Users Guide
reinigen".
l Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Zie
"Papierspecificaties".
l Verwijder de tonercassette en plaats een nieuwe. Zie "De tonercassette
vervangen".
Verticaal terugkerende
afwijkingen
Als de bedrukte zijde van de pagina met gelijke intervallen afwijkingen vertoont:
l De tonercassette is mogelijk defect. Als een afwijking zich met regelmatige
tussenafstanden herhaalt, moet u een paar keer een reinigingsvel afdrukken
om de tonercassette te reinigen. Zie "Een reinigingspagina afdrukken".
Indien hetzelfde probleem zich blijft voordoen, plaatst u na het afdrukken een
nieuwe tonercassette. Zie "De tonercassette vervangen".
l Mogelijk zit er toner op onderdelen van de printer. Als de afwijkingen zich op
de achterkant van de pagina bevinden, zal het probleem zichzelf waarschijnlijk
na enkele pagina’s oplossen.
l De fixeereenheid kan beschadigd zijn. Neem contact op met de
serviceafdeling.
Schaduwvlekken
Schaduwvlekken worden veroorzaakt door een teveel aan toner op de afdruk.
l Mogelijk is het papier te vochtig. Probeer af te drukken op papier van een
andere partij. Maak een pak papier pas open op het moment dat u het gaat
gebruiken, zodat het papier niet te veel vocht opneemt.
l Als er schaduwvlekken verschijnen op een envelop, wijzig dan de afdruklay-
out om te vermijden dat er wordt afgedrukt op een zone met overlappende
naden aan de rugzijde. Afdrukken op naden kan problemen veroorzaken.
l Als de hele pagina wordt bedekt door schaduwvlekken, kies dan een andere
afdrukresolutie vanuit uw softwaretoepassing of via de
printereigenschappen.
Misvormde tekst
l Wanneer karakters niet goed gevormd zijn en holle afbeeldingen ontstaan, is
het papier mogelijk te glad. Probeer een ander soort papier. Zie
"Papierspecificaties".
l Wanneer karakters niet goed gevormd zijn en een golvend effect ontstaat, moet
de scannereenheid mogelijk een onderhoudsbeurt krijgen. Neem contact op
met de serviceafdeling.
Papier schuin
l Controleer of het papier goed geplaatst is.
l Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Zie
"Papierspecificaties".
l Zorg ervoor dat papier of ander afdrukmateriaal juist is geplaatst en dat de
geleiders niet te los of te strak zijn afgesteld.
Gekruld of gegolfd
l Controleer of het papier goed geplaatst is.
l Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Papier kan krullen
als de temperatuur of de vochtigheid te hoog is. Zie "Papierspecificaties".
l Draai de stapel papier in de papierlade om (ondersteboven). Probeer ook
hetpapier180°indepapierladetedraaien.
l Probeer af te drukken naar de achterklep.
Vouwen of kreuken
l Controleer of het papier goed geplaatst is.
l Controleer de papiersoort en de kwaliteit van het papier. Zie
"Papierspecificaties".
l Draai de stapel papier in de papierlade om (ondersteboven). Probeer ook
hetpapier180°indepapierladetedraaien.
l Probeer af te drukken naar de achterklep.
Achterkant van
afdrukken is vuil
Controleer op lekkage van de toner. Reinig de binnenkant van de printer. Zie "De
printer aan de binnenzijde reinigen".










