Users Guide

2 Verwijder eventueel vastgelopen papier dat u hier ziet.
3 Als u geen papier ziet, opent u de voorklep en verwijdert u de fotoconductorkit en de tonercartridge (eenheid).
Opmerking: als de fotoconductorkit en tonercartridge naast elkaar geplaatst zijn, wordt dit een eenheid
genoemd.
4 Til de flap aan de voorzijde van de printer op en verwijder eventueel vastgelopen papier.
5 Lijn de eenheid uit en plaats deze terug.
6 Sluit de voorklep.
7 Plaats de lade weer in de printer.
8 Druk op .
Papierstoringen verhelpen
67