Users Guide

- 132 -
Een SMB-server verwijderen
1
Selecteer in
Embedded Web Service
het tabblad
Beveiliging
Netwerkbeveiliging
Externe verificatieserver
SMB-server
.
2
Markeer in de SMB-serverlijst de server(s) die u wilt verwijderen.
3
Klik op de knop
Verwijderen
.
4
Er verschijnt een bevestigingsvenster. Klik op
Ja
.
Een SMB-server bewerken
1
Selecteer in
Embedded Web Service
het tabblad
Beveiliging
Netwerkbeveiliging
Externe verificatieserver
SMB-server
.
2
Markeer in de SMB-serverlijst de server(s) die u wilt bewerken en klik op
Wijzigen
.
Er verschijnt een pop-upvenster.
3
De vereiste gegevens wijzigen.
4
Klik op
Toepassen
.
Een SMB-server testen
1
Selecteer in
Embedded Web Service
het tabblad
Beveiliging
Netwerkbeveiliging
Externe verificatieserver
SMB-server
.
2
Markeer in de SMB-serverlijst de server die u wilt testen.
OPMERKING: De server die u wilt testen moet worden geselecteerd uit de lijst van
servers die zijn toegevoegd door gebruik te maken van de functie server
toevoegen.
3
Klik op de knop
Test
.
LDAP-server
U kunt de LDAP-serverinstellingen instellen.
Een LDAP-server toevoegen
1
Selecteer in
Embedded Web Service
het tabblad
Beveiliging
Netwerkbeveiliging
Externe verificatieserver
LDAP-server
.
2
Klik op de knop
Toevoegen
.
Er verschijnt een pop-upvenster.
3
Voer de vereiste informatie in.
LDAP-server
LDAP-server
: voer het serveradres in.
Poortnummer
: Voer het poortnummer van de server in, een getal tussen 1 en
65535. 389 is ingesteld als standaardwaarde.
Aanmeldings-id van gebruiker afstemmen op het volgende LDAP-kenmerk
:
selecteer het kenmerk.