Owners Manual
Table Of Contents
- Gebruikershandleiding
- Inhoud
- Informatie vinden
- Uw computer installeren en gebruiken
- Een printer installeren
- Verbinding maken met het internet
- Cd's en dvd's afspelen
- Cd's en dvd's kopiëren
- Een mediakaartlezer gebruiken (optioneel)
- Twee monitoren aansluiten
- Een thuis- en bedrijfsnetwerk instellen
- Power Management (Energiebeheer)
- Hyper-Threading
- Over RAID-configuraties
- Controleren of RAID werkt
- RAID-level 1
- RAID-problemen oplossen
- Herstellen na het uitvallen van meerdere vaste schijfstation met behulp van het hulpprogramma Intel® RAID Option ROM.
- Herstellen van een uitval van één enkele vaste schijf met behulp van de Intel Matrix Storage Manager
- Uw computer instellen op de modus RAID-Enabled (RAID ingeschakeld)
- Dell™ DataSafe (Optioneel)
- Problemen oplossen
- Tips voor het oplossen van problemen
- Problemen met de batterij
- Problemen met een station
- E-mail-, modem- en internetproblemen
- Foutberichten
- Problemen met het toetsenbord
- Lockups en problemen met de software
- Problemen met een mediakaartlezer
- Geheugenproblemen
- Problemen met de muis
- Netwerkproblemen
- Problemen met de voeding
- Problemen met de printer
- Problemen met de scanner
- Problemen met het geluid en de luidsprekers
- Problemen met video en de monitor
- Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen
- Onderdelen verwijderen en installeren
- Bijlage
- Verklarende woordenlijst
- Index

76 Onderdelen verwijderen en installeren
KENNISGEVING: Druk de geheugenmodule met gelijke druk aan de uiteinden recht naar beneden in de connector
om schade aan de module te voorkomen.
5
Druk de module in de connector totdat de module op zijn plaats klikt.
Wanneer u de module juist plaatst, klikken de borgklemmen in de uitsparingen aan de uiteinden van
de module.
6
Plaats de computerbehuizing terug.
KENNISGEVING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkaansluiting of
het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer.
7
Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
8
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram
Deze computer
en vervolgens op
Eigenschappen
.
9
Klik op het tabblad
Algemeen
.
10
Controleer de hoeveelheid weergegeven geheugen (RAM), om te verifiëren of het geheugen juist is
geïnstalleerd.
Geheugen verwijderen
VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de
Productinformatiegids raadplegen.
KENNISGEVING: To prevent static damage to components inside your computer, discharge static electricity from
your body before you touch any of your computer’s electronic components. Dit kunt u doen door een ongeverfd
metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken.
1
Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63.
2
Druk de borgklemmen aan de uiteinden van de geheugenmoduleconnector naar buiten.
3
Pak de module vast en trek hem omhoog.
Indien de module moeilijk te verwijderen is, beweegt u de module voorzichtig heen en weer terwijl u hem
omhoog trekt.










