Dell™ Latitude™ D430 Gebruikshandleiding Model PP09S w w w. d e l l . c o m | s u p p o r t . d e l l .
Zie "Informatie zoeken" op pagina 11 voor meer informatie over andere documentatie die bij de computer is meegeleverd. Opmerkingen, kennisgevingen en veiligheidstips OPMERKING: Een OPMERKING duidt belangrijke informatie aan voor een beter gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING duidt potentiële schade aan hardware of potentieel gegevensverlies aan en vertelt u hoe het probleem kan worden vermeden.
Inhoud 1 Informatie zoeken 2 Over de computer Vooraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Linkeraanzicht 4 18 Rechteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19 Achteraanzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23 Onderaanzicht 3 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De batterij opladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De batterij vervangen Een batterij opslaan 5 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35 Het toetsenbord en de touchpad gebruiken Numeriek toetsenblok . Toetsencombinaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38 . . . . . . . . . . . . . . . . .
Een externe monitor als primair beeldscherm gebruiken: Het primaire en secundaire beeldscherm omwisselen . . . . . . . . . . . . . . . . . Microsoft® Windows® XP . Microsoft Windows Vista® . 7 . . . 46 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 46 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Netwerken instellen en gebruiken Een netwerk- of breedbandmodemkabel aansluiten . . . . . . . . . . . . . . 47 Een netwerk instellen in het Microsoft® Windows® XP-besturingssysteem . . . . . . . .
Een pc-kaart of ExpressCard installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Een pc-kaart of blanco kaart verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . Een Secure Digital (SD)-kaart installeren of verwijderen Uitgebreide kaarten 9 58 60 . . . . . . . . . . . 61 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 62 De computer beveiligen Beveiligingskabelslot Smartcard . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 63 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wanneer u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) moet gebruiken . Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de vaste schijf Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) starten vanaf de Drivers and Utilities media . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hoofdmenu Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) . . . . . . . . . Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) 73 73 74 75 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77 . . . . . . .
Printerproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Scannerproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Problemen met geluid en luidsprekers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 91 92 . . . . . . . . . . 92 92 93 . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93 Er komt geen geluid uit de geïntegreerde luidsprekers Er komt geen geluid uit de externe luidsprekers . . . .
14 Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107 107 108 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109 Benodigd gereedschap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . De computer uitschakelen . . . . . . . . . . . . . . . . . Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken Vaste schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110 112 . . . . . . . .
17 Help-informatie Hulp krijgen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 130 130 130 131 131 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131 Technische ondersteuning en klantenservice DellConnect . . . . . . . . . . . . . . . . . . On line services . . . . . . . . . . . . . . . . AutoTech-dienst . . . . . . . . . . . . . . . Geautomatiseerde bestelservice . . . . . . .
Informatie zoeken OPMERKING: Sommige kenmerken of media kunnen optioneel zijn en niet worden geleverd met uw computer. Sommige kenmerken of media zijn wellicht niet beschikbaar in bepaalde landen. OPMERKING: Mogelijk is er bij uw computer aanvullende informatie geleverd.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • • • • Naslaggids De computer instellen Basisinformatie probleemoplossing Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uitvoeren Onderdelen verwijderen en vervangen OPMERKING: Dit document kan optioneel zijn en niet worden geleverd met uw computer. OPMERKING: Dit document is beschikbaar als PDF-bestand op support.dell.com.
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Oplossingen — Hints en tips voor probleemoplossing, artikelen van technici, on line cursussen en veelgestelde vragen • Community — Online discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — Upgrade-informatie over onderdelen als het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem • Klantenservice — Contactgegevens, de status van reparatieverzoeken en bestellingen, informatie over garantie en reparatie • Service en ondersteuning — De status van rep
Waarnaar zoekt u? Hier kunt u het vinden • Met Windows XP werken • Aan het werk met programma's en bestanden • Hoe pas ik mijn bureaublad aan Help en ondersteuning van Windows 1 Klik op Start of→ Help en ondersteuning. 2 Geef met een of meer woorden een beschrijving van het probleem en klik vervolgens op het pijltje. 3 Klik op het onderwerp dat uw probleem beschrijft. 4 Volg de instructies op het scherm.
Over de computer Vooraanzicht 1 2 11 10 3 9 8 7 6 4 5 1 schermvergrendeling 2 beeldscherm 3 statuslampjes apparaat 4 touchpad 5 knoppen voor touchpad 6 track-stickknoppen 7 track stick 8 toetsenbord 9 luidsprekers 11 omgevingslichtsensor 10 statuslampjes toetsenbord en netwerk Over de computer 15
SCHERMVERGRENDELING BEELDSCHERM — Zorgt ervoor dat het beeldscherm dichtgeklapt blijft. — Zie "Het beeldscherm gebruiken" op pagina 43 voor meer informatie over het beeldscherm. STATUSLAMPJES APPARAAT Gaat branden wanneer u de computer inschakelt en knippert wanneer de computer zich in de stand-bymodus bevindt. Gaat branden wanneer de computer gegevens leest of schrijft. KENNISGEVING: Schakel de computer nooit uit wanneer de het lampje knippert om gegevensverlies te voorkomen.
— Het toetsenbord bevat een numieriek toetsenblok alsook de Windows-toets. Zie "Toetsencombinaties" op pagina 38 voor informatie over ondersteunde toetsenbordsneltoetsen. TOETSENBORD L U I D S P R E K E R S — Druk op de sneltoetsen voor volumeregeling om het volume van de ingebouwde luidsprekers aan te passen. Raadpleeg "Toetsencombinaties" op pagina 38 voor meer informatie.
KENNISGEVING: U voorkomt dat er gegevens verloren gaan door de computer uit te schakelen door Microsoft® Windows® af te sluiten in plaats van op de aan/uit-knop te drukken. Als de computer niet meer reageert, houdt u de aan/uit-knop ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld (dit kan enkele seconden duren). — Spoort het aanwezige omgevingslicht op en verhoogt of verlaagt automatisch het schermlicht om als compensatie te dienen in omgevingen met veel of weinig licht.
Rechteraanzicht LET OP: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt. Plaats de computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer, als de computer is ingeschakeld. Als u dat toch doet, loopt u risico op brand of beschadiging van de computer.
Achteraanzicht 1 2 3 4 5 6 7 1 netwerkconnector (RJ-45) 2 modemconnector (RJ-11) 3 USB-connectoren 4 videoconnector 5 USB-ingang 6 IEEE 1394-connector 7 connector voor netadapter NETWERKCONNECTOR (RJ-45) KENNISGEVING: De netwerkconnector is iets groter dan de modemconnector. U voorkomt schade aan de computer door geen telefoonlijn op de netwerkconnector aan te sluiten. Sluit uw computer aan op een netwerk.
VIDEOCONNECTOR Sluit een externe monitor aan. Raadpleeg "Het beeldscherm gebruiken" op pagina 43 voor meer informatie. USB-INGANG Sluit een USB-apparaat aan, zoals een muis, toetsenbord of printer. Het is ook mogelijk het optionele diskettestation direct op een USB-connector aan te sluiten met de optionele diskettestationskabel. I E E E 1 3 9 4 - C O N N E C T O R — Verbindt apparaten die snelle IEEE 1394 overdrachtssnelheden ondersteunen, zoals een aantal digitale videocamera's.
De netadapter zet netstroom om naar gelijkstroom die door de computer wordt vereist. U kunt de netadapter aansluiten met de computer in- of uitgeschakeld. LET OP: De netadapter werkt op electriciteitsnetten wereldwijd. Stroomaansluitingen en contactdozen verschillen echter sterk per land. Wanneer u een incompatibele kabel gebruikt of de kabel onjuist op de contactdoos of het stopcontact aansluit, kan er brand of schade aan de apparatuur ontstaan.
Onderaanzicht LET OP: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt. Plaats de computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer, als de computer is ingeschakeld. Als u dat toch doet, loopt u risico op brand of beschadiging van de computer.
LET OP: Blokkeer de luchtopeningen niet, duw er geen voorwerpen in en zorg dat er zich geen stof in ophoopt. Plaats de Dell-computer niet in een omgeving waar weinig lucht beschikbaar is, zoals een gesloten koffer, als de computer is ingeschakeld. Als u dat toch doet, loopt u risico op brand of beschadiging van de computer. Wanneer de computer te warm wordt, wordt de ventilator ingeschakeld. Ventilatorgeruis is normaal en duidt niet op een probleem met de ventilator of de computer.
Informatie naar een nieuwe computer overbrengen Met de wizards van het besturingssysteem kunt u bestanden en andere gegevens van de ene naar de andere computer overbrengen, bijvoorbeeld van een oude naar een nieuwe computer. Zie voor instructies de onderstaande sectie die overeenkomt met het besturingssysteem van uw computer.
De wizard Bestanden en instellingen overzetten met het medium met het besturingssysteem uitvoeren OPMERKING: Voor deze procedure hebt u het medium Operating System (besturingssysteem) nodig. Dit medium is optioneel en wordt bij sommige computers niet geleverd. Een nieuwe computer op de bestandsoverdracht voorbereiden: 1 Start de wizard Bestanden en instellingen overzetten: klik op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Systeemwerkset→ Wizard Bestanden en instellingen overzetten.
De wizard Bestanden en instellingen overzetten zonder het medium met het besturingssysteem uitvoeren Wanneer u de wizard Bestanden en instellingen overzetten zonder het medium Operating System (besturingssysteem) wilt uitvoeren, moet u een wizardschijf maken waarmee u een back-upkopiebestand kunt maken op een verwisselbare medium.
Gegevens naar de nieuwe computer overzetten: 1 Klik op het scherm Ga nu naar de oude computer op de nieuwe computer en klik op Volgende. 2 Selecteer in het scherm Waar bevinden zich de bestanden en instellingen? de gewenste methode voor het overbrengen van instellingen en bestanden en klik op Volgende. Volg de instructies op het scherm. De wizard leest de verzamelde bestanden en instellingen en past ze op de nieuwe computer toe.
Batterijen gebruiken Batterijprestaties OPMERKING: Zie de Productinformatiegids of het afzonderlijke papieren garantiedocument dat met uw computer is meegeleverd voor informatie over de Dell-garantie op uw computer. Voor optimale prestaties van de computer en tevens om te helpen de instellingen van de BIOS te behouden, dient u de draagbare Dell™-computer te allen tijde te gebruiken terwijl de hoofdbatterij geïnstalleerd is.
LET OP: Het gebruik van een incompatibele batterij kan de kans op brand of een explosie vergroten. Vervang de batterij uitsluitend met een compatibele batterij die u bij Dell hebt aangeschaft. De lithium-ionbatterij is ontwikkeld voor gebruik met uw Dell-computer. Gebruik geen batterij van een andere computer voor uw computer. LET OP: Gooi batterijen niet met het huisafval weg.
De batterijstatus controleren Wanneer u de batterijstatus wilt controleren, moet u de statusknop op de ladingsmeter indrukken en loslaten om de ladingsniveaulichtjes te laten branden. Elk lampje vertegenwoordigt ongeveer 20 procent van de totale batterijlading. Als bijvoorbeeld tachtig procent van de lading resteert, zullen er vier lampjes branden. Als er geen lampjes branden, is de batterij leeg.
Energiebeheermodi Stand-bymodus en de slaapstand De stand-bymodus (slaapstand in Microsoft Windows Vista®) bespaart energie door het beeldscherm en de vaste schijf na een vooraf vastgestelde periode van inactiviteit uit te schakelen (een time-out). Wanneer de computer de stand-bymodus of slaapstand verlaat, keert deze terug naar de toestand van voor de stand-bymodus. KENNISGEVING: Als uw computer in de stand-bymodus of slaapstand geen net- of batterijstroom meer krijgt, kunnen er gegevens verloren gaan.
Afhankelijk van de ingestelde energiebeheeropties in het venster Eigenschappen voor Energiebeheer of in de wizard QuickSet Energiebeheer, gebruikt u een van de onderstaande methoden om de slaapstand in te stellen: • Druk op de aan/uit-knop. • Klap het beeldscherm dicht. OPMERKING: Sommige pc-kaarten of ExpressCards functioneren niet correct nadat de computer de slaapstand heeft verlaten.
De batterij is te warm om opgeladen te kunnen worden als het -lampje afwisselend groen en oranje knippert. Koppel de computer los van het stopcontact en laat de computer en batterij afkoelen tot kamertemperatuur. Sluit de computer vervolgens aan op een stopcontact om het opladen van de batterij voort te zetten. Zie "Voedingsproblemen" op pagina 89 voor informatie over het oplossen van problemen met batterijen.
ONTGRENDELINGSSCHUIFJES VAN BATTERIJCOMPARTIMENT (2) — Ontgrendelt de batterij. — Wanneer er een batterij is geïnstalleerd, kunt u de computer gebruiken zonder dat u deze op een stopcontact hoeft aan te sluiten. BATTERIJ U vervangt de batterij door de batterij in he compartiment te plaatsen en hierop te drukken totdat de ontgrendelingsschuifjes vastklikken. Een batterij opslaan Verwijder de batterij als u de computer voor langere tijd opslaat.
Batterijen gebruiken
Het toetsenbord en de touchpad gebruiken Numeriek toetsenblok numeriek toetsenblok Het numerieke toetsenblok werkt als het numerieke toetsenblok op het externe toetsenbord. Elke toets op het toetsenblok heeft meerdere functies. De cijfers op het toetsenblok en symbolen zijn blauw gemarkeerd rechts van de toetsenblok. Houd ingedrukt en druk op de gewenste toets om een cijfer of symbool in te voeren. • Druk op om het toetsenblok in te schakelen. Het lampje actief is.
Toetsencombinaties Systeemfuncties Opent het venster Taakbeheer. Batterij Geeft de Dell™ QuickSet-batterijmeter weer (zie "Dell™ QuickSet-batterijmeter" op pagina 30). Lade optisch station Werpt de lade uit het station als Dell QuickSet is geïnstalleerd (zie "Dell™ QuickSet" op pagina 125). Weergavefuncties Verplaatst het videobeeld volgens de volgende beeldschermoptie.
Luidsprekerfuncties Hiermee verhoogt u het volume van de ingebouwde luidsprekers en de externe luidsprekers, indien aangesloten. Hiermee verlaagt u het volume van de ingebouwde luidsprekers en de externe luidsprekers, indien aangesloten. Hiermee schakelt u de ingebouwde luidsprekers en de externe luidsprekers, indien aangesloten, in en uit.
Touchpad De touchpad detecteert de druk en beweging van uw vinger zodat u de cursor op het beeldscherm kunt verplaatsen. Gebruik de touchpad en de touchpadknoppen op dezelfde manier als een muis. 1 2 3 1 track-stickknoppen TRACK-STICKKNOPPEN TOUCHPAD 2 touchpad 3 knoppen voor touchpad — Bieden dezelfde functionaliteit als die van een muis. — Biedt dezelfde functionaliteit als die van een muis. KNOPPEN VOOR TOUCHPAD — Bieden dezelfde functionaliteit als die van een muis.
Vingerafdruklezer (optioneel) 1 1 vingerafdruklezer (optioneel) OPMERKING: De vingerafdruklezer is optioneel en mogelijk niet op uw computer geïnstalleerd. Zie "Beveiligingsbeheersoftware" op pagina 64 voor informatie over hoe u de beveiligingsbeheersoftware activeert en gebruikt voor het regelen van de vingerafdruklezer. De touchpad en de track stick aanpassen Met het venster Eigenschappen voor Muis kunt u de touchpad en track stick uitschakelen of de instellingen ervan aanpassen.
De track-stickdop wijzigen U kunt de track-stickdop vervangen als deze na langdurig gebruik is versleten. Extra dopjes kunt u kopen via de Dell-website op dell.com. 1 Verwijder het dopje van de track stick. 2 Plaats het nieuwe dopje op het rechthoekige track-stickstaafje en druk het er voorzichtig overheen. KENNISGEVING: De track stick kan het beeldscherm beschadigen als deze niet correct op het staafje is geplaatst. 3 Probeer de track stick uit om ervoor te zorgen dat het dopje correct is geplaatst.
Het beeldscherm gebruiken De helderheid aanpassen Wanneer een Dell™-computer op batterijen werkt, kunt u stroom besparen door voor het beeldscherm de laagste helderheidsinstelling te gebruiken en op te drukken en op de pijl-omhoog of -omlaag op het toetsenbord te drukken. OPMERKING: De toetsencombinaties voor helderheid hebben alleen invloed op het beeldscherm van de draagbare computer, en niet op monitors of projectors die u op de draagbare computer of koppelapparaat aansluit.
U kunt de leesbaarheid van tekst verbeteren en de weergave van afbeeldingen op het scherm wijzigen door het beeldschermresolutie aan te passen. Hoe hoger de resolutie, des te kleiner lijken de items op het scherm. Daar tegenover staat dat een lagere resolutie tekst en afbeeldingen groter laat lijken waarvan slechtzienden profiteren.
Een externe monitor gebruiken als uitbreiding van uw computerbeeldscherm Het is mogelijk een externe monitor of projector op de computer aan te sluiten en te gebruiken als verlenging van uw beeldscherm (ook bekend als de modus voor een onafhankelijke dubbele weergave of een uitgebreid bureaublad). Met deze modus kunt u beide schermen onafhankelijk gebruiken en objecten van het ene scherm naar het andere slepen. Zo verdubbelt u de grootte van uw werkruimte.
Microsoft Windows Vista® 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en daarna op Configuratiescherm. 2 Klik onder Vormgeving aan persoonlijke voorkeur aanpassen op Beeldschermresolutie aanpassen. 3 Klik in het venster Beeldscherminstellingen op het pictogram van monitor 2, vervolgens op de optie Het bureaublad naar dit beeldscherm uitbreiden en daarna op Toepassen. 4 Klik op OK om het venster Beeldscherminstellingen te sluiten.
Netwerken instellen en gebruiken Wanneer u een computernetwerk instelt, brengt u verbinding tot stand tussen uw computer en het internet, een andere computer of een netwerk. Met een netwerk dat thuis of op een klein kantoor is ingesteld, is het bijvoorbeeld mogelijk naar een gedeelde printer af te drukken, stations en bestanden op een andere computer te gebruiken, andere netwerken door te bladeren of verbinding te maken met het internet.
Een netwerk instellen in het Microsoft® Windows® XP-besturingssysteem 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Communicatie→ Wizard Netwerk instellen→ Volgende→ Controlelijst voor het instellen van een netwerk. OPMERKING: Wanneer u de verbindingsmethode Deze computer maakt rechtstreeks verbinding met het Internet selecteert, schakelt u de ingebouwde firewall in die bij Windows XP Service Pack 2 (SP2) wordt meegeleverd. 2 Voltooi de controlelijst.
WLAN (Wireless Local Area Network) Een WLAN bestaat uit een aantal onderling verbonden computers die met elkaar communiceren via luchtgolven in plaats van een netwerkkabel die op elke computer is aangesloten. In een WLAN maakt een radiocommunicatieapparaat, dat toegangspunt of draadloze router wordt genoemd, verbinding met netwerkcomputers en biedt toegang tot internet of een netwerk.
De bestelbevestiging voor uw computer De bestelbevestiging die u hebt ontvangen toen u de computer bestelde, bevat de hardware en de software die met de computer is meegeleverd. Een nieuwe WLAN instellen met een draadloze router en een breedbandmodem 1 Neem contact op met uw internetserviceaanbieder voor specifieke informatie over de verbindingseisen voor uw breedbandmodem.
15 Indien nodig configureert u de draadloze netwerkkaart om deze op het draadloze netwerk aan te sluiten (zie "Verbinding maken met een WLAN" op pagina 51). Verbinding maken met een WLAN OPMERKING: Zorg voordat u gaat aansluiten op een WLAN dat u de volgende instructies hebt gevolgd in "WLAN (Wireless Local Area Network)" op pagina 49. OPMERKING: De volgende netwerkinstructies gelden niet voor interne kaarten met de draadloze Bluetooth®-technologie of mobiele apparaten.
U bepaalt als volgt welk draadloos configuratiehulpprogramma uw draadloze netwerkkaart in Windows Vista beheert: 1 Klik op → Verbinding maken→ Draadloze netwerken beheren. 2 Dubbelklik op een profiel om het eigenschappenscherm voor draadloos netwerken te openen. Zie de documentatie voor draadloos netwerken in de Windows Help en ondersteuning voor specifieke informatie over het hulpprogramma voor draadloze netwerken dat op uw computer is geïnstalleerd (zie "Help en ondersteuning van Windows" op pagina 14).
Mobiel breedbandnetwerk (of Wireless Wide Area Network) Een mobiel breedbandnetwerk, ook bekend als een WWAN (Wireless Wide Area Network), is een snel digitaal mobiel netwerk dat internettoegang biedt tot een veel groter geografisch gebied dan een WLAN, dat normaal gesproken slechts een bereik heeft van 30 tot 300 meter. De computer heeft toegang tot het mobiele breedbandnetwerk zolang de computer binnen een zone ligt die mobiele gegevens kan opvangen.
In het scherm Gegevens over deze computer - Hardware kunt u het type mobiele breedbandkaart en andere hardwareonderdelen bekijken die op de computer zijn geïnstalleerd. OPMERKING: U vindt de mobiele breedbandkaart onder Modems. Verbinding maken met een mobiel breedbandnetwerk OPMERKING: Deze instructies zijn alleen van toepassing op ExpressCards of minikaarten voor mobiel breedband. Ze gelden niet voor interne kaarten met draadloze technologie.
Uw netwerkinstellingen beheren via de Dell QuickSet Location Profiler Met de Dell QuickSet Location Profiler kunt u netwerkinstellingen beheren die overeenkomen met de fysieke locatie van uw computer.
Netwerken instellen en gebruiken
Kaarten gebruiken Kaarttypen Deze computer ondersteunt de volgende pc-kaarten: 34-mm ExpressCard (met adapter), Secure Digital(SD)-kaart en smartcards. Zie "Een smartcard installeren" op pagina 64 voor meer informatie over smartcards. Zie "Specificaties" op pagina 135 voor informatie over ondersteunde kaarttypen. OPMERKING: Een pc-kaart is geen opstartbaar apparaat. De pc-kaartsleuf heeft één connector die een enkele Type I of Type II-kaart ondersteunt.
Blanco kaarten De computer wordt geleverd met een plastic blanco kaart die in de sleuf is geplaatst. Blanco kaarten beschermen ongebruikte sleuven tegen stof en andere deeltjes. Bewaar de blanco kaart voor wanneer er geen kaart in de sleuf is geplaatst; blanco kaarten van andere computers passen mogelijk niet in de computer. Zie "Een pc-kaart of blanco kaart verwijderen" op pagina 60 om de blanco kaart te verwijderen.
U installeert een pc-kaart als volgt: 1 Steek de kaart met de richtingspijl in de sleuf en met de bovenkant van de kaart omhoog. De vergrendeling moet in de stand "in" staan voordat u de kaart kunt plaatsen. 2 Schuif de kaart in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. Duw niet door als u teveel weerstand voelt. Controleer de kaartrichting en probeer het opnieuw. 1 1 Pc-kaart De computer herkent de meeste pc-kaarten en laadt automatisch het juiste apparaatstuurprogramma.
1 1 sleuf 2 2 ExpressCard Een pc-kaart of blanco kaart verwijderen KENNISGEVING: Gebruik het configuratieprogramma voor de pc-kaart (klik op het -pictogram op de taakbalk) om een kaart te selecteren en stop het functioneren ervan voordat u deze uit de computer verwijdert. Als u de kaart niet stopt in het configuratieprogramma, kunnen er gegevens verloren gaan. Verwijder een kaart niet door aan de eventuele kabel te trekken.
1 2 1 ontgrendelingsknop 2 Pc-kaart Een Secure Digital (SD)-kaart installeren of verwijderen 1 Controleer de kaartrichting; de gouden contactvlakken dienen omlaag te wijzen. 2 Schuif de kaart in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. U verwijdert een SD-kaart door erop te drukken. De kaart wordt dan naar buiten geworpen. Haal de kaart uit de computer.
Uitgebreide kaarten Een uitgebreide kaart (bijvoorbeeld een draadloze netwerkadapter) is langer dan een standaardkaart en steekt uit de computer. Houd u aan deze voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van uitgebreide kaarten: 62 • Bescherm het blootgestelde uiteinde van een geïnstalleerde kaart. Wanneer het uiteinde van de kaart wordt aangeraakt, kan de systeemkaart beschadigd raken. • Zorg altijd dat de uitgebreide kaart verwijderd is, voordat u de computer in de draagkoffer plaatst.
De computer beveiligen Beveiligingskabelslot OPMERKING: De computer wordt niet met een beveiligingskabelslot geleverd. Een beveiligingskabelslot is een in de handel verkrijgbare antidiefstalvoorziening. Wanneer u het slot wilt gebruiken, moet u het op de beveiligingskabelsleuf op de Dell™-computer aansluiten. Zie de instructies die met het apparaat zijn meegeleverd voor meer informatie.
Een smartcard installeren U kunt een smartcard in de computer installeren terwijl de computer is ingeschakeld. De computer spoort de kaart automatisch op. U installeert een smartcard als volgt: 1 Houd de kaart zo vast dat het gouden contactvlak omhoog en richting de smartcardsleuf wijst. 1 2 1 gouden contactvlak 2 smartcard (bovenkant) 2 Schuif de smartcard in de sleuf totdat de kaart zich volledig in de connector bevindt. De smartcard steekt ongeveer 5 inch uit de sleuf.
Wachtwoorden OPMERKING: Wachtwoorden zijn bij levering van de computer uitgeschakeld. Een primair wachtwoord (of systeemwachtwoord), een beheerderswachtwoord en een vaste-schijfwachtwoord voorkomen op verschillende manieren onbevoegde toegang tot uw computer. In de volgende tabel staan de typen en functies van de wachtwoorden die op uw computer beschikbaar zijn.
Een primair wachtwoord (of systeemwachtwoord) gebruiken Met het primaire wachtwoord beveiligt u de computer tegen onbevoegde toegang. Wanneer u de computer voor het eerst opstart, moet u een primair wachtwoord toewijzen wanneer hiernaar gevraagd wordt. Als u het wachtwoord niet binnen 2 minuten invoert, keert de computer terug naar de eerdere toestand. KENNISGEVING: Als u het beheerderswachtwoord uitschakelt, wordt ook het primaire wachtwoord uitgeschakeld.
Als het vaste-schijfwachtwoord is ingeschakeld, moet u dit invoeren telkens wanneer u de computer inschakelt. Er verschijnt een bericht waarin naar het vaste-schijfwachtwoord wordt gevraagd. Ga verder door het wachtwoord in te voeren (van maximaal acht tekens) en op te drukken. Als u het wachtwoord niet binnen 2 minuten invoert, keert de computer terug naar de eerdere toestand. Als u een onjuist wachtwoord invoert, verschijnt het bericht dat het wachtwoord ongeldig is.
2 Het TPM-installatieprogramma activeren: a Start de computer opnieuw op en druk op tijdens de Power On Self Test (serie testen bij inschakelen computer) om het systeem -installatieprogramma te openen. b Selecteer Security (Beveiliging)→ TPM Activation (TPM-activering) en druk op . c Selecteer onder TPM Activation (TPM-activering) Activate (Activering) en druk op . OPMERKING: U hoeft het programma slechts één keer te activeren.
OPMERKING: Als u weet waar de computer is kwijtgeraakt of gestolen, belt u het politiebureau van dat gebied. Weet u dat niet, dan belt u het plaatselijke politiebureau. • Als de computer eigendom is van een bedrijf, brengt u het beveiligingsbureau van het bedrijf op de hoogte. • Neem ook contact op met de klantenservice van Dell om de verloren computer te melden.
De computer beveiligen
De computer reinigen LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. Computer, toetsenbord en beeldscherm LET OP: Voordat u de computer gaat reinigen, moet u deze loskoppelen van het stopcontact en alle geïnstalleerde batterijen verwijderen. Maak de computer schoon met een zachte, vochtige doek.
Optische schijven KENNISGEVING: Gebruik altijd druklucht om de lens in het optische station te reinigen en volg de instructies die met het drukluchtproduct worden meegeleverd. Raak nooit de lens in het station aan. Als u problemen hebt met de afspeelkwaliteit van uw media, zoals overslaan, probeer dan eerst de schijven te reinigen. 1 Houd de schijf tussen duim en wijsvinger vast. U mag ook een vinger in het gat in het midden steken.
Problemen oplossen Technische updateservice van Dell De technische updateservice van Dell geeft proactieve meldingen per e-mail van software- en hardware-updates voor uw computer. Deze service is gratis en de inhoud, indeling en frequentie van de meldingen kan worden aangepast. U kunt zich aanmelden voor de technische updateservice van Dell door naar support.dell.com/technicalupdate te gaan.
2 Schakel de computer in of start deze opnieuw op. 3 Start Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op een van de volgende twee manieren: a Wanneer het DELL™-logo verschijnt, drukt u direct op . Selecteer Diagnostics in het opstartmenu en druk op . OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw.
6 Selecteer Run the 32 Bit Dell Diagnostics (32-bit Dell-diagnostiek uitvoeren) in de genummerde lijst. Als er meerdere versies worden aangegeven, moet u de versie selecteren die op uw computer van toepassing is. 7 Als het scherm met het hoofdmenu van Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) verschijnt, selecteert u de test die u wilt uitvoeren.
3 Als er tijdens een test een probleem wordt gedetecteerd, wordt er een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de foutcode en de beschrijving van het probleem en neem contact op met Dell (zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 133). OPMERKING: Het serviceplaatje voor de computer bevindt zich boven aan elk testvenster. Als u contact opneemt met Dell, zal de technische ondersteuning naar het servicelabel vragen.
Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) De Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) is op uw computer geïnstalleerd en u verkrijgt er toegang toe via het pictogram Dell Support op de taakbalk of via de knop Start. Gebruik dit hulpprogramma voor zelfhulpinformatie, software-updates en scans voor een gezonde computeromgeving. Toegang verkrijgen tot de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) U verkrijgt toegang tot de Dell Support Utility (Dell-hulpprogramma) via het pictogram of via het menu Start.
Problemen met stations LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. Vul de Diagnostics Checklist in (zie "Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)" op pagina 73) terwijl u deze controles uitvoert. ZORG ERVOOR DAT MICROSOFT® WINDOWS® HET STATION HERKENT — In Windows XP: • Klik op Start→ Deze computer. In Windows Vista®: • Klik op de knop Start van Windows Vista → Computer.
Als u de lade van het optische station niet kunt uitwerpen 1 Zorg ervoor dat de computer uitstaat. 2 Maak een paperclip recht en steek het uiteinde in de uitwerpopening. Duw vervolgens stevig totdat de lade gedeeltelijk wordt uitgeworpen. 3 Trek de lade voorzichtig naar buiten totdat deze niet meer verder kan. Als u een vreemd schrapend of schurend geluid hoort: • Controleer of het geluid niet wordt veroorzaakt een het programma dat wordt uitgevoerd.
C O N T R O L E E R D E B E V E I L I G I N G S I N S T E L L I N G E N V A N M I C R O S O F T O U T L O O K ® E X P R E S S — Als u geen e-mailbijlagen kunt openen: 1 Klik in Outlook Express op Extra→ Opties→ Beveiliging. 2 Klik op Geen bijlagen toestaan om het vinkje te verwijderen.
Foutberichten Vul de Diagnostics Checklist in (zie "Diagnostische checklist" op pagina 134) terwijl u deze controles uitvoert. LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen.
G E N E R A L F A I L U R E ( A L G E M E N E F O U T ) — Het besturingssysteem kan de opdracht niet uitvoeren. Dit bericht wordt gewoonlijk gevolgd door specifieke informatie, bijvoorbeeld, Papier is op. Voer de juiste actie uit. H A R D - D I S K D R I V E C O N F I G U R A T I O N E R R O R ( C O N F I G U R A T I E F O U T V A S T E - S C H I J F S T A T I O N ) — De computer herkent het stationstype niet.
MEMORY ADDRESS LINE FAILURE AT ADDRESS, READ VALUE EXPECTING VALUE (ADRESLIJNFOUT GEHEUGEN IN A D R E S , G E L E Z E N W A A R D E V E R W A C H T W A A R D E ) — Mogelijk is er een geheugenmodule die defect is of niet goed vastzit. Plaats de geheugenmodules opnieuw en vervang ze indien nodig (zie "Geheugen" op pagina 113).
Het programma dat u wilt openen, mist een essentieel bestand. Verwijder het programma en installeer het opnieuw. 1 Klik op Start→ Configuratiescherm→ Software. 2 Selecteer het programma dat u wilt verwijderen. 3 Klik op Verwijderen of Wijzigen/Verwijderen en volg de instructies op het scherm. 4 Raadpleeg de documentatie bij het programma voor installatie-instructies. S E C T O R N O T F O U N D ( S E C T O R N I E T G E V O N D E N ) — Het besturingssysteem kan geen sector op de vaste schijf vinden.
Problemen met IEEE 1394-apparaten LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. CONTROLEER OF WINDOWS HET IEEE 1394-APPARAAT HERKENT — Voor Windows XP: 1 Klik op Start→ Configuratiescherm. 2 Klik onder Kies een categorie op Prestaties en onderhoud. 3 Klik op Systeem. 4 Klik in het venster Systeemeigenschappen op het tabblad Hardware. 5 Klik op Apparaatbeheer.
Als u een toetsenbordverlengkabel gebruikt, moet u deze ontkoppelen en het toetsenbord rechtstreeks op de computer aansluiten. CONTROLEER HET EXTERNE TOETSENBORD — 1 Schakel de computer uit, wacht 1 minuut en schakel hem weer in. 2 Controleer of de lampjes van de cijfers, hoofdletters en de scroll lock knipperen tijdens het opstarten. 3 Klik op het Windows-bureaublad op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Kladblok.
S C H A K E L D E C O M P U T E R U I T — Als u geen reactie krijgt door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen, moet u de aan/uit-knop minstens 8-10 seconden ingedrukt houden totdat de computer uitgaat. Start de computer vervolgens opnieuw op. Een programma reageert niet meer of blijft crashen OPMERKING: Bij software worden normaliter installatie-instructies geleverd in de vorm van een installatiehandleiding of op een diskette of cd.
MAAK DIRECT EEN RESERVEKOPIE VAN UW BESTANDEN GEBRUIK EEN VIRUSSCANNER OM DE VASTE SCHIJF, DISKETTES OF CD'S TE SCANNEN B EWAAR EN SLUIT ALLE GEOPENDE BESTANDEN OF PROGRAMMA ' S EN SLUIT DE C O M P U T E R AF V I A H E T ME NU Start S C A N D E C O M P U T E R O P S P Y W A R E — Als uw computer zeer traag is, vaak last heeft van pop-upadvertenties of problemen met het opzetten van een internetverbinding, is uw computer mogelijk geïnfecteerd met spyware.
C O N T R O L E E R D E N E T W E R K L A M P J E S O P D E N E T W E R K C O N N E C T O R — Als er geen lampje brandt, betekent dit dat er geen netwerkcommunicatie is. Vervang de netwerkkabel. S L U I T D E N E T A D A P T E R A A N O P D E C O M P U T E R — Als u alleen batterijstroom hebt, kan QuickSet de onboard netwerkkaart uitschakelen om batterijstroom te besparen. Zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 133 voor meer informatie over QuickSet.
C O N T R O L E E R H E T B A T T E R I J S T A T U S L A M P J E — Als het batterijstatuslampje oranje knippert of continu oranje is, is de batterij bijna of helemaal leeg. Steek de stekker van de computer in het stopcontact. Als het batterijlampje afwisselend groen en oranje wordt, is de batterij te heet om opgeladen te kunnen worden. Schakel de computer uit, haal de stekker van de computer uit het stopcontact en laat de batterij en de computer afkoelen tot kamertemperatuur.
Printerproblemen Vul de Diagnostics Checklist in (zie "Diagnostische checklist" op pagina 134) terwijl u deze controles uitvoert. LET OP: Voordat u aan een van de procedures in deze sectie begint, dient u de veiligheidsinstructies te volgen die u vindt in de Productinformatiegids. OPMERKING: Als u technische ondersteuning voor uw printer nodig hebt, moet u contact opnemen met de printerfabrikant.
CONTROLEER OF MICROSOFT WINDOWS DE SCANNER HERKENT — Klik op Start→ Configuratiescherm→ Printers en andere hardware→ Scanners en camera's. Als uw scanner wordt vermeld, herkent Windows de scanner I N S T A L L E E R H E T S C A N N E R S T U U R P R O G R A M M A O P N I E U W — Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor instructies. Problemen met geluid en luidsprekers Vul de Diagnostics Checklist (zie "Diagnostische checklist" op pagina 134) in terwijl u deze controles uitvoert.
Er komt geen geluid uit de hoofdtelefoon C O N T R O L E E R D E K A B E L A A N S L U I T I N G V A N D E H O O F D T E L E F O O N — Controleer of de kabel van de hoofdtelefoon stevig in de hoofdtelefoonconnector is gestoken. S T E L D E W I N D O W S - V O L U M E R E G E L I N G B I J — Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechteronderhoek van het scherm. Controleer of het volume omhoog is bijgesteld en dat het geluid niet is gedempt.
Als het beeldscherm leeg is OPMERKING: Als u een programma gebruikt dat een hogere resolutie vereist dan uw computer ondersteund, is het raadzaam om een externe monitor op uw computer aan te sluiten. C O N T R O L E E R D E B A T T E R I J — Als u een batterij gebruikt om uw computer van stroom te voorzien, is mogelijk de batterij leeg. Sluit de computer met behulp van de netadapter aan op een stopcontact en schakel de computer in.
System Setup-programma Overzicht OPMERKING: Het besturingssysteem configureert automatisch de meeste opties die in het System Setup-programma beschikbaar zijn, zodat er opties worden overschreven die u met behulp van het System Setupprogramma hebt ingesteld. (de optie Externe sneltoets is hierop een uitzondering; u kunt deze alleen in- of uitschakelen met het System Setup-programma). Open Help en ondersteuning voor meer informatie over de configuratiefuncties voor het besturingssysteem.
System Setup-schermen OPMERKING: Markeer het item en zie het gedeelte Help op het scherm voor informatie over dat item op een System Setup-scherm. In het System Setup-programma staan de categorieën van de primaire instellingen aan de linkerkant. Wanneer u de instellingstypen wilt zien in een categorie, markeert u de categorie en drukt u op . Wanneer u een instellingstype markeert, geeft de rechterkant van het scherm de waarde van dat instellingstype weer.
Eenmalig opstarten He is mogelijk een eenmalige opstartsequentie in te stellen zonder het System Setup-programma te openen (u kunt deze procedure ook gebruiken om Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) op de partitie met het diagnostische hulpprogramma op de vaste schijf op te starten). 1 Sluit de computer af via het menu Start. 2 Als de computer is aangesloten op een dockingstation, koppelt u het dockingstation los. Raadpleeg de documentatie bij het dockingstation voor instructies voor het loskoppelen.
System Setup-programma
Software opnieuw installeren Stuurprogramma's Wat is een stuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma dat een apparaat zoals een printer, muis of toetsenbord beheert. Voor alle apparaten is een stuurprogramma vereist. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler tussen het apparaat en alle programma's die dat apparaat gebruiken. Elk apparaat heeft zijn eigen set gespecialiseerde opdrachten die alleen door het stuurprogramma worden herkend.
2 Klik op Eigenschappen→ Apparaatbeheer. OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om door te gaan. Schuif omlaag door de lijst om te zien of er apparaten zijn met een uitroepteken (een gele cirkel met een [!]) op het apparaatpictogram.
2 Plaats de Drivers and Utilities media. Meestal wordt de cd automatisch gestart. Als dit niet het geval is, start u Windows Explorer, dubbelklikt u op het cd-station om de cd-inhoud weer te geven en dubbelklikt u op het bestand autorcd.exe. De eerste keer dat u de cd start, wordt u mogelijk gevraagd om installatiebestanden te installeren. Klik op OK en volg de instructies op het scherm om verder te gaan.
Windows Vista: 1 Klik op de knop Start van Windows Vista en klik daarna met de rechtermuisknop op Computer. 2 Klik op Eigenschappen→ Apparaatbeheer. OPMERKING: Het venster Gebruikersaccountbeheer kan verschijnen. Als u een beheerder op de computer bent, klikt u op Doorgaan; anders neemt u contact op met de beheerder om Apparaatbeheer te openen. 3 Dubbelklik op het type apparaat waarvoor u het stuurprogramma installeert (bijvoorbeeld Audio of Video).
Het besturingssysteem herstellen U kunt uw besturingssysteem op de volgende manieren herstellen: • Microsoft Windows XP Systeemherstel en Microsoft Windows Vista™ Systeemherstel brengen uw computer terug naar een oudere toestand zonder verlies van persoonlijke gegevensbestanden. Gebruik Systeemherstel als de eerste oplossing voor het herstellen van uw besturingssysteem en het behouden van gegevensbestanden.
Het laatste systeemherstel ongedaan maken KENNISGEVING: Bewaar en sluit alvorens het laatste systeemherstel ongedaan te maken alle geopende bestanden, en sluit alle actieve programma's af. Wijzig, open en verwijder geen bestanden of programma's voordat het systeemherstel voltooid is. Windows XP: 1 Klik op Start→ Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Systeemwerkset→ Systeemherstel. 2 Klik op Laatste herstelbewerking ongedaan maken en klik op Volgende.
4 Klik op OK om de PC Restore-partitie van de vaste schijf te verwijderen. 5 Klik op Yes (ja) wanneer het bevestigingsbericht verschijnt. De PC Restore-partitie wordt verwijderd en de nieuwe beschikbare schijfruimte wordt toegevoegd aan de toegewezen vrije ruimte op de vaste schijf. 6 Klik in Windows Verkenner met de rechtermuisknop op Lokaal station (C:), klik op Eigenschappen en controleer de waarde bij Beschikbaar om te controleren of de extra schijfruimte beschikbaar is.
3 Klik op Afsluiten als het bericht Windows installerenverschijnt. 4 Start de computer opnieuw op. Wanneer het DELL-logo verschijnt, drukt u direct op . OPMERKING: Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem wordt weergegeven, moet u blijven wachten tot het bureaublad van Microsoft® Windows® wordt weergegeven. Daarna sluit u de computer af en probeert u het opnieuw. OPMERKING: Met de volgende stappen wordt de opstartvolgorde slechts eenmalig gewijzigd.
Onderdelen toevoegen en vervangen Voordat u begint Dit hoofdstuk biedt procedures voor het verwijderen en installeren van de onderdelen in uw computer. Tenzij anders aangegeven wordt bij elke procedure van de onderstaande omstandigheden uitgegaan: • U hebt de stappen van "De computer uitschakelen" op pagina 107 en "Voordat u aan de onderdelen in de computer gaat werken" op pagina 108 uitgevoerd. • U hebt de veiligheidsinformatie in de Dell™ Productinformatiegids gelezen.
De computer wordt uitgeschakeld nadat het afsluitingsproces van het besturingssysteem is voltooid. 2 Ga na of de computer en alle aangesloten apparaten zijn uitgeschakeld. Als de computer en de aangesloten apparaten niet automatisch worden uitgeschakeld bij het afsluiten van het besturingssysteem, houdt u de aan/uit-knop ongeveer 4 seconden ingedrukt.
1 2 1 ontgrendelingsschuifje van batterijcompartiment 2 hoofdbatterij 7 Verwijder de batterij: a Open het ontgrendelingsschuifje van het batterijcompartiment aan de onderkant van de computer. b Haal de batterij uit het batterijcompartiment. 8 Druk op de aan/uit-knop om de systeemkaart te aarden. 9 Verwijder alle geïnstalleerde pc-kaarten uit de pc-kaartsleuf. 10 Verwijder alle geïnstalleerde modules, inclusief een eventuele tweede batterij.
OPMERKING: Dell garandeert geen compatibiliteit met of ondersteuning van vaste schijven van andere fabrikanten dan Dell. U vervangt als volgt de vaste schijf in het vaste-schijfcompartiment: 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 107. 2 Zet de computer op zijn kop en verwijder de schroeven van de vaste schijf (zie "De vaste schijf verwijderen" op pagina 110). KENNISGEVING: Na verwijdering van de vaste schijf uit de computer, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking bewaren.
1 4 2 3 1 kopschroeven (2) 4 metalen lipjes (2) 2 metalen beugel 3 vaste schijf KENNISGEVING: Na verwijdering van de vaste schijf uit de computer, moet u deze in een beschermende antistatische verpakking bewaren. Zie "Bescherming tegen elektrostatische ontlading" in de Productinformatiegids. 5 Gebruik het treklipje om de kabel van de vaste schijf los te koppelen van de connector van de systeemkaart en haal de vaste schijf uit de computer.
1 2 3 4 1 treklipje 4 systeemkaartconnector 2 kabel vaste schijf 3 vaste schijf De vaste schijf vervangen KENNISGEVING: Oefen stevige en gelijkmatige druk uit om het station op zijn plaats te schuiven. Als u te veel kracht gebruikt, kunt u de connector echter beschadigen. 1 Volg de stappen in "De vaste schijf verwijderen" op pagina 110 in omgekeerde volgorde. OPMERKING: Deze computer beschikt niet over een optisch station. Gebruik de Media Base (apart verkrijgbaar) om software te installeren.
Geheugen U kunt het computergeheugen vergroten door geheugenmodules op de systeemkaart te installeren. Zie "Specificaties" op pagina 135 voor informatie over het geheugen dat door de computer wordt ondersteund. Installeer alleen geheugenmodules die voor de computer zijn bedoeld. OPMERKING: Geheugenmodules die u van Dell koopt, vallen onder de computergarantie.
b Schuif de module stevig in de sleuf met een hoek van 45 graden en draai de module naar beneden totdat op zijn plaats klikt. Als u geen klik voelt, verwijdert u de module en probeert u het opnieuw. 4 Plaats ten slotte het kapje terug. KENNISGEVING: Als het kapje moeilijk te sluiten is, verwijdert u de module en installeert u deze opnieuw. Als u te veel kracht uitoefent bij het sluiten, kunt u de computer beschadigen.
3 Verwijder het toetsenbord: Verwijder de drie M2 x 3-mm schroeven boven aan het toetsenbord. a KENNISGEVING: Til het toetsenbord bij stap b voorzichtig op om ervoor te zorgen dat u niet aan de toetsenbordkabel trekt. b Schuif het toetsenbord naar voren om toegang te krijgen tot de twee toetsenbordconnectoren. c Trek de plastic balk op de toetsenbordconnectoren omhoog om deze van de systeemkaart los te koppelen.
Scharnierkapje LET OP: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een ongeverfd metalen oppervlak aan te raken (zoals een connector aan de achterkant van de computer). KENNISGEVING: Het scharnierkapje is kwetsbaar en kan kapot gaan als u er te grof mee omgaat. Wees dus voorzichtig als u het kapje verwijdert.
Minikaarten Als u tegelijk met de computer een WLAN-kaart hebt besteld, is de kaart al geïnstalleerd. LET OP: Raadpleeg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u begint met de procedures in dit gedeelte. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u met de computer aan de slag gaat. WLAN-kaarten (Wireless Local Area Network) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 107.
KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borglipjes. d Maak de kaart los door de metalen borglipjes richting de achterkant van de computer te drukken totdat de kaart iets omhoogkomt. e Haal de kaart uit de connector. 1 2 1 WLAN-kaart 2 metalen borglipjes (2) KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen. Als u weerstand voelt, controleert u de connectoren en lijnt u de kaart opnieuw uit.
OPMERKING: Zie de documentatie die met de WLAN-kaart is meegeleverd voor meer informatie over welke kabel u met welke connector moet verbinden. c Verbind de antennekabels met antenneconnectoren op de WLAN-kaart door de kleur van de kabel overeen te laten komen met de kleur van de driehoek boven de connector. Sluit de hoofdantennekabel (wit) aan op de antenneconnector met de witte driehoek. Sluit de hulpantennekabel (zwart) aan op de antenneconnector met de zwarte driehoek.
a Ontkoppel de mobiele breedbandkaart van eventueel aangesloten kabels. 2 1 1 mobiele breedbandkaart 2 metalen borglipjes (2) KENNISGEVING: Voorkom schade aan de connector door geen gereedschap te gebruiken voor het spreiden van de borglipjes. b Haal de borglipjes voorzichtig met uw vingers uit elkaar totdat de kaart eruit springt. c Verschuif de mobiele breedbandkaart en haal deze uit de connector. KENNISGEVING: De connectoren zijn gecodeerd om voor een juiste plaatsing te zorgen.
SIM-kaart (Subscriber Identity Module) KENNISGEVING: Raak de connector van de SIM-kaart niet aan om de kaart te beschermen tegen elektrostatische ontlading (ESD). Wees bovendien voorzichtig wanneer u de kaart verwijdert door deze volledig uit de metalen lipjes te schuiven voordat u de kaart uit de sleuf haalt. De kaart is kwetsbaar en breekt gemakkelijk. OPMERKING: De SIM-kaart bevindt zich in het batterijcompartiment. U moet de hoofdbatterij verwijderen voordat u bij de SIM-kaart kan komen.
Interne kaart met de draadloze Bluetooth®-technologie LET OP: Lees de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een connector op de achterkant van de computer aan te raken. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u met de computer aan de slag gaat.
Knoopbatterij LET OP: Volg de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voordat u de onderstaande procedures uitvoert. KENNISGEVING: Voorkom elektrostatisch ontlading door uzelf te aarden met een aardingspolsbandje of door regelmatig een connector op de achterkant van de computer aan te raken. KENNISGEVING: U voorkomt schade aan de systeemkaart door de hoofdbatterij te verwijderen voordat u met de computer aan de slag gaat. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 107.
Onderdelen toevoegen en vervangen
Dell™ QuickSet OPMERKING: Deze functie is mogelijk niet beschikbaar op uw computer. Dell™ QuickSet biedt u eenvoudig toegang om de volgende typen instellingen te configureren of weer te geven: • Netwerkconnectiviteit • Energiebeheer • Weergave • Systeeminformatie Afhankelijk van wat u wilt doen in Dell™-QuickSet, kunt u beginnen door te klikken, te dubbelklikken of te rechtsklikken op het QuickSet-pictogram op de Microsoft® Windows®-taakbalk.
Dell™ QuickSet
Uw computer op reis meenemen Uw computer identificeren • Bevestig een naamlabel of visitekaartje aan de computer. • Schrijf de gegevens op uw servicelabel op en bewaar deze uit de buurt van de computer of buiten de draagkoffer Gebruik het servicelabel als u verlies of diefstal moet melden aan de politie en Dell. • Maak een bestand op het Microsoft® Windows®-bureaublad met de naam indien_gevonden. Neem gegevens zoals uw naam, adres en telefoonnummer in dit bestand op.
• Pak de computer zodanig in dat hij niet kan gaan schuiven in de kofferbak van uw auto of in een opbergruimte boven uw hoofd. Reistips KENNISGEVING: Verplaats de computer niet terwijl het optische station in gebruik is om gegevensverlies te voorkomen. KENNISGEVING: Check bij een vliegreis de computer niet als bagage in. • Schakel de draadloze functies van de computer uit om ervoor te zorgen dat de batterij zo lang mogelijk blijft werken.
Help-informatie Hulp krijgen LET OP: Als u de computerkap moet verwijderen, moet u eerst de stroom naar de computer onderbreken en de modemkabels uit de stopcontacten halen. Als er zich een probleem voordoet met uw computer, kunt u de onderstaande stappen volgen om het probleem te achterhalen en op te lossen: 1 Zie "Problemen oplossen" op pagina 73 voor informatie en procedures voor het probleem dat uw computer ondervindt.
www.dell.com | support.dell.com Technische ondersteuning en klantenservice Dell's ondersteuningsdienst is beschikbaar om uw vragen over de Dell™-hardware te beantwoorden. Onze medewerkers gebruiken diagnostische programma's op de computer om snelle, accurate antwoorden te geven. Zie "Voordat u belt" op pagina 132 om contact op te nemen met Dell's ondersteuningsdienst en bekijk de contactinformatie van uw regio of ga naar support.dell.com.
• E-mailadressen Dell-marketing en verkoop apmarketing@dell.com (alleen Aziatische landen/landen rond de Stille Oceaan) sales_canada@dell.com (alleen Canada) • Anonieme bestandsoverdrachtsprotocol (FTP - file transfer protocol) ftp.dell.com Meldt u aan als gebruiker: anoniem en gebruik uw e-mailadres als uw wachtwoord. AutoTech-dienst Dell's geautomatiseerde ondersteuningsdienst AutoTech biedt opgenomen antwoorden op de meest gestelde vragen van Dell-klanten over hun draagbare en desktopcomputers.
www.dell.com | support.dell.com Items retourneren voor reparatie of geldteruggave Maak alle items als volgt gereed om te retourneren, of dit nu voor reparatie is of voor geldteruggave. 1 Bel Dell voor een machtigingsnummer voor het retourneren van materiaal en schrijf het zo op de buitenkant van de doos dat het goed zichtbaar is. Zie "Contact opnemen met Dell" op pagina 133 voor het telefoonnummer dat u moet bellen in uw regio.
Contact opnemen met Dell Klanten in de Verenigde Staten kunnen 800-WWW-DELL (800.999.3355) bellen. OPMERKING: Als u geen actieve internetverbinding hebt, kunt u contactgegevens ook vinden op uw factuur, pakbon, rekening of productcatalogus van Dell. Dell biedt diverse on line telefonische ondersteunings- en servicemogelijkheden. De beschikbaarheid hiervan verschilt echter per land en product, en sommige zijn mogelijk niet in uw regio beschikbaar.
www.dell.com | support.dell.
Specificaties OPMERKING: Aanbiedingen verschillen per regio. Klik op Start→ Help en ondersteuning en selecteer de optie om meer informatie weer te geven over de configuratie van uw computer.
www.dell.com | support.dell.com Geheugen (vervolg) Minimaal geheugen 1 GB (onboard geheugen) Maximaal geheugen maximaal 2 GB Smartcard Lees-/schrijfmogelijkheden leest en schrijft naar alle ISO 7816 1/2/3/4microprocessorkaarten (T=0, T=1) Ondersteunde kaarten 3 V en 5 V Ondersteunde programmatechnologie Java-kaarten Interfacesnelheid 9600–115.
Poorten en connectoren (vervolg) Netwerkadapter RJ-45-poort D-Dock-connector standaard dockingconnector voor D/Dock, D/Port of D420 Media Base Communicatie Modem: Type v.
www.dell.com | support.dell.
Vingerafdruklezer (optioneel) Type UPEK TCS3 TouchStrip™ stripsensor met CMOS actieve capacitieve 'pixel-sensing' technologie Voeding 2,7 V tot ongeveer 3,6 V Connector 48-bals BGA Array-grootte 248 x 2 pixels Touchpad X/Y-positieresolutie (grafische tabel modus) 240 cpi Grootte: Breedte 64,88 mm sensoractief gebied Hoogte 48,88 mm rechthoek Batterij Type 9-cels hybride lithium-ion (68 Wattuur) "slimme" 6-cels lithium-ion (42 Wattuur) "slimme" 4-cels lithium-ion (28 Wattuur) (optioneel) Afme
www.dell.com | support.dell.com Batterij (vervolg) Werkingsduur hangt af van de werkomstandigheden en kan aanzienlijk worden verkort onder bepaalde energie-intensieve omstandigheden. Zie "Batterijprestaties" op pagina 29 voor meer informatie.
Fysieke specificaties Hoogte 2,54 cm Breedte 29,5 cm Diepte 20,98 cm Gewicht 1,35 kg met 4-cels batterij 1,4 kg met 6-cels batterij 1,9 kg met Media Base en 4-cels Milieu Temperatuurbereik: Tijdens gebruik 0° t/m 35°C Opslag -40° t/m 65°C Relatieve vochtigheid (maximum): Tijdens gebruik 10% t/m 90% (zonder condensatie) Tijdens opslag 5% t/m 95% (zonder condensatie) Maximale trilling (met een willekeurig trillingsspectrum dat de gebruikersomgeving nabootst): Tijdens gebruik 0,66 GRMS Tijden
Specificaties www.dell.com | support.dell.
Woordenlijst De termen in deze termenlijst worden alleen ter informatie gegeven en kunnen functies beschrijven die op uw specifieke computer beschikbaar zijn. A AC — wisselstroom — De elektriciteitsvorm die de computer voedt wanneer u de netadapterkabel in een stopcontact steekt. achtergrond — Het achtergrondpatroon of de achtergrondafbeelding op het Windows-bureaublad. Wijzig de achtergrond via het Configuratiescherm van Windows. U kunt ook uw favoriete afbeelding zoeken en hiervan de achtergrond maken.
BIOS — basisinvoer-/uitvoersysteem — Een programma (of hulpprogramma) dat als een interface werkt tussen de computerhardware en het besturingssysteem. U kunt de instellingen beter niet wijzigen, tenzij u weet welke invloed ze op de computer hebben. Wordt ook System Setup genoemd. carnet — Een internationaal grensdocument dat tijdelijke invoer in het buitenland vergemakkelijkt. Dit wordt ook wel een handelspaspoort genoemd. bit — De kleinste gegevenseenheid die door uw computer wordt gebruikt.
cursor — De markering op een beeldscherm of scherm die aangeeft waar de volgende toetsenbord-, touchpad- of muisactie zal plaatsvinden. Het heeft vaak de vorm van een knipperende, ononderbroken streep, een onderstrepingsteken of een kleine pijl. D DDR SDRAM — double-data-rate SDRAM (SDRAM met dubbele gegevenssnelheid) — Een SDRAM-type dat de gegevensburstcyclus verdubbelt en zo de systeemprestaties verbetert.
EIDE — enhanced integrated device electronics (verbeterde geïntegreerde apparaatelektronica) — Een verbeterde versie van de IDE-interface voor vaste schijven en cd-stations. EMI — elektromagnetische storing — Elektrische storing veroorzaakt door elektromagnetische straling.
geïntegreerd — Duidt doorgaans op onderdelen die zich fysiek op de systeemkaart van de computer bevinden. Hiervoor wordt ook vaak de term ingebouwd gebruikt. GHz — gigahertz — Een frequentie-eenheid die gelijk is aan duizend miljoen Hz of duizend MHz. De snelheden voor computerprocessors, bussen en interfaces worden vaak in GHz uitgedrukt. grafische modus — Een videomodus die gedefinieerd kan worden als x horizontale pixels bij y verticale pixels bij z kleuren.
kloksnelheid — De snelheid in MHz die aangeeft hoe snel computeronderdelen werken die zijn aangesloten op de systeembus. Mb — megabit — Een eenheid van geheugenchipscapaciteit die gelijk is aan 1024 Kb. koppelapparaat — Zie APR. MB — megabyte — Een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1.048.576 bytes. 1 MB is gelijk aan 1024 KB. Wanneer het aantal GB verwijst naar de opslag op vaste schijf, wordt dit vaak afgerond tot 1.000.000 bytes.
N netwerkadapter — Een chip die netwerkmogelijkheden biedt. Een computer kan een systeemkaart of een PC-kaart hebben met een netwerkadapter. Een netwerkadapter wordt ook wel een NIC (network interface controller(netwerkinterfacecontroller)) genoemd. NIC — Zie netwerkadapter. ns — nanoseconde — Een eenheid van tijd die gelijk is aan een miljardste van een seconde.
Plug en Play — De mogelijkheid van de computer om apparaten automatisch te configureren. Plug en Play zorgt voor automatische installatie, configuratie en compatibiliteit met bestaande hardware als de BIOS, het besturingssysteem en alle apparaten Plug en Play-compatibel zijn.
SDRAM — synchronous dynamic random-access memory (synchroon DRAM) — Een DRAM-type dat gesynchroniseerd is met de optimale kloksnelheid van de processor. stand-bymodus — Een energiebeheermodus die alle overbodige computerfuncties uitschakelt om energie te besparen. seriële connector — Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt om apparaten op uw computer aan te sluiten, zoals een draagbaar digitaal apparaat of een digitale camera.
T uitgebreide pc-kaart — Een pc-kaart die bij de plaatsing uit de pc-kaartsleuf steekt. TAPI — telephony application programming interface (programmeerinterface voor telefoontoepassingen) — Hiermee kunnen Windows-programma's met veel verschillende telefoonapparaten werken, zoals voor spraak, gegevens, faxen en video. tegen schrijven beveiligd — Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. Gebruik schrijfbeveiliging wanneer u gegevens ervoor wilt beschermen dat ze worden gewijzigd of vernietigd.
vaste schijf — Een station dat gegevens op een harde schijf leest en ernaar schrijft. De termen vaste schijf en harde schijf worden allebei gebruikt. vernieuwingsfrequentie — De frequentie in Hz waarmee de horizontale lijnen op het beeldscherm opnieuw worden geladen (ook wel de verticale frequentie genoemd). Hoe hoger de vernieuwingsfrequentie, des te minder knipperingen er door het menselijk ook gezien kunnen worden.
Zip — Een populaire indeling voor gegevenscompressie. Bestanden die zijn gecomprimeerd met de Zip-indeling worden Zip-bestanden genoemd en hebben gewoonlijk de bestandsnaamextensie .zip. Een speciaal type zipbestand is een zelfuitpakkend bestand, met de bestandsnaamextensie .exe. U kunt een zelfuitpakkend bestand uitpakken door erop te dubbelklikken.
Bijlage FCC-kennisgevingen (alleen V.S.) FCC klasse B Deze apparatuur kan radiofrequentie-energie genereren, gebruiken en uitstralen en kan, indien niet geïnstalleerd en gebruikt in overeenstemming met de instructiehandleiding van de fabrikant, radio- en televisieontvangst verstoren. Deze apparatuur is getest en voldoet aan de beperkingen voor een digitaal apparaat uit klasse B conform Deel 15 van de FCC-regels. Dit apparaat voldoet aan Deel 15 van de FCC-regels.
De volgende informatie wordt geleverd op het apparaat of de apparaten die in dit document worden beschreven in overeenstemming met de FCC-regels: • Productnaam: Latitude • Modelnummer: PP09S • Bedrijfsnaam: Dell Inc. Worldwide Regulatory Compliance & Environmental Affairs One Dell Way Round Rock, TX 78682 USA 512-338-4400 OPMERKING: Zie de Productinformatiegids voor meer informatie over regelgeving.