Owners Manual

Problemen oplossen 49
Netwerkproblemen
LET OP: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies
in de Productinformatiegids raadplegen.
START DE COMPUTER OPNIEUW OP.
1
Druk tegelijk op <Ctrl><Esc> om het menu
Start
weer te geven.
2
Ty p
u
, druk op de pijltoetsen op het toetsenbord om
Uitschakelen
of
Tur n Of f
te selecteren
en druk vervolgens op <Enter>.
3
Zodra de computer is uitgeschakeld, sluit u de muiskabel opnieuw aan zoals wordt afgebeeld
in de schematische weergave voor uw computer.
4
Start the computer op.
CONTROLEER OF DE USB-POORTEN ZIJN INGESCHAKELD IN HET SYSTEEMINSTALLATIEPROGRAMMA.
Zie “System Setup” op pagina 126.
TEST DE MUIS. Sluit een goed werkende muis aan op de computer om te kijken of u de muis kunt
gebruiken.
CONTROLEER DE MUISINSTELLINGEN.
1
Klik achtereenvolgens op de knop
Start
,
Configuratiescherm
en
Printers en andere hardware
.
2
Klik op
Muis
.
3
Pas de instellingen aan.
INSTALEER HET STUURPROGRAMMA VOOR DE MUIS OPNIEUW. Zie “Een stuurprogramma opnieuw
installeren op pagina 63.
VOER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT. Zie “Software- en hardwareconflicten oplossen”
op pagina 64.
CONTROLEER DE CONNECTOR VAN DE NETWERKKABEL. Zorg dat de netwerkkabel goed is aangesloten
op zowel de netwerkconnector aan de achterzijde van de computer als op de netwerkpoort of het
apparaat.
CONTROLEER DE NETWERKLAMPJES AAN DE ACHTERZIJDE VAN DE COMPUTER. Als het lampje voor
de integriteit van de verbinding uit is, vindt er geen communicatie met het netwerk plaats. Vervang de
netwerkkabel. Zie voor een beschrijving van de netwerklampjes de sectie “Schakelaars en lampjes”
op pagina 124.