Users Guide

76 Problemen oplossen
Als er andere telefoonapparaten zijn die de lijn gebruiken, zoals een antwoordapparaat, fax,
overspanningsbeveiliging of een lijnsplitter, moet u deze omzeilen en de modem rechtstreeks op de
telefoonwandconnector aansluiten. Als u een lijn gebruikt die 3 m of langer is, moet u een kortere lijn
uitproberen.
VOER DE MODEM HELPER-DIAGNOSE UIT Klik op Start
Alle programma's
Modem Helper. Volg de instructies
op het scherm om het probleem met de modem te achterhalen en op te lossen. (Modem Helper is op bepaalde
computers niet beschikbaar.)
C
ONTROLEER OF DE MODEM COMMUNICEERT MET WINDOWS
1
Klik op
Start
Configuratiescherm
Printers en andere hardware
Telefoon- en modemopties
Modems
.
2
Klik op de COM-poort voor uw modem
Eigenschappen
Diagnostische gegevens
Instellingen
opvragen
om te controleren of de modem communiceert met Windows.
Als u op alle opdrachten respons krijgt, werkt de modem naar behoren.
CONTROLEER OF U VERBINDING HEBT MET INTERNET U moet een abonnement hebben bij een internetprovider.
Open het e-mailprogramma Outlook Express en klik op Bestand. Als u voor de optie Offline werken een vinkje ziet staan,
klikt u op de optie om het vinkje te verwijderen en verbinding te maken met internet. Voor hulp neemt u contact op
met uw internetaanbieder.
S
CAN DE COMPUTER OP SPYWARE Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of
problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware.
Gebruik een virusscanner met bescherming tegen spyware (mogelijk is voor uw programma een upgrade nodig) om
de computer te scannen en eventuele spyware te verwijderen. Ga voor meer informatie naar support.dell.com en
zoek op het trefwoord spyware.
Foutberichten
Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 141) in terwijl u deze controles uitvoert.
WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de
Productinformatiegids
voordat u begint met de
procedures in dit gedeelte.
Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma
dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.
AUXILIARY DEVICE FAILURE (FOUT IN HULPAPPARAAT)—Er kan een fout zitten in de touchpad, de track stick of de
externe muis. Controleer bij een externe muis de kabelaansluiting. Schakel de optie Pointing Device (aanwijsapparaat)
in het System Setup-programma in. Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell (zie "Contact
opnemen met Dell" op pagina 142).
B
AD COMMAND OR FILE NAME (ONJUISTE OPDRACHT OF BESTANDSNAAM)—Controleer of u de opdracht
correct hebt gespeld, spaties op de juiste plaats hebt gezet en de correct padnaam hebt gebruikt.
C
ACHE DISABLED DUE TO FAILURE (CACHE UITGESCHAKELD WEGENS FOUT)—Er is een fout opgetreden in de
primaire cache van de microprocessor. Neem contact op met Dell
(
zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 142
).
CD DRIVE CONTROLLER FAILURE (FOUT IN CONTROLLER VAN CD-STATION)—De vaste schijf reageert niet meer
op opdrachten van de computer (zie "Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)" op pagina 72).