Owners Manual
Table Of Contents
- Gebruikershandleiding
- Inhoud
- Informatie vinden
- Uw computer installeren en gebruiken
- Een printer installeren
- Verbinding maken met het internet
- Cd's en dvd's afspelen
- Cd's en dvd's kopiëren
- Een mediakaartlezer gebruiken (optioneel)
- Twee monitoren aansluiten
- Een thuis- en bedrijfsnetwerk instellen
- Power Management (Energiebeheer)
- Hyper-Threading
- Over RAID-configuraties
- Controleren of RAID werkt
- RAID-level 1
- RAID-problemen oplossen
- Herstellen na het uitvallen van meerdere vaste schijfstation met behulp van het hulpprogramma Intel® RAID Option ROM.
- Herstellen van een uitval van één enkele vaste schijf met behulp van de Intel Matrix Storage Manager
- Uw computer instellen op de modus RAID-Enabled (RAID ingeschakeld)
- Dell™ DataSafe (Optioneel)
- Problemen oplossen
- Tips voor het oplossen van problemen
- Problemen met de batterij
- Problemen met een station
- E-mail-, modem- en internetproblemen
- Foutberichten
- Problemen met het toetsenbord
- Lockups en problemen met de software
- Problemen met een mediakaartlezer
- Geheugenproblemen
- Problemen met de muis
- Netwerkproblemen
- Problemen met de voeding
- Problemen met de printer
- Problemen met de scanner
- Problemen met het geluid en de luidsprekers
- Problemen met video en de monitor
- Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen
- Onderdelen verwijderen en installeren
- Bijlage
- Verklarende woordenlijst
- Index

Problemen oplossen 43
Problemen met de voeding
VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de
Productinformatiegids raadplegen.
CONTROLEER UW NETWERKINSTELLINGEN. Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon
die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren of uw netwerkinstellingen juist zijn en dat het netwerk
functioneert.
VOER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT. Zie "Software- en hardwareconflicten oplossen"
op pagina 57.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN IS EN DE COMPUTER NIET REAGEERT. Zie "Controlelampjes" op
pagina 49.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE GROEN IS EN KNIPPERT. De computer bevindt zich in de stand-bymodus.
Druk op een toets op het toetsenbord, beweeg de muis of druk op de aan/uit-knop om de computer te
activeren.
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE UIT IS. De computer is uitgeschakeld of krijgt geen stroom.
• Sluit het netsnoer opnieuw aan, zowel op de connector aan de achterzijde van de computer als op het
stopcontact.
• Als de computer is aangesloten op een stekkerdoos, controleert u of de stekker van de stekkerdoos in een
stopcontact zit en de stekkerdoos is ingeschakeld. Gebruik geen stroomonderbrekers, stekkerdozen en
verlengkabels, zodat u kunt controleren of de computer correct wordt ingeschakeld.
• Controleer of het stopcontact goed werkt door deze te testen met een apparaat, bijvoorbeeld een lamp.
• Controleer of het netsnoer en het voorpaneel goed zijn aangesloten op het moederbord (zie
"Systeemkaartcomponenten" op pagina 72).
ALS HET AAN/UIT-LAMPJE CONSTANT ORANJE IS. Mogelijk is er een apparaat dat niet goed
functioneert of niet goed is geïnstalleerd.
• Controleer of het 12-voltssnoer (12V) goed is aangesloten op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten"
op pagina 72).
• Verwijder de geheugenmodules en installeer ze vervolgens opnieuw (zie "Geheugen installeren" op
pagina 74).
• Verwijder alle kaarten en installeer ze vervolgens opnieuw (zie "Kaarten" op pagina 77).
• Verwijder en herinstalleer de grafische kaart, indien van toepassing (zie "PCI Express-kaarten" op
pagina 81).










