Owners Manual
130 Bijlage
Security (Beveiliging)
Unlock Setup Wanneer een beheerderswachtwoord wordt gebruikt; geeft de gebruiker
toegang voor het wijzigen van systeeminstellingen. Voer het beheerders-
wachtwoord in aan de prompt om de systeeminstellingen te ontgrendelen.
Als het verkeerde wachtwoord wordt opgegeven, kunnen de instellingen
worden bekeken, maar niet worden gewijzigd.
Admin Password
(Standaard Not Set
(niet ingesteld))
Hiermee geeft u de huidige status van de wachtwoordbeveiliging voor het
systeemsetupprogramma weer en kunt u een nieuw beheerderswachtwoord
verifiëren en toewijzen.
System Password
(Standaard Not Set
(niet ingesteld))
Hiermee geeft u de huidige status van de wachtwoordbeveiligingsfunctie
voor het systeem weer en kunt u een nieuw systeemwachtwoord toewijzen
en verifiëren.
Password Changes
(Standaard Unlocked
(Ontgrendeld))
Bepaalt de interactie tussen het Systeemwachtwoord en het Beheerders-
wachtwoord. Locked (Vergrendeld) – voorkomt dat een gebruiker zonder
geldig Beheerderswachtwoord het Systeemwachtwoord kan wijzigen.
Unlocked (Ontgrendeld) – staat een gebruiker zonder een geldig Beheerders-
wachtwoord toe het systeemwachtwoord te wijzigen
Non-Execute Func
(Standaard On
(ingeschakeld))
Hiermee schakelt u de Execute Disable-geheugenbeveiligingstechnologie
in of uit.
Power Management (Energiebeheer)
AC Recovery
(Standaard Off
(uitgeschakeld)
Hiermee bepaalt u hoe het systeem reageert wanneer de wisselstroom wordt
hersteld na een stroomonderbreking.
•
Off
(Uit) – Het systeem blijft uitgeschakeld nadat de stroomvoorzieninig
is hersteld. U drukt op de aan/uit-knop aan de voorkant van de computer
om de computer in te schakelen.
•
On
(Aan) – De computer wordt ingeschakeld zodra de stroomvoorziening
is hersteld.
•
Last
(Laatste) – Het systeem keert terug naar de laatste toestand waarin
het zich bevond toen het werd uitgezet.










