Dell™ Latitude™ D830 Gebruikshandleiding Model PP04X w w w. d e l l . c o m | s u p p o r t . d e l l .
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden. WAARSCHUWING: Een WAARSCHUWING duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
Inhoud 1 Informatie zoeken 2 Uw computer Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Linkeraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Rechteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21 Achteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De batterij vervangen Een batterij opslaan 4 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 36 Het toetsenbord gebruiken Numeriek toetsenblok . Toetsencombinaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 37 38 38 38 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Een externe monitor gebruiken als uitbreiding van uw computerbeeldscherm . . . . . . . . . Microsoft® Windows® XP Windows Vista™ . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 45 45 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een externe monitor als primair beeldscherm gebruiken: Het primaire en secundaire beeldscherm omwisselen . . ® ® Microsoft Windows XP Windows Vista™ . . . . . . . . . . . . . . . . 46 . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uitgebreide kaarten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een pc-kaart of ExpressCard installeren PC-kaart . . . ExpressCard. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 57 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 58 58 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 60 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 61 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Problemen met stations . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 Problemen met cd- en dvd-stations Problemen met de vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 74 75 E-mail-, modem- en internetproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 75 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 76 Foutberichten. Problemen met IEEE 1394-apparaten Toetsenbordproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Video- en beeldschermproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 88 . . . . . . . . . 88 89 89 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91 Als het beeldscherm leeg is . . . . . . . . . . . . . . . Als heb beeldscherm slecht leesbaar is . . . . . . . . . Als alleen een gedeelte van het beeldscherm leesbaar is . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11 System Setup-programma Overzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91 . . . . . . . . . . . . . . .
14 Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Aanbevolen hulpmiddelen . . . . . . . . De computer uitschakelen . . . . . . . . Voordat u aan de computer gaat werken. Vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . 105 105 105 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106 Mediacompartiment . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108 . . . . .
Problemen met de bestelling Productinformatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 139 . . . . . . . . . . . . . 139 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 140 Items retourneren voor reparatie of geldteruggave . Voordat u belt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 142 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 143 Contact opnemen met Dell .
Informatie zoeken OPMERKING: Sommige functies of media kunnen optioneel zijn en niet bij uw computer zijn geleverd. Sommige functies of media zijn in bepaalde landen niet beschikbaar. OPMERKING: Mogelijk is er bij uw computer aanvullende informatie geleverd. Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • • • • • De cd Drivers and Utilities OPMERKING: De cd Drivers and Utilities is optioneel en is mogelijk niet met uw computer meegeleverd.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • • • • • • Dell™ Productinformatiegids Garantie-informatie Algemene voorwaarden (alleen V.S.) Veiligheidsinstructies Informatie over regelgeving Ergonomische informatie Licentieovereenkomst voor eindgebruikers • Serviceplaatje en code voor express-service • Microsoft Windows-licentielabel Servicelabel en Microsoft® Windows®-licentielabel Deze labels bevinden zich op de computer.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Oplossingen — Hints en tips voor probleemoplossing, artikelen van technici, on line cursussen en veelgestelde vragen • Community — On line discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — Upgrade-informatie over onderdelen als het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem • Klantenservice — Contactgegevens, de status van reparatieverzoeken en bestellingen, informatie over garantie en reparatie • Service en ondersteuning — De statu
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Met Windows XP en Windows Vista™ werken • Aan het werk met programma's en bestanden • Hoe pas ik mijn bureaublad aan Help en ondersteuning van Windows 1 Klik op Start of → Help en ondersteuning. 2 Geef met een of meer woorden een beschrijving van het probleem en klik vervolgens op het pijltje. 3 Klik op het onderwerp dat uw probleem beschrijft. 4 Volg de instructies op het scherm.
Uw computer Vooraanzicht 1 2 3 13 12 4 11 10 5 9 6 8 7 1 beeldschermvergrendeling 2 beeldscherm 3 aan/uit-knop 4 statuslampjes apparaat 5 luidsprekers (2) 6 toetsenbord 7 touchpad 8 touchpad-/track stick-knoppen 9 track stick 10 statuslampjes toetsenbord 11 volumeknoppen dempknop 13 omgevingslichtsensor 12 — Zorgt ervoor dat het beeldscherm dichtgeklapt blijft. — Zie "Het beeldscherm gebruiken" op pagina 43 voor meer informatie over het beeldscherm.
— Druk op de aan/uit-knop om de computer in te schakelen of om een energiebeheermodus te verlaten (zie "Energiebeheermodi" op pagina 33). AAN/UIT-KNOP KENNISGEVING: U voorkomt dat er gegevens verloren gaan door de computer uit te schakelen door Microsoft® Windows® af te sluiten in plaats van op de aan/uit-knop te drukken. Als de computer niet meer reageert, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld (dit kan enkele seconden duren).
Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in een energiebeheermodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. KENNISGEVING: Schakel de computer nooit uit wanneer de het lampje knippert om gegevensverlies te voorkomen. Zal gaan branden of knipperen om de batterijstatus aan te geven. Gaat branden wanneer draadloze apparaten zijn ingeschakeld. U schakelt WiFi in of uit door de draadloze schakelaar links op de computer te gebruiken.
STATUSLAMPJES TOETSENBORD De groene lampjes boven het toetsenbord geven het volgende aan: 9 Gaat branden wanneer het numerieke toetsenblok wordt ingeschakeld. A Gaat branden wanneer de hoofdletterfunctie wordt ingeschakeld. Gaat branden wanneer de scroll lock-functie wordt ingeschakeld. VOLUMEKNOPPEN DEMPKNOP — Druk op deze knoppen om het luidsprekervolume aan te passen. — Druk op deze knop om de luidsprekers uit te schakelen. — Regelt de helderheid van het beeldscherm.
Linkeraanzicht 1 2 3 4 5 6 7 8 9 1 beveiligingskabelsleuf 2 ventilatieopeningen 3 IEEE 1394-connector 4 audioconnectoren 5 ExpressCard-sleuf 6 knop voor een draadloos netwerk 7 Wi-Fi Catcher™-lampje 8 pc-kaartsleuf 9 smartcard-sleuf — Hiermee bevestigt u een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening aan de mediabasis. Raadpleeg "Beveiligingskabelslot" op pagina 61 voor meer informatie.
AUDIOCONNECTOREN Sluit koptelefoons aan op de Sluit een microfoon aan op de -connector. -connector. E X P R E S S C A R D - S L E U F — Ondersteunt 34- en 54-mm PCI ExpressCards of USB-gebaseerde ExpressCards (zie "Kaarten gebruiken" op pagina 57). — Schakelt draadloze apparaten, zoals WiFi, en interne kaarten met de draadloze Bluetooth-technologie in en uit en zoekt naar WiFi-netwerken. Zie "Dell™ Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker" op pagina 56 voor meer informatie over het zoeken naar draadloze netwerken.
STANDEN DRAADLOZE SCHAKELAAR "uit" Schakelt draadloze apparaten uit. "in" Schakelt draadloze apparaten in. "tijdelijk" Zoekt naar WiFi-netwerken Raadpleeg "Dell™ Wi-Fi Catcher™-netwerkzoeker" op pagina 56 voor meer informatie.
Achteraanzicht WAARSCHUWING: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt. Plaats de computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer, als de computer is ingeschakeld. Als u dat toch doet, loopt u risico op brand of beschadiging van de computer.
MODEMCONNECTOR (RJ-11) Sluit de telefoonlijn aan op de modemconnector (om de interne modem te gebruiken). Zie de documentatie over de on line modem die met de computer is meegeleverd, voor informatie over het gebruik van de modem (zie "Informatie zoeken" op pagina 11). SERIËLE CONNECTOR Sluit seriële apparaten aan, zoals een muis, toetsenbord of printer. VIDEOCONNECTOR Sluit videoapparaten aan, zoals een monitor. CONNECTOR VOOR NETADAPTER — Sluit een netadapter op de computer aan.
KENNISGEVING: Wanneer u de netadapter van de computer loskoppelt, moet u stevig maar voorzichtig aan de connector trekken en niet aan de kabel zelf, om schade aan de kabel te voorkomen. Wanneer u de netadapterkabel inpakt, moet u ervoor zorgen dat u de hoek van de connector op de netadapter aanhoudt om schade aan de kabel te voorkomen. — De computer gebruikt een interne ventilator om voldoende lucht door te openingen te laten, zodat de computer niet oververhit raakt.
ONTGRENDELINGSSCHUIFJE VAN BATTERIJCOMPARTIMENT — Ontgrendelt de batterij. Zie "De batterij vervangen" op pagina 35 voor instructies. — Wanneer er een batterij is geïnstalleerd, kunt u de computer gebruiken zonder dat u deze op een stopcontact hoeft aan te sluiten (zie "Batterijen gebruiken" op pagina 31). BATTERIJ KAPJE GEHEUGENMODULE — Bedekt het compartiment met de tweede geheugenmodule (zie "Geheugen" op pagina 113).
Uw computer
Informatie naar een nieuwe computer overbrengen Het Microsoft® Windows®-besturingssysteem beschikt over de wizard Bestanden en instellingen overzetten waarmee u gegevens van een broncomputer naar een nieuwe computer kunt overbrengen.
De gegevens van de oude computer kopiëren: 1 Plaats op de oude computer de cd Windows XP Operating System. 2 Klik in het scherm Welkom bij Microsoft Windows XP op Andere taken uitvoeren. 3 Klik onder Wat wilt u doen? op Bestanden en instellingen overzetten. 4 Klik in het beginscherm van de wizard Bestanden en instellingen overzetten op Volgende. 5 Klik in het scherm Oude of nieuwe computer? op Oude computer en klik op Volgende.
De gegevens van de oude computer kopiëren: 1 Plaats de wizardschijf in de oude computer. 2 Klik op Start→ Uitvoeren. 3 Blader in het veld Openen van het venster Uitvoeren naar het bestand fastwiz (op het verwisselbare medium), en klik op OK. 4 Klik in het beginscherm van de wizard Bestanden en instellingen overzetten op Volgende. 5 Klik in het scherm Oude of nieuwe computer? op Oude computer→ Volgende.
Uw computer
Batterijen gebruiken Batterijprestaties OPMERKING: Zie de Productinformatiegids of het afzonderlijke papieren garantiedocument dat met uw computer is meegeleverd voor informatie over de Dell-garantie op uw computer. Voor optimale prestaties van de computer en tevens om te helpen de instellingen van de BIOS te behouden, dient u de draagbare Dell™-computer te allen tijde te gebruiken terwijl de hoofdbatterij geïnstalleerd is.
WAARSCHUWING: Misbruik van de batterij kan de kans op brand of chemische brandwonden verhogen. Maak geen gaten in batterijen, gooi geen batterijen in het vuur, maak geen batterijen open en stel geen batterijen bloot aan een temperatuur hoger dan 65° C. Houd de batterij buiten bereik van kinderen. Ga uiterst voorzichtig met beschadigde of lekkende batterijen om. Beschadigde batterijen kunnen lekken en lichamelijke schade of schade aan uw apparatuur opleveren.
De gezondheid van de batterij controleren OPMERKING: De gezondheid van de batterij kan op twee manieren worden gecontroleerd: door de ladingsmeter te gebruiken zoals hieronder wordt beschreven, en door de batterijmeter te gebruiken in Del QuickSet. Voor informatie over QuickSet klikt u met de rechtermuisknop op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk en klikt u daarna op Help.
U zet de computer als volgt in de stand-bymodus: • Klik op Start→ Afsluiten→ Stand-by. of • Afhankelijk van de ingestelde energiebeheeropties in het venster Eigenschappen voor Energiebeheer of in de wizard QuickSet Energiebeheer, gebruikt u een van de onderstaande methoden: – Druk op de aan/uit-knop. – Klap het beeldscherm dicht. – Druk op . U verlaat de stand-bymodus door op de aan/uit-knop te drukken of het beeldscherm open te klappen, afhankelijk van de ingestelde energiebeheeropties.
De energiebeheerinstellingen configureren Voor het configureren van de energiebeheerinstellingen op de computer kunt u de wizard QuickSet Energiebeheer of de eigenschappen voor energiebeheer van Windows gebruiken. • U opent de wizard QuickSet Energiebeheer door te dubbelklikken op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk. Klik voor meer informatie over QuickSet op de knop Help in de wizard Energiebeheer.
U verwijdert de batterij als volgt: 1 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen. 2 Zorg ervoor dat de computer uitstaat. 3 Open het ontgrendelingsschuifje van het batterijcompartiment aan de onderkant van de computer totdat dit vastklikt. 4 Gebruik het lipje op de batterij om deze uit de computer te halen.
Het toetsenbord gebruiken Numeriek toetsenblok Het numerieke toetsenblok werkt als het numerieke toetsenblok op het externe toetsenbord. Elke toets op het toetsenblok heeft meerdere functies. De cijfers op het toetsenblok en symbolen zijn blauw gemarkeerd rechts van de toetsenblok. Houd ingedrukt en druk op de gewenste toets om een cijfer of symbool in te voeren. • Druk op om het toetsenblok in te schakelen. Het lampje toetsenblok actief is.
Weergavefuncties Schaalt tussen breedbeeld en standaard hoogtebreedteverhouding van video. Verplaatst het videobeeld volgens de volgende beeldschermoptie. Tot de opties behoren het ingebouwde beeldscherm, een externe monitor en beide schermen tegelijk. en de pijl naar links Activeert de omgevingslichtsensor die de helderheid van het beeldscherm regelt op basis van de hoeveelheid licht in de omgeving.
Wanneer u de toetsenbordbewerking wilt aanpassen, klikt u op Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Toetsenbord. Zie Windows Help en ondersteuning voor meer informatie over het Configuratiescherm (klik op de knop Start of op de knop Start van Windows Vista™ → Help en ondersteuning). Touchpad De touchpad detecteert de druk en beweging van uw vinger zodat u de cursor op het beeldscherm kunt verplaatsen. Gebruik de touchpad en de touchpadknoppen op dezelfde manier als een muis.
De touchpad en de track stick aanpassen Met het venster Eigenschappen voor Muis kunt u de touchpad en track stick uitschakelen of de instellingen ervan aanpassen. 1 Klik op Configuratiescherm→ Muis. Zie Help en ondersteuning van Windows voor informatie over → Help het Configuratiescherm. Klik op de knop Start of op de knop Start van Windows Vista™ en ondersteuning.
Multimedia gebruiken Cd's of dvd's afspelen KENNISGEVING: Druk de cd- of dvd-lade niet omlaag wanneer u deze opent of sluit. Houd de lade gesloten wanneer u het station niet gebruikt. KENNISGEVING: U moet de computer niet verplaatsen terwijl u cd's of dvd's afspeelt. 1 Druk op de uitwerpknop aan de voorkant van het station. 2 Haal de lade eruit. 3 Plaats de schijf met de labelkant omhoog in het midden van de lade en druk de schijf op de spindel.
Het volume aanpassen OPMERKING: Wanneer de luidsprekers zijn gedempt, hoort u het geluid van de cd of dvd niet. Het venster Volume Control (volumeregeling) 1 Klik op de knop Start, wijs Alle programma's (of Programma's) aan→ Bureau-accessoires→ Entertainment (of Multimedia) en klik op Volume Control (volumeregeling). 2 Klik in het venster Volume Control (volumeregeling) op de balk in de kolom Volume Control (volumeregeling) en schuif deze omhoog of omlaag om het volume te verhogen of te verlagen.
Het beeldscherm gebruiken De helderheid aanpassen Wanneer een Dell™-computer op batterijen werkt, kunt u stroom besparen door voor het beeldscherm de laagste helderheidsinstelling te gebruiken en op te drukken en op de pijl-omhoog of -omlaag op het toetsenbord te drukken. OPMERKING: De toetsencombinaties voor helderheid hebben alleen invloed op het beeldscherm van de draagbare computer, en niet op monitors of projectors die u op de draagbare computer of koppelapparaat aansluit.
OPMERKING: Gebruik alleen de door Dell geïnstalleerde videostuurprogramma's, ontwikkeld om de beste prestaties te leveren op het door Dell geïnstalleerde besturingssysteem. Als u een hogere resolutie of kleurenpalet kiest dan door het beeldscherm wordt ondersteund, worden automatisch die waarden gebruikt die het meest overeenkomen. Voer de stappen in de onderstaande sectie uit die overeenkomen met het besturingssysteem dat door uw computer wordt gebruikt.
Microsoft® Windows® XP 1 Sluit de externe monitor, tv of projector op de computer aan. 2 Klik op Start→ Instellingen→ Configuratiescherm. 3 Klik onder Kies een categorie op Vormgeving en thema's. 4 Klik onder Kies een taak... op het gebied dat u wilt wijzigen of klik onder of kies een pictogram op Beeldscherm. 5 Klik in het venster Eigenschappen voor Beeldscherm op het tabblad Instellingen.
Een externe monitor als primair beeldscherm gebruiken: Het primaire en secundaire beeldscherm omwisselen Voer de stappen in de onderstaande sectie uit die overeenkomen met het besturingssysteem dat door uw computer wordt gebruikt om het primaire en secundaire beeldscherm om te wisselen (wanneer u bijvoorbeeld na het koppelen de externe monitor als primair beeldscherm wilt gebruiken). Microsoft® Windows® XP 1 Klik op de knop Start en daarna op Configuratiescherm.
1 1 omgevingslichtsensor De omgevingslichtsensor is uitgeschakeld wanneer de computer bij u wordt afgeleverd. Als u de sensor inschakelt en een van de toetsencombinaties voor de beeldschermhelderheid gebruikt, wordt de sensor uitgeschakeld en wordt de helderheid van het beeldscherm overeenkomstig verhoogd of verlaagd. Met Dell™ QuickSet kunt u de omgevingslichtsensor in- of uitschakelen.
Het beeldscherm gebruiken
Netwerken instellen en gebruiken Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten Voordat u uw computer aansluit op een netwerk, moet in de computer een netwerkadapter worden geïnstalleerd, met een netwerkkabel om de verbinding tot stand te brengen. 1 Sluit de netwerkkabel aan op de netwerkadapteraansluiting aan de achterkant van de computer. OPMERKING: Steek de kabelconnector erin totdat deze op zijn plaats klikt en trek dan voorzichtig aan de kabel om te controleren of deze goed is aangesloten.
Een netwerk in Microsoft Windows Vista instellen 1 Klik op de knop Start van Windows Vista (Een verbinding of netwerk instellen). → Verbinding maken→ Set up a connection or network 2 Selecteer een optie onder Verbindingsmethode selecteren. 3 Klik op Volgende en volg de instructies in de wizard. WLAN (Wireless Local Area Network) Een WLAN bestaat uit een aantal onderling verbonden computers die met elkaar communiceren via luchtgolven in plaats van een netwerkkabel die op elke computer is aangesloten.
Als Draadloze netwerkverbinding verschijnt, hebt u wel een draadloze netwerkkaart. U geeft als volgt meer informatie weer over de draadloze netwerkkaart: 1 Rechtsklik op Draadloze netwerkverbinding. 2 Klik op Eigenschappen. Het venster Eigenschappen voor Draadloze netwerkverbinding verschijnt. Op het tabblad Algemeen ziet u de naam en het modelnummer van de draadloze netwerkkaart.
11 Schakel alleen de breedbandmodem in en wacht minstens 2 minuten totdat de breedbandmodem is gestabiliseerd. Ga na 2 minuten verder naar stap 12. 12 Schakel de draadloze router in en wacht minstens 2 minuten totdat de draadloze router is gestabiliseerd. Ga na 2 minuten verder naar stap 13. 13 Start de computer op en wacht totdat het opstartproces voltooid is.
Als het venster Een draadloos netwerk selecteren het bericht Windows kan deze verbinding niet configureren weergeeft, wordt de draadloze netwerkkaart door het clienthulpprogramma van de draadloze netwerkkaart beheerd.
Mobiel breedbandnetwerk (of Wireless Wide Area Network) Net als een WLAN bestaat een mobiel breedbandnetwerk (ook bekend als een WWAN) uit een reeks onderling verbonden computers die via draadloze technologie met elkaar communiceren. Een mobiel breedbandnetwerk gebruikt echter cellulaire technologie en biedt internettoegang op dezelfde gevarieerde locaties waar mobiele telefoondienst beschikbaar is.
In het scherm Gegevens over deze computer - Hardware kunt u het type mobiele breedbandkaart en andere hardwareonderdelen bekijken die op de computer zijn geïnstalleerd. OPMERKING: U vindt de mobiele breedbandkaart onder Modems. Verbinding maken met een mobiel breedbandnetwerk OPMERKING: Deze instructies zijn alleen van toepassing op ExpressCards of minikaarten voor mobiel breedband. Ze gelden niet voor interne kaarten met draadloze technologie.
Uw netwerkinstellingen beheren via de Dell QuickSet Location Profiler Met de QuickSet Location Profiler kunt u netwerkinstellingen beheren die overeenkomen met de fysieke locatie van uw computer.
Kaarten gebruiken Kaarttypen Zie "Specificaties" op pagina 129 voor informatie over ondersteunde kaarttypen. OPMERKING: Een pc-kaart is geen opstartbaar apparaat. De pc-kaartsleuf heeft één connector die een enkele Type I of Type II-kaart ondersteunt. De pc-kaartsleuf ondersteunt CardBus-technologie en uitgebreide pc-kaarten. "Type" van de kaart verwijst naar de dikte en niet naar de functie ervan. De ExpressCard-sleuf heeft één connector die 54-mm kaarten ondersteunt.
PC-kaart 1 Steek de kaart met de richtingspijl in de sleuf en met de bovenkant van de kaart omhoog. De vergrendeling moet in de stand "in" staan voordat u de kaart kunt plaatsen. 2 Schuif de kaart in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. Duw niet door als u teveel weerstand voelt. Controleer de kaartrichting en probeer het opnieuw. De computer herkent de meeste kaarten en laadt automatisch het juiste apparaatstuurprogramma.
De computer herkent de meeste kaarten en laadt automatisch het juiste apparaatstuurprogramma. Als het configuratieprogramma u vraagt om de stuurprogramma's van de fabrikant te laden, gebruikt u de diskette of de cd die met de kaart is meegeleverd. Als u een adapter hebt zoals u hieronder ziet, kunt u 34-mm ExpressCards gebruiken en in de pc-kaartsleuf plaatsen. Zie "PC-kaart" op pagina 58 voor informatie over het gebruik van de pc-kaartsleuf.
Een (blanco) kaart verwijderen WAARSCHUWING: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. KENNISGEVING: Klik op het -pictogram op de taakbalk om een kaart te selecteren en het functioneren ervan te stoppen voordat u deze uit de computer verwijdert. Als u de kaart niet stopt in het configuratieprogramma, kunnen er gegevens verloren gaan. Verwijder een kaart niet door aan de eventuele kabel te trekken.
De computer beveiligen OPMERKING: Zie "Uw computer op reis meenemen" op pagina 95 voor informatie over hoe u de computer beveiligt als u onderweg bent. Beveiligingskabelslot OPMERKING: De computer wordt niet met een beveiligingskabelslot geleverd. Een beveiligingskabelslot is een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening. Wanneer u het slot wilt gebruiken, moet u het op de beveiligingskabelsleuf op de Dell™-computer aansluiten.
Een smartcard installeren U kunt een smartcard in de computer installeren terwijl de computer is ingeschakeld. De computer spoort de kaart automatisch op. U installeert een smartcard als volgt: 1 Houd de kaart zo vast dat het gouden contactvlak omhoog en richting de smartcardsleuf wijst. 1 2 1 gouden contactvlak 2 smartcard (bovenkant) 2 Schuif de smartcard in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. De smartcard steekt ongeveer 5 inch uit de sleuf.
Wachtwoorden OPMERKING: Wachtwoorden zijn bij levering van de computer uitgeschakeld. Een primair wachtwoord (of systeemwachtwoord), een beheerderswachtwoord en een vaste-schijfwachtwoord voorkomen op verschillende manieren onbevoegde toegang tot uw computer. In de volgende tabel staan de typen en functies van de wachtwoorden die op uw computer beschikbaar zijn.
Een beheerderswachtwoord gebruiken Het beheerderswachtwoord is bedoeld om systeembeheerders of servicetechnici toegang te geven tot computers voor reparatie of een nieuwe configuratie. De beheerders of technici kunnen identieke beheerderswachtwoorden toewijzen aan groepen computers, zodat u een uniek primair wachtwoord kunt toewijzen. Open Gebruikersaccounts via het Configuratiescherm om beheerderswachtwoorden toe te voegen of te wijzigen.
Als het vaste-schijfwachtwoord, het wachtwoord van de externe vaste schijf en het primaire wachtwoord hetzelfde zijn, vraagt de computer alleen naar het primaire wachtwoord. Is het vaste-schijfwachtwoord anders dan het primaire wachtwoord, dan vraagt de computer u beide in te voeren. Twee verschillende wachtwoorden bieden meer veiligheid. OPMERKING: Het beheerderswachtwoord biedt toegang tot de computer, maar niet tot de vaste schijf wanneer er een vaste-schijfwachtwoord is toegewezen.
2 De TPM-installatieprogramma activeren: a Start de computer opnieuw op en druk op tijdens de Power On Self Test (serie testen bij inschakelen computer) om System Setup te openen. b Selecteer Security (Beveiliging)→ TPM Activation (TPM-activering) en druk op . c Selecteer onder TPM Activation (TPM-activering) Activate (Activering) en druk op . OPMERKING: U hoeft TPM slechts één keer te activeren.
• Als de computer eigendom is van een bedrijf, brengt u het beveiligingsbureau van het bedrijf op de hoogte. • Neem ook contact op met de klantenservice van Dell om de verloren computer te melden. Geef de code op het serviceplaatje van de computer door en de naam, het adres en het telefoonnummer van het politiebureau waar u de verloren computer hebt gemeld. Geef indien mogelijk ook de naam van de agent die uw zaak behandelt.
De computer beveiligen
Problemen oplossen Technische updateservice van Dell De technische updateservice van Dell geeft proactieve meldingen per e-mail van software- en hardwareupdates voor uw computer. Deze service is gratis en de inhoud, indeling en frequentie van de meldingen kan worden aangepast. U kunt zich aanmelden voor de technische updateservice van Dell door naar support.dell.com/technicalupdate te gaan.
a Wanneer het DELL™-logo verschijnt, drukt u direct op . Selecteer Diagnostics in het opstartmenu en druk op . OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw. OPMERKING: Zorg dat de computer volledig is uitgeschakeld, voordat u optie B probeert. b Houd de toets ingedrukt terwijl u de computer aanzet.
Hoofdmenu van Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) 1 Nadat Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) is geladen en het scherm met het hoofdmenu wordt weergegeven, klikt u op de knop voor de gewenste optie. OPMERKING: Het is raadzaam om Test System (Systeem testen) te selecteren om een volledige test op de computer uit te voeren.
Tabblad Functie Results (Resultaten) Hier worden de resultaten van de test weergegeven, samen met eventuele foutcondities die zijn aangetroffen. Errors (Fouten) Hier worden aangetroffen foutcondities, foutcodes en probleembeschrijvingen weergegeven. Help Hier wordt de test beschreven en worden eventuele vereisten voor het uitvoeren van de test vermeld. Configuration (Configuratie) Hier wordt de hardwareconfiguratie beschreven voor het geselecteerde apparaat.
Als het pictogram Dell Support niet op de taakbalk staat: 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Dell Support→ Dell Support Settings (Dell Support-instellingen). 2 Zorg ervoor dat de optie Show icon on the taskbar (pictogram op taakbalk weergeven) is ingeschakeld. OPMERKING: Als de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) niet in het menu Start staat, moet u naar support.dell.com gaan en de software downloaden. De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is aangepast aan uw computeromgeving.
Als het diskette-, cd- of dvd-station niet wordt weergegeven in de lijst, voert u een volledige scan uit met uw antivirussoftware om de computer op virussen te controleren en deze eventueel te verwijderen. Virussen kunnen ervoor zorgen dat een bepaald station niet door Windows wordt herkend. TE S T H E T S T A T I O N — • Plaats een andere diskette, cd of dvd om de mogelijkheid uit te sluiten dat het oorspronkelijke exemplaar defect is. • Plaats een opstartbare diskette en start de computer opnieuw op.
Problemen met de vaste schijf L A A T D E C O M P U T E R A F K O E L E N V O O R D A T U D E Z E W E E R A A N Z E T — Een hete vaste schijf kan ervoor zorgen dat het besturingssysteem niet start. Laat de computer afkoeken tot kamertemperatuur voordat u deze weer aanzet. VO E R S C H I J F C O N T R O L E R E N U I T — Voor Windows XP: 1 Klik op Start→ Deze computer. 2 Klik met de rechtermuisknop op Lokaal station (C:). 3 Klik op Eigenschappen→ Extra→ Nu controleren.
• Als er andere telefoonapparaten zijn die de lijn gebruiken, zoals een antwoordapparaat, fax, overspanningsbeveiliging of een lijnsplitter, moet u deze omzeilen en de modem rechtstreeks op de telefoonwandconnector aansluiten. Als u een lijn gebruikt die 3 m of langer is, moet u een kortere lijn uitproberen. V O E R D E M O D E M H E L P E R - D I A G N O S E U I T — Klik op Start→ Alle programma's→ Modem Helper.
D A T A E R R O R ( G E G E V E N S F O U T ) — De vaste schijf kan de gegevens niet lezen (zie "Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma)" op pagina 72). D E C R E A S I N G A V A I L A B L E M E M O R Y ( A F N E M E N D B E S C H I K B A A R G E H E U G E N ) — Een of meer geheugenmodules zijn defect of zitten niet goed vast. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie "Geheugen" op pagina 113).
H A R D - D I S K D R I V E R E A D F A I L U R E ( F O U T B I J L E Z E N V A N V A S T E - S C H I J F S T A T I O N ) — Mogelijk is de vaste schijf defect. Schakel de computer uit, verwijder de vaste schijf (zie "Vaste schijf" op pagina 106) en start de computer op vanaf een cd. Schakel daarna de computer weer uit, plaats de vaste schijf terug en start de computer opnieuw op. Als het probleem aanhoudt, probeert u een ander station.
MEMORY WRITE/READ FAILURE AT ADDRESS, READ VALUE EXPECTING VALUE (LEES/SCHRIJFFOUT GEHEUGEN IN A D R E S , G E L E Z E N W A A R D E V E R W A C H T W A A R D E ) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw (zie "Geheugen" op pagina 113) en vervang ze indien nodig. N O B O O T D E V I C E A V A I L A B L E ( G E E N O P S T A R T A P P A R A A T B E S C H I K B A A R ) — De computer kan de vaste schijf niet vinden.
T I M E - O F - D A Y C L O C K S T O P P E D ( F O U T I N D E R E A L - T I M E K L O K ) — Mogelijk moet de reservebatterij die de systeemconfiguratie-instellingen ondersteunt, worden opgeladen. Sluit de computer aan op een stopcontact om de batterij op te laden. Als het probleem aanhoudt, moet u contact opnemen met Dell (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 142).
Toetsenbordproblemen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 141) in terwijl u de verschillende controles uitvoert. OPMERKING: Gebruik het geïntegreerde toetsenbord wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) of het System Setup-programma uitvoert. Wanneer u een extern toetsenbord aansluit, blijft het geïntegreerde toetsenbord volledig werken.
Vastlopen en softwareproblemen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. De computer start niet op CONTROLEER OF DE NETADAPTER GOED IS AANGESLOTEN OP DE COMPUTER EN HET STOPCONTACT. De computer reageert niet meer KENNISGEVING: U loopt het risico gegevens te verliezen als u het besturingssysteem niet afsluit.
Andere softwareproblemen RAADPLEEG DE SOFTWAREDOCUMENTATIE OF NEEM CONTACT OP MET DE SOFTWAREFABRIKANT VOOR INFORMATIE OVER PROBLEEMOPLOSSING — • Ga na of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op de computer is geïnstalleerd. • Controleer of de computer voldoet aan de minimale hardwarevereisten voor de software. Raadpleeg de documentatie bij de software voor meer informatie. • Controleer of het programma op juiste wijze is geïnstalleerd en geconfigureerd.
Netwerkproblemen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Algemeen C O N T R O L E E R D E N E T W E R K K A B E L C O N N E C T O R — Controleer of de netwerkkabel stevig in de netwerkconnector aan de achterkant van de computer en de netwerkconnector is gestoken.
OPMERKING: De werkingsduur van de batterij (de tijd gedurende welke de batterij stroom kan leveren) neemt met de tijd af. Afhankelijk van de frequentie waarmee de batterij wordt gebruikt en de gebruiksomstandigheden kan het zijn dat u tijdens de levensduur van de computer een nieuwe batterij moet aanschaffen. C O N T R O L E E R H E T B A T T E R I J S T A T U S L A M P J E — Als het batterijstatuslampje oranje knippert of continu oranje is, is de batterij bijna of helemaal leeg.
Printerproblemen Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 141) in terwijl u deze controles uitvoert. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant.
CONTROLEER OF MICROSOFT WINDOWS DE SCANNER HERKENT — Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Scanners en camera's. Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner. I NSTALLEER HET SCANNERSTUURPROGRAMMA OPNIEUW — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor instructies. Problemen met geluid en luidsprekers Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 141) in terwijl u deze controles uitvoert.
Geen geluid uit de hoofdtelefoon C O N T R O L E E R D E K A B E L A A N S L U I T I N G V A N D E H O O F D T E L E F O O N — Controleer of de hoofdtelefoonkabel goed is aangesloten op de hoofdtelefoonaansluiting. S TEL D E W INDOWS - VOLUMEREGELING BIJ — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechterbenedenhoek van het scherm. Controleer of het volume is ingeschakeld en het geluid niet wordt gedempt.
C O N T R O L E E R D E B A T T E R I J — Als u een batterij gebruikt om uw computer van stroom te voorzien, is mogelijk de batterij leeg. Sluit de computer met behulp van de netadapter aan op een stopcontact en schakel de computer in. TE S T H E T S T O P C O N T A C T — Controleer of er stroom uit het stopcontact komt, door er een ander apparaat, zoals een lamp, op aan te sluiten. C O N T R O L E E R D E N E T A D A P T E R — Controleer de aansluitingen van de netadapterkabel.
Problemen oplossen
System Setup-programma Overzicht OPMERKING: Het besturingssysteem configureert automatisch de meeste opties die in het System Setupprogramma beschikbaar zijn, zodat er opties worden overschreven die u met behulp van het System Setupprogramma hebt ingesteld. (de optie Externe sneltoets is hierop een uitzondering; u kunt deze alleen in- of uitschakelen met het System Setup-programma). Open Help en ondersteuning voor meer informatie over de → Help en ondersteuning.
System Setup-schermen OPMERKING: Markeer het item en zie het gedeelte Help op het scherm voor informatie over dat item op een System Setup-scherm. In het System Setup-programma staan de categorieën van de primaire instellingen aan de linkerkant. Wanneer u de instellingstypen wilt zien in een categorie, markeert u de categorie en drukt u op . Wanneer u een instellingstype markeert, geeft de rechterkant van het scherm de waarde van dat instellingstype weer.
Eenmalig opstarten He is mogelijk een eenmalige opstartsequentie in te stellen zonder het System Setup-programma te openen (u kunt deze procedure ook gebruiken om Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf op te starten). 1 Sluit de computer af via het menu Start. 2 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
System Setup-programma
Uw computer op reis meenemen Uw computer identificeren • Bevestig een naamlabel of visitekaartje aan de computer. • Schrijf de gegevens op uw serviceplaatje op en bewaar deze uit de buurt van de computer of buiten de draagkoffer Gebruik het serviceplaatje als u verlies of diefstal moet melden aan de politie en Dell. • Maak een bestand op het Microsoft® Windows®-bureaublad met de naam indien_gevonden. Neem gegevens zoals uw naam, adres en telefoonnummer in dit bestand op.
Reistips KENNISGEVING: Verplaats de computer niet terwijl het optische station in gebruik is om gegevensverlies te voorkomen. KENNISGEVING: Check bij een vliegreis de computer niet als bagage in. • Wijzig de opties voor energiebeheer zodanig dat de batterij zo lang mogelijk blijft werken (zie "De energiebeheerinstellingen configureren" op pagina 35).
Software opnieuw installeren Stuurprogramma's Wat is een stuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma dat een apparaat zoals een printer, muis of toetsenbord beheert. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.
Schuif omlaag door de lijst om te zien of er apparaten zijn met een uitroepteken (een gele cirkel met een [!]) op het apparaatpictogram. Als er naast een apparaatnaam een uitroepteken staat, moet u "Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren" op pagina 98 proberen. Stuur- en hulpprogramma's opnieuw installeren KENNISGEVING: De Dell Support-website op support.dell.com en uw cd Drivers and Utilities bieden goedgekeurde stuurprogramma's voor Dell™ -computers.
2 Plaats de cd Drivers and Utilities. Meestal wordt de cd automatisch gestart. Als dit niet het geval is, start u Windows Explorer, dubbelklikt u op het cd-station om de cd-inhoud weer te geven en dubbelklikt u op het bestand autorcd.exe. De eerste keer dat u de cd start, wordt u mogelijk gevraagd om installatiebestanden te installeren. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om verder te gaan.
Voor Windows Vista: 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en daarna op Computer. 2 Klik op Eigenschappen→ Apparaatbeheer. OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om Apparaatbeheer te openen. 3 Dubbelklik op het type apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert (bijvoorbeeld Audio of Video).
• Als u de cd Operating System met de computer meegeleverd hebt gekregen, kunt u deze gebruiken om het besturingssysteem te herstellen. Als u de cd Operating System gebruikt, worden echter wel alle gegevens op de vaste schijf gewist. Gebruik de cd alleen als met Systeemherstel het probleem met uw besturingssysteem niet werd opgelost.
Voor Windows XP: 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Systeemwerkset→ Systeemherstel. 2 Klik op De laatste herstelbewerking ongedaan maken→ Volgende. Voor Windows Vista: 1 Klik op de knop Start van Windows Vista → Help en ondersteuning. 2 Typ in het zoekvak Systeemherstel en druk op . 3 Klik op De laatste herstelbewerking ongedaan maken→ Volgende. Systeemherstel inschakelen OPMERKING: Windows Vista schakelt Systeemherstel niet uit, ongeacht de beschikbare schijfruimte.
Windows opnieuw installeren Het installatieproces kan één tot twee uur in beslag nemen. Nadat u het besturingssysteem opnieuw hebt geïnstalleerd, moet u ook de apparaatstuurprogramma's, anti-virusprogramma's en andere software opnieuw installeren. KENNISGEVING: De cd Operating System biedt opties voor het opnieuw installeren van Windows XP. De opties kunnen bestanden overschrijven en op uw vaste schijf geïnstalleerde programma's beschadigen.
Software opnieuw installeren
Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint Dit hoofdstuk bevat procedures voor het verwijderen en installeren van de componenten in uw computer. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke procedure uitgegaan van de volgende condities: • U hebt de stappen van "De computer uitschakelen" op pagina 105 en "Voordat u aan de computer gaat werken" op pagina 105 uitgevoerd. • U hebt de veiligheidsinformatie in de Dell™ Productinformatiegids gelezen.
WAARSCHUWING: Hanteer alle onderdelen en kaarten met zorg. Raak de onderdelen of de contactpunten op een kaart niet aan. Houd de kaart bij de randen vast of aan de metalen montagebeugel. Houd een component, zoals een processor, vast aan de uiteinden, niet aan de pinnen. KENNISGEVING: Uw computer mag alleen door een erkende servicetechnicus worden gerepareerd. Schade als gevolg van door Dell niet geautoriseerde dienstverlening valt niet onder de garantie.
OPMERKING: Als u een vaste schijf installeert die niet van Dell afkomstig is, moet u hierop een besturingssysteem en stuur- en hulpprogramma's installeren. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 105. 2 Zet de computer op zijn kop en verwijder de twee schroeven waarmee de vaste schijfdrager aan het chassis is bevestigd. 1 2 1 schroeven (2) 2 vaste schijf KENNISGEVING: Nadat u de vaste schijf uit de computer hebt verwijderd, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking bewaren.
Een vaste schijf retourneren aan Dell Retourneer uw oude vaste schijf aan Dell in de oorspronkelijke of een vergelijkbare schuimverpakking. Anders kan de vaste schijf bij het transport beschadigd raken. 2 1 1 schuimverpakking 2 vaste schijf Mediacompartiment OPMERKING: Als het apparaat geen borgschroef heeft, kunt u apparaten verwijderen en installeren terwijl de computer is ingeschakeld en aangesloten op een koppelapparaat (gekoppeld).
1 2 1 borgschroef apparaat 2 apparaatvergrendeling Apparaten uit het mediacompartiment verwijderen en erin installeren KENNISGEVING: U voorkomt schade aan apparaten door ze op een veilige, droge plaats te bewaren, wanneer ze niet op de computer zijn geïnstalleerd. Zorg dat u er niet hard op drukt en er geen zware voorwerpen op plaatst.
5 Plaats het nieuwe apparaat in het compartiment totdat deze zich vastklikt. Scharnierkap WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer).
1 2 1 scharnierkap 2 inkeping 4 Haal de kap rustig omhoog door deze van rechts naar links te bewegen en verwijder deze. 5 U plaatst het kapje weer terug door de linkerkant ervan in de sleuf te plaatsen en er van links naar rechts op te drukken totdat het op zijn plaats vastklikt. Toetsenbord WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
5 Trek het treklipje omhoog om de connector van de toetsenbordkabel te ontkoppelen van de toetsenbordconnector op de systeemkaart. 1 2 3 4 1 toetsenbord 4 toetsenbordconnector 2 toetsenbordschroeven 3 kabelconnector KENNISGEVING: Voorkom krassen op de polssteun bij het terugplaatsen van het toetsenbord door de lipjes aan de voorkant van het toetsenbord vast te haken en het toetsenbord weer op zijn plaats te bevestigen.
Geheugen U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie "Specificaties" op pagina 129 voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor de computer zijn bedoeld. OPMERKING: Geheugenmodules die u van Dell koopt, vallen onder de computergarantie. WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte.
1 2 1 geheugenmodule 2 borgklemmen (2) KENNISGEVING: Plaats de geheugenmodules met een hoek van 45-graden om schade aan de connector te voorkomen. OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding. 6 Aard uzelf en installeer de nieuwe geheugenmodule: a Lijn de inkeping in de randconnector van de module uit met het lipje in de connectorsleuf.
2 1 1 kopschroef 2 kapje geheugenmodule KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector van de geheugenmodule door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borgklemmen van de geheugenmodule. 3 Als u een geheugenmodule vervangt, moet u de bestaande module verwijderen: a Haal de borgklemmen aan elk uiteinde van de connector van de geheugenmodule voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de module eruit springt. b Ontkoppel de module van de connector.
1 2 1 geheugenmodule 2 borgklemmen (2) KENNISGEVING: Als u geheugenmodules in twee connectoren moet installeren, installeert u eerst een geheugenmodule in de connector genaamd DIMM A en daarna een module in de connector DIMM B. Plaats de geheugenmodules met een hoek van 45-graden om schade aan de connector te voorkomen. OPMERKING: Als de geheugenmodule niet correct is geïnstalleerd, wordt de computer mogelijk niet goed opgestart. Bij deze fout verschijnt er geen foutmelding.
Subscriber Identity Module-kaart (abonnee-identiteitsmodule) WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 105. 2 Verwijder de batterij (zie "De batterij vervangen" op pagina 35). 1 1 SIM-kaart 3 Schuif de SIM-kaart in het compartiment en plaats het bijgesneden hoekje van de kaart van het compartiment af.
WLAN-kaarten (Wireless Local Area Network) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 105. 2 Verwijder de scharnierkap (zie "Scharnierkap" op pagina 110). 3 Verwijder het toetsenbord (zie "Toetsenbord" op pagina 111). 4 Aard uzelf door een van de metalen connectoren aan de achterkant van de computer aan te raken. OPMERKING: Als u de ruimte verlaat, moet u uzelf opnieuw aarden wanneer u terugloopt naar de computer. 5 Als er nog geen kaart is geïnstalleerd, gaat u naar stap 6.
2 1 1 c WLAN-kaart 2 metalen borglipjes (2) Haal de kaart uit de connector. KENNISGEVING: De kaartconnector is gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, plaatst u de kaart terug om deze in de connector opnieuw uit te lijnen. OPMERKING: Plaats geen WWAN-netwerkkaart in de WLAN-kaartsleuf. OPMERKING: De WLAN-kaart heeft twee of drie antenneconnectoren, afhankelijk van het kaarttype dat u hebt besteld.
Kaarten voor mobiel breedbandnetwerk of Wireless Wide Area Network (WWAN) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 105. 2 Verwijder de scharnierkap (zie "Scharnierkap" op pagina 110). 3 Verwijder het toetsenbord (zie "Toetsenbord" op pagina 111). 4 Aard uzelf door een van de metalen connectoren aan de achterkant van de computer aan te raken. OPMERKING: Als u de ruimte verlaat, moet u uzelf opnieuw aarden wanneer u terugloopt naar de computer.
1 2 1 c WWAN-kaart 2 metalen borglipjes (2) Haal de kaart uit de connector. KENNISGEVING: De kaartconnectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, plaatst u de kaart terug om deze in de connector opnieuw uit te lijnen. 6 De kaart installeren. KENNISGEVING: Voorkom schade aan de WWAN-kaart door geen kabels op of onder de kaart te plaatsen. a Lijn de kaart uit met de connector met een hoek van 45 graden en druk de kaart in de connector totdat deze vastklikt.
FCM (Flash Cache Module) De FCM, of Flash Cache Module, is een intern flashstation waarmee u de prestaties van de computer verbetert. OPMERKING: Deze kaart is alleen compatibel met het Microsoft Windows Vista™-besturingssysteem. OPMERKING: Als u tegelijk met de computer een FCM-kaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 105. 2 Verwijder de scharnierkap (zie "Scharnierkap" op pagina 110).
Interne kaart met de draadloze Bluetooth®-technologie WAARSCHUWING: Lees de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een connector op de achterkant van de computer aan te raken. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken.
1 2 3 1 kaart 2 kaartconnector 3 kabelconnector Knoopbatterij WAARSCHUWING: Volg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een connector op de achterkant van de computer aan te raken. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken.
1 3 2 1 mylar 2 knoopbatterij 3 batterijkabelconnector 4 Haal de batterijkabelconnector uit de connector op de systeemkaart. 5 Til de hoek van de mylar boven de batterij iets omhoog op waarbij u moet oppassen dat u het plastic niet breekt. 6 Pak vervolgens de batterij en haal het uit het compartiment.
Onderdelen toevoegen en vervangen
Dell™ QuickSet Dell™ QuickSet biedt u eenvoudig toegang om de volgende typen instellingen te configureren of weer te geven: • Netwerkconnectiviteit • Energiebeheer • Weergave • Systeeminformatie Afhankelijk van wat u wilt doen in Dell™-QuickSet, kunt u beginnen door te klikken, te dubbelklikken of te rechtsklikken op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk. U vindt de taakbalk in de rechteronderhoek van het scherm.
Dell™ QuickSet
Specificaties Processor Processortype Intel® Core™ Duo-processor Intel® Celeron®-processor (alleen voor Japan) L1-cache 64 KB (intern) L2-cache 2 MB (on-die) Externe busfrequentie 800 MHz Systeeminformatie Systeemchipset Intel® 965 GM en 965 PM Gegevensbusbreedte 64 bits DRAM-busbreedte 64 bits Busbreedte processoradres 36 bits Grafische bus interne pc-kaart CardBus-controller OZ711 Pc-kaartconnector één (ondersteunt één Type I- of Type II-kaart) Ondersteunde kaarten 3,3 V en 5 V Gro
Smartcard (vervolg) WHQL-certificering PC/SC Compatibiliteit compatibel binnen PKI-omgeving Plaats-/uitwerpcycli gecertificeerd voor maximaal 100.
Video Videotype geïntegreerd op systeemkaart of discrete graphics op systeemkaart Videocontroller aparte grafische oplossingen: nVIDIA Quadro NVS 135M of nVIDIA Quadro NVS 140M geïntegreerde grafische oplossing: Intel GM965 Videogeheugen aparte grafische oplossingen: • nVIDIA Quadro NVS 135M — 128 MB videogeheugen (eigen) op <512 MB systeemgeheugen of 256 MB videogeheugen (eigen plus gedeeld) >= 1 GB systeemgeheugen • nVIDIA Quadro NVS 140M — 256 MB videogeheugen (eigen) op <512 MB systeemgeheugen of 5
Audio (vervolg) Interne luidsprekerversterker 2-W-kanaal in 4 ohms Volumeknoppen toetsenbordsneltoetsen of programmamenu's Weergave Type (actieve matrix TFT) WXGA, WSXGA+ of WUXGA Afmetingen: Hoogte maximaal 207,0 mm Breedte 331,2 mm Diagonaal 390,57 mm Werkingshoek 0° (gesloten) t/m 180° Weergavehoeken: WXGA horizontaal 40/40° WXGA verticaal 10/30° WSXGA+ horizontaal 65/65° WSXGA+ verticaal 50/50° WUXGA horizontaal 65/65° WUXGA verticaal 50/50° Pixelpitch: WXGA 0,2588 (15,4 inch
Toetsenbord Aantal toetsen 87 (V.S.
Batterij (vervolg) Levensduur (ongeveer) 500 laadcycli Temperatuurbereik: In bedrijf 0° t/m 35° C Tijdens opslag –40° t/m 65° C Netadapter Ingangsspanning 100–240 VAC Ingangsstroom (maximum) 1,5 A Ingangsfrequentie 50–60 Hz Uitgangsstroom 4,62 A Uitgangsstroom 90 W Nominale uitgangsspanning 19,5 VDC Afmetingen: Hoogte 27,94 mm Breedte 58,42 mm Diepte 133,85 mm Gewicht (met kabels) 0,4 kg Temperatuurbereik: In bedrijf 0° t/m 35° C Tijdens opslag –40° t/m 65° C Afmetingen Hoogte
Omgeving (vervolg) Maximale trilling (met een willekeurig trillingsspectrum dat de gebruikersomgeving nabootst): In bedrijf 0,66 GRMS Tijdens opslag 1,30 GRMS Maximale schok (gemeten met de vaste schijf geactiveerd en een 2-ms halve sinuspuls): In bedrijf 122 G Tijdens opslag 163 G Hoogte (maximaal): In bedrijf –15,2 t/m 3048 m Tijdens opslag –15,2 t/m 10.
Specificaties
Hulp krijgen Hulp krijgen 1 Zie "Problemen oplossen" op pagina 69 voor informatie en procedures voor het probleem dat uw computer ondervindt. 2 Voer Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 69). 3 Maak een kopie van de "Diagnostische checklist" op pagina 141 en vul deze in. 4 Gebruik het uitgebreide Dell-pakket van on line services die beschikbaar zijn op Dell Support (support.dell.com) voor hulp bij installatie- en probleemoplossingsprocedures.
On line services Op de volgende websites vindt u meer informatie over de Dell-producten en diensten: www.dell.com www.dell.com/ap (alleen de Aziatische landen/landen rond de Stille Oceaan) www.dell.com/jp (alleen Japan) www.euro.dell.com (alleen Europa) www.dell.com/la (Latijns-Amerikaanse landen en landen in het Caribisch zeegebied) www.dell.ca (alleen Canada) Dell Support is bereikbaar via de onderstaande websites en e-mailadressen: • Dell Support-websites support.dell.com support.jp.dell.
Automatische orderstatusservice Wanneer u de status wilt nagaan van de Dell-producten die u hebt besteld, gaat u naar support.dell.com, of belt u de geautomatiseerde bestelservice. U wordt gevraagd de vereiste informatie te geven om uw bestelling te vinden en te controleren. Zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 142 voor het telefoonnummer dat u moet bellen in uw regio.
Voordat u belt OPMERKING: Zorg dat u de code voor express-service bij de hand hebt wanneer u belt. De code helpt het geautomatiseerde ondersteuningssysteem u efficiënter door te verbinden. Er kan ook gevraagd worden naar het serviceplaatje (te vinden op de achter- of onderkant van de computer). Vergeet niet de Diagnostische checklist in te vullen. Indien mogelijk zet u de computer aan voordat u Dell belt voor hulp en belt u terwijl u zich bij de computer bevindt.
Diagnostische checklist Naam: Datum: Adress: Telefoonnummer: Servicelabel (streepjescode aan de achterzijde van de computer): Code voor express-service: Retourzendings-autorisatienummer (indien verstrekt door een Dell-technicus): Besturingssysteem en versie: Apparaten: Uitbreidingskaarten: Bent u met een netwerk verbonden? Ja Nee Netwerk, versie en netwerkadapter: Programma's en versies: Zie de documentatie van het besturingssysteem om achter de inhoud van de opstartbestanden van het systeem te komen.
Contact opnemen met Dell Klanten in de Verenigde Staten kunnen 800-WWW-DELL (800.999.3355) bellen. OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u contactgegevens ook vinden op uw factuur, pakbon, rekening of productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse on line telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid hiervan verschilt echter per land en product, en sommige zijn mogelijk niet in uw regio beschikbaar.
Bijlage De computer reinigen WAARSCHUWING: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. Computer, toetsenbord en beeldscherm WAARSCHUWING: Voordat u de computer gaat reinigen, moet u deze loskoppelen van het stopcontact en alle geïnstalleerde batterijen verwijderen. Maak de computer schoon met een zachte, vochtige doek.
Muis KENNISGEVING: Ontkoppel de muis van de computer voordat u de muis reinigt. Als de cursor overslaat of een afwijkend bewegingspatroon vertoont, moet u de muis reinigen. Een niet-optische muis reinigen 1 Reinig de buitenkant van de muis met een vochtige doek met een milde reinigingsoplossing. 2 Draai het plaatje aan de onderkant van de muis tegen de klok in en verwijder de bal. 3 Reinig de bal met een schone, pluisvrije doek.
Productkennisgeving Macrovision Dit product bevat technologie voor auteursrechtelijke bescherming, die beveiligd wordt door Amerikaanse patenten en andere rechten voor intellectueel eigendom. Het gebruik van deze technologie voor auteursrechtelijke bescherming moet door Macrovision worden geautoriseerd en is bedoeld voor thuisgebruik en een aantal andere manieren van weergave, tenzij anders geautoriseerd door Macrovision. Reverse engineering of demontage is verboden. FCC-kennisgeving (alleen V.S.
Overeenkomstig de FCC-richtlijnen wordt de volgende informatie verstrekt voor het apparaat of de apparaten waarop dit document van toepassing is: 146 Productnaam: Dell™ Latitude™ D830 Modelnummer: PP04X Bedrijfsnaam: Dell Inc.
Verklarende woordenlijst Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer. A AC — wisselstroom — De elektriciteitsvorm die de computer voedt wanneer u de netadapterkabel in een stopcontact steekt. achtergrond — Het achtergrondpatroon of de achtergrondafbeelding op het Windows-bureaublad. Verander uw achtergrond via het Configuratiescherm in Windows.
bit — De kleinste gegevenseenheid die door uw computer wordt gebruikt. Bluetooth® draadloze technologie — Een standaard voor draadloze technologie voor netwerkapparaten met een kort bereik (9 m) waarmee apparaten elkaar automatisch kunnen herkennen. bps — bits per seconde — De standaardeenheid voor het aangeven van de gegevensoverdrachtssnelheid. BTU — British thermal unit (Britse eenheid voor energie) — Een eenheid voor warmteafgifte. bus — Een communicatiepad tussen de onderdelen in de computer.
DDR2 SDRAM — double-data-rate 2 SDRAM (SDRAM met dubbele gegevenssnelheid 2) — Een type DDR SDRAM dat gebruikt maakt van een 4-bits prefetch en andere architecturele wijzigingen om de geheugensnelheid tot meer dan 400 MHz te verhogen. dual-core — Een Intel® technologie waarin twee fysieke rekeneenheden bestaan in een enkel processorpakket, waardoor de rekenefficiëntie en het vermogen tot multitasking wordt vergroot.
ESD — electrostatic discharge (elektrostatische ontlading) — Een snelle ontlading van statische elektriciteit. ESD kan geïntegreerde circuits in computer- en communicatieapparatuur beschadigen. ExpressCard — Een verwijderbare I/O-kaart die voldoet aan de PCMCIA-standaard. Modems en netwerkadapters zijn gangbare types expresskaart. Expresskaarten ondersteunen zowel de PCI Express als de USB 2.0 standaard.
H HTTP — hypertext transfer protocol (HyperTextoverdrachtsprotocol) — Een protocol voor het uitwisselen van bestanden tussen computers met een internetverbinding. Hyper-Threading — Hyper-Threading is een Intel-technologie die de algehele computerprestatie kan verbeteren door toe te staan dat één fysieke processor als twee logische processoren functioneert, in staat om bepaalde taken gelijktijdig uit te voeren. Hz — hertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan 1 cyclus per seconde.
L LAN — local area network — Een computernetwerk dat een klein gebied beslaat. Een LAN is meestal beperkt tot een gebouw of een aantal nabijgelegen gebouwen. Een LAN kan over elke afstand worden verbonden met een andere LAN via telefoonlijnen en radiogolven en zo een WAN (Wide Area Network) vormen. LCD — liquid crystal display (beeldscherm met vloeibare kristallen) — De technologie die gebruikt wordt bij beeldschermen van draagbare computers en flatpanelmonitoren.
NVRAM — nonvolatile random access memory (nietvluchtige RAM) — Een type geheugen dat gegevens opslaat wanneer de computer is uitgeschakeld of zijn externe stroombron verliest. NVRAM wordt gebruikt voor het behouden van computerconfiguratie-informatie, zoals datum, tijd en andere System Setup-opties. PCI Express — Een wijziging op de PCI-interface die de gegevensoverdrachtspecificatie verhoogt tussen de processor en de apparaten die erop zijn aangesloten.
processor — Een computerchip die programma-instructies vertaalt en uitvoert. Soms wordt de term CPU (Central Processing Unit) voor processor gebruikt. RPM — revolutions per minute (omwentelingen per minuut) — Het aantal rotaties dat per minuut plaatsvindt. De snelheid van de harde schijf wordt vaak gemeten in RPM. PS/2 — personal system/2 — Een connectortype voor het aansluiten van een toetsenbord, muis of toetsenblok die compatibel zijn met PS/2.
SIM — Subscriber Identity Module (abonneeidentiteitsmodule) — Een SIM-kaart bevat een microchip die spraak- en gegevensoverdrachten codeert. SIM-kaarten kunnen worden gebruikt in telefoons en in draagbare computers. slaapstand — Een energiebeheermodus die alles in het geheugen op een speciale locatie op de harde schijf opslaat en de computer vervolgens uitschakelt. Wanneer u de computer dan opnieuw opstart, wordt de informatie uit het geheugen dat op de vaste schijf werd opgeslagen, automatisch hersteld.
teksteditor — Een programma dat gebruikt wordt om bestanden te maken en te bewerken die alleen tekst bevatten; Windows Kladblok gebruikt bijvoorbeeld een teksteditor. Teksteditors bieden meestal geen mogelijkheden voor automatische terugloop of opmaak (onderstrepen, lettertypes wijzigen et cetera). toetscombinatie — Een opdracht waarvoor u meerdere toetsen tegelijk moet indrukken.
videomodus — Een modus die beschrijft hoe tekst en afbeeldingen op een monitor worden weergegeven. Op beelden gebaseerde software, zoals de besturingssystemen van Windows, werkt in videomodi die kunnen worden gedefinieerd als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren. Op tekens gebaseerde software, zoals teksteditors, werkt in videomodi die kunnen worden gedefinieerd als x kolommen bij y rijen tekens. videoresolutie — Zie resolutie.
Verklarende woordenlijst