Users Guide

Over de computer 23
Onderaanzicht
LET OP: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt.
Plaats de computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer, als de
computer is ingeschakeld. Als u dat toch doet, loopt u risico op brand of beschadiging van de computer.
BATTERIJ Wanneer er een batterij is geïnstalleerd, kunt u de computer gebruiken zonder dat u deze op een
stopcontact hoeft aan te sluiten. Raadpleeg "Batterijen gebruiken" op pagina 29 voor meer informatie.
BATTERIJOPLAADMETER Biedt informatie over de batterijlading. Raadpleeg "De batterijlading controleren" op
pagina 30 voor meer informatie.
ONTGRENDELINGSSCHUIFJE VAN BATTERIJCOMPARTIMENT (2) Ontgrendelt de batterij. Zie "De batterij
vervangen" op pagina 34 voor instructies.
KAPJE Bedekt het compartiment met één geheugenmodule en de WLAN-minikaart. Zie "Onderdelen toevoegen
en vervangen" op pagina 107 voor meer informatie.
DEKSEL GEHEUGENMODULE/WLAN-MINIKAART Bedekt het deel met de tweede connector van de
geheugenmodule (DIMM B) (zie "Geheugen" op pagina 135).
VENTILATIEOPENINGEN De computer gebruikt een interne ventilator om voldoende lucht door te openingen te
laten, zodat de computer niet oververhit raakt.
1 batterij 2 batterijoplaadmeter 3 ontgrendelingsschuifje van
batterijcompartiment (2)
4 deksel geheugenmodule/WLAN-minikaart 5 ventilatieopeningen 6 sleuf koppelapparaat
1
3
4
6
5
3
2