Users Guide

- 250 -
WEP-sleutelindex:
Als u WEP-codering gebruikt, selecteert u de juiste
WEP-sleutelindex.
Het beveiligingsvenster voor het draadloze netwerk verschijnt als het ad-hocnetwerk
een beveiligingsinstelling heeft.
Het beveiligingsvenster voor het draadloos netwerk verschijnt. Selecteer
Open syst.
of
Ged. Sleutel
voor de verificatie en klik op
Volgende
.
9
Het venster
Instellingen draadloos netwerk bevestigen
wordt geopend. Controleer
de instellingen en klik op
Volgende
.
OPMERKING: Als u de TCP/IP-instellingen wilt wijzigen, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen. Voordat u het IP-adres van de printer invoert, moet u de
netwerkinstellingen van de computer weten. Als de netwerkconfiguratievan de
computer is ingesteld op DHCP, moet de instelling voor het draadloze netwerk
ook DHCP zijn. Als de netwerkconfiguratie van de computer is ingesteld op
Statisch, moet de instelling voor het draadloze netwerk ook Statisch zijn.
Als de computer is ingesteld op DHCP en u voor het draadloze netwerk de instelling
Statisch wilt gebruiken, neemt u contact op met de netwerkbeheerder voor het
statische IP-adres.
IP-adres automatisch ontvangen (DHCP):
Als de toewijzingsmethode voor het
IP-adres DHCP is, controleert u of DHCP wordt vermeld in het venster
Instellingen draadloos netwerk bevestigen
. Indien Statisch wordt vermeld, klikt u
op
TCP/IP wijzigen
om de toewijzingsmethode te wijzigen in
IP-adres
automatisch ontvangen (DHCP)
.
Statisch adres gebruiken
: Als de toewijzingsmethode voor het IP-adres Statisch
is, controleert u of Statisch wordt vermeld in het venster
Instellingen draadloos
netwerk bevestigen
. Als DHCP wordt vermeld, klikt u op de knop
TCP/IP wijzigen
om het IP-adres en andere netwerkinstellingen van de printer in te voeren.
Voorbeeld:
Als de netwerkgegevens van de computer als volgt zijn: