Operation Manual
Problemen oplossen 41
Netwerkproblemen
VOORZICHTIG: Voordat u begint met de procedures in dit gedeelte, dient u de veiligheidsinstructies
in de Productinformatiegids te raadplegen.
INSTALEER HET STUURPROGRAMMA VOOR DE MUIS OPNIEUW. Zie “Een stuurprogramma opnieuw
installeren” op pagina 56.
VOER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT. Zie
“Software- en hardwareconflicten oplossen”
op pagina 57
.
CONTROLEER DE CONNECTOR VAN DE NETWERKKABEL. Zorg dat de netwerkkabel goed is aangesloten
op zowel de netwerkconnector aan de achterzijde van de computer als op de netwerkpoort of het
apparaat.
CONTROLEER DE NETWERKLAMPJES AAN DE ACHTERZIJDE VAN DE COMPUTER. Als het lampje voor
de integriteit van de verbinding uit is, vindt er geen communicatie met het netwerk plaats. Vervang
de netwerkkabel. Zie voor een beschrijving van de netwerklampjes de sectie
“I/O-connectoren op
achterzijde” op pagina 16
.
START DE COMPUTER OPNIEUW OP EN MELD U OPNIEUW AAN BIJ HET NETWERK.
CONTROLEER UW NETWERKINSTELLINGEN. Neem contact op met uw netwerkbeheerder of de persoon
die uw netwerk heeft ingesteld om te controleren of uw netwerkinstellingen juist zijn en dat het netwerk
functioneert.
VOER DE PROBLEEMOPLOSSER VOOR HARDWARE UIT. Zie “Software- en hardwareconflicten oplossen”
op pagina 57.










