Users Guide
- 94 -
Overzicht interface instellingen voor gevorderde
gebruikers
De interface voor gevorderde gebruikers is bedoeld voor de beheerder van het netwerk en
de printers.
OPMERKING: Afhankelijk van uw opties of model zullen sommige menu’s mogelijk
niet op het display verschijnen. Als dit het geval is, zijn deze opties niet van
toepassing op uw apparaat.
Apparaatinstellingen
U kunt verschillende apparaatinstellingen zoals papier, indeling, emulatie, netwerk en
afdrukinformatie instellen.
Instellingen voor scannen naar pc
Dit menu bevat instellingen waarmee u profielen voor scannen naar pc kunt maken of
verwijderen.
•
Scannen activeren
: Hiermee bepaalt u of de scanfunctie is ingeschakeld of het
apparaat.
•
Profiel
: Hiermee geeft u de opgeslagen scanprofielen op het geselecteerde apparaat
weer.
•Het tabblad
Basis
: Bevat algemene scan- en apparaatinstellingen.
•Het tabblad
Afbeelding
: Dit tabblad bevat instellingen voor beeldbewerking.
Instellingen voor faxen naar pc
Dit menu bevat instellingen voor de basisfaxfunctie van het geselecteerde apparaat.
•
Uitschakelen
: Als Uitschakelen is ingesteld op Aan, worden binnenkomende faxen niet
ontvangen op dit apparaat.
•
Faxontvangst op apparaat inschakelen
: Hiermee kunt u faxen op het apparaat
inschakelen en meer opties voor de faxfunctie instellen.
5 Inhoud Toont informatie over de geselecteerde printer, het niveau van
de toner en het papier. De informatie wijzigt naargelang de
gekozen printer. Niet alle apparaten beschikken over deze
functie.
6 Benodigdheden
bestellen
Klik op de knop Bestellen in het deelvenster om
verbruiksartikelen te bestellen. U kunt online
reservetonercassette(s) bestellen.










