Owners Manual
50 Problemen oplossen
Problemen met de voeding
LET OP: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies
in de Productinformatiegids raadplegen.
START DE COMPUTER OPNIEUW OP EN MELD U OPNIEUW AAN BIJ HET NETWERK.
CONTROLEER UW NETWERKINSTELLINGEN. Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon
die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren of uw netwerkinstellingen juist zijn en dat het netwerk
functioneert.
VOER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT. Zie “Software- en hardwareconflicten oplossen”
op pagina 64.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN IS EN DE COMPUTER NIET REAGEERT. Zie “Controlelampjes”
op pagina 57.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN IS EN KNIPPERT. De computer bevindt zich in de stand-bymodus.
Druk op een toets op het toetsenbord, beweeg de muis of druk op de aan/uit-knop om de computer
te activeren.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE UIT IS. De computer is uitgeschakeld of krijgt geen stroom.
• Sluit het netsnoer opnieuw aan, zowel op de connector aan de achterzijde van de computer
als op het stopcontact.
• Als de computer is aangesloten op een stekkerdoos, controleert u of de stekker van de stekkerdoos in
een stopcontact zit en de stekkerdoos is ingeschakeld. Gebruik geen stroomonderbrekers, stekkerdozen
en verlengkabels, zodat u kunt controleren of de computer correct wordt ingeschakeld.
• Controleer of het stopcontact goed werkt door deze te testen met een apparaat, bijvoorbeeld een lamp.
• Controleer of het netsnoer en het voorpaneel goed zijn aangesloten op het moederbord
(zie “Systeemkaartcomponenten” op pagina 75).










