Dell™ Dimension™ E520 Gebruikershandleiding vergrendeling behuizing Servicelabel Eject-knop cd- of dvd-station Lampje van cdof dvd-station FlexBay voor optioneel diskettestation of mediakaartlezer microfoonaansluiting hoofdtelefoonconnector controlelampjes lampje van vaste schijf activiteitslampje aan-/uit-knop USB 2.0-connectoren (2) netkabelconnector geluidsconnectoren (geïntegreerd) (6) optionele VGA-videoconnector (geïntegreerd) USB 2.
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING geeft belangrijke informatie weer voor optimaal gebruik van de computer. KENNISGEVING: Een KENNISGEVING wijst op mogelijke schade aan hardware of verlies van gegevens en geeft aan hoe u het probleem kunt voorkomen. VOORZICHTIG: een WAARSCHUWING duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
Inhoud Informatie vinden 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Uw computer installeren en gebruiken Een printer installeren . . . . . . . . . . . . . . . 13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 Printerkabel . . . . . . Een printer aansluiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Verbinding maken met het internet . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14 15 . . . . .
Hyper-Threading . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Over RAID-configuraties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28 Controleren of RAID werkt . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . RAID-level 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . RAID-problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Netwerkproblemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Problemen met de voeding Problemen met de printer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 44 Problemen met de scanner . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 46 47 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 47 Geen geluid uit de luidsprekers . .
Achteraanzicht van de computer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 68 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 71 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 72 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 73 De computerbehuizing verwijderen . De binnenkant van uw computer Systeemkaartcomponenten Geheugen . . . . . . . . . . . . . . . 73 74 74 76 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
cd/dvd-station . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Batterij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109 De batterij vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Bijlage 109 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 111 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113 De computerbehuizing terugplaatsen .
Inhoud
Informatie vinden OPMERKING: Sommige functies of media zijn optioneel en worden niet bij de computer geleverd. Sommige functies of media zijn in bepaalde landen niet beschikbaar. OPMERKING: Soms wordt er extra informatie bij de computer geleverd.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Servicelabel en Express Service Code • Microsoft Windows-licentielabel Servicelabel en Microsoft®Windows®-licentie Deze labels bevinden zich op de computer. •Gebruik de gegevens op het servicelabel wanneer u naar support.dell.com gaat of contact opneemt met de technische ondersteuning. •Voer de Express Service Code in om uw telefoontje naar de ondersteuning aan de juiste persoon te richten.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Desktop System Software (DSS)— If you reinstall the operating system for your computer, you should also reinstall the DSS utility. DSS bevat belangrijke updates voor het besturingssysteem en ondersteuning voor Dell™ 3.5-inch USB-diskettes, Intel®-processors, optische stations en USB-apparaten. DSS is nodig voor een juiste werking van de Dell-computer.
Informatie vinden
Uw computer installeren en gebruiken Een printer installeren KENNISGEVING: Zorg dat de installatie van het besturingssysteem is voltooid voordat u een printer op de computer aansluit. Raadpleeg de bij de printer geleverde documentatie voor de volgende informatie over de installatie: • Bijgewerkte stuurprogramma's verkrijgen en installeren. • De printer op de computer aansluiten. • Papier laden en de toner of inktcassette installeren.
1 2 3 1 USB-connector op de computer 2 USB-printerkabel 3 USB-connector op de printer 3 Schakel de printer in en vervolgens de computer. Als het venster Wizard Hardware toevoegen verschijnt, klikt u op Annuleren. 4 Indien nodig installeert u het printerstuurprogramma. Raadpleeg de documentatie bij de printer werd geleverd. Verbinding maken met het internet OPMERKING: Internetaanbieders en hun aanbod zijn per land verschillend.
Uw internetverbinding instellen U stelt als volgt een internetverbinding in met een snelkoppeling naar de internetaanbieder: 1 Sla eventuele geopende bestanden op en sluit deze en sluit eventuele geopende programma's af. 2 Dubbelklik op het pictogram van de internetaanbieder op het bureaublad van Microsoft® Windows®. 3 Volg de instructies op het scherm om het instellen te voltooien.
Cd's en dvd's afspelen KENNISGEVING: Oefen geen druk uit op de cd- of dvd-lade wanneer u deze opent of sluit. Zorg dat de lade gesloten is wanneer u het station niet gebruikt. KENNISGEVING: Verplaats de computer niet tijdens het afspelen van cd's of dvd's. 1 Druk op de eject-knop op de voorkant van het station. 2 Plaats de schijf met het label omhoog in het midden van de lade. 3 Druk op de eject-knop of duw de lade zachtjes naar binnen.
Een dvd-speler bevat de volgende basisknoppen: Stoppen Het huidige hoofdstuk opnieuw beginnen Afspelen Vooruitspoelen Pauze Achteruitspoelen Eén frame vooruit in de pauzemodus Naar de volgende titel of het volgende hoofdstuk De huidige titel of het huidige hoofdstuk doorlopend afspelen Naar de vorige titel of het vorige hoofdstuk Uitwerpen Klik voor meer informatie over het afspelen van cd's of dvd's op Help op de cd- of dvd-speler (indien beschikbaar).
Cd's en dvd's kopiëren OPMERKING: Ga na of u aan alle auteursrechten voldoet wanneer u cd's of dvd's maakt. Dit hoofdstuk is alleen van toepassing op computers met een cd-rw-, dvd+/-rw- of cd-rw/dvd (combi) -station. OPMERKING: De typen cd- of dvd-stations die door Dell worden aangeboden, verschillen per land. In de onderstaande instructies wordt uitgelegd hoe u een kopie van een CD of een DVD maakt.
Lege cd's en dvd's gebruiken Cd-rw-stations kunnen naar alleen naar cd-opnamemedia schrijven (inclusief snelle cd-rw-media), terwijl -dvd-beschrijfbare stations naar zowel cd- als dvd-opnamemedia kunnen schrijven. Gebruik lege cd-r's om muziek op te nemen of gegevensbestanden permanent op te slaan. Wanneer u een cd-r hebt gemaakt, kunt u niet opnieuw naar die cd-r schrijven (zie de Sonic-documentatie voor meer informatie).
• Gebruik nooit de maximale capaciteit van een lege cd-r of cd-rw. Kopieer bijvoorbeeld nooit een bestand van 650 MB naar een lege cd van 650 MB. The CD-RW drive needs 1–2 MB of the blank space to finalize the recording. • Gebruik een lege cd-rw om het opnemen op cd te oefenen, totdat u vertrouwd bent met de cdopnametechnieken. Als u een fout maakt, kunt u de gegevens op de cd-rw wissen en opnieuw proberen.
1 2 3 4 1 xD-Picture-kaart en SmartMedia (SMC) 4 SecureDigital-kaart (SD)/ MultiMediaCard (MMC) 2 CompactFlash Type-I en II (CF I/II) en MicroDrive-kaart 3 Memory Stick (MS/MS Pro) U gebruikt de mediakaartlezer als volgt: 1 Ga na hoe het medium of de kaart moet worden geplaatst. 2 Schuif het medium of de kaart in de juiste sleuf totdat deze volledig in de connector is geplaatst. Als u weerstand voelt, mag u het medium of de kaart niet forceren.
Twee monitoren aansluiten VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. KENNISGEVING: Wanneer u twee monitors aansluit die beschikken over VGA-connectoren, moet u beschikken over de optionele DVI-adapter. Wanneer u twee platte monitoren aansluit, moet ten minste een ervan beschikken over een VGA-connector. Wanneer u een TV aansluit, kunt u daarnaast slechts één monitor (VGA of DVI) aansluiten.
1 2* 3* 4 *Niet op alle computers aanwezig. 1 optionele DVDI-adapter 4 VGA-connector (blauw) 2 DVI-connector (wit) 3 TV-OUT-connector Eén monitor aansluiten met een VGA-connector en één monitor aansluiten met en DVI-connector 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Sluit de VGA-connector op de monitor aan op de VGA-connector (blauw) op de achterzijde van de computer. 3 Sluit de DVI-connector op de andere monitor aan op de DVI-connector (wit) op de achterzijde van de computer.
Beeldscherminstellingen wijzigen 1 Nadat u uw monitors of een TV hebt aangesloten, schakelt u de computer in. Het Microsoft® Windows®-bureaublad wordt weergegeven op de primaire monitor. 2 Schakel de clone-modus of de dubbel-bureaubladmodus in in de beeldscherminstellingen. • In de clone-modus tonen beide monitors het zelfde beeld. • In de dubbele-bureaubladmodus kunt u objecten van het ene scherm naar het andere slepen, waardoor u dus feitelijk de beschikbare hoeveelheid werkruimte verdubbelt.
De wizard Netwerk instellen Het besturingssysteem Microsoft® Windows® XP biedt een wizard Netwerk instellen om u te helpen bij het delen van bestanden, printers of een internetverbinding tussen computers thuis of van een klein bedrijf. 1 Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Communicatie, en klik op Wizard Netwerk instellen. 2 Klik in het welkomstscherm op Volgende. 3 Klik op Controlelijst voor het instellen van een netwerk.
Slaapstand Met de slaapstand bespaart u energie doordat systeemgegevens naar een gereserveerd gebied op de vaste schijf worden gekopieerd en de computer wordt uitgeschakeld. Wanneer de computer wordt uitgeschakeld vanaf de slaapstand, wordt het bureaublad teruggezet in de status van voor deze modus. U activeert de slaapstand als volgt: 1 Klik op de knop Start en klik op Configuratiescherm. 2 Klik onder Kies een categorie op Prestaties en onderhoud. 3 Klik onder of kies een pictogram... op Energiebeheer.
• Minimal Power Management — If you want your computer to run with minimal power conservation. • Max Battery — If your computer is a portable computer and you run your computer from batteries for extended periods of time. Als u de standaardinstellingen voor een schema wilt wijzigen, klikt u op de vervolgkeuzelijst in het veld Beeldscherm uitschakelen, Vaste schijven uitschakelen, Systeem op stand-by of Systeem in slaapstand en selecteert u een time-out in de weergegeven lijst.
Hyper-Threading Hyperthreading is een Intel®-technologie die de algemene computerprestaties kan verbeteren door één fysieke processor te laten functioneren als twee logische processors die bepaalde taken tegelijk kunnen uitvoeren. Het is raadzaam om Microsoft® Windows® XP Service Pack 1 (SP1) of later te gebruiken, omdat Windows XP is afgestemd om de hyperthreading-technologie optimaal te benutten.
Controleren of RAID werkt Uw computer geeft bij het opstarten informatie weer over uw RAID-configuratie, nog voordat het besturingsysteem wordt geladen. Als er geen RAID is geconfigureerd, wordt de melding none defined (niets gedefinieerd) weergegeven onder RAID Volumes, gevolgd door een lijst van fysieke stations die zijn geïnstalleerd op uw systeem. Wanneer er een RAID-volume wordt gevonden, kunt u in het veld Status kijken in welke toestand uw RAID_configuratie zich bevindt.
RAID-problemen oplossen U kunt kiezen uit twee methoden om problemen met RAID-vaste-schijfvolumes op te lossen. Bij de ene methode gebruikt u het Intel RAID Option ROM-hulpprogramma en voert u de bewerking uit voordat u het besturingsysteem op de vast schijf installeert. Bij de tweede methode maakt u gebruik van de Intel Matrix Storage Manager, of het Intel Matrix Storage Console, en deze methode wordt altijd toegepast nadat het besturingssysteem en de Intel Matrix Storage Console zijn geïnstalleerd.
Herstellen van een uitval van één enkele vaste schijf met behulp van de Intel Matrix Storage Manager OPMERKING: De volgende stappen kunnen pas worden uitgevoerd nadat de defecte vaste schijven zijn vervangen (zie "Harde schijf" op pagina 92). 1 Klik op Start en kies voor Programma’s→ Intel(R) Matrix Storage Manager→ Intel Matrix Storage Console om de Intel Storage Utility te starten. 2 Klik op de knop Restore RAID 1 data protection (RAID 1-gegevensbeveiliging herstellen).
Uw computer installeren en gebruiken
Problemen oplossen Tips voor het oplossen van problemen Gebruik de volgende tips voor het oplossen van problemen met uw computer: • Als u een onderdeel hebt verwijderd voordat het probleem zich voordeed, controleert u de installatieprocedures en zorgt u dat het onderdeel correct is geïnstalleerd. • Als een randapparaat niet werkt, controleert u of het apparaat goed is aangesloten. • Als er een foutbericht op het scherm verschijnt, noteert u de exacte tekst.
Problemen met een station VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. Z O R G D A T H E T S T A T I O N D O O R M I C R O S O F T ® W I N D O W S ® W O R D T H E R K E N D . Klik op de knop Starten klik op Mijn Computer.
Problemen met het schrijven naar een cd/dvd-rw-station S L U I T A N D E R E P R O G R A M M A ' S . Het cd/dvd-rw-station moet een constante stroom aan gegevens ontvangen tijdens het schrijven. Als de stroom wordt onderbroken, treedt er een fout op. Sluit alle programma's voordat u gegevens naar een cd/dvd-rw schrijft. S CHAKEL DE STANDBY - MODUS IN W INDOWS UIT VOORDAT U GEGEVENS NAAR EEN CD / DVD - RW SCHRIJFT . Zoek in de Help van Windows op het trefwoord stand-by.
CONTROLEER DE VERBINDING VAN DE TELEFOONLIJN. C O N T R O L E E R D E T E L E F O O N C O N N E C T O R. S L U I T D E M O D E M R E C H T S T R E E K S A A N O P D E T E L E F O O N C O N N E C T O R A A N D E M U U R. GEBRUIK EEN ANDERE TELEFOONLIJN. • Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de modem. (De connector wordt aangeduid met een groen label of connectorpictogram.) • Zorg dat u een klik hoort als u de plug van de telefoonlijn in de modem steekt.
Foutberichten Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen. A F I L E N A M E C A N N O T C O N T A I N A N Y O F T H E F O L L O W I N G C H A R A C T E R S : \ / : * ? “ < > |. Gebruik deze tekens niet in bestandsnamen. A R E Q U I R E D . D L L F I L E W A S N O T F O U N D . Er ontbreekt een essentieel bestand voor het programma dat u probeert te openen.
Problemen met het toetsenbord VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. CONTROLEER DE KABEL VAN HET TOETSENBORD. • Zorg dat de kabel van het toetsenbord goed is aangesloten op de computer. • Sluit de computer af (zie "Uw computer uitschakelen" op pagina 63), sluit de kabel van het toetsenbord opnieuw aan zoals wordt weergegeven in de schematische weergave voor uw computer, en start de computer opnieuw op.
Een programma reageert niet meer SLUIT HET PROGRAMMA. 1 Druk de toetsen tegelijk in. 2 Klik op Toepassingen. 3 Klik op het programma dat niet meer reageert. 4 Klik op Taak beëindigen. Een programma loopt regelmatig vast OPMERKING: Doorgaans bevat de documentatie, diskette of cd die bij de software is geleverd Software ook installatie-instructies. C O N T R O L E E R D E D O C U M E N T A T I E B I J D E S O F T W A R E .
Andere softwareproblemen RAADPLEEG DE DOCUMENTATIE BIJ DE SOFTWARE OF NEEM CONTACT OP MET DE FABRIKANT VAN DE SOFTWARE VOOR INFORMATIE OVER HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN. • Controleer of het programma compatibel is met het besturingssysteem dat op uw computer is geïnstalleerd. • Controleer of uw computer aan de minimale hardwarevereisten voldoet voor het uitvoeren van de software. Raadpleeg de documentatie bij de software voor meer informatie.
FLEXBAY-APPARAAT IS UITGESCHAKELD. Het BIOS bevat een optie waarmee u een FlexBay kunt uitschakelen. Deze is echter alleen beschikbaar als er een FlexBay-apparaat is geïnstalleerd. Als u het FlexBay-apparaat fysiek is geïnstalleerd, maar niet wordt uitgevoerd, controleert u in het BIOS of het apparaat is ingeschakeld. Geheugenproblemen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
START DE COMPUTER OPNIEUW OP. 1 Druk tegelijk op om het menu Start weer te geven. 2 Typ u, druk op de pijltoetsen op het toetsenbord om Uitschakelen of Turn Off te selecteren en druk vervolgens op . 3 Zodra de computer is uitgeschakeld, sluit u de muiskabel opnieuw aan zoals wordt afgebeeld in de schematische weergave voor uw computer. 4 Start the computer op TE S T D E M U I S . Sluit een goed werkende muis aan op de computer om te kijken of u de muis kunt gebruiken.
C O N T R O L E E R U W N E T W E R K I N S T E L L I N G E N . Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren of uw netwerkinstellingen juist zijn en dat het netwerk functioneert. V O E R D E P R O B L E E M O P L O S S E R V O O R H A R D W A R E U I T . Zie "Software- en hardwareconflicten oplossen" op pagina 57.
A L S H E T A A N / U I T - L A M P J E O R A N J E I S E N K N I P P E R T . De computer krijgt wel stroom, maar er is een intern probleem met de voeding. • Controleer of de stroomselectieschakelaar zodanig is ingesteld dat deze overeenkomt met de wisselstroom die van toepassing is voor uw locatie (indien van toepassing). Zie "Achteraanzicht van de computer" op pagina 67. • Controleer of het 12-voltssnoer (12V) goed is aangesloten op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 72).
CONTROLEER OF DE PRINTER DOOR WINDOWS WORDT HERKEND. 1 Klik achtereenvolgens op de knopStart, Configuratiescherm en Printers en andere hardware. 2 Klik op Reeds geïnstalleerde printers en faxprinters weergeven. Als de printer hier niet wordt vermeld, klikt u met de rechtermuisknop op het printerpictogram. 3 Klik op Eigenschappen en klik vervolgens op de tab Poorten. Controleer of de optie Print to the following port(s) (Afdrukken op de volgende poorten) is ingesteld op: USB.
Problemen met het geluid en de luidsprekers VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. Geen geluid uit de luidsprekers OPMERKING: De volume-instellingen van bepaalde MP3-spelers overschrijven de volume-instellingen van Windows. Als u MP3-bestanden afspeelt, controleer dan of u het volume van de speler niet hebt uitgeschakeld of gereduceerd.
Geen geluid uit de hoofdtelefoon C O N T R O L E E R D E K A B E L C O N N E C T O R E N V A N D E H O O F D T E L E F O O N . Zorg dat de hoofdtelefoonkabel goed is aangesloten op de hoofdtelefoonconnector (zie "Vooraanzicht van de computer" op pagina 65). P A S H E T V O L U M E N I V E A U I N W I N D O W S A A N . Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechterbenedenhoek van het scherm. Zorg dat het volume is ingeschakeld en dat het geluid niet wordt gedempt.
Als het scherm moeilijk te lezen is C O N T R O L E E R D E M O N I T O R I N S T E L L I N G E N . Raadpleeg de documentatie bij de monitor voor instructies voor het aanpassen van het contrast, de helderheid en het demagnetiseren (degaussing) van de monitor en het uitvoeren van de zelftest. P L A A T S D E S U B W O O F E R U I T D E B U U R T V A N D E M O N I T O R . Als uw luidsprekersysteem een subwoofer bevat, zorg dan dat de subwoofer op minimaal 60 cm (2 ft) van de monitor plaatst.
Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen Controlelampjes VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. Om u te helpen bij het oplossen van een probleem beschikt uw computer over vier lampjes genummers "1," "2," "3," en "4" op het voorpaneel (zie "Vooraanzicht van de computer" op pagina 65). Wanneer de computer normaal kan worden opgestart, knipperen de lampjes.
Lichtpatroon (vervolg) Omschrijving probleem Mogelijke oplossing Er zijn geheugenmodules gevonden maar er is een geheugenfout opgetreden. • Als er twee geheugenmodules zijn geïnstalleerd, verwijder dan beide modules, installeer één module opnieuw (zie "Geheugen installeren" op pagina 74) en start de computer opnieuw op. Als de computer normaal opstart, kunt u een extra module installeren.
Lichtpatroon (vervolg) Omschrijving probleem Mogelijke oplossing Er zijn geen geheugenmodules gevonden. • Als er twee geheugenmodules zijn geïnstalleerd, verwijder dan beide modules, installeer één module opnieuw (zie "Geheugen installeren" op pagina 74) en start de computer opnieuw op. Als de computer normaal opstart, kunt u een extra module installeren. Ga hiermee door totdat u een defecte module hebt gevonden of alle modules zonder problemen opnieuw hebt geïnstalleerd.
Lichtpatroon (vervolg) Omschrijving probleem Er is mogelijk een fout in de uitbreidingskaart opgetreden. Mogelijke oplossing 1 Controleer of er sprake is van een conflict door een kaart (niet de grafische kaart) te verwijderen en de computer opnieuw op te starten. Zie "Kaarten" op pagina 77. 2 Als het probleem aanhoudt, installeert u opnieuw de kaart die u hebt verwijderd, verwijdert u een andere kaart en start u de computer opnieuw op. 3 Herhaal deze stappen voor elke kaart.
Dell Diagnostics VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. Als u problemen ondervindt met uw computer, controleert u de punten in "Problemen oplossen" op pagina 33 en voert u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit voordat u contact opneemt met Dell voor technische ondersteuning. KENNISGEVING: Dell Diagnostics werkt alleen op Dell™-computers. 1 Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
OPMERKING: Boven in elk testscherm ziet u het servicelabel van de computer. Als u contact opneemt met Dell, vraagt de technische ondersteuning naar het servicelabel. 3 Wanneer u een test uitvoert van de optie Custom Test (Aangepaste test) of Symptom Tree (Symptomenstructuur), kunt u voor meer informatie over de test op een van de tabbladen klikken die in de volgende tabel worden beschreven.
Stuurprogramma’s Wat is een stuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma waarmee een apparaat, zoals een printer, muis of toetsenbord, wordt bestuurd. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler voor het apparaat en de andere programma's die gebruikmaken van het apparaat. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.
Een stuurprogramma opnieuw installeren KENNISGEVING: Op de ondersteuningssite van Dell op support.dell.com kunt u goedgekeurde stuurprogramma's voor een computer van Dell™ downloaden. Als u stuurprogramma's installeert die afkomstig zijn van een andere bron, loopt u het risico dat uw computer niet meer goed functioneert.
Software- en hardwareconflicten oplossen Als een apparaat tijdens de installatie van het besturingssysteem niet wordt gevonden, of wel wordt gevonden maar onjuist wordt geconfigureerd, kunt u het conflict oplossen met de Probleemoplosser voor hardware. Conflicten oplossen met de Probleemoplosser voor hardware: 1 Klik op de knop Start en vervolgens op Help en ondersteuning. 2 Typ probleemoplosser hardware in het veld Zoeken en klik op de pijl om de zoekbewerking te starten.
Een herstelpunt maken 1 Klik op de knop Start en vervolgens op Help en ondersteuning. 2 Klik op de taak voor Systeemherstel. 3 Volg de instructies op het scherm. De computer terugzetten in een eerdere status Als er zich problemen voordoen nadat u een apparaatstuurprogramma hebt geïnstalleerd, gebruikt u de functie Vorig stuurprogramma (zie "De functie Vorig stuurprogramma in Windows XP gebruiken" op pagina 56) om het probleem op te lossen.
De laatste herstelbewerking ongedaan maken KENNISGEVING: Voordat u de laatste herstelbewerking ongedaan maakt, moet u alle geopende bestanden opslaan en sluiten en alle actieve programma's afsluiten. Het is pas mogelijk om bestanden of programma's te bewerken, openen of verwijderen nadat de herstelbewerking is voltooid. 1 Klik op de knop Start en wijs achtereenvolgens Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Systeemwerkset aan en klik op Systeemherstel.
3 Klik in het volgend scherm dat verschijnt op Restore (herstellen) 4 Klik in het volgende scherm op Confirm (bevestigen) The restore process takes approximately 6–10 minutes to complete. 5 Wanneer hiernaar wordt gevraagd, klikt u op Finish (voltooien) om de computer opnieuw op te starten. OPMERKING: Sluit de computer niet handmatig af. Klik op Finish (voltooien) en wacht totdat de computer helemaal opnieuw is opgestart. 6 Wanneer u hiernaar wordt gevraagd, klikt u op Yes (ja).
6 Klik in Windows Verkenner met de rechtermuisknop op Lokaal station (C:), klik op Eigenschappen en controleer de waarde bij Beschikbaar om te controleren of de extra schijfruimte beschikbaar is 7 Klik op Finish (voltooien) om het venster PC Restore Removal te sluiten. 8 Start de computer opnieuw op. Plaats de cd voor het besturingssysteem.
Hulpmiddelen voor het oplossen van problemen
Onderdelen verwijderen en installeren Voordat u begint Dit hoofdstuk bevat procedures voor het verwijderen en installeren van de componenten in uw computer. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke procedure uitgegaan van de volgende condities: • U hebt de stappen in "Uw computer uitschakelen" op pagina 63 en "Voordat u aan de computer gaat werken" op pagina 64 uitgevoerd. • U hebt de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids van Dell™ gelezen.
Voordat u aan de computer gaat werken Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht om uw computer te beschermen tegen mogelijke schade en voor uw persoonlijke veiligheid. VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. VOORZICHTIG: Ga voorzichtig om met componenten en kaarten. Raak de componenten of de contacten op een kaart niet aan. Houd een kaart vast aan de uiteinden of aan de metalen montagebeugel.
Vooraanzicht van de computer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 vergrendeling behuizing Gebruik deze vergrendeling om de behuizing te verwijderen. Zie "De computerbehuizing verwijderen" op pagina 69. 2 locatie van het Servicelabel Gebruik het servicelabel om de computer te identificeren wanneer u de Dell Support-website bezoekt of contact opneemt met de technische ondersteuning. 3 Ejectknop cd- of dvd-station Druk op deze knop om een schijf uit het cd- of dvd-station te werpen.
6 microfoonconnector Gebruik de microfoonconnector om een computermicrofoon op uw computer aan te sluiten voor spraak of muziek in een geluids- of telefonie programma. Op computers met een geluidskaart bevindt deze connector zich op de kaart. 7 hoofdtelefoonconnector Gebruik de hoofdtelefoonconnector om hoofdtelefoons en de meeste typen speakers aan te sluiten. 8 controlelampjes (4) Gebruik de lampjes om een computerprobleem op te lossen op basis van de diagnostische code.
Achteraanzicht van de computer 1 2 3 4 1 stroomselectieschakelaar (niet op alle computers beschikbaar) Zie de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids voor meer informatie. 2 netkabelconnector Sluit de stroomkabel aan. 3 connectoren op het achterpaneel Steek USB-, audio- en andere apparaten in de juiste connectoren. Voor meer informatie zie "Connectoren op het achterpaneel" op pagina 68. 4 kaartsleuven Toegang tot connectoren voor geïnstalleerde PCI en PCI Expresskaarten.
Connectoren op het achterpaneel 1 2 3 4 5 6 7 11 10 9 8 1 lampje integriteit verbinding • Green — A good connection exists between a 10-Mbps network and the computer. • Orange — A good connection exists between a 100-Mbps network and the computer. • Off — The computer is not detecting a physical connection to the network.
6 lijnuitgang Gebruik de groene line-out-connector (beschikbaar op computers met geïntegreerd geluid) om een hoofdtelefoon en de meeste luidsprekers met geïntegreerde versterking aan te sluiten. Op computers met een geluidskaart bevindt deze connector zich op de kaart. 7 microfoon Gebruik de roze connector om een computermicrofoon op uw computer aan te sluiten voor spraak of muziek in een geluids- of telefonieprogramma. Op computers met een geluidskaart bevindt deze connector zich op de kaart.
1 2 3 4 1 vergrendeling behuizing 4 onderste schanieren 2 computerdeksel 3 achterkant computer 4 Zoek de drie schanier punten in de onderrand van de computer. 5 Pak beide zijden van het deksel van de computer beet en wip deze op met behulp van de scharnieren als hefboom. 6 Maak het deksel los van de scharnierpunten zet dit weg op een veilige plaats.
De binnenkant van uw computer VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. 3 4 2 *1 5 *Niet op alle computers aanwezig.
Systeemkaartcomponenten Connector processorventilator (CPUFAN) processorconnector (CPU) Connector luchttemperatuursensor (THRM) voedingsconnec tor (12V) geheugenmodule connectoren (2, 4) diskettestationconne ctor (FLOPPY) geheugenmodulec onnectoren (1, 3) batterijhouder (BATTERY) PCI-connector (SLOT3) SATA-connector (SATA1) PCI-connectoren (SLOT4) SATA-connector (SATA0) Connector voorpaneel (FRNTPANEL) PCI Express x16connector (SLOT1) PCI Express x1connector (SLOT2) SATA-connector (SATA4) SATA-co
Geheugen U kunt de hoeveelheid werkgeheugen van uw computer vergroten door geheugenmodules te installeren op het moederbord. Uw computer ondersteunt DDR2-geheugen. Zie "Geheugen" op pagina 113 voor aanvullende informatie over het door uw computer ondersteunde type geheugen. Overzicht van DDR2-geheugen DDR2-geheugenmodules moeten worden geïnstalleerd in paren van overeenkomstige geheugengrootte, -snelheid en -technologie.
1 2 1 Kanaal A: overeenkomstig paar geheugenmodules in connectoren DIMM_1 en DIMM_2 (witte bevestigingsclips) 2 Kanaal B: overeenkomstig paar geheugenmodules in connectoren DIMM_3 en DIMM_4 (zwarte bevestigingsclips) KENNISGEVING: Wanneer u de originele geheugenmodules uit de computer verwijdert tijdens een opwaardering van uw geheugen, houd deze dan gescheiden van nieuwe modules die u hebt, zelfs als u die nieuwe modules van Dell hebt gekocht.
1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Leg de computer op zijn zijkant zodat het moederbord zich onderin de computer bevindt. 3 Druk de borgklemmen aan de uiteinden van de geheugenmoduleconnector naar buiten. 1 2 3 1 geheugenconnector dichtst bij processor 2 borgklemmen (2) 3 connector 4 Lijn de inkeping aan de onderkant van de module uit met de horizontale streep in de connector.
KENNISGEVING: Druk de geheugenmodule met gelijke druk aan de uiteinden recht naar beneden in de connector om schade aan de module te voorkomen. 5 Druk de module in de connector totdat de module op zijn plaats klikt. Wanneer u de module juist plaatst, klikken de borgklemmen in de uitsparingen aan de uiteinden van de module. 6 Plaats de computerbehuizing terug.
Kaarten VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. KENNISGEVING: To prevent static damage to components inside your computer, discharge static electricity from your body before you touch any of your computer’s electronic components. Dit kunt u doen door een ongeverfd metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken.
Een PCI-kaart installeren 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 1 2 1 ontgrendellipje 2 kaartslotpaneel 2 Druk voorzichtig tegen het ontgrendellipje aan de binnenzijde van het kaartslotpaneel om het paneel te openen. Omdat het paneel vastzit, blijft deze geopend. 3 Indien u een nieuwe kaart installeert, verwijdert u eerst de beugels om een kaartsleuf te openen. Ga dan verder met stap 5. 4 Wanneer u een geïnstalleerde kaart vervangt, dient u de huidige kaart te verwijderen.
3 4 2 5 6 1 1 uitlijningsstreep 2 volledig geplaatste kaart 3 niet volledig geplaatste kaart 4 uitlijningsgeleider 5 beugel binnen de sleuf 6 beugel buiten de sleuf 7 Controleer, voordat u het kaartslotpaneel sluit, of: • de bovenkant van alle kaarten en beugels zich op één lijn bevinden met de uitlijningsstreep; • de inkeping boven in de kaart of beugel om de uitlijningsgeleider past.
1 2 3 4 1 uitlijningsgeleider 4 kaartslotpaneel 2 uitlijningsstreep 3 ontgrendellipje 8 Sluit het kaartslotpaneel door het vast te klikken. KENNISGEVING: Geleid geen kabels van kaarten over of achter de kaarten. Kabels die over de kaarten zijn geleid kunnen er voor zorgen dat de computerbehuizing niet goed sluit of dat er schade aan de apparatuur ontstaat. 9 Sluit kabels aan die verbonden moeten zijn met de kaart.
12 Volg onderstaande instructies, wanneer u een netwerkadapter hebt geïnstalleerd en de geïntegreerde netwerkadapter wilt uitschakelen: a "System Setup" op pagina 117 b Connect the network cable to the add-in network adapter’s connectors. Sluit de netwerkkabel niet aan op de geïntegreerde connector op het achterpaneel. 13 Installeer de benodigde stuurprogramma's voor de kaart zoals beschreven in de kaartdocumentatie. Een PCI-kaart verwijderen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63.
Een PCI Express-kaart installeren 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 1 2 3 1 kaartslotpaneel 2 kaartslotmechanisme 3 ontgrendellipjes (2) 2 Druk voorzichtig tegen het ontgrendellipje aan de binnenzijde van het kaartslotpaneel om het paneel te openen. Omdat het paneel vastzit, blijft het open staan (zie "Een PCI-kaart installeren" op pagina 78 voor een illustratie van het kaartslotpaneel).
3 1 2 4 5 1 PCI Express x16-kaart 2 slotlipje 3 4 PCI Express x1 kaartsleuf 5 PCI Express x16-kaartsleuf PCI Express x1 kaart 6 Maak de kaart klaar voor installatie. Zie de documentatie die met de kaart is meegeleverd voor informatie over de configuratie van de kaart, interne aansluitingen, of andere aanpassingen voor uw computer. VOORZICHTIG: Sommige netwerkadapters starten de computer automatisch op wanneer ze zijn verbonden met een netwerk.
3 4 2 5 6 1 1 uitlijningsstreep 2 volledig geplaatste kaart 3 niet volledig geplaatste kaart 4 uitlijningsgeleider 5 beugel binnen de sleuf 6 beugel buiten de sleuf 9 Wanneer u een kaart vervangt die al eerder geïnstalleerd was op de computer en u het slotmechanisme had verwijderd, kunt u dat nu opnieuw installeren.
1 2 3 1 kaartslotpaneel 2 kaartslotmechanisme 3 ontgrendellipjes (2) KENNISGEVING: Geleid geen kabels van kaarten over of achter de kaarten. Kabels die over de kaarten zijn geleid kunnen er voor zorgen dat de computerbehuizing niet goed sluit of dat er schade aan de apparatuur ontstaat. KENNISGEVING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkaansluiting of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer.
Een PCI Express-kaart verwijderen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Druk voorzichtig tegen het ontgrendellipje aan de binnenzijde van het kaartslotpaneel om het paneel te openen. Omdat het paneel vastzit, blijft het open staan (zie "Een PCI-kaart installeren" op pagina 78 voor een illustratie van het kaartslotpaneel). 3 Als uw computer een kaartslotmechanisme bevat, gaat u als volgt te werk om de x16-kaart van bovenaf vast te zetten.
Stationpaneel verwijderen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 1 2 3 1 hendel schuifplaat 2 schuifplaat 3 stationspaneel 2 Houd de hendel van de schuifplaat vast en trek de schuifplaat naar rechts tot deze in de open positie klikt. OPMERKING: De schuifplaat dient om stationspaneel vast te zetten en los te koppelen en helpt de stations op hun plaats houden.
Inzetstuk stationpaneel verwijderen 2 1 3 1 stationspaneel 2 inzetstuklipje stationspaneel 3 inzetstuk stationspaneel 1 Druk het lipje van het inzetstuk van het stationspaneel naar het midden van het stationspaneel om het inzetstuk los te maken van het stationspaneel. 2 Draai het inzetstuk stationpanel nu naar buiten, weg van het stationspaneel, zonder het lipje los te laten. 3 Leg het inzetstuk stationpaneel op een veilige plaats weg.
1 Schuif het lipje aan de linkerzijde van het inzetstuk stationspaneel onder het middelste lipje. 2 Draai het inzetstuk stationspaneel op zijn plaats en klik het lipje van het inzetstuk stationspaneel over het overeenkomstige lipje op het stationspaneel. Stationspaneel terugplaatsen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 1 2 3 1 hendel schuifplaat 2 schuifplaat 3 stationspaneel 2 Zorg dat de lipjes van het stationspaneel zijn uitgelijnd met de scharnieren van de zijdeur.
Stations Uw computer ondersteunt een combinatie van de volgende apparaten: • Maximaal twee seriële ATA-vasteschijfstations • Eén optioneel diskettestation of één optionele mediakaartlezer • Maximaal twee CD- of DVD-stations 1 2 3 1 cd/dvd-station 2 FlexBay voor optioneel diskettestation of mediakaartlezer 3 vaste schijf Sluit de seriële ATA CD- of DVD-stations aan op de connectoren met het label "SATA3" of "SATA4" op het moederbord.
Stationskabels aansluiten When you install a drive, you connect two cables—a DC power cable and a data cable—to the back of the drive. Netkabelaansluiting 1 2 1 stroomkabel 2 stroomtoevoerconnector Interfaceconnectoren voor station De meeste interface-connectoren worden versleuteld voor juiste plaatsing; een inkeping of een ontbrekende pin op de ene connector past bij een lipje of een opgevuld gaatje op de andere connector.
Stationskabels aansluiten en loskoppelen Wanneer u een seriële ATA-gegevenskabel aansluit of losmaakt, gebruikt u hiervoor het trek-lipje. De seriële ATA-interfaceconnectoren worden versleuteld voor juiste plaatsing; een inkeping of een ontbrekende pin op de ene connector past bij een lipje of een opgevuld gaatje op de andere connector. Harde schijf VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen.
1 2 1 seriëlel ATA-gegevenskabel 2 stroomkabel 3 Druk de blauwe lipjes aan beide zijden van het station naar binnen en schuif het station omhoog en uit de computer.
Een harde schijf installeren 1 Pak de vervangende harde schijf uit en maak deze klaar voor installatie. 2 Controleer de documentatie van de schijf om te verifiëren dat deze geconfigureerd is voor uw computer. OPMERKING: Als aan uw vervangende vaste schijf niet de vaste-schijfhouder is bevestigd, dient u de houder van de oude schijf te verwijderen door deze van de schijf los te klikken. Klik de beugel op het nieuwe station.
1 2 1 seriëlel ATA-gegevenskabel 2 stroomkabel 5 Controleer alle connectoren om er zeker van te zijn dat de kabels stevig vastzitten. 6 Plaats de computerkap weer terug (zie "De computerbehuizing terugplaatsen" op pagina 111). KENNISGEVING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkpoort of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 7 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
KENNISGEVING: Plaats de schijf niet op een harde ondergrond, zodat schade wordt voorkomen. Plaats de schijf in plaats daarvan op een zachte ondergrond, zoals schuimrubber. 1 Controleer de documentatie van de schijf om te verifiëren dat deze geconfigureerd is voor uw computer. 2 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 3 Druk de blauwe lipjes aan beide zijden van de beugel van het vasteschijfstation naar binnen en schuif het station omhoog en uit de computer.
Diskettestation VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. VOORZICHTIG: Om u te beschermen tegen elektrische schokken, dient u voordat u de computerbehuizing verwijdert altijd eerst de stekker uit het stopcontact te halen. OPMERKING: Als u een diskettestation toevoegt, zie "Een diskettestation installeren" op pagina 99. Een diskettestation verwijderen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63.
4 Schuif de stationsvergrendeling naar de onderkant van de computer en houd hem vast terwijl u het diskettestation door de voorzijde van de computer schuift.
Een diskettestation installeren OPMERKING: Wanneer het nieuwe of vervangende diskettestation niet beschikt over bevestigingsschroeven, zoekt u naar schroeven in het inzetstuk stationspaneel of gebruikt u de schroeven van het station dat u vervangt. 1 2 1 Station 2 schroeven (4) 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Verwijder het stationspaneel (zie "Stationpaneel verwijderen" op pagina 87).
1 2 1 stroomkabel 2 gegevenskabel 6 Wanneer u een nieuw diskettestation installeert in plaats van een oud te vervangen, verwijdert u het betreffende inzetstuk van het stationpaneel (zie "Inzetstuk stationpaneel verwijderen" op pagina 88). 7 Controleer alle kabelaansluitingen en haal kabels uit de weg om blokkering van de luchtstroom tussen de ventilator en de ventilatieopeningen te voorkomen. 8 Plaats het stationspaneel terug (zie "Stationspaneel terugplaatsen" op pagina 89).
Mediakaartlezer Zie "Een mediakaartlezer gebruiken (optioneel)" op pagina 20 voor meer informatie over het gebruik van de mediakaartlezer. Een mediakaartlezer verwijderen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. KENNISGEVING: To prevent static damage to components inside your computer, discharge static electricity from your body before you touch any of your computer’s electronic components.
3 Koppel de FlexBay USB-kabel los van de achterkant van de mediakaartlezer en de connector op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 72) en haal de kabel door de klem op de behuizing. 1 2 3 1 stationsvergrendeling 2 schuifplaat 3 Mediakaartlezer 4 Schuif de stationsvergrendeling naar de onderkant van de computer en houd hem vast terwijl u de mediakaartlezer door de voorzijde van de computer schuift.
Een mediakaartlezer installeren VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. KENNISGEVING: To prevent static damage to components inside your computer, discharge static electricity from your body before you touch any of your computer’s electronic components. Dit kunt u doen door een ongeverfd metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63.
5 Sluit de FlexBay USB-kabel aan achterop de mediakaartlezer en de connector op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 72). 2 1 1 Mediakaartlezer 2 FlexBay USB-kabel 6 Leg de FlexBay USB-kabel door de kabelklem. 7 Plaats de computerkap weer terug (zie "De computerbehuizing terugplaatsen" op pagina 111).
cd/dvd-station VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. VOORZICHTIG: Om u te beschermen tegen elektrische schokken, dient u voordat u de computerbehuizing verwijdert altijd eerst de stekker uit het stopcontact te halen. Een cd/dvd-station verwijderen 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Verwijder het stationspaneel (zie "Stationpaneel verwijderen" op pagina 87).
1 2 3 1 106 stationsvergrendeling 2 Onderdelen verwijderen en installeren schuifplaat 3 cd/dvd-station
Een cd/dvd-station installeren 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Wanneer u een nieuw cd/dvd-station installeert in plaats van een oude te vervangen, verwijdert u het betreffende inzetstuk van het stationpaneel (zie "Inzetstuk stationpaneel verwijderen" op pagina 88). 3 Schuif het station voorzichtig op zijn plaats tot u een klik hoort of voelt dat het station stevig op zijn plek zit. 1 2 1 cd/dvd-station 2 schroeven (3) 4 Sluit de stroom- en gegevenskabels aan op de schijf.
1 2 1 stroomkabel 2 gegevenskabel 5 Controleer alle kabelaansluitingen en haal kabels uit de weg om blokkering van de luchtstroom tussen de ventilator en de ventilatieopeningen te voorkomen. 6 Plaats de computerkap weer terug (zie "De computerbehuizing terugplaatsen" op pagina 111). 7 Plaats het stationspaneel terug (zie "Stationspaneel terugplaatsen" op pagina 89).
Batterij De batterij vervangen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. KENNISGEVING: To prevent static damage to components inside your computer, discharge static electricity from your body before you touch any of your computer’s electronic components. Dit kunt u doen door een ongeverfd metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken.
2 1 1 ontgrendelingshendel batterij 2 batterij (positieve zijde) 6 Plaats de computerbehuizing terug (zie "De computerbehuizing terugplaatsen" op pagina 111). KENNISGEVING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkaansluiting of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 7 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
De computerbehuizing terugplaatsen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. 1 Controleer of alle kabels zijn aangesloten en haal kabels uit de weg. 2 Controleer of er geen gereedschap of extra onderdelen in de computer achterblijven. 3 Lijn de onderkant van de behuizing uit met de lipjes aan de onderste rand van de computer.
Onderdelen verwijderen en installeren
Bijlage Specificaties Processor Processortype Intel® Pentium® 4 met Hyper-Threading-technologie OPMERKING: Niet alle Pentium 4-processors ondersteunen HyperThreading-technologie.
Video Type optioneel geïntegreerde Intel 965 Graphics Media Accelerator (GMA965) PCI Express: Audio Type Sigmatel 9227 Uitbreidingsbus Bustype PCI 2.
Vaste schijven Extern toegankelijk: Compartimenten een 3,5-inch stationcompartiment (FlexBay) twee 5,25-inch stationcompartimenten Beschikbare apparaten Serieel ATA-station (4), diskettestation, USB-geheugenapparaten, cd/dvd-station en mediakaartlezer Intern toegankelijk: twee compartimenten voor 1-inch high serial ATA vaste-schijfstations Connectoren Externe connectoren: Video 15-polige connector Netwerkadapter RJ-45-connector USB twee USB 2.
Schakelaars en lampjes (vervolg) Lampje voor de verbindingsintegriteit (op de geïntegreerde netwerkadapter) groen lampje — Er is een goede verbinding tussen het netwerk en de computer. Activiteitslampje (op de geïntegreerde netwerk adapter) knipperend geel lampje Controlelampjes vier lampjes aan de voorzijde (zie "Controlelampjes" op pagina 49). Stand-bylampje STBYLED op het moederbord uit (er brandt geen lampje) — Er is geen fysieke verbinding met het netwerk gevonden.
Omgeving (vervolg) Maximumimpact: Bedrijfstemperatuur 40 G +/- 5% met een interval van 2 msec +/- 10% (equivalent aan 50,80 cm/sec [51 cm/sec]) Opslag 105 G +/- 5% met een interval van 2 msec +/- 10% (equivalent aan 50 in/sec [127 cm/sec]) Hoogte: Bedrijfstemperatuur –15,2 tot 3.048 m (–50 to 10.000 ft) Opslag –15,2 tot 10.668 m (–50 to 35.
System Setup-opties OPMERKING: Mogelijk worden de items in dit gedeelte niet weergegeven of wijken de items enigszins af van de weergave in dit gedeelte. Dit is afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten. System (Systeem) System info Hier ziet u: System name (Systeemnaam), BIOS Version number (BIOS(Systeeminformatie) versienummer), BIOS Date, Service Tag (BIOS-servicedatum), Express Service Code (Expresservicecode), en Asset Tag.
Processor Info Hiermee beeldt u de volgende gegevens af voor de processor die is (Processorgegevens) geïnstalleerd in het systeem: Processor Type (Processortype), Processor Clock Speed (Kloksnelheid processor), Processor Bus Speed (Bussnelheid processor), Processor Cache (Processorcache) Size (Grootte), Processor ID number (Processoridentificatienummer, of de processor geschikt is voor Hyperthreading en of de processor beschikt over 64-bit-technologie.
SATA-werking (RAID Autodetect/ATA default)(RAID automatisch detecteren/ATA standaard) Geeft en definieert de instellingen van de SATA-controller voor RAID. U kunt de SATA-controller instellen op RAID Autodetect/ATA of RAID On. Onboard Devices (Ingebouwde apparatuur) Integrated NIC De ingebouwde NIC-controller in- of uitschakelen. Mogelijke instellingen zijn (Geïntegreerde NIC) On, Off of On w/PXE.
SpeedStep (standaard ingeschakeld (On)) HDD Acoustic Mode (Akoestiekmodus) Hiermee stelt u het BIOS in staat de ventilator van de processor en de snelheid hiervan aan te passen op basis van de temperatuurmetingen van de processor. OPMERKING: SteepStep wordt niet ondersteund door alle processors, en deze optie is alleen beschikbaar wanneer er een processor is geïnstalleerd die het wel ondersteunt. • Bypass (Overslaan) — Uw computer test of wijzigt de huidige instellingen voor de akoestiekmodus niet.
Power Management (Energiebeheer) AC Recovery (AC-herstel) (standaard uitgeschakeld (Off ) Auto Power On (Automatisch inschakelen) (Off (Uit) standaard) Hiermee bepaalt u hoe het systeem reageert wanneer de wisselstroom wordt hersteld na een stroomonderbreking. • Off (Uit) — Het systeem blijft uitgeschakeld nadat de stroomvoorzieninig is hersteld. U drukt op de aan/uit-knop aan de voorkant van de computer om de computer in te schakelen.
Load Defaults Hiermee herstelt u de systeeminstellingen naar de fabriekswaarden. (Standaardinstelli ngen laden) Event Log Hiermee kunt u het Event Log (Gebeurtenissenlogboek) bekijken. Items zijn (Gebeurtenislogboek) gemarkeerd met een R voor Read (Gelezen) of een U voor Unread (Ongelezen). Mark All Entries Read (Alle vermeldingen markeren als gelezen) plaatst een R voor alle items. Clear Log (Logboek wissen) wist het Event Log (Gebeurtenissenlogboek).
Bootsequence (Opstartvolgorde) Met deze functie kunt u de opstartvolgorde voor apparaten wijzigen. Opties • Diskette Drive (Diskettestation) — De computer wordt opgestart vanaf het diskettestation. Als de diskette in het diskettestation geen opstartdiskette is, het diskettestation geen diskette bevat of als er geen diskettestation is geïnstalleerd op uw computer, verschijnt er een foutbericht. • Hard Drive (Vaste schijf) — De computer wordt opgestart vanaf de primaire vaste schijf.
OPMERKING: Om op te starten vanf een USB-apparaat, moet het apparaat opstartbaar zijn. Als u zeker wilt weten of een apparaat opstartbaar is, raadpleegt u de documentatie bij het apparaat. De opstartvolgorde voor toekomstige opstartprocedures wijzigen 1 Open System Setup (zie "System Setup openen" op pagina 117). 2 Gebruik de pijltoetsen om het menu Boot Sequence (Opstartvolgorde) te markeren en druk vervolgens op om het menu te openen.
Vergeten wachtwoorden wissen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 Zoek de 2-pins wachtwoordjumper (CLRPSWD) op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 72) en verwijder de jumperplug van pin 1 en 2 om het wachtwoord te wissen. 3 Plaats de computerkap weer terug (zie "De computerbehuizing terugplaatsen" op pagina 111).
CMOS-instellingen wissen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. 1 Volg de procedures in "Voordat u begint" op pagina 63. 2 De huidige CMOS-instellingen wissen: a Zoek zowel de 2-pins wachtwoordjumper (CLRPSWD) als de 2-pins CMOS-jumper (CLRCMOS) op het moederbord (zie "Systeemkaartcomponenten" op pagina 72). b Verwijder de 2-pins wachtwoordjumper (CLRPSWD) van de pinnen.
Muis Als de cursor overslaat of een afwijkend bewegingspatroon vertoont, reinigt u de muis. Een niet-optische muis reinigen: 1 Draai het plaatje aan de onderkant van de muis tegen de klok in en verwijder de bal. 2 Reinig de bal met een schone, pluisvrije doek. 3 Blaas voorzichtig in de behuizing van het balletje om stof en pluizen los te maken. 4 Als de rollers in de balhouder vuil zijn, reinigt u de rollers met een wattenstaafje dat is bevochtigd met isopropylalcohol.
Technische ondersteuningsbeleid van Dell (alleen voor de V.S.) Tijdens de technische ondersteuning is bij de probleemoplossingsprocedure de medewerking van de klant vereist om de originele instellingen van Dell voor het besturingssysteem, de software en de hardwarestuurprogramma's, alsmede de betreffende functionaliteit van de computer en de door Dell geïnstalleerde hardware, te herstellen. Naast de ondersteuning van een technische medewerker, wordt online technische ondersteuning geboden op support.dell.
Dit apparaat voldoet aan de FCC-richtlijnen, deel 15. Gebruik is onderhevig aan de volgende twee voorwaarden: 1 Dit apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken. 2 Dit apparaat dient alle ontvangen interferentie te accepteren, inclusief interferentie die een ongewenst effect op de werking van het apparaat heeft. KENNISGEVING: De richtlijnen van de FCC bepalen dat met wijzigingen of aanpassingen die niet expliciet zijn goedgekeurd door Dell Inc.
De specifieke webadressen voor uw land vindt u in de onderstaande tabel. OPMERKING: De gratis nummers kunnen alleen worden gebruikt in het betreffende land. OPMERKING: In bepaalde landen is er een speciaal telefoonnummer beschikbaar voor de ondersteuning voor Dell™XPS™ draagbare computers. Dit telefoonnummer wordt voor de deelnemende landen vermeld. Wanneer er geen speciaal nummer beschikbaar is voor XPS-computers, kunt u contact met Dell opnemen via het vermelde ondersteuningsnummer.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Aruba Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: www.dell.com.aw E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning Australië (Sydney) Website: support.ap.dell.com Internationale toegangscode: 0011 E-mail: support.ap.dell.com/contactus Algemene ondersteuning gratis: 800-1578 13DELL-133355 Landcode: 61 Netnummer: 2 Bahamas Website: www.dell.com.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Brazilië Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: www.dell.com/br Internationale toegangscode: 00 E-mail: la-techsupport@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer China (Xiamen) Landcode: 86 Netnummer: 592 Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website voor technische ondersteuning: support.dell.com.cn E-mailadres technische ondersteuning: cn_support@dell.com E-mailadres Customer Care: customer_cn@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Colombia Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: www.dell.com/cl E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning Costa Rica 01-800-915-4755 Website: www.dell.com/cr E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning Denemarken (Kopenhagen) 0800-012-0231 Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Duitsland (Frankfurt) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: tech_support_central_europe@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Frankrijk (Parijs) (Montpellier) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Hong Kong Website: support.ap.dell.com Internationale toegangscode: 001 E-mailadres technische ondersteuning: HK_support@Dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Ierland (Cherrywood) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: dell_direct_support@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Italië (Milaan) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Japan (Kawasaki) Website: support.jp.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Latijns-Amerika Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Technische klantenondersteuning (Austin, Texas, V.S.) 512 728-4093 Klantenservice (Austin, Texas, V.S.) 512 728-3619 Fax (technische ondersteuning en klantenservice) (Austin, Texas, V.S.) 512 728-3883 Verkoop (Austin, Texas, V.S.) 512 728-4397 Faxnummer verkoop (Austin, Texas, V.S.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Mexico Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers E-mail: la-techsupport@dell.com Internationale toegangscode: 00 Technische klantenondersteuning Landcode: 52 001-877-384-8979 of 001-877-269-3383 Verkoop 50-81-8800 of 01-800-888-3355 Klantenservice 001-877-384-8979 of 001-877-269-3383 Algemeen 50-81-8800 of 01-800-888-3355 Montserrat E-mail: la-techsupport@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Nieuw-Zeeland Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.ap.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: support.ap.dell.com/contactus Landcode: 64 Algemene ondersteuning Noorwegen (Lysaker) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Polen (Warschau) Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 011 E-mail: pl_support_tech@dell.com Klantenservice 57 95 700 Landcode: 48 Customer Care 57 95 999 Netnummer: 22 Verkoop 57 95 999 Faxnummer klantenservice 57 95 806 Faxnummer receptie 57 95 998 Schakelbord 57 95 999 Portugal Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer St. Lucia Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: www.dell.com/lc E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning St. Vincent en de Grenadines 1-800-882-1521 Website: www.dell.com/vc E-mail: la-techsupport@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Tsjechische Republiek (Praag) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: czech_dell@dell.com Landcode: 420 Technische ondersteuning 22537 2727 Customer Care 22537 2707 Fax 22537 2714 Faxnummer technische ondersteuning 22537 2728 Schakelbord 22537 2711 Taiwan Website: support.ap.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Uruguay Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: www.dell.com/uy E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning Venezuela gratis: 000-413-598-2521 Website: www.dell.com/ve E-mail: la-techsupport@dell.com Algemene ondersteuning V.K. (Bracknell) 0800-100-4752 Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: dell_direct_support@dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer V.K. (Bracknell) (vervolg) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Technische ondersteuning voor alle andere producten Netnummers, lokale nummers en gratis nummers 0870 353 0800 Algemeen Faxnummer voor consumenten en kleine ondernemingen 0870 907 4006 V.S.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer V.S. (Austin, Texas) (vervolg) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Verkoop van onderdelen gratis: 1-800-357-3355 Verkoop van serviceovereenkomsten en garanties gratis: 1-800-247-4618 Fax gratis: 1-800-727-8320 Dell-services voor doven, slechthorenden en slechtsprekenden gratis: 1-877-DELLTTY (1-877-335-5889) Zuid-Afrika (Johannesburg) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Zwitserland (Genève) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: Tech_support_central_Europe@dell.
Bijlage
Verklarende woordenlijst Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer. A AC — alternating current — The form of electricity that powers your computer when you plug the AC adapter power cable in to an electrical outlet.
bus — A communication pathway between the components in your computer. bus speed — The speed, given in MHz, that indicates how fast a bus can transfer information. COA — Certificate of Authenticity — The Windows alpha-numeric code located on a sticker on your computer. Dit wordt ook wel de productcode, of product-id genoemd. byte — The basic data unit used by your computer. Een byte is gelijk aan 8 bits.
DMA — direct memory access — A channel that allows certain types of data transfer between RAM and a device to bypass the processor. DMTF — Distributed Management Task Force — A consortium of hardware and software companies who develop management standards for distributed desktop, network, enterprise, and Internet environments. domain — A group of computers, programs, and devices on a network that are administered as a unit with common rules and procedures for use by a specific group of users.
extended display mode — A display setting that allows you to use a second monitor as an extension of your display. Dit wordt ook wel Dual Display-modus genoemd. extended PC Card — A PC Card that extends beyond the edge of the PC Card slot when installed. F Fahrenheit — A temperature measurement scale where 32° is the freezing point and 212° is the boiling point of water.
I K IC — integrated circuit — A semiconductor wafer, or chip, on which thousands or millions of tiny electronic components are fabricated for use in computer, audio, and video equipment. Kb — kilobit — A unit of data that equals 1024 bits. Een maatstelsel voor de capaciteit van in het geheugen geïntegreerde circuits. IDE — integrated device electronics — An interface for mass storage devices in which the controller is integrated into the hard drive or CD drive.
MB/sec — megabytes per second — One million bytes per second. Dit maatstelsel wordt gebruikt voor de classificatie van gegevensoverdracht. media bay — A bay that supports devices such as optical drives, a second battery, or a Dell TravelLite™ module. memory — A temporary data storage area inside your computer. Omdat de gegevens in het geheugen niet blijvend zijn, wordt aanbevolen om uw bestanden regelmatig op te slaan terwijl u er aan werkt, en deze altijd op te slaan voordat u de computer uitschakelt.
PC Card — A removable I/O card adhering to the PCMCIA standard. Modems en netwerkadapters zijn gangbare types pc-kaart. PCI — peripheral component interconnect — PCI is a local bus that supports 32-and 64-bit data paths, providing a high-speed data path between the processor and devices such as video, drives, and networks. PCI Express — A modification to the PCI interface that boosts the data transfer rate between the processor and the devices attached to it.
ROM — read-only memory — Memory that stores data and programs that cannot be deleted or written to by the computer. ROM, in tegenstelling tot RAM, behoudt zijn inhoud als u de computer uitschakelt. Sommige programma's die essentieel zijn voor de besturing van uw computer bevinden zich op ROM. RPM — revolutions per minute — The number of rotations that occur per minute. De snelheid van de harde schijf wordt vaak gemeten in RPM.
Netwerkverbindingen worden niet beschermd door stroomstootbeveiliging. Ontkoppel de netwerkkabel tijdens onweer altijd van de netwerkconnector. SVGA — super-video graphics array — A video standard for video cards and controllers. Veel voorkomende SVGAresoluties zijn 800 x 600 en 1024 x 768.
V W video controller — The circuitry on a video card or on the system board (in computers with an integrated video controller) that provides the video capabilities—in combination with the monitor—for your computer. W — watt — The measurement of electrical power. Eén watt is 1 ampère stroom bij 1 volt. video memory — Memory that consists of memory chips dedicated to video functions. Videogeheugen is doorgaans sneller dan systeemgeheugen.
Z ZIF — zero insertion force — A type of socket or connector that allows a computer chip to be installed or removed with no stress applied to either the chip or its socket. Zip — A popular data compression format. Bestanden die zijn gecomprimeerd met de zip-indeling worden zipbestanden genoemd en hebben normaliter de extensie .zip. Een speciaal soort zip-bestand is een zelfuitpakkkend bestand, die de extensie .exe heeft. U kunt een zelfuitpakkend bestand uitpakken door erop te dubbelklikken.
Verklarende woordenlijst
Index A aan/uit-lampje indicaties, 43 audio.
Index E Eigenschappen voor energiebeheer, 26 e-mail problemen, 35 het overbrengen van informatie naar een nieuwe computer, 28 hoofdtelefoon connector, 66 F FlexBay-station Mediakaartlezer, 65 foutmeldingen controlelampjes, 49 problemen oplossen, 37 Hyper-Threading, 28 I informatie omtrent ergonomie, 9 informatie omtrent garantie, 9 G geheugen 4-GB-configuraties, 74 DDR2 overzicht, 73 installeren, 74 ondersteund type, 73 problemen, 41 richtlijnen voor installatie, 73 verwijderen, 76 geluid problem
modem problemen, 35 opnieuw installeren Windows XP, 57 moederbord, 72 opstarten vanaf een USB-apparaat, 124 moederbord.
Index problemen (vervolg) Help en ondersteuning, 11 Probleemoplosser voor hardware, 57 terugzetten in een eerdere status, 57 tips, 33 Productinformatiehandleiding, 9 stand-bymodus, 25 V stationspaneel, 66, 86 terugplaatsen, 89 verwijderen, 87 vaste schijf installeren, 94 lampje, 66 problemen, 35 tweede installeren, 95 verwijderen, 92 stuurprogramma's controleren, 55 info, 55 Support-website, 10 Systeemherstel, 57 S SATA.
W wachtwoord jumper, 126 wissen, 126 Windows XP De wizard Netwerk instellen, 25 De wizard Programmacompatibiliteit, 39 Help en ondersteuning, 11 Hyper-Threading, 28 opnieuw installeren, 57 Probleemoplosser voor hardware, 57 scanner, 45 Systeemherstel, 57 Vorig stuurprogramma, 56 Wizard Bestanden en Instellingen overbrengen, 28 Wizard Bestanden en Instellingen overbrengen, 28 wizards De wizard Netwerk instellen, 25 De wizard Programmacompatibiliteit, 39 Wizard Bestanden en Instellingen overbrengen, 28 Index
Index 170 Index