Users Guide

- 48 -
De printer aansluiten op het netwerk
1
Zorg dat de printer, computer en alle andere aangesloten apparatuur is uitgeschakeld
en van de netvoeding is gekoppeld.
2
Verbind een uiteinde van een standaard UTP-netwerkkabel (Unshielded Twisted Pair)
van categorie 5 met een LAN-drop of -hub en het andere uiteinde met de
Ethernet-netwerkpoort aan de achterkant van de printer. De printer past zich
automatisch aan de netwerksnelheid aan.
OPMERKING: Nadat u de printer hebt aangesloten, moet u de netwerkparameters
op het bedieningspaneel configureren. Zie "
Netwerkparameters configureren via
het bedieningspaneel".