Operation Manual
34 Problemen oplossen
CONTROLEER DE VERBINDING VAN DE TELEFOONLIJN.
C
ONTROLEER DE TELEFOONCONNECTOR.
S
LUIT DE MODEM RECHTSTREEKS AAN OP DE TELEFOONCONNECTOR AAN DE MUUR.
G
EBRUIK EEN ANDERE TELEFOONLIJN.
• Controleer of de telefoonlijn is aangesloten op de modem. De connector wordt aangeduid met
een groen label of connectorpictogram.
• Zorg dat u een klik hoort als u de plug van de telefoonlijn in de modem steekt.
• Koppel de telefoonlijn los van de modem en sluit deze aan op een telefoon. Luister of u een kiestoon
hoort.
• Als de lijn wordt gedeeld met andere telefoonapparaten, zoals een antwoordapparaat, een faxapparaat,
stroomstootbeveiliging of splitter, moet u deze omzeilen en de telefoon gebruiken om de modem
rechtstreeks aan te sluiten op telefoonconnector aan de muur. Als u een lijn van meer dan 3 m (10 ft)
gebruikt, probeert u een kortere lijn.
VOER MODEM HELPER UIT. Klik op de knop Start wijs Alle programma's aan en klik op Modem
Helper. Volg de instructies op het scherm om het probleem met de modem te achterhalen en op te
lossen. Modem Helper is niet beschikbaar op alle computers.
CONTROLEER OF DE MODEM COMMUNICEERT MET WINDOWS.
1
Klik op de knop
Start
en klik vervolgens op
Configuratiescherm
.
2
Klik op
Printers en andere hardware
.
3
Klik op
Telefoon- en modemopties
.
4
Klik op de tab
Modems
.
5
Klik op de COM-poort voor uw modem.
6
Klik op
Eigenschappen
, klik op de tab
Diagnostische gegevens
en klik op
Instellingen opvragen
om
te controleren of de modem met Windows communiceert.
Als u op alle opdrachten respons krijgt, werkt de modem naar behoren.
ZORG DAT U VERBINDING HEBT MET INTERNET. Zorg dat u een abonnement hebt bij een internet-
provider. Open het e-mailprogramma Outlook Express en klik op Bestand. Als u voor de optie Off line
werken een vinkje ziet staan, klikt u op de optie om het vinkje te verwijderen en verbinding te maken
met internet. Voor hulp neemt u contact op met uw internetaanbieder.










