Users Guide
Het tabblad Overige opties
Klik op het tabblad Overige opties voor toegang tot de volgende functies:
Eigenschap
Beschrijving
Resolutie
Selecteer de afdrukresolutie door 1200 dpi (best), 600 dpi (normaal) of
Conceptmodus te kiezen. Hoe hoger de instelling, hoe scherper tekens en
afbeeldingen worden afgedrukt. Bij een hogere resolutie kan het afdrukken iets
langer duren.
TrueType-opties
l Downloaden als contour: Als deze optie is geselecteerd, downloadt het
stuurprogramma de TrueType-lettertypen die in uw document voorkomen
maar nog niet in uw printer zijn opgeslagen. Als u constateert dat de
lettertypen niet juist zijn afgedrukt, kiest u Downloaden als bitmap en
drukt u het document nogmaals af. De instelling Downloaden als bitmap
is vaak handig als u afdrukt vanuit Adobe.
l Downloaden als bitmap: Als dit keuzerondje geselecteerd is, downloadt
het stuurprogramma de lettertypegegevens als bitmapafbeeldingen.
Documenten met ingewikkelde lettertypen, zoals Koreaans of Chinees,
worden in deze instelling sneller afgedrukt.
l Grafisch afdrukken: Als deze optie aan staat, laadt het stuurprogramma
de lettertypen als grafische afbeeldingen. Als u documenten met veel
afbeeldingen en relatief weinig TrueType-lettertypen afdrukt, kunt u deze
optie inschakelen om het afdrukken te versnellen.
Alle tekst zwart
afdrukken
Als de optie Alle tekst zwart afdrukken is ingeschakeld, wordt alle tekst in uw
document zwart afgedrukt, ongeacht de kleur waarin de tekst op het scherm
wordt weergegeven. Als deze optie niet is ingeschakeld, wordt gekleurde tekst
afgedrukt in grijstinten.
Eigenschap
Beschrijving
Watermerk
U kunt een achtergrondafbeelding met tekst maken die wordt afgedrukt op elke
pagina van uw document. Zie "Watermerken afdrukken". Deze functie is niet
beschikbaar wanneer u het stuurprogramma Postscript (PS) gebruikt.
Overlay
Overlays worden vaak gebruikt in plaats van voorbedrukte formulieren en
papier met briefhoofd. Zie "Overlays gebruiken".
Uitvoeropties
Afdruksubset: u kunt instellen in welke volgorde de pagina’s moeten worden
afgedrukt. Selecteer de afdrukvolgorde in de vervolgkeuzelijst.
l Normaal (1,2,3): De printer drukt alle pagina’s af van de eerste tot de
laatste pagina.
l Alle pagina's omkeren (3,2,1): De printer drukt alle pagina’s af van de
laatste tot de eerste pagina.
l Oneven pagina's afdrukken: Uw printer drukt alleen de oneven pagina’s
van het document af.
l Even pagina's afdrukken: De printer drukt alleen de even pagina’s van
het document af.
Informatiepagina: Selecteer Informatiepagina als u een voorblad met de
printernaam, de ID van de netwerkgebruiker en de taaknaam wilt afdrukken










