Operation Manual
Bijlage 103
System Setup-opties
OPMERKING: Mogelijk worden de items in dit gedeelte niet weergegeven of wijken de items enigszins af van de
weergave in dit gedeelte. Dit is afhankelijk van uw computer en de geïnstalleerde apparaten.
System (Systeem)
System info Hier ziet u computernaam, BIOS-versie, Servicelabel, Express Service Code
(indien van toepassing) en de Asset Tag. Geen van deze velden kan worden gewijzigd.
Processor Info Hier vindt u CPU-type, kloksnelheid van de processor, bussnelheid, grootte L2-cache
en processor-id. Hier wordt aangegeven of de processor ondersteuning biedt voor
64-bits technologie.
Memory info Hier vindt u type, grootte, snelheid en kanaalmodus (dubbel of enkelvoudig)
van het geïnstalleerde geheugen.
PCI Info Hier vindt u eventueel geïnstalleerde PCI of PCI Express-kaarten.
Date/Time Hier vindt u de actuele datum- en tijdinstellingen.
Bootsequence De computer probeert achtereenvolgens op te starten vanaf de apparaten
die in deze lijst zijn aangegeven.
HDD-Bootsequence Hier vindt u de volgorde waarin het BIOS zoekt naar opstartbare apparaten
in uw systeem.
Drives (Stations)
Diskette Drive
(
Internal
default)
(Intern standaard)
Met deze optie schakelt u het diskettestation in of uit. De opties zijn Off (Uit),
USB, Internal (Intern) en Read Only (Alleen lezen).
OPMERKING: Wanneer u USB selecteert, moet u eerst controleren of de installatie-optie
voor de USB Controller onder Onboard Devices is ingesteld op On (Aan).
Station 0: (SATA-0)
(On) standaard)
Identificeert de stations die zijn aangesloten op de SATA-connectors op het
moederbord, geeft de capaciteit van de schijven en schakelt deze in of uit.
Station 1: (SATA-1)
(On) standaard)
Identificeert de stations die zijn aangesloten op de SATA-connectors op het
moederbord, geeft de capaciteit van de schijven en schakelt deze in of uit.
SMART Reporting
(standaard uitgeschakeld
(Off )
Deze instelling bepaalt of fouten van de geïntegreerde stations worden gemeld tijdens
het opstarten.










