkconnector aan de computer te bevestigen. 4. Leid de kabel door de geleiders. 5. Sluit de kabel aan op het moederbord. 6. Plaats: a. hoekbeschermer onderkant (links) b. onderplaat c. batterij 7. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De knoopbatterij verwijderen 1.
De knoopbatterij plaatsen 1. Plaats de knoopbatterij in de sleuf. 2. Sluit de kabel van de knoopbatterij aan op het moederbord. 3. Plaats: a. onderplaat b. batterij 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De stroomconnector verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. batterij b. hoekbeschermer onderkant (rechts) c. onderplaat 3. Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a.
De stroomconnector plaatsen 1. Lijn de stroomconnector uit op zijn positie in de computer. 2. Plaats de stroomconnectorbracket over de stroomconnector. 3. Draai de schroef vast om de voedingsconnectorbeugel te bevestigen aan de computer. 4. Leid de kabel door de geleiders. 5. Sluit de kabel aan op het moederbord. 6. Plaats: a. onderplaat b. hoekbeschermer onderkant (rechts) c. batterij 7. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De warmteafleider verwijderen 1.
4. Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Schuif de warmteafleider. b. Til de warmteafleider uit de computer. De warmteafleider plaatsen 1. Schuif de warmteafleider naar zijn positie op het moederbord. 2. Draai de schroeven vast om de warmteafleider op het moederbord te bevestigen. 3. Sluit de kabel van de ventilator aan op het moederbord. 4. Plaats: a. onderplaat b. batterij 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De processor verwijderen 1.
De processor plaatsen 1. Lijn de inkepingen op de processor en de socket uit en plaats de processor in de socket. 2. Draai de sluitnok van de processor rechtsom. 3. Plaats: a. warmteafleider b. onderplaat c. batterij 4. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. Het toetsenbord verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord aan de onderplaat is bevestigd. 4.
5. Wrik de toetsenbordrand rondom los en verwijder de toetsenbordrand van de computer. 6. Verwijder de schroeven waarmee het toetsenbord aan de polssteun is bevestigd. 7. Draai het toetsenbord om en koppel de kabel van het toetsenbord los van het moederbord. Het toetsenbord plaatsen 1. Sluit de toetsenbordkabel aan op het moederbord. 2. Plaats het toetsenbord precies op de schroefgaten op de computer.
3. Draai de schroeven vast waarmee het toetsenbord aan de polssteun wordt bevestigd. 4. Plaats de toetsenbordrand op het toetsenbord en druk deze langs de kanten in tot de rand vastklikt. 5. Sluit het beeldscherm en draai de computer om. 6. Draai de schroeven vast om het toetsenbord aan de onderplaat te bevestigen. 7. Plaats de batterij. 8. Volg de procedures in nadat u werkzaamheden aan de binnenkant van uw computer heeft verricht. De polssteun verwijderen 1.
5. Koppel de volgende kabels los: a. vingerafdruklezer b. touchpad c.
6. 30 Wrik de polssteun omhoog en verwijder hem uit de computer.
De polssteun plaatsen 1. Lijn de polssteun uit met de oorspronkelijke positie in de computer totdat de polssteun vastklikt. 2. Draai de schroeven vast om de polssteun aan de computer vast te maken. 3. Sluit de volgende kabels aan: a. aan-uitknop b. touchpad c. vingerafdruklezer 4. Draai computer om en draai de schroeven vast om de polssteun aan de onderzijde van de computer vast te maken. 5. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. 6.
De kaart van de WiFi-schakelaar verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. h. 3. SD-kaart ExpressCard batterij toetsenbord beeldschermscharnierkapje onderplaat hoekbeschermer onderkant polssteun Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Koppel de kabel los van het moederbord. b. Verwijder de schroef waarmee de kaart van de wifischakelaar is bevestigd en verwijder de kaart uit de computer.
De VGA-kaart verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. h. 3. SD-kaart ExpressCard batterij toetsenbord beeldschermscharnierkapje onderplaat hoekbeschermer onderkant polssteun Verwijder de schroeven waarmee de VGA-kaart aan de computer is bevestigd en verwijder de kaart uit de connector. De VGA-kaart plaatsen 1. Plaats de VGA-kaart in de sleuf. 2. Draai de schroeven aan waarmee de VGA-kaart aan de computer wordt bevestigd. 3.
a. b. c. d. e. f. g. h. 3. SD-kaart ExpressCard batterij toetsenbord beeldschermscharnierkapje onderplaat hoekbeschermer onderkant polssteun Verwijder de schroeven waarmee de ExpressCard-houder aan de computer is bevestigd. Verwijder de ExpressCard-houder uit de computer. De ExpressCard-houder plaatsen 1. Plaats de ExpressCard-houder in de sleuf. 2. Draai de schroeven vast om de ExpressCard-houder aan de computer te bevestigen. 3. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. 4.
g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r. 3. beeldschermscharnierkapje onderplaat hoekbeschermer onderkant stroomconnector knoopbatterij geheugen WLAN-kaart WWAN-kaart warmteafleider processor VGA-kaart ExpressCard-houder Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Koppel de kabel van de kaart van de wifischakelaar los van het moederbord. b. Koppel de volgende kabels los van het moederbord: 4. Verwijder de schroeven waarmee het moederbord aan de computer vastzit.
5. 36 Haal het moederbord uit de computer.
Het moederbord plaatsen 1. Plaats het moederbord om het uit te lijnen met de poorten in de computer. 2. Draai de schroeven aan om het moederbord vast te zetten. 3. Sluit de volgende kabels aan op de systeemkaart: a. luidspreker b. wifischakelaar 4. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m.
n. o. p. q. r. 5. harde schijf toetsenbord batterij ExpressCard SD-kaart Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. De luidsprekers verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p. q. r. s. t. 3.
4. Til de luidsprekers uit de computer.
De luidsprekers plaatsen 1. Lijn de luidsprekers uit op de positie op de computer en leid de luidsprekerkabel door de geleiders op de computer. 2. Draai de schroeven aan om de luidsprekers vast te maken. 3. Plaats: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k. l. m. n. o. p.
q. r. s. t. 4. toetsenbord batterij ExpressCard SD-kaart Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt. Het beeldschermscharnierkapje verwijderen 1. Volg de procedures in Voordat u in de computer gaat werken. 2. Verwijder de batterij. 3. Verwijder de schroeven waarmee het beeldschermscharnierkapje aan de computer is bevestigd en verwijder het beeldschermscharnierkapje uit de computer. Het beeldschermscharnierkapje plaatsen 1. Lijn het beeldschermscharnierkapje uit met de schroefgaten.
4. 42 Koppel de LVDS-kabel los en maak de LVDS-kabel en de camerakabel los uit de geleiders. Verwijder deze uit de computer.
5. Verwijder de schroeven waarmee het beeldscherm aan de computer is bevestigd.
6. 44 Verwijder het beeldscherm van de computer.
Het beeldscherm plaatsen 1. Plaats het beeldscherm in de juiste positie op de computer. 2. Draai de schroeven aan om het beeldscherm vast te zetten. 3. Leid de LVDS-kabel en de camerakabel door de geleiders. 4. Plaats de antennekabels in het geleidingskanaal. 5. Sluit de antennekabels aan op de WLAN-kaart op de computer. 6. Sluit de camerakabel aan op de computer. 7. Plaats: a. b. c. d. 8.
b. c. d. e. beeldschermscharnierkapje onderplaat hoekbeschermer onderkant beeldscherm 3. Wrik de randen omhoog om het montagekader van het beeldscherm los te maken. 4. Verwijder het beeldschermpaneel van het beeldscherm.
Het montagekader van het beeldscherm plaatsen 1. Plaats het montagekader van het beeldscherm op het beeldscherm. 2. Druk op het beeldschermpaneel, beginnend in de bovenste hoek, om het hele beeldschermpaneel heen werkend totdat het beeldscherm vastklikt. 3. Druk vervolgens op de linker- en rechterranden van het montagekader. 4. Plaats: a. b. c. d. e. 5. beeldscherm hoekbeschermer onderkant onderplaat beeldschermscharnierkapje batterij Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
3. Verwijder de schroeven waarmee het beeldschermpaneel aan het beeldscherm is bevestigd. 4. Draai het beeldschermpaneel om.
5. Trek het plakband van de LVDS-kabelconnector los en koppel de LVDS-kabel los van het beeldschermpaneel. Verwijder het beeldschermpaneel uit de beeldschermeenheid. Het beeldschermpaneel plaatsen 1. Sluit de LVDS-kabel aan en bevestig het LVDS-kabelconnectortape. 2. Draai het beeldscherm om en plaats het in de beeldschermeenheid. 3. Draai de schroeven vast waarmee het beeldschermpaneel op het beeldscherm wordt bevestigd. 4. Plaats: a. b. c. d. e. f. 5.
e. beeldscherm f. montagekader van het beeldscherm g. beeldschermpaneel 3. Voer de volgende stappen uit zoals wordt getoond in de afbeelding: a. Verwijder de schroeven waarmee de scharnieren van het beeldscherm aan het beeldscherm is bevestigd. b. Verwijder de scharnieren van het beeldscherm uit de computer. De beeldschermscharnieren plaatsen 1. Plaats de beeldschermscharnieren op hun plaats op de computer. 2. Draai de schroeven vast om de beeldschermscharnieren te bevestigen aan het beeldscherm. 3.
De camera plaatsen 1. Plaats de cameramodule in de sleuf in de computer. 2. Draai de schroef vast waarmee de camera op het beeldscherm wordt bevestigd. 3. Sluit de camerakabel aan. 4. Plaats: a. montagekader van het beeldscherm b. beeldscherm c. batterij 5. Volg de procedures in Nadat u aan de computer hebt gewerkt.
System Setup (Systeeminstallatie) 3 Met System setup kunt u de hardware van uw computer beheren en de opties voor het BIOS‐niveau opgeven.
Tabel 1. Navigatietoetsen Toetsen Navigatie Pijl Omhoog Gaat naar het vorige veld. Pijl Omlaag Gaat naar het volgende veld. Enter Hiermee kunt u een waarde in het geselecteerde veld invullen (mits van toepassing) of de verwijzing in het veld volgen. Spatiebalk Vergroot of verkleint een vervolgkeuzelijst, Mits van toepassing). Tab Gaat naar het focusveld. OPMERKING: Alleen voor de standaard grafische browser. Esc Gaat naar de vorige pagina totdat u het hoofdscherm bekijkt.
Optie Beschrijving • UEFI Advanced Boot Options Hiermee kunt u uw systeem configureren voor de Legacy-opstartmodus. Deze optie is standaard ingeschakeld. Date/Time Hiermee kunt u de datum en tijd wijzigen. Tabel 3. Systeemconfiguratie Optie Beschrijving Integrated NIC Hiermee kunt u de geïntegreerde netwerkcontroller configureren. De opties zijn: • • • Parallel Port Hiermee kunt u de parallelle poort op het dockingstation instellen en configureren.
Optie Beschrijving OPMERKING: SATA is geconfigureerd om de RAID-modus te ondersteunen. Drives Hiermee kunt u de SATA-stations configureren. De opties zijn: • • • • SATA-0 SATA-1 SATA-4 SATA-5 Standaardinstelling: alle schijven zijn ingeschakeld. SMART Reporting Dit veld bepaalt of harde-schijffouten voor geïntegreerde stations tijdens het opstarten van het systeem worden gemeld. Deze technologie is deel van de SMART(Self Monitoring Analysis and Reporting Technology)-specificatie.
Optie Beschrijving • • Level is 75 % (Niveau is 75%) Level is 100 % (Niveau is 100%) Unobtrusive Mode Hiermee kunt u de modus instellen waarmee alle licht- en geluidsemissies van het systeem worden uitgeschakeld. Deze optie is standaard uitgeschakeld. Miscellaneous Devices Hiermee kunt u de verschillende geïntegreerde apparaten in- of uitschakelen.
Optie Beschrijving OPMERKING: Wijzigingen in wachtwoorden worden onmiddellijk effectief. Standaardinstelling: niet ingeschakeld System Password Hiermee kunt u het systeemwachtwoord instellen, wijzigen of wissen. OPMERKING: Wijzigingen in wachtwoorden worden onmiddellijk effectief. Standaardinstelling: niet ingeschakeld Internal HDD-0 Password Hiermee kunt u het wachtwoord op het interne hardeschijfstation (HDD) van het systeem instellen, wijzigen of verwijderen.
Optie Beschrijving • • • Admin Setup Lockout Enable (Uitschakelen) (Standaardinstelling) One Time Enable (Eenmalig inschakelen) Disable (Uitschakelen) Hiermee kunt u voorkomen dat gebruikers de Setup openen wanneer er een beheerderswachtwoord is ingesteld. Deze optie is standaard uitgeschakeld. Tabel 6. Secure Boot Optie Beschrijving Secure Boot Enable Hiermee kunt u de functie Beveiligd opstarten in- of uitschakelen.
Optie Beschrijving Rapid Start Technology Hiermee kunt u de snelle starttijd instellen. Deze optie is standaard ingesteld. Tabel 8. Energiebeheer Optie Beschrijving AC Behavior Hiermee kunt u bepalen of de computer automatisch wordt ingeschakeld wanneer de netadapter wordt aangesloten. Deze optie is uitgeschakeld. • Auto On Time Hiermee kunt u de tijd instellen waarop de computer automatisch moet worden ingeschakeld.
Optie Beschrijving • Block Sleep (S3) (Slaapstand blokkeren (S3)) Peak Shift Hiermee kunt u de piekverschuiving instellen. Deze optie is standaard uitgeschakeld. Advanced Battery Charge Configuration Hiermee kunt u de geavanceerde batterijoplaadmodus. Deze optie is standaard uitgeschakeld. Primary Battery Charge Configuration Hiermee kunt u instellen hoe de batterij moet worden opgeladen als de netadapter is aangesloten.
Optie Beschrijving Fn Key Emulation Hiermee kunt u de -toetsfunctie van een PS-2-toetsenbord laten overeenkomen met de -toetsfunctie van een intern toetsenbord. Deze optie is standaard ingeschakeld. • Keyboard Errors Geeft aan of toetsenbord-gerelateerde fouten worden gemeld wanneer het systeem wordt opgestart. Deze optie is standaard ingeschakeld.
Optie Beschrijving • • • • WWAN WiGig WLAN Bluetooth Alle opties zijn standaard ingeschakeld. Wireless Device Enable Hiermee kunt u de draadloze apparaten in- of uitschakelen. De opties zijn: • • • WWAN Bluetooth WLAN/WiGig Alle opties zijn standaard ingeschakeld. Tabel 12. Maintenance (Onderhoud) Optie Beschrijving Service Tag Dit toont de servicetag van uw computer. Asset Tag Hier kunt u een inventaristag voor de computer maken als er nog geen inventaristag is ingesteld.
De pagina met de stuurprogramma's en downloads verschijnt. 8. Selecteer op het scherm voor applicaties en stuurprogramma's, onder de vervolgkeuzelijst Besturingssysteem, BIOS. 9. Bepaal het nieuwste BIOS-bestand en klik op Download File (Bestand downloaden). U kunt ook controleren voor welke stuurprogramma's een update nodig is. Als u dit voor uw product wilt doen, klikt u op Systeem analiseren voor updates en volgt u de instructies op het scherm. 10.
• Een wachtwoord mag bestaan uit maximaal 32 tekens. • Het wachtwoord mag de nummers 0 t/m 9 bevatten. • Er mogen alleen kleine letters worden gebruikt. • Alleen de volgende speciale tekens zijn toegestaan: spatie, (”), (+), (,), (-), (.), (/), (;), ([), (\), (]), (`). Vul het systeemwachtwoord op aangeven nogmaals in. 4. Vul hetzelfde systeemwachtwoord als daarvoor in en klik op OK. 5. Selecteer Installatiewachtwoord, typ uw systeemwachtwoord in en druk op Enter of Tab.
Diagnostiek 4 Start bij problemen met uw computer eerst de ePSA diagnosefuncties voordat u met Dell contact opneemt voor technische assistentie. Het doel van het starten van deze diagnostische functies is het testen van de hardware van uw computer zonder extra apparatuur nodig te hebben of de kans te lopen om gegevens te verliezen. Als u het probleem niet zelf kunt oplossen, kunnen de medewerkers u op basis van de diagnosefuncties verder helpen om het probleem op te lossen.
Statuslampjes van apparaat Tabel 14. Statuslampjes van apparaat Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in de energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. Gaat branden of knippert om de batterijstatus aan te geven. Gaat branden wanneer het draadloze netwerk is ingeschakeld. De statusledlampjes van het apparaat bevinden zich meestal boven of links van het toetsenbord.
Afwisselend oranje en wit knipperend Een niet-geauthenticeerde of niet ondersteunde, niet van Dell afkomstige netadapter is op de laptop aangesloten. Afwisselend oranje knipperend en ononderbroken wit Tijdelijke batterijstoring bij aangesloten netadapter. Continu knipperend oranje lampje Fatale batterijstoring bij aangesloten netadapter. Lampje uit Batterij opgeladen bij aangesloten netadapter. Wit lampje aan Batterij in oplaadmodus bij aangesloten netadapter.
Technische specificaties 5 OPMERKING: Aanbiedingen kunnen per regio verschillen. De volgende specificaties worden in naleving van de wet bij de computer meegeleverd. Ga voor meer informatie over de configuratie van uw computer naar Help en ondersteuning in uw Windows-besturingssysteem en selecteer de optie om informatie over uw computer te bekijken. Tabel 16.
Functie Specificatie Intern high-definition audio Extern microfooningang, connector voor stereohoofdtelefoon/externe luidsprekers Luidsprekers twee ingebouwde luidsprekerversterker 1 W (RMS) per kanaal Geluidsregelaars sneltoetsen Tabel 20.
Kenmerken Specificatie Netwerkadapter één RJ45-connector USB Vier USB 3.0-connectoren Geheugenkaartlezer Ondersteunt maximaal SD 4.0 uSIM-kaart (Micro Subscriber Identity Module) één Dockingpoort één Tabel 24. Contactloze smartcard Functie Specificatie Ondersteunde smartcards/technologieën BTO met USH Tabel 25.
Tabel 27. Touchpad Functie Specificatie Actieve gedeelte: X-as 80 mm Y-as 45,00 mm Tabel 28.
Tabel 30. Fysiek Functie Specificatie Hoogte 33,40 mm (1,31 inch) Breedte 379,00 mm (14,92 inch) Diepte 250,50 mm (9,86 inch) Gewicht 2,36 kg (5,21 lb) Tabel 31. Omgeving Functie Specificatie Temperatuur: Operationeel 0 °C tot 35 °C (32 °F tot 95 °F) Opslag -40 °C tot 65 °C (-40 °F tot 149 °F) Relatieve vochtigheid (maximum): Operationeel 10 tot 90% (niet-condenserend) Opslag 5 tot 95% (niet-condenserend) Hoogte (maximum): Operationeel –15,2 m tot 3048 m (–50 ft tot 10.
Contact opnemen met Dell 6 OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u de contactgegevens vinden op de factuur, de pakbon of in de productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse online en telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid verschilt per land en product en sommige services zijn mogelijk niet beschikbaar in uw regio. Wanneer u met Dell contact wilt opnemen voor vragen over de verkoop, technische ondersteuning of de klantenservice: 1. Ga naar Dell.