Dell™ Dimension™ C521 Gebruikershandleiding servicelabel FlexBay voor eventueel een diskettestation of een mediakaartlezer lampje van cd- of dvd-station ejectknop cd- of dvd-station hoofdtelefoonconnector USB 2.0-aansluitingen (2) microfoonaansluiting controlelampjes lampje van vaste schijf aan/uit-knop vergrendeling behuizing netsnoerconnector audioconnectoren USB 2.0-aansluitingen (4) netwerkadapter kaartsleuven voor PCI 1 PCI Express x1 (1) PCI Express x16 (1) Model DCNE w w w. d e l l .
Opmerkingen, kennisgevingen en waarschuwingen OPMERKING: Een OPMERKING geeft belangrijke informatie weer waardoor u de pc beter benut. OPMERKING: Een WAARSCHUWING wijst op mogelijke schade aan hardware aan of verlies van gegevens en geeft aan hoe u het probleem kunt voorkomen. VOORZICHTIG: Een WAARSCHUWING duidt het risico van schade aan eigendommen, lichamelijk letsel of overlijden aan.
Inhoud Informatie zoeken 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Uw computer installeren en gebruiken Vooraanzicht van de computer . . . . . . . . . . . . . . 13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17 Achteraanzicht van de computer I/O-connectoren op achterzijde Een printer installeren .
2 Problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Tips voor het oplossen van problemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Problemen met de batterij . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 31 Problemen met een station . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 33 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
3 Geavanceerd problemen oplossen . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 49 50 Aan/uit-lampje en controlelampjes Aan/uit-lampje . Controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Stuurprogramma's 53 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 55 . . . . . . .
Drives (Stations) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Harde schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80 Diskettestation . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84 85 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 87 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Uw computer reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Computer, toetsenbord en monitor Muis . . . . . . . . . . . . . . . . Diskettestation . . . . . . . . . . Cd's en dvd's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Hardwaregarantie en ondersteuningsbeleid van Dell (alleen voor de V.S.) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud
Informatie zoeken OPMERKING: Sommige functies of media zijn optioneel en worden niet bij de computer geleverd. Sommige functies of media zijn in bepaalde landen niet beschikbaar. OPMERKING: Soms wordt er extra informatie bij de computer geleverd.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • • • • • • Dell™ Productinformatiehandleiding Informatie omtrent garantie Voorwaarden (alleen VS) Veiligheidsinstructies Informatie omtrent wet- en regelgeving Informatie omtrent ergonomie Licentieovereenkomst voor eindgebruikers • De computer installeren Installatiediagram • Servicelabel en Express Service Code • Microsoft Windows-licentielabel Servicelabel en Microsoft®Windows®-licentie Deze labels bevinden zich op de computer (zie “Vooraanzicht va
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Solutions (Oplossingen) — hints en tips voor het oplossen van problemen, artikelen van technici, online cursussen en veelgestelde vragen • Community — online discussies met andere gebruikers van Dell-producten • Upgrades — upgrade-informatie voor onderdelen zoals het geheugen, de vaste schijf en het besturingssysteem.
Waar bent u naar op zoek? Hier kunt u het vinden • Het besturingssysteem opnieuw installeren Cd Operating System (Besturingssysteem) OPMERKING: De cd Operating System (Besturingssysteem) is optioneel en wordt mogelijk niet bij uw computer geleverd. Het besturingssysteem is al op de computer geïnstalleerd. Gebruik de cd Operating System (Besturingssysteem) om het besturingssysteem opnieuw te installeren (zie“Uw besturingssysteem herstellen" op pagina 57).
Uw computer installeren en gebruiken Vooraanzicht van de computer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 1 vergrendeling behuizing Gebruik deze vergrendeling om de behuizing te verwijderen (zie “Vooraanzicht van de computer” op pagina 13).
2 Servicelabel Gebruik het servicelabel om de computer te identificeren wanneer u de Dell Support-website bezoekt of contact opneemt met de technische ondersteuning. 3 FlexBay-station Kan optioneel een diskettestation of mediakaartlezer bevatten. Zie “Een mediakaartlezer gebruiken (optioneel)” op pagina 25. voor meer informatie over het gebruik van de mediakaartlezer. 4 Lampje van cd- of dvd-station Het lampje brandt wanneer de computer gegevens leest van het cd- of dvd-station.
12 ventilatieopeningen Controleer of de ventilatieopeningen niet zijn geblokkeerd om zeker te zijn van voldoende koeling. OPMERKING: Zorg dat er tussen de ventilatieopeningen en objecten in de buurt ervan een ruimte zit van minimaal twee inches. OPMERKING: Zorg dat de ruimte om de luchtopeningen schoon en stofvrij is zodat dat het systeem voldoende geventileerd wordt. Gebruik slechts een droge doek om de ruimte rondom de ventilatieopening te reinigen; zo voorkomt u waterschade aan het systeem.
I/O-connectoren op achterzijde 1 2 3 5 4 6 7 11 1 lampje verbindingsstatus 2 connector voor netadapter 10 9 8 • Groen — Er is een goede verbinding tussen een 10-Mbps-netwerk en de computer. • Oranje — Er is een goede verbinding tussen een 100-Mbps-netwerk en de computer. • Uit — Er is geen fysieke verbinding met het netwerk gevonden. OPMERKING: Sluit geen telefoonkabel aan op de netwerkconnector.
6 lijnuitgang/hoofdtelefoonaansluiting Op de groene lijnuitgang kunt u een hoofdtelefoon en de meeste speakers met geïntegreerde versterkers aansluiten. Gebruik op computers met een geluidskaart de connector op de kaart. 7 microfoonaansluiting Op de (roze) microfoonaansluiting kunt u een pc-microfoon aansluiten voor spraak- of muziekregistratie bij gebruik van een programma voor geluid of telefonie. Gebruik op computers met een geluidskaart de connector op de kaart.
Printerkabel De printer wordt met een USB-kabel op de computer aangesloten. Sommige printers worden zonder printerkabel geleverd. Ga dus bij de aankoop van een kabel na of deze compatibel is met de printer. Als u de printerkabel en de computer tegelijkertijd koopt, vindt u de kabel bij levering in de computerdoos. Een USB-printer aansluiten OPMERKING: USB-apparaten kunnen worden aangesloten terwijl de computer is ingeschakeld.
Verbinding maken met het internet OPMERKING: Internetaanbieders en hun aanbod zijn per land verschillend. Als u verbinding wilt maken met het internet, hebt u een modem of netwerkverbinding nodig en een internetaanbieder (ISP), zoals AOL of MSN. Uw internetaanbieder biedt een of meer van de volgende opties voor internetverbinding. • Inbelverbindingen die internettoegang via een telefoonlijn bieden. Inbelverbindingen zijn aanzienlijk trager dan DSL- en kabelmodemverbindingen.
5 Klik op Volgende. Als Ik wil handmatig een verbinding instellen hebt gekozen, gaat u naar stap 6. Anders volgt u de instructies op het scherm op om het instellen te voltooien. OPMERKING: Neem contact op met uw internetaanbieder als u niet weet welke verbindingstype u moet selecteren. 6 Klik op de juiste optie onder Op welke manier wilt u contact met het Internet maken? en vervolgens op Volgende. 7 Gebruik de installatie-informatie gekregen van de internetaanbieder om de installatie te voltooien.
Zie de meegeleverde cd-software om cd's te formatteren voor het opslaan van gegevens, het maken van muziek-cd's of het kopiëren van cd's. OPMERKING: Ga na of u aan alle auteursrechten voldoet wanneer u cd's maakt.
Het volume aanpassen OPMERKING: Wanneer de speakers zijn gedempt, hoort u niet dat er een cd of dvd wordt afgespeeld. 1 Klik op Start, wijs Alle programma's → Bureau-accessoires→ Entertainment aan en klik op Volumeregeling. 2 Klik in het venster Volumeregeling op de balk in de kolom Volumeregeling en schuif deze omhoog of omlaag om het volume te verhogen of te verlagen. Klik voor meer informatie over volumeregelingsopties op Help in het venster Volumeregeling.
Hoe kan ik een cd of dvd kopiëren OPMERKING: Cd-rw/dvd-combostations kunnen niet naar dvd-media schrijven. Als u opnameproblemen hebt met een cd-rw/dvd-combostation, controleert u op beschikbare softwarepatches op de ondersteuningswebsite van Sonic op www.sonic.com.
Cd-beschrijfbare stations Mediatype Lezen Schrijven Beschrijfbaar Cd-r Ja Ja Nee Cd-rw Ja Ja Ja Mediatype Lezen Schrijven Beschrijfbaar Cd-r Ja Ja Nee Cd-rw Ja Ja Ja Dvd+r Ja Ja Nee Dvd-r Ja Ja Nee Dvd+rw Ja Ja Ja Dvd-rw Ja Ja Ja Dvd+r+dl Ja Ja Nee Dvd-beschrijfbare stations Nuttige tips 24 • Gebruik Microsoft® Windows® Explorer om bestanden alleen naar een cd-r of cd-rw te slepen als u Roxio Creator Plus hebt gestart en een Creator-project hebt geopend.
Een mediakaartlezer gebruiken (optioneel) Met de mediakaartlezer stuurt u gegevens direct naar de computer. De mediakaartlezer ondersteunt de volgende geheugentypen: • xD-Picture-kaart • SmartMedia (SMC) • CompactFlash Type I en II (CF I/II) • MicroDrive-kaart • SecureDigital-kaart (SD) • MultiMediaCard (MMC) • Memory Stick (MS/MS Pro) Zie “Mediakaartlezer” op pagina 87 voor informatie over het installeren of verwijderen van een mediakaartlezer.
U gebruikt de mediakaartlezer als volgt: 1 Ga na hoe het medium of de kaart moet worden geplaatst. 2 Schuif het medium of de kaart in de juiste sleuf totdat deze volledig in de connector is geplaatst. Als u weerstand voelt, mag u het medium of de kaart niet forceren. Controleer of de kaart juist is geplaatst en probeer het opnieuw. Een thuis- en bedrijfsnetwerk instellen Aansluiten op een netwerkadapter OPMERKING: Sluit de netwerkkabel aan op de connector voor de netwerkadapter van de computer.
De wizard Netwerk instellen Het besturingssysteem Microsoft® Windows® XP biedt een wizard Netwerk instellen om u te helpen bij het delen van bestanden, printers of een internetverbinding tussen computers thuis of van een klein bedrijf. 1 Klik op de knop Start, wijs naar Alle programma's→ Bureau-accessoires→ Communicatie, en klik op Wizard Netwerk instellen. 2 Klik in het welkomstscherm op Volgende. 3 Klik op Controlelijst voor het instellen van een netwerk.
Wanneer u direct naar de stand-bymodus wilt gaan zonder een inactieve periode af te wachten, klikt u op de knop Start, daarna op Afsluiten en vervolgens op Stand-by. U schakelt de stand-bymodus uit door op een toets op het toetsenbord te drukken of de muis te bewegen. OPMERKING: Als de computer uitvalt in de stand-bymodus, kunnen er gegevens verloren gaan.
Het tabblad Energiebeheerschema's Elke standaard energie-instelling wordt een schema genoemd. Als u een van de standaard Windowsschema's wilt selecteren die op de computer zijn geïnstalleerd, kiest u een schema uit de vervolgkeuzelijst Energiebeheerschema's. De instellingen voor elk schema verschijnen in de velden onder de schemanaam. Elk schema heeft andere instellingen voor het inschakelen van de stand-bymodus of de slaapstand en voor het uitschakelen van de monitor en de vaste schijf.
Het tabblad Slaapstand Met het tabblad Slaapstand kunt u de slaapstand inschakelen. Als u de slaapstandinstellingen wilt gebruiken die u gedefinieerd hebt op het tabblad Energiebeheerschema's, schakelt u het selectievakje Slaapstand inschakelen op het tabblad Slaapstand in. Doe het volgende voor meer informatie over energiebeheeropties: 1 Klik op de knop Start en klik vervolgens op Help en ondersteuning. 2 Klik in het venster Help en ondersteuning op Prestaties en onderhoud.
Problemen oplossen Tips voor het oplossen van problemen Gebruik de volgende tips voor het oplossen van problemen met uw computer: • Als u een onderdeel hebt verwijderd voordat het probleem zich voordeed, controleert u de installatieprocedures en zorgt u dat het onderdeel correct is geïnstalleerd. • Als een randapparaat niet werkt, controleert u of het apparaat goed is aangesloten. • Als er een foutbericht op het scherm verschijnt, noteert u de exacte tekst.
Problemen met een station VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. Z O R G D A T H E T S T A T I O N D O O R M I C R O S O F T ® W I N D O W S ® W O R D T H E R K E N D . Klik op de knop Start en klik op Deze computer.
Problemen met het schrijven naar een cd/dvd-rw-station S L U I T A N D E R E P R O G R A M M A ' S . Het cd/dvd-rw-station moet een constante stroom aan gegevens ontvangen tijdens het schrijven. Als de stroom wordt onderbroken, treedt er een fout op. Sluit alle programma's voordat u gegevens naar een cd/dvd-rw schrijft. SCHAKEL DE STANDBY-MODUS IN WINDOWS UIT VOORDAT U GEGEVENS NAAR EEN CD/DVD-RW SCHRIJFT. 1 Klik op de knop Start en klik op Configuratiescherm.
CONTROLEER DE VERBINDING VAN DE TELEFOONLIJN. C O N T R O L E E R D E T E L E F O O N C O N N E C T O R. S L U I T D E M O D E M R E C H T S T R E E K S A A N O P D E T E L E F O O N C O N N E C T O R A A N D E M U U R. GEBRUIK EEN ANDERE TELEFOONLIJN. • Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de modem. De connector wordt aangeduid met een groen label of connectorpictogram. • Zorg dat u een klik hoort als u de plug van de telefoonlijn in de modem steekt.
Foutberichten Als het bericht niet wordt vermeld, raadpleegt u de documentatie bij het besturingssysteem of het programma dat werd uitgevoerd toen het bericht verscheen. A F I L E N A M E C A N N O T C O N T A I N A N Y O F T H E F O L L O W I N G C H A R A C T E R S : \ / : * ? “ < > |. Gebruik deze tekens niet in bestandsnamen. A R E Q U I R E D . D L L F I L E W A S N O T F O U N D . Er ontbreekt een essentieel bestand voor het programma dat u probeert te openen.
Problemen met het toetsenbord VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. CONTROLEER DE KABEL VAN HET TOETSENBORD. • Zorg dat de kabel van het toetsenbord goed is aangesloten op de computer. • Sluit de computer af (zie “Uw computer uitschakelen” op pagina 61), sluit de kabel van het toetsenbord opnieuw aan zoals wordt weergegeven in de schematische weergave voor uw computer, en start de computer opnieuw op.
De computer reageert niet OPMERKING: U loopt het risico dat er gegevens verloren gaan als u het besturingssysteem niet correct kunt afsluiten. S L U I T D E C O M P U T E R A F . Als de computer niet reageert wanneer u op een toets op het toetsenbord drukt of de muis beweegt, houdt u de aan/uit-knop minimaal 8 tot 10 seconden ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld. Vervolgens start u de computer opnieuw op. Een programma reageert niet meer SLUIT HET PROGRAMMA.
Er verschijnt een blauw scherm S L U I T D E C O M P U T E R A F . Als de computer niet reageert wanneer u op een toets op het toetsenbord drukt of de muis beweegt, houdt u de aan/uit-knop minimaal 8 tot 10 seconden ingedrukt totdat de computer wordt uitgeschakeld. Vervolgens start u de computer opnieuw op. Andere softwareproblemen RAADPLEEG DE DOCUMENTATIE BIJ DE SOFTWARE OF NEEM CONTACT OP MET DE FABRIKANT VAN DE SOFTWARE VOOR INFORMATIE OVER HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN.
Problemen met een mediakaartlezer ER IS GEEN STATIONSLETTER TOEGEWEZEN. Wanneer Microsoft Windows XP een mediakaartlezer herkent, wordt er automatisch een stationsletter toegewezen als het volgende logische station na alle andere fysieke stations in het systeem. Als het volgende logische station na de fysieke stations wordt toegewezen aan een netwerkstation, wordt er in Windows XP niet automatisch een stationsletter aan de mediakaartlezer toegewezen.
ALS U ANDERE GEHEUGENPROBLEMEN ONDERVINDT. • Plaats de geheugenmodules terug (zie “Geheugen” op pagina 67) om ervoor te zorgen dat uw computer goed communiceert met het geheugen. • Zorg dat u de installatie-instructies voor het geheugen volgt (zie “Geheugen” op pagina 67). • Uw computer ondersteunt DDR2-geheugen. Zie voor meer informatie over het type geheugen dat uw computer ondersteunt, de sectie “Geheugen” op pagina 67. • Voer Dell Diagnostics uit (zie “Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)” op pagina 53).
I N S T A L E E R H E T S T U U R P R O G R A M M A V O O R D E M U I S O P N I E U W . Zie “Een stuurprogramma opnieuw installeren” op pagina 56. V O E R D E P R O B L E E M O P L O S S E R V O O R H A R D W A R E U I T . Zie “Software- en hardwareconflicten oplossen” op pagina 57. Netwerkproblemen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen.
Problemen met de voeding VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. A L S H E T A A N / U I T - L A M P J E G R O E N I S E N D E C O M P U T E R N I E T R E A G E E R T . Zie “Aan/uit-lampje en controlelampjes” op pagina 49. A L S H E T A A N / U I T - L A M P J E G R O E N I S E N K N I P P E R T . De computer bevindt zich in de stand-bymodus.
Problemen met de printer VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. OPMERKING: Als u technische ondersteuning nodig hebt, neemt u contact op met de fabrikant van de printer. R A A D P L E E G D E D O C U M E N T A T I E B I J D E P R I N T E R . Raadpleeg de documentatie bij de printer voor meer informatie over de instellingen en het oplossen van problemen. CONTROLEER OF DE PRINTER IS INGESCHAKELD.
Problemen met de scanner VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, moet u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids raadplegen. OPMERKING: Als u technische ondersteuning nodig hebt, neemt u contact op met de fabrikant van de scanner. R A A D P L E E G D E D O C U M E N T A T I E B I J D E S C A N N E R . Raadpleeg de documentatie bij de scanner voor meer informatie over de instellingen en het oplossen van problemen. D E S C A N N E R O N T G R E N D E L E N .
Problemen met het geluid en de luidsprekers VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. Geen geluid uit de luidsprekers OPMERKING: De volume-instellingen van bepaalde MP3-spelers overschrijven de volume-instellingen van Windows. Als u MP3-bestanden afspeelt, controleer dan of u het volume van de speler niet hebt uitgeschakeld of gereduceerd.
Geen geluid uit de hoofdtelefoon C O N T R O L E E R D E K A B E L C O N N E C T O R E N V A N D E H O O F D T E L E F O O N . Zorg dat de hoofdtelefoonkabel goed is aangesloten op de hoofdtelefoonconnector (zie “Vooraanzicht van de computer” op pagina 13). P A S H E T V O L U M E N I V E A U I N W I N D O W S A A N . Klik of dubbelklik op het luidsprekerpictogram in de rechterbenedenhoek van het scherm. Zorg dat het volume is ingeschakeld en dat het geluid niet wordt gedempt.
TE S T H E T S T O P C O N T A C T . Controleer of het stopcontact goed werkt door deze te testen met een apparaat, bijvoorbeeld een lamp. C O N T R O L E E R D E C O N T R O L E L A M P J E S . Zie “Aan/uit-lampje en controlelampjes” op pagina 49. Het scherm is moeilijk te lezen C O N T R O L E E R D E M O N I T O R I N S T E L L I N G E N .
Problemen oplossen
Geavanceerd problemen oplossen Aan/uit-lampje en controlelampjes VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. Op het voorpaneel van uw computer bevinden zich een aan/uit-lampje en vier lampjes met het label “1”, “2”, “3” en “4” om u te helpen bij het oplossen van problemen (zie “Vooraanzicht van de computer” op pagina 13). Wanneer de computer normaal kan worden opgestart, knipperen de controlelampjes.
Controlelampjes Lichtpatroon 50 Omschrijving probleem Mogelijke oplossing De computer functioneert normaal of er is mogelijk een pre-POST-fout opgetreden. Zie “Aan/uit-lampje” op pagina 49. De computer bevindt zich in de herstelmodus. Geen. Er is mogelijk een processorfout aangetroffen. Neem contact op met Dell (zie “Contact met Dell” op pagina 114). Er zijn geheugenmodules gevonden maar er is een geheugenfout opgetreden.
Lichtpatroon Omschrijving probleem Mogelijke oplossing Er zijn geen geheugenmodules gevonden. • Als er twee geheugenmodules zijn geïnstalleerd, verwijder dan beide modules, installeer één module opnieuw (zie “Geheugen” op pagina 67) en start de computer opnieuw op. Als de computer normaal opstart, kunt u een extra module installeren. Ga hiermee door totdat u een defecte module hebt gevonden of alle modules zonder problemen opnieuw hebt geïnstalleerd.
Lichtpatroon Omschrijving probleem Er is mogelijk een fout in de uitbreidingskaart opgetreden. 52 Mogelijke oplossing 1 Bepaal of er een conflict bestaat door een kaart te verwijderen en de computer opnieuw op te starten (zie “Kaarten” op pagina 71). 2 Als het probleem aanhoudt, installeert u opnieuw de kaart die u hebt verwijderd, verwijdert u een andere kaart en start u de computer opnieuw op. 3 Herhaal deze stappen voor elke kaart.
Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. Als u problemen ondervindt met uw computer, controleert u de punten in “Problemen oplossen” op pagina 31 en voert u Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek) uit voordat u contact opneemt met Dell voor technische ondersteuning. OPMERKING: Dell Diagnostics werkt alleen op Dell™-computers. 1 Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
2 Als tijdens het uitvoeren van een test een probleem wordt aangetroffen, wordt een bericht weergegeven met de foutcode en een beschrijving van het probleem. Noteer de foutcode en de beschrijving van het probleem en volg de instructies op het scherm. Neem contact op met Dell, als u de foutconditie niet kunt herstellen (zie “Contact met Dell” op pagina 114). OPMERKING: Boven in elk testscherm ziet u het servicelabel van de computer.
Stuurprogramma's Wat is een printerstuurprogramma? Een stuurprogramma is een programma waarmee een apparaat, zoals een printer, muis of toetsenbord, wordt bestuurd. Voor alle apparaten is een stuurprogramma nodig. Een stuurprogramma fungeert als een vertaler voor het apparaat en de andere programma's die gebruikmaken van het apparaat. Elk apparaat beschikt over een eigen reeks speciale opdrachten die alleen door het bijbehorende stuurprogramma worden herkend.
Een stuurprogramma opnieuw installeren OPMERKING: Op de ondersteuningssite van Dell op support.dell.com kunt u goedgekeurde stuurprogramma's voor een computer van Dell™ downloaden. Als u stuurprogramma's installeert die afkomstig zijn van een andere bron, loopt u het risico dat uw computer niet meer goed functioneert.
Software- en hardwareconflicten oplossen Als een apparaat tijdens de installatie van het besturingssysteem niet wordt gevonden, of wel wordt gevonden maar onjuist wordt geconfigureerd, kunt u het conflict oplossen met de Probleemoplosser voor hardware. Conflicten oplossen met de Probleemoplosser voor hardware: 1 Klik op de knop Start en klik vervolgens op Help en ondersteuning. 2 Typ probleemoplosser hardware in het veld Zoeken en klik op de pijl om de zoekopdracht uit te voeren.
De computer terugzetten in een eerdere status Als er zich problemen voordoen nadat u een apparaatstuurprogramma hebt geïnstalleerd, gebruikt u de functie Vorig stuurprogramma (zie “De functie Vorig stuurprogramma in Windows XP gebruiken” op pagina 56) om het probleem op te lossen. Als u het probleem hiermee niet kunt oplossen, gebruikt u Systeemherstel. OPMERKING: Voordat u de computer in een eerdere status terugzet, moet u alle geopende bestanden opslaan en sluiten en alle actieve programma's afsluiten.
Systeemherstel inschakelen Als u Windows XP opnieuw installeert met minder dan 200 MB vrije ruimte op de vaste schijf, wordt Systeemherstel automatisch uitgeschakeld. Ga als volgt te werk om te controleren of Systeemherstel is ingeschakeld: 1 Klik op de knop Start en klik vervolgens op Configuratiescherm. 2 Klik op Prestaties en onderhoud. 3 Klik op Systeem. 4 Klik op het tabblad Systeemherstel. 5 Controleer of het selectievakje Systeemherstel uitschakelen is uitgeschakeld.
6 Wanneer u hiernaar wordt gevraagd, klikt u op Yes (ja). De computer start opnieuw op. Omdat de computer is teruggezet naar de oorspronkelijke status, verschijnen weer dezelfde schermen als toen u de computer voor de eerste keer inschakelde, zoals het scherm met de gebruiksrechtovereenkomst. 7 Klik op Volgende. Het scherm Systeemherstel verschijnt en de computer start opnieuw op. 8 Nadat de computer opnieuw is opgestart, klikt u op OK.
Onderdelen verwijderen en installeren Voordat u begint Dit hoofdstuk bevat procedures voor het verwijderen en installeren van de componenten in uw computer. Tenzij anders vermeld, wordt voor elke procedure uitgegaan van de volgende condities: • u hebt de stappen uitgevoerd in “Uw computer uitschakelen” en “Voordat u aan de computer gaat werken” op pagina 62. • U hebt de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids van Dell™ gelezen.
Voordat u aan de computer gaat werken Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht om uw computer te beschermen tegen mogelijke schade en voor uw persoonlijke veiligheid. VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. VOORZICHTIG: Ga voorzichtig om met componenten en kaarten. Raak de componenten of de contacten op een kaart niet aan. Houd een kaart vast aan de uiteinden of aan de metalen montagebeugel.
De computerbehuizing verwijderen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. VOORZICHTIG: Om u te beschermen tegen elektrische schokken, dient u voordat u de computerbehuizing verwijdert altijd eerst de stekker uit het stopcontact te halen. 1 Volg de procedures in “Voordat u begint” op pagina 61. OPMERKING: Zorg ervoor dat de verwijderde computerbehuizing voldoende ruimte (ten minste 30 cm) heeft.
1 2 3 1 64 sleuf voor beveiligingskabel 2 Onderdelen verwijderen en installeren vergrendeling behuizing 3 beugel van hangslot
De binnenkant van uw computer VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. VOORZICHTIG: Om elektrische schokken te voorkomen, moet u voordat u de computerbehuizing verwijdert altijd eerst de stekker uit het stopcontact halen. OPMERKING: Let op dat u bij het openen van de computerbehuizing niet per ongeluk kabels van de systeemkaart loskoppelt.
Systeemkaartcomponenten 1 2 3 4 15 5 6 14 13 7 12 66 11 10 Onderdelen verwijderen en installeren 9 8
1 ventilatorconnector (FAN_CPU1) 2 processorsocket (CPU) 3 voedingsconnector (PW_12V_A1) 4 geheugenmoduleconnectore n (DIMM_1, DIMM_2, DIMM_3, DIMM_4) 5 voedingsconnector (POWER1) 6 SATA-stationsconnectoren (SATA0, SATA1) 7 connector voorpaneel (FRONTPANEL) 8 CMOS-reset (RTCRST) 9 batterijhouder (BT1) 10 interne USB (USB1) 11 PCI Express x16-connector (SLOT1) 12 PCI Express x1-connector (SLOT2) 13 PCI-connector (SLOT3) 14 wachtwoordjumper (PSWD) 15 diskettestationconnector (FLOPPY
De aanbevolen geheugenconfiguraties zijn: • een geheugenmodule geïnstalleerd in connector DIMM1 • een paar van overeenkomstige geheugenmodules in connectoren DIMM1 en DIMM2 • Een paar van overeenkomstige geheugenmodules in connectoren DIMM1 en DIMM2 en nog een paar van overeenkomstige geheugenmodules in connectoren DIMM3 en DIMM4 • Wanneer u gemengde paren van DDR2 533-MHz (PC2-4300) en DDR2 667-MHz (PC2-5400) geheugen installeert, functioneren de modules op de snelheid van de minst snelle module.
Geheugen installeren VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. OPMERKING: Om te voorkomen dat statische elektriciteit schade veroorzaakt binnen in uw computer, dient u de statische elektriciteit van uw lichaam te ontladen voordat u een elektronisch component van uw computer aanraakt. Dit kunt u doen door een ongeverfd metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken.
3 Lijn de inkeping aan de onderkant van de module uit met de horizontale streep in de connector. 3 2 1 4 1 uitsparingen (2) 4 horizontale streep 2 geheugenmodule 3 inkeping OPMERKING: Druk de geheugenmodule met gelijke druk aan de uiteinden recht naar beneden in de connector om schade aan de module te voorkomen. 4 Druk de module in de connector totdat de module op zijn plaats klikt. Wanneer u de module juist plaatst, klikken de borgklemmen in de uitsparingen aan de uiteinden van de module.
Geheugen verwijderen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. OPMERKING: Om te voorkomen dat statische elektriciteit schade veroorzaakt binnen in uw computer, dient u de statische elektriciteit van uw lichaam te ontladen voordat u een elektronisch component van uw computer aanraakt. Dit kunt u doen door een ongeverfd metalen oppervlak van het computerchassis aan te raken.
1 3 2 4 6 5 1 PCI Express x1 kaart 2 PCI Express x16 kaart 3 PCI 4 PCI Express x1-kaartsleuf 5 PCI Express x16-kaartsleuf 6 PCI-kaartsleuf Volg de procedures in de volgende sectie, wanneer u een uitbreidingskaart installeert of vervangt. Zie “Een uitbreidingskaart verwijderen” op pagina 76, wanneer u een uitbreidingskaart verwijdert en niet vervangt. Wanneer u de huidige kaart vervangt door een ander type kaart, verwijdert u het huidige stuurprogramma uit het besturingssysteem.
1 2 1 ontgrendellipje 2 kaartslotpaneel 4 Wanneer u een geïnstalleerde kaart vervangt, dient u de huidige kaart te verwijderen. Koppel, indien nodig, op de kaart aangesloten kabels los. Pak de kaart vast bij de bovenste hoeken en trek hem voorzichtig uit de connector. 5 Maak de kaart klaar voor installatie. Zie de documentatie die met de kaart is meegeleverd voor informatie over de configuratie van de kaart, interne aansluitingen, of andere aanpassingen voor uw computer.
6 1 5 2 4 3 1 beugel binnen de sleuf 2 beugel buiten de sleuf 3 uitlijningsstreep 4 uitlijningsgeleider 5 volledig geplaatste kaart 6 niet volledig geplaatste kaart 7 Controleer, voordat u het kaartslotpaneel sluit, of: 74 • de bovenkant van alle kaarten en beugels zich op één lijn bevinden met de uitlijningsstreep; • de inkeping boven in de kaart of beugel om de uitlijningsgeleider past.
5 4 1 2 3 1 ontgrendellipje 2 kaartslotpaneel 4 uitlijningsgeleider 5 uitlijningsstreep 3 beugel 8 Sluit het kaartslotpaneel door het vast te klikken. OPMERKING: Geleid geen kabels van kaarten over de kaarten. Kabels die over de kaarten zijn geleid kunnen er voor zorgen dat de computerbehuizing niet goed sluit of dat er schade aan de apparatuur ontstaat. 9 Sluit kabels aan die verbonden moeten zijn met de kaart.
12 Volg onderstaande instructies, wanneer u een netwerkadapter hebt geïnstalleerd en de geïntegreerde netwerkadapter wilt uitschakelen: a Open de system setup, selecteer Integrated NIC (Geïntegreerde NIC) uit de groep Onboard Devices (ingebouwde apparatuur) en wijzig de instelling in Off (Uit) (zie “System Setup-opties” op pagina 103). b Sluit de netwerkkabel aan op de connectoren van de nieuwe netwerkadapterkaart.
3 2 1 4 5 1 PCI Express x16 kaart 2 hendel 4 beveiligingslipje 5 PCI Express x16 kaartconnector 3 borgslot 6 Plaats een beugel in de lege kaartsleufopening als u de kaart permanent verwijdert. OPMERKING: Het plaatsen van beugels voor lege kaartsleufopeningen is nodig in verband met het FCCcertificaat van de computer. De beugels houden ook stof en vuil tegen.
12 Indien u een ingebouwde netwerkconnector hebt verwijderd: a Open de system setup, selecteer Integrated NIC (Geïntegreerde NIC) uit de groep Onboard Devices (ingebouwde apparatuur) en wijzig de instelling in On (Aan) (zie “System Setup-opties” op pagina 103). b Sluit de netwerkkabel aan op de geïntegreerde connector op het achterpaneel van de computer.
Algemene installatierichtlijnen Sluit de SATA-vaste schijf aan op de connector met het label “SATA0.” Sluit de SATA-cd of dvd-stations aan op de connector met het label “SATA1” op het moederbord. Zie “Systeemkaartcomponenten” op pagina 66 voor informatie over de moederbordconnectoren. Stationskabels aansluiten Als u een station installeert, sluit u twee kabels aan - een gelijkstroomkabel en een gegevenskabel op de achterzijde van het station en op de systeemkaart.
Stationskabels aansluiten en loskoppelen Wanneer u een seriële ATA-gegevenskabel verwijdert, pakt u het gekleurde treklipje en trekt u tot de connector loslaat. Wanneer u een seriële ATA-gegevenskabel aansluit, houd u de kabel vast aan de zwarte connectoren aan de uiteinden. Harde schijf VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen.
4 Druk de twee plastic borgklemmen aan beide zijden van het station in en schuif het station naar de achterzijde van de computer. OPMERKING: Trek het station niet uit de computer aan de stationskabels. Hierdoor kunnen de kabels en de kabelconnectoren beschadigen. 5 Til het station uit de computer en koppel stroom en gegevenskabels los van het station.
3 Als aan uw vervangende harde schijf niet de plastic harde-schijfhouder is bevestigd, dient u de houder van de huidige schijf te verwijderen door deze van de schijf los te klikken. 1 2 3 1 vaste schijf 2 ontgrendellipjes (2) 3 plastic harde-schijfhouder 4 Bevestig de beugel aan het nieuwe station door de twee vergrendelinglipjes uit te lijnen met de montagegaten in de vaste schijf en de vaste schijf vervolgens te draaien tot hij op de beugel klikt.
5 Sluit de stroom- en gegevenskabels aan op de schijf. 6 Zoek de juiste geleidingssleuf voor de schijf (sleuf 1) en lijn de ontgrendellipjes uit met de uitlijningsgeleider. 1 2 1 vaste schijf 2 sleufverificatienummer 7 Schuif de schijf in het compartiment totdat het vastklikt. 8 Plaats verwijderde stations of lezers terug. 9 Controleer alle connectoren om er zeker van te zijn dat de kabels stevig vastzitten. 10 Plaats de computerkap weer terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95).
15 Voordat u verder gaat met de volgende stap, dient u uw schijf in te delen en logisch te formatteren. Raadpleeg de documentatie bij uw besturingssysteem voor instructies. 16 Test de harde schijf door Dell Diagnostics uit te voeren (zie “Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek)” op pagina 53). 17 Installeer het besturingssysteem op de harde schijf. Raadpleeg de documentatie bij uw besturingssysteem voor instructies.
1 1 stationsvergrendeling 2 2 diskettestation 4 Koppel de stroom- en gegevenskabels aan de achterzijde van het diskettestation los. 5 Plaats de computerkap weer terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95). OPMERKING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkpoort of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 6 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
4 Wanneer u een bestaand station vervangt: a Verwijder het huidige station. b Verwijder de vier schroeven uit het huidige station. 5 Plaats de vier schroeven in de zijkanten van het nieuwe diskettestation en schroef ze vast. 6 Sluit de stroom- en gegevenskabels aan op het diskettestation. 7 Zoek de juiste geleidingssleuf voor het station (sleuf 2) en lijn de ontgrendellipjes uit met de uitlijningsgeleider.
8 Schuif de schijf in het compartiment totdat het vastklikt. 9 Sluit de gegevenskabel aan op de connector met het label “FLOPPY” op de systeemkaart (zie “Systeemkaartcomponenten” op pagina 66). 10 Plaats het cd/dvd-station. 11 Controleer alle kabelaansluitingen en haal kabels uit de weg om te zorgen voor voldoende luchtstroom voor de ventilator en de ventilatieopeningen. 12 Plaats de computerkap weer terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95).
3 Koppel de USB-kabel van de mediakaartlezer los van de USB-connector (USB1) op de systeemkaart (zie “Systeemkaartcomponenten” op pagina 66) en haal de kabel door de klem op de behuizing. 4 Trek aan de stationsvergrendeling en schuif de mediakaartlezer naar de achterzijde van de computer. Til de lezer vervolgens op en verwijder deze uit de computer. 2 1 1 Mediakaartlezer 2 stationsvergrendeling 5 Plaats de computerkap weer terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95).
3 Wanneer u een nieuwe mediakaartlezer installeert: a Verwijder het inzetstuk dat de FlexBay blokkeert uit het stationspaneel. Schuif hiertoe een kleine sleufkopschroevendraaier tussen het inzetstuk in het stationspaneel en de achterzijde van het stationspaneel, totdat het inzetstuk losschiet. b Verwijder de vier schroeven uit het inzetstuk van het stationspaneel. 4 Wanneer u een bestaande mediakaartlezer vervangt: a Verwijder de huidige mediakaartlezer.
6 Zoek de juiste geleidingssleuf voor de mediakaartlezer (sleuf 2) en lijn de ontgrendellipjes uit met de uitlijningsgeleider. 1 2 1 Mediakaartlezer 2 sleufverificatienummer 7 Schuif de mediakaartlezer in het compartiment totdat het vastklikt. 8 Sluit de stroom- en gegevenskabels aan op de achterzijde van de mediakaartlezer. 9 Sluit de gegevenskabel aan op de USB-connector op de systeemkaart (zie “Systeemkaartcomponenten” op pagina 66).
Cd/dvd-station VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. VOORZICHTIG: Om u te beschermen tegen elektrische schokken, dient u voordat u de computerbehuizing verwijdert altijd eerst de stekker uit het stopcontact te halen. Een cd/dvd-station verwijderen 1 Volg de procedures in “Voordat u begint” op pagina 61. OPMERKING: Trek het station niet uit de computer aan de stationskabels.
Een cd/dvd-station installeren 1 Volg de procedures in “Voordat u begint” op pagina 61. 2 Pak station uit en maak deze klaar voor installatie. 3 Wanneer u een nieuw station installeert: a Druk de twee lipjes boven op het inzetstuk van het stationspaneel in en draai het inzetstuk naar de voorzijde van de computer Verwijder het inzetstuk uit de computer. b Verwijder de drie schroeven uit het inzetstuk van het stationspaneel. 4 Wanneer u een bestaand station vervangt: a Verwijder het huidige station.
8 Controleer alle kabelaansluitingen en haal kabels uit de weg om blokkering van de luchtstroom tussen de ventilator en de ventilatieopeningen te voorkomen. 9 Plaats de computerbehuizing terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95). OPMERKING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkpoort of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 10 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
5 Plaats de nieuwe batterij in de houder met de “+”-zijde naar boven en klik de batterij op zijn plaats. 1 2 1 batterij 2 batterijhouder 6 Plaats de computerbehuizing terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95). OPMERKING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkpoort of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 7 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan.
De computerbehuizing terugplaatsen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. 1 Controleer of alle kabels zijn aangesloten en haal kabels uit de weg. Trek de stroomkabels voorzichtig naar u toe, zodat ze niet onder de stations vast komen te zitten. 2 Controleer of er geen gereedschap of extra onderdelen in de computer achterblijven.
Onderdelen verwijderen en installeren
Bijlage Specificaties Microprocessor Type microprocessor AMD Athlon™ 64 X2 Dual-Core-processor AMD Athlon 64 AMD™ Sempron Interne L2-cache tot 1 MB per core tot 256 KB voor Sempron Geheugen Type 533-MHz, 667-MHz, 800-MHz z (indien beschikbaar) DDR2 SDRAM Geheugenconnectoren 4 Ondersteunde geheugenmodules 256-MB, 512-MB of 1-GB niet-ECC Minimumgeheugen 256 MB Maximumgeheugen 4 GB Computergegevens Chipset nVidia GeForce 6150LE DMA-kanalen acht Interrupt-niveaus 24 BIOS-chip (NVRAM) 4 MB
Audio Type Sigma Tel 9227 CODEC (7.1-kanaals audio) Controllers Drives (Stations) twee SATA-controllers ter ondersteuning van twee apparaten Uitbreidingsbus Bustype PCI 2.3 PCI Express 1.0A SATA 1.0A en 2.0 USB 2.0 Bussnelheid PCI: 133 MB/s PCI Express x16: 40 Gbps bidirectionele snelheid PCI Express x1: 2.5 Gbps SATA: 1.5 Gbps en 3.0 Gbps USB: 480 Mbps hoge snelheid, 12Mbps volle snelheid, 1.
Connectoren Externe connectoren: Video 15-polige VGA-connector Netwerkadapter RJ45-connector USB twee voor USB 2 geschikte connectoren aan de voorzijde en vier aan de achterzijde Audio zes connectoren voor line-in en line-out; twee connectoren voor hoofdtelefoon en microfoon aan de voorzijde Moederbordconnectoren: SATA twee 7-pins connectoren Diskettestation 34-pin connector Ventilator 5-pin connector PCI 2.
Schakelaars en lampjes Lampje voor de verbindingsintegriteit (op de geïntegreerde netwerkadapter) groen lampje voor 10-Mb-werking; oranje lampje voor 100-Mb-werking Activiteitslampje (op de geïntegreerde netwerkadapter) knipperend geel lampje Controlelampjes Vier lampjes aan de voorzijde. Zie “Controlelampjes” op pagina 50.
Omgeving (vervolg) Maximumimpact: Bedrijfstemperatuur onderste helft van sinuspuls met een snelheidswijziging van 50,8 cm/sec (20 inches/sec) Opslag 27-G aaneengesloten blokgolf met een snelheidswijziging van 508 cm/sec (200 inches/sec) Hoogte: Bedrijfstemperatuur –15,2 tot 3.048 m (–50 tot 304.800,00 cm) Opslag –15,2 tot 10.668 m (–50 tot 1.066.
System Setup-scherm In het System Setup-scherm ziet u de huidige of instelbare configuratiegegevens voor uw computer. De gegevens op het scherm zijn opgedeeld in vier gebieden: het menu boven aan het scherm, het hoofdvenster, het veld Item Help (help bij item) aan de rechterkant en onderaan het scherm de belangrijkste functies. Options List (Lijst met opties) — Dit veld verschijnt links van het venster voor de systeemsetup.
System Setup-opties OPMERKING: Mogelijk worden de items in dit gedeelte niet weergegeven of wijken de items enigszins af van de weergave in dit gedeelte. Dit is afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten. System (Systeem) System info Hier ziet u computernaam, BIOS-versie, Servicelabel, Express Service Code (indien van toepassing) en de Asset Tag. Geen van deze velden kan worden gewijzigd.
Onboard Devices (Ingebouwde apparatuur) (standaard ingeschakeld (On)) De ingebouwde NIC-controller in- of uitschakelen. De instellingen zijn Off (Uit), On (Aan), On w/ PXE (Aan w/PXE) of On w/RPL (Aan w/RPL). Wanneer On w/ PXE of On w/RPL zijn gekozen, en er geen opstartroutine beschikbaar is op de netwerkserver, zal de computer proberen te starten vanaf het volgende apparaat in de lijst opstartvolgorde. Integrated Audio De ingebouwde audiocontroller in- of uitschakelen.
Performance (Prestaties) HDD Acoustic Mode Bypass (Overslaan) • Bypass (Overslaan) — Uw computer test of wijzigt de huidige instellingen voor de akoestiekmodus niet. • Quiet (Stil) — De vast schijf werkt in zijn stilste instelling. • Suggested (Voorgesteld) — De vaste schijf werkt op het door de fabrikant voorgestelde niveau. • Performance (Prestaties) — De vaste schijf werkt op maximale snelheid.
Power Management (Energiebeheer) AC Recovery (standaard uitgeschakeld (Off ) Auto Power On (standaard uitgeschakeld (Off ) Auto Power Time Hiermee bepaalt u hoe het systeem reageert wanneer de wisselstroom wordt hersteld na een stroomonderbreking. Off (uit) — Het systeem blijft uitgeschakeld nadat de stroomvoorzieninig is hersteld. U drukt op de aan/uit-knop aan de voorkant van de computer om de computer in te schakelen. On (Aan) — De computer wordt ingeschakeld zodra de stroomvoorziening is hersteld.
POST Behavior (POST-gedrag) Fastboot (standaard ingeschakeld (On)) Numlock Key (standaard ingeschakeld (On)) POST Hotkeys (Setup & Boot Menu standaard) Keyboard Errors Als u deze optie inschakelt, wordt de opstarttijd van de computer gereduceerd door enkele compatibiliteitsstappen over te slaan. Wanneer u de optie Off (Uit) kiest, worden er geen stappen overgeslagen tijdens het opstarten van de computer. Als u On (Aan) selecteert, wordt de computer sneller opgestart.
• Integrated NIC (geïntegreerde NIC) — De computer wordt opgestart met behulp van de geïntegreerde NIC. Als de geïntegreerde NIC niet is verbonden, wordt er foutmelding afgebeeld. • USB-Device, USB-Floppy, USB-CDROM — Sluit het apparaat aan op een USB-poort en start de computer opnieuw op voordat u een optie in het menu Boot (opstarten) selecteert. De computer wordt opgestart vanaf het betreffende USB-apparaat.
Vergeten wachtwoorden en CMOS-instellingen wissen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen. Locatie van de jumpers Wachtwoordinstellingen wissen 1 Volg de procedures in “Voordat u begint” op pagina 61. 2 Zoek de 2-pins wachtwoordjumper (PSWD) op het moederbord (zie “Locatie van de jumpers” op pagina 109) en sluit de jumperplug aan op pin 1 en 2 om het wachtwoord te wissen.
10 Plaats de computerkap weer terug (zie “De computerbehuizing terugplaatsen” op pagina 95). OPMERKING: Als u een netwerkkabel wilt aansluiten, sluit u de kabel eerst aan op de netwerkpoort of het netwerkapparaat en sluit u de kabel vervolgens aan op de computer. 11 Sluit uw computer en apparaten aan op het lichtnet en zet ze vervolgens aan. CMOS-instellingen wissen VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies in de Productinformatiegids te raadplegen.
Muis OPMERKING: Koppel de muis los van de computer voordat u deze reinigt. Als de cursor overslaat of een afwijkend bewegingspatroon vertoont, reinigt u de muis. Een niet-optische muis reinigen 1 Reinig de behuizing van de muis met een doek dat is bevochtigd met een mild schoonmaakmiddel. 2 Draai het plaatje aan de onderkant van de muis tegen de klok in en verwijder de bal. 3 Reinig de bal met een schone, pluisvrije doek.
Hardwaregarantie en ondersteuningsbeleid van Dell (alleen voor de V.S.) Tijdens de technische ondersteuning is bij de probleemoplossingsprocedure de medewerking van de klant vereist om de originele instellingen van Dell voor het besturingssysteem, de software en de hardwarestuurprogramma's, alsmede de betreffende functionaliteit van de computer en de door Dell geïnstalleerde hardware, te herstellen. Naast de ondersteuning van een technische medewerker, wordt online ondersteuning geboden op support.dell.com.
FCC-kennisgeving (alleen V.S.) FCC Klasse B Deze apparatuur genereert, gebruikt, en kan radiofrequentie uitzenden en kan, indien niet geïnstalleerd en gebruikt in overeenstemming met de instructies, interferentie veroorzaken voor de ontvangst van radio- en tv-signalen. Deze apparatuur is getest en geschikt bevonden binnen de grenzen van Klasse B digitale apparatuur, in overeenstemming met Deel 15 van de FCC-richtlijnen. Dit apparaat voldoet aan de FCC-richtlijnen, deel 15.
Contact met Dell Als u elektronisch contact wilt opnemen met Dell, kunt u de volgende websites bezoeken: • www.dell.com • support.dell.com (ondersteuning) De specifieke webadressen voor uw land vindt u in de onderstaande tabel. OPMERKING: De gratis nummers kunnen alleen worden gebruikt in het betreffende land. OPMERKING: In bepaalde landen is er een speciaal telefoonnummer beschikbaar voor de ondersteuning voor Dell XPS™ draagbare computers. Dit telefoonnummer wordt voor de deelnemende landen vermeld.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Australië (Sydney) Website: support.ap.dell.com Internationale toegangscode: 0011 E-mail: support.ap.dell.com/contactus Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Algemene ondersteuning 13DELL-133355 Bahamas Algemene ondersteuning gratis: 1-866-278-6818 Barbados Algemene ondersteuning 1-800-534-3066 België (Brussel) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Canada (North York, Ontario) Online orderstatus: www.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer China (Xiamen) (Vervolg) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Technische ondersteuning (servers en opslag) gratis: 800 858 0960 Technische ondersteuning (projectors, PDA's, switches, routers, enzovoort) gratis: 800 858 2920 Technische ondersteuning (printers) gratis: 800 858 2311 Customer Care gratis: 800 858 2060 Faxnummer Customer Care 592 818 1308 Consumenten en kleine onder
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Denemarken (Kopenhagen) (Vervolg) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Schakelbord (Relationeel) 3287 1200 Faxnummer schakelbord (Relationeel) 3287 1201 Schakelbord (consumenten/ kleine ondernemingen) 3287 5000 Faxnummer schakelbord (consumenten/ kleine ondernemingen) 3287 5001 Dominica Algemene ondersteuning gratis: 1-866-278-6821 Dominicaanse Republiek Algemene ondersteunin
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Frankrijk (Parijs) (Montpellier) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Hong Kong Website: support.ap.dell.com Internationale toegangscode: 001 E-mailadres technische ondersteuning: HK_support@Dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer India Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers E-mail: india_support_desktop@dell.com india_support_notebook@dell.com india_support_Server@dell.com 1600338045 Technische ondersteuning en 1600448046 Italië (Milaan) Verkoop (grootzakelijke accounts) 1600 33 8044 Verkoop (consumenten en kleine ondernemingen) 1600 33 8046 Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Japan (Kawasaki) (Vervolg) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Technische ondersteuning buiten Japan (Dell Precision, OptiPlex en Latitude) Technische ondersteuning (PDA's, projectors, printers, routers) Technische ondersteuning buiten Japan (PDA's, projectors, printers, routers) Netnummers, lokale nummers en gratis nummers 81-44-556-3894 gratis: 0120-981-690 81-44-556-3468 Faxboxservice 044-556-3490 24-uurs service voor geauto
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Latijns-Amerika Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Technische klantenondersteuning (Austin, Texas, V.S.) 512 728-4093 Klantenservice (Austin, Texas, V.S.) 512 728-3619 Fax (technische ondersteuning en klantenservice) (Austin, Texas, V.S.) 512 728-3883 Verkoop (Austin, Texas, V.S.) 512 728-4397 Faxnummer verkoop (Austin, Texas, V.S.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Mexico Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Technische klantenondersteuning Internationale toegangscode: 00 Landcode: 52 Netnummers, lokale nummers en gratis nummers 001-877-384-8979 of 001-877-269-3383 Verkoop 50-81-8800 of 01-800-888-3355 Klantenservice 001-877-384-8979 of 001-877-269-3383 Algemeen 50-81-8800 of 01-800-888-3355 Montserrat Algemene ondersteuning Nederland (Amsterdam) Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Noorwegen (Lysaker) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Polen (Warschau) Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 011 E-mail: pl_support_tech@dell.com Klantenservice 57 95 700 Landcode: 48 Customer Care 57 95 999 Netnummer: 22 Verkoop 57 95 999 Faxnummer klantenservice 57 95 806 Faxnummer receptie 57 95 998 Schakelbord 57 95 999 Portugal Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Slowakije (Praag) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Website: support.euro.dell.com Internationale toegangscode: 00 E-mail: czech_dell@dell.com Landcode: 421 Technische ondersteuning Customer Care Spanje (Madrid) 02 5441 5727 420 22537 2707 Fax 02 5441 8328 Faxnummer technische ondersteuning 02 5441 8328 Schakelbord (verkoop) 02 5441 7585 Website: support.euro.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Netnummers, lokale nummers en gratis nummers Thailand Website: support.ap.dell.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer V.K.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer V.S.
Land (Plaats) Internationale toegangscode Landcode Netnummer Zweden (Upplands Vasby) Afdeling of servicegebied, Website en e-mailadres Website: support.euro.dell.
Bijlage
Verklarende woordenlijst Begrippen in deze woordenlijst zijn alleen voor informatieve doeleinden. De beschreven begrippen hebben al dan niet betrekking op uw specifieke computer. A AC - Alternating Current (wisselstroom) - Het soort elektriciteit dat uw computer van stroom voorziet wanneer u de netadapter aansluit op het elektriciteitsnet. Achtergrond - Het patroon of de afbeelding op de achtergrond van het bureaublad van Windows. Verander uw achtergrond via het Configuratiescherm in Windows.
BIOS - Basic Input/Output System - Een (hulp) programma dat functioneert als interface tussen de hardware van een computer en het besturingssysteem. Wijzig deze instellingen niet, tenzij u op de hoogte bent van de effecten ervan op uw computer. Dit wordt ook wel systeeminstellingen genoemd. Bit - De kleinste eenheid van informatie die een computer kan interpreteren. bps - bits per seconde - De standaard eenheid voor het meten van transmissiesnelheden.
D DDR SDRAM - Double-Data-Rate SDRAM - Een soort SDRAM die de databurst-cyclus verdubbelt, waardoor het systeem beter presteert. DDR2 SDRAM - Double-Data-Rate 2 SDRAM - Een soort DDR SDRAM die een 4-bits prefetch en andere architectonische wijzigingen gebruikt om de geheugensnelheid te verhogen tot meer dan 400 MHz. DIMM - Dual In-line Memory Module - Een printplaat met geheugenchips die is aangesloten op een geheugenmodule op de systeemkaart.
E F ECC - Error Checking and Correction - Een soort geheugen met een speciaal schakelsysteem voor het testen van de nauwkeurigheid van gegevens op het moment dat deze het geheugen in en uit gaat. Fahrenheit - Een temperatuurschaal met 32º als vriespunt en 212º als kookpunt van water. ECP - Extended Capabilities Port - Een ontwerp voor een parallelle connector die verbeterde tweewegs gegevenstransmissie biedt.
Geheugen – Een ruimte voor tijdelijke gegevensopslag in uw computer. Omdat de gegevens in het geheugen niet blijvend zijn, wordt aanbevolen om uw bestanden regelmatig op te slaan terwijl u er aan werkt, en deze altijd op te slaan voordat u de computer uitschakelt. Uw computer kan verschillende soorten geheugen bevatten, zoals RAM, ROM en videogeheugen. Vaak wordt het woord geheugen gebruikt als synoniem voor RAM. Geheugenadres – Een specifieke locatie waar gegevens tijdelijk worden opgeslagen in RAM.
Infrarood sensor - Een poort die u de mogelijkheid biedt om zonder kabelaansluitingen gegevens over te dragen tussen de computer en infrarood-compatibele apparaten. Koelplaat - Een metalen plaat op sommige processoren om de warmte te verdrijven. Installatieprogramma - Een programma dat wordt gebruikt voor de installatie en configuratie van hardware en software. Het programma setup.exe of install.exe wordt bij de meeste softwarepakketten van Windows geleverd.
Mb - Megabit - Een eenheid van geheugenchipcapaciteit die gelijk is aan 1024 Kb. MB - Megabyte - Een eenheid van gegevensopslag die gelijk is aan 1.048.576 bytes. 1 MB is gelijk aan 1024 KB. Bij verwijzing naar opslag op een harde schijf wordt dit vaak afgerond naar 1.000.000 bytes. MB/sec - Megabytes per seconde - Eén miljoen bytes per seconde. Dit maatstelsel wordt gebruikt voor de classificatie van gegevensoverdracht. Mbps - Megabits per seconde - Eén miljoen bits per seconde.
Optisch station - Een station dat optische technologie gebruikt voor het lezen en schrijven van cd’s, dvd’s of dvd+rw’s. Voorbeelden van optische stations zijn cdstations, dvd-stations, cd-rw-stations en cd-rw/dvdcombostations. P Parallelle connector - Een I/O-poort die vaak wordt gebruikt voor de aansluiting van een parallelle printer op uw computer. Ook bekend als LPT-poort.
Readme-bestand - Een tekstbestand bij een softwarepakket of hardwareproduct. Readme-bestanden bevatten normaliter informatie over de installatie en beschrijven productverbeteringen of -correcties, die nog niet eerder zijn gedocumenteerd. Reismodule - Een plastic apparaat dat past in de modulesleuf van een draagbare computer om het gewicht van de computer te verminderen. Resolutie - De scherpte en helderheid van een afgedrukte of op een scherm weergegeven afbeelding.
SIM – Subscriber Identity Module. Een simkaart bevat een microchip die spraak- en gegevenstransmissies codeert. Simkaarten kunnen worden gebruikt in telefoons of draagbare computers. Stuurprogramma - Software waarmee het besturingssysteem een apparaat, zoals een printer, kan beheren. Veel apparaten werken niet goed als het juiste stuurprogramma niet op de computer is geïnstalleerd.
T TAPI - Telephony Application Programming Interface Deze interface stelt Windows programma’s in staat te werken met een grote diversiteit aan telefonieapparaten, waaronder spraak, gegevens, fax en video. Tegen schrijven beveiligen - Bestanden of media die niet kunnen worden gewijzigd. Wanneer u gegevens wilt beschermen tegen wijzigingen of vernietiging, kunt u deze tegen schrijven beveiligen.
V V - Volt - Eenheid van elektrische potentiaal of elektrische spanning. Eén volt ontstaat bij een weerstand van 1 ohm, wanneer een stroom van 1 ampère door die weerstand gaat. Vernieuwingsfrequentie - De frequentie, gemeten in Hz, waarmee de horizontale lijnen op uw scherm worden herladen (soms ook verticale frequentie genoemd). Hoe hoger de vernieuwingsfrequentie, des te minder flikkeringen in het beeld het menselijk oog kan waarnemen.
X XGA - eXtended Graphics Array - Een videonorm voor videokaarten en -controllers die resoluties tot 1024 x 768 ondersteunt. Z ZIF - Zero Insertion Force - Een type socket of connector die een soepele, probleemloze plaatsing of verwijdering van een computerchip mogelijk maakt. Zip - Een populaire indeling voor gegevenscompressie. Bestanden die zijn gecomprimeerd met de zip-indeling worden zip-bestanden genoemd en hebben normaliter de extensie .zip.
Verklarende woordenlijst
Index A aan/uit-lampje indicaties, 42 audio.
Index E eigenschappen voor energiebeheer, 28 e-mail problemen, 33 hoofdtelefoon connector, 14 I F FlexBay-station Mediakaartlezer, 14 foutmeldingen controlelampjes, 49 problemen oplossen, 35 G geheugen DDR2 overzicht, 67 installeren, 69 ondersteund type, 67 problemen, 39 richtlijnen voor installatie, 67 verwijderen, 71 geluid problemen, 45 volume, 45 H hardware Dell Diagnostics (Dell-diagnostiek), 53 148 help-bestand Help en ondersteuning van Windows, 11 Index informatie omtrent garantie, 10
N netwerk instellen, 26 instellen wizard, 27 problemen, 41 O onderdelen installeren aanbevolen hulpmiddelen, 61 uw computer uitschakelen, 61 voordat u begint, 61 ondersteuning beleid, 112 contact opnemen met Dell, 114 opnieuw installeren Windows XP, 57 opstarten vanaf een USB-apparaat, 108 opstartvolgorde info, 107 opties, 107 wijzigen, 108 P PCI-kaarten installeren, 72 verwijderen, 76 printer aansluiten, 17 instellen, 17 kabel, 18 problemen, 43 USB, 18 problemen algemeen, 36 batterij, 31 beleid technisc
Index specificaties technische, 97 stand-bymodus, 27 stationspaneel, 15 stuurprogramma's controleren, 55 info, 55 Support-website, 11 Systeemherstel, 57 systeemkaart, 66 system setup beheer, 103 info, 101 openen, 101 schermen, 102 V W vaste schijf lampje, 14 problemen, 33 wachtwoord jumper, 109 wissen, 109 vaste schijven, 78 diskette verwijderen, 84 problemen, 32 seriële ATA, 80 vaste schijf, 80 Windows XP Help en ondersteuning, 11 netwerk instellen, 27 opnieuw installeren, 12, 57 Probleemoploss