Owners Manual

Bijlage 131
Auto Power On
(Standaard Off (Uit))
Hiermee wordt de computer automatisch ingeschakeld
Off
(Uit) – hiermee schakelt u de functie Auto Power On (Automatisch
inschakelen) uit
Everyday
(Elke dag) – hiermee wordt de computer elke dag ingeschakeld
op de tijd die is ingesteld bij
Auto Power Time
(Automatisch inschakelen om)
Weekdays
(Werkdagen) – hiermee wordt de computer elke maandag tot
en met vrijdag ingeschakeld op de tijd die is ingesteld bij
Auto Power Time
(Automatisch inschakelen om)
Deze functie werkt niet wanneer u de computer uitschakelt met behulp
van een stekkerdoos of een stroomstootbeveiliging.
Auto Power Time Hiermee stelt u het tijdstip in waarop de computer automatisch wordt
ingeschakeld.
De tijd wordt uitgedrukt in het standaard 12-uursformaat (uren:minuten).
U kunt het starttijdstip wijzigen door op de linker of de rechter pijltjestoets
te drukken om een cijfer te verhogen of te verlagen, of u kunt zelf getallen
typen in de velden voor datum en tijd.
Low Power Mode
(Standaard Off (Uit))
Wanneer de Low Power Mode (Energiebesparende modus) wordt
geselecteerd, kunnen externe opstartfuncties de computer niet langer
inschakelen vanuit Hibernate (Slaapstand) of Off (Uit)via de ingebouwde
netwerkcontroller.
Cool and Quiet
(Standaard On
(ingeschakeld))
Met deze optie schakelt u de Cool ’n’ Quiet-technologie voor alle
ondersteunde processors in of uit
Suspend Mode
(Standaard S3)
Hiermee schakelt u de slaapstand voor de computer in.
S1 –
hiermee wordt de computer in een slaapstand gebracht waarbij hij
in een energiezuinige modus werkt
S3 –
zet de computer stand-by waarbij energie wordt bespaard of voor de
meeste onderdelen zelfs is uitgeschakeld; het systeemgeheugen blijft echter
actief voor beide instellingen
Maintenance (Onderhoud)
Service Tag De servicelabel voor uw computer.
Load Defaults Hiermee herstelt u de systeeminstellingen naar de fabriekswaarden.
Event Log Hiermee kunt u het Event Log (Gebeurtenissenlogboek) bekijken.
Items zijn gemarkeerd met een R voor Read (Gelezen) of een U voor
Unread (Ongelezen). Mark All Entries Read (Alle vermeldingen markeren
als gelezen) plaatst een
R voor alle items. Clear Log (Logboek wissen) wist
het Event Log (Gebeurtenissenlogboek).
Power Management (Energiebeheer) (vervolg)