Users Guide

92 System Setup-programma
System Setup-schermen
OPMERKING: Markeer het item en zie het gedeelte Help op het scherm voor informatie over dat item op een
System Setup-scherm.
In het System Setup-programma staan de categorieën van de primaire instellingen aan de linkerkant.
Wanneer u de instellingstypen wilt zien in een categorie, markeert u de categorie en drukt u op <Enter>.
Wanneer u een instellingstype markeert, geeft de rechterkant van het scherm de waarde van dat instellingstype
weer. Instellingen die wit op het scherm verschijnen, kunnen gewijzigd worden. Waarden die u niet kunt
wijzigen (deze worden bepaald door de computer), worden minder duidelijk weergegeven.
De System Setup-toetsen worden onder aan het scherm weergegeven.
Veelgebruikte instellingen
Voor bepaalde instellingen moet u de computer opnieuw opstarten om nieuwe instellingen van kracht te
laten gaan.
De opstartvolgorde wijzigen
De opstartvolgorde, geeft aan de computer door waar u de software vindt voor het starten van het
besturingssysteem. Met de pagina Boot Sequence (opstartvolgorde) in de categorie Systeem kunt u de
opstartvolgorde instellen en apparaten in- en uitschakelen.
OPMERKING: Zie "Eenmalig opstarten" op pagina 93 om de opstartvolgorde eenmalig te wijzigen.
De pagina Boot Sequence (opstartvolgorde) geeft een algemene lijst weer met de opstartbare apparaten
die mogelijk op de computer zijn geïnstalleerd, met inbegrip van maar niet beperkt tot de onderstaande:
Diskettestation
Modulair HDD-compartiment
•Interne HDD
Cd/dvd/cd-rw-station
Tijdens de opstartroutine begint de computer boven aan de lijst en scant elk ingeschakeld apparaat op de
opstartbestanden van het besturingssysteem. Wanneer de computer de bestanden heeft gevonden, stopt
deze met zoeken en wordt het besturingssysteem gestart.
U beheert de opstartapparaten door een apparaat te selecteren (markeren) door op de pijl-omlaag of -omhoog
te drukken en het apparaat in of uit te schakelen of de volgorde in de lijst te wijzigen.
Markeer het item en druk op de spatiebalk om een apparaat in of uit te schakelen. Ingeschakelde items
worden wit weergegeven en hebben aan hun linkerkant een kleine driehoek; uitgeschakelde items
verschijnen blauw of lichter gekleurd en zonder een driehoek.
Wanneer u een apparaat in de lijst wilt verplaatsen, markeert u dit apparaat en drukt u op <u> of <d>
(niet hoofdlettergevoelig) om het gemarkeerde apparaat omhoog of omlaag te verplaatsen.
De wijzigingen van de opstartvolgorde gaan in zodra u de wijzigingen hebt opgeslagen en het System
Setup-programma hebt afgesloten.