Operation Manual

Bijlage 101
System Setup
Overzicht
Gebruik System Setup voor de volgende taken:
De systeemconfiguratie wijzigen nadat u hardware hebt toegevoegd, gewijzigd of verwijderd
Het instellen of wijzigen van een door de gebruiker te selecteren optie, zoals een wachtwoord
Het lezen van de huidige hoeveelheid geheugen of het instellen van het type vaste schijf dat is
geïnstalleerd
Voordat u System Setup gebruikt, is het verstandig de scherminformatie voor System Setup te noteren
zodat u deze later ter referentie kunt gebruiken.
OPMERKING: Wijzig de instellingen voor dit programma alleen als u een ervaren computergebruiker bent.
Bepaalde wijzigingen kunnen ervoor zorgen dat uw computer niet meer goed werkt.
System Setup openen
1
Zet de computer aan of start deze opnieuw op.
2
Wanneer het blauwe DELL™ wordt weergegeven, wacht u totdat de F2-prompt verschijnt.
3
Zodra de F2-prompt verschijnt, drukt u meteen op <F2>.
OPMERKING: De F2-prompt duidt erop dat het toetsenbord is geïnitialiseerd. Deze prompt wordt maar even
weergegeven. Wacht dus tot deze wordt weergegeven en druk vervolgens op <F2>. Als u te vroeg op <F2>
drukt, kunt u deze functietoets niet meer gebruiken.
4
Als u te lang wacht en het logo van het besturingssysteem verschijnt, wacht u totdat het bureaublad
van Microsoft
®
Windows
®
wordt weergegeven. Vervolgens sluit u de computer af (zie “Uw computer
uitschakelen” op pagina 61) en probeert u het opnieuw.
Maximumimpact:
Bedrijfstemperatuur
onderste helft van sinuspuls met een snelheidswijziging
van 50,8 cm/sec (20 inches/sec)
Opslag
27-G aaneengesloten blokgolf met een snelheidswijziging
van 508 cm/sec (200 inches/sec)
Hoogte:
Bedrijfstemperatuur
–15,2 tot 3.048 m (–50 tot 304.800,00 cm)
Opslag
–15,2 tot 10.668 m (–50 tot 1.066.800,00 cm)
Omgeving (vervolg)