Users Guide

Table Of Contents
- 249 -
5
Selecteer
Draadloos
.
6
De software zoekt het draadloos netwerk.
OPMERKING: Als het netwerk niet kan worden gevonden, controleert u of de
USBkabel tussen de computer en de printer op de juiste manier is aangesloten.
Volg verder de instructies in het venster.
7
Er verschijnt een lijst met de draadloze netwerken die het apparaat heeft gevonden.
Klik op de knop (
Plus
).
Als u andere ad-hocinstellingen wilt gebruiken, kiest u een ander draadloos netwerk in
de lijst.
8
Er verschijnt een venster met de instellingen van het draadloze netwerk. Controleer de
instellingen en klik op
Volgende
.
OPMERKING: Als u ad-hocinstellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
Geavanceerde instelling.
Voer de naam van het draadloze netwerk in
: Voer de SSID in (de SSID is
hoofdlettergevoelig).
Werkingsmodus
: Selecteer Ad-hoc.
Kanaal
: Selecteer het kanaal. (
Auto-inst.
of 2.412 tot 2.467 MHz.)
Verificatie
: selecteer een verificatietype.
Open syst.: er wordt geen verificatie gebruikt en codering wordt gebruikt als
gegevensbeveiliging vereist is.
Ged. Sleutel: verificatie wordt gebruikt. Een apparaat met de juiste WEP-sleutel
heeft toegang tot het netwerk.
Codering
: Selecteer de codering (Geen, WEP64 of WEP128).
Netwerksleutel
: geef de sleutelwaarde van de netwerkcodering in.
Netwerksleutel bevestigen
: bevestig de sleutelwaarde van de netwerkcodering.