Users Guide

- 306 -
Printereigenschappen configureren
In
Printer Properties
dat u kunt openen in het venster
Printers configuration
kunt u de
verschillende eigenschappen van uw printer wijzigen.
1
Open
Unified Driver Configurator
.
Ga indien nodig naar het venster Printers configuration.
2
Selecteer uw printer in de lijst met beschikbare printers en klik op
Properties
.
3
Het venster
Printer Properties
wordt geopend.
Dit venster bestaat uit de volgende vijf tabbladen:
General
: hiermee kunt u de locatie en naam van de printer wijzigen. De naam die
u op dit tabblad invoert, wordt weergegeven in de printerlijst van het venster
Printers configuration.
Connection
: hiermee kunt u een andere poort bekijken of selecteren. Als u de
printerpoort wijzigt van USB in parallel of omgekeerd terwijl de printer in gebruik
is, moet u de configuratie van de printerpoort op dit tabblad wijzigen.
Stuurprogramma
: hiermee kunt u een ander printerstuurprogramma bekijken of
selecteren. Klik op
Options
als u de standaardopties van het apparaat wilt
instellen.
Taken
: de lijst met afdruktaken weergeven. Klik op
Cancel job
om de
geselecteerde taak te annuleren. Schakel het selectievakje
Show completed jobs
in om voltooide taken in de lijst op te nemen.
Classes
: toont de klasse waarin de printer zich bevindt. Klik op
Add to Class
om
de printer aan een specifieke klasse toe te voegen of klik op
Remove from Class
om de printer uit de gekozen klasse te verwijderen.
4
Klik op
OK
om de wijzigingen toe te passen en sluit het venster
Printer Properties
.