Dell 3330dn Laserprinter Gebruikershandleiding Juni 2009 www.dell.com | support.dell.
Inhoudsopgave Informatie over veiligheid................................................................9 Omgaan met de printer..................................................................11 Informatie zoeken over de printer................................................................................................................................11 Printerconfiguraties....................................................................................................................................
Papiereigenschappen ................................................................................................................................................................... 45 Ongeschikt papier .......................................................................................................................................................................... 46 Papier kiezen .......................................................................................................................
Toegang tot gebieden met vastgelopen afdrukmateriaal...................................................................................65 200 Papier vast.....................................................................................................................................................................66 201 Papier vast.....................................................................................................................................................................
Menu Datum/tijd instellen ........................................................................................................................................................101 Settings (Instellingen), menu........................................................................................................................................102 Menu Algemene instellingen .....................................................................................................................................
Fabrieksinstellingen herstellen....................................................................................................................................143 Problemen oplossen......................................................................144 Eenvoudige printerproblemen oplossen.................................................................................................................144 Display op het bedieningspaneel van de printer is leeg of er worden alleen ruitjes weergegeven.....
Verticale strepen ...........................................................................................................................................................................158 Transparanten of vellen papier bevatten effen zwarte of witte strepen..................................................................159 Embedded Web Server wordt niet geopend..........................................................................................................
Informatie over veiligheid Sluit het netsnoer aan op een goed geaard en goed toegankelijk stopcontact in de buurt van het product. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: installeer dit product nooit tijdens onweer en sluit nooit kabels, zoals het netsnoer of de telefoonlijn, aan tijdens onweer. Neem contact op met een professionele onderhoudstechnicus voor onderhoud en reparaties die niet in de gebruikersdocumentatie worden beschreven.
Ga voorzichtig te werk bij het vervangen van lithiumbatterijen. LET OP—KANS OP LETSEL: Wanneer de lithiumbatterij niet juist wordt vervangen, bestaat er explosiegevaar. Vervang de batterij alleen door hetzelfde of een vergelijkbaar type lithiumbatterij. Probeer nooit lithiumbatterijen op te laden, open te maken of te verbranden. Houd u bij het inleveren van gebruikte batterijen aan de voorschriften van de fabrikant en aan de lokale voorschriften.
Omgaan met de printer Informatie zoeken over de printer Gewenste informatie Bron Eerste installatie-instructies: Installatiedocumentatie: de installatiedocumentatie is bij de printer geleverd. • De printer aansluiten • De printersoftware installeren Extra installatieopties en instructies voor het gebruik van de printer • Papier en speciaal afdrukmateriaal selecteren en Gebruikershandleiding: de Gebruikershandleiding staat op de cd Software en Documentatie. Kijk voor updates op onze website op support.
Gewenste informatie Bron Meest recente aanvullende informatie, updates en technische ondersteuning: Ondersteuningswebsite van Dell op: support.dell.com • • • • • • • • Documentatie Downloads voor stuurprogramma Productupgrades Informatie over onderhoud en reparaties Opmerking: selecteer uw regio en selecteer vervolgens uw product om de juiste ondersteuningswebsite te bekijken. De telefoonnummers voor ondersteuning en werkuren voor uw regio of land kunt u terugvinden op de ondersteuningswebsite.
Printerconfiguraties Basismodel In de volgende afbeelding wordt de voorzijde van de printer weergegeven met de basisfuncties en onderdelen: 1 Bedieningspaneel van de printer 2 Voorklep 3 Ontgrendelingsknop op voorklep 4 Klep van systeemkaart 5 Standaardlade voor 250 vel (lade 1) 6 Klep van universeellader 7 Papierstop 8 Standaarduitvoerlade Omgaan met de printer 13
In de volgende afbeelding wordt de achterzijde van de printer weergegeven met de basisfuncties en onderdelen: 1 Achterklep 2 Ethernetpoort 3 USB-poort 4 Parallelle poort 5 Aansluiting voor netsnoer 6 Aan-uitschakelaar 7 Vergrendeling van apparaat Geconfigureerde modellen In de volgende afbeelding wordt een printer weergegeven die is geconfigureerd met een optionele lader voor: 1 Optionele lade (lade 2) Omgaan met de printer 14
Informatie over het bedieningspaneel In het volgende diagram wordt het bedieningspaneel van de printer weergegeven: In de volgende diagrammen en tabellen vindt u meer informatie over de items op het bedieningspaneel van de printer: Onderdeel 1 Beschrijving Knop Menu's ( ) Hiermee opent u de menu's Opmerking: De menu's zijn alleen beschikbaar als de printer in de stand Gereed staat. 2 Knop Terug ( 3 Knop Annuleren ( ) Hiermee keert de display terug naar het vorige scherm.
Onderdeel 4 indicatielampje Beschrijving Geeft de printerstatus aan: • Uit - de voeding is uitgeschakeld. • Knippert groen - de printer is bezig met opwarmen, met het verwerken van gegevens of met afdrukken. • Brandt groen - de printer staat aan, maar is niet actief. • Brandt rood - ingrijpen van gebruiker is vereist. Onderdeel 1 Display 2 Knop Selecteren ( ) Beschrijving Hierop worden berichten weergegeven over de huidige status van de printer en mogelijke problemen die moeten worden opgelost.
Onderdeel 1 Beschrijving Toetsenblok Hiermee kunt u cijfers of symbolen invoeren als op de display een veld wordt weergegeven waarin u cijfers of symbolen moet opgeven. De standaarduitvoerlade en papierstop gebruiken De standaarduitvoerlade kan max. 150 vel van 75g/m2 bevatten. Afdrukken worden met de afdrukzijde naar beneden afgeleverd. De standaarduitvoerlade bevat een papierstop die voorkomt dat papier uit de voorzijde van de lade glijdt wanneer dit wordt opgestapeld.
Opmerkingen: • Laat de papierstop niet in de geopende positie staan als u afdrukt op transparanten. Als u dit wel doet, ontstaan er mogelijk vouwen in de transparanten. • Als u de papier naar een andere locatie verplaatst, moet de papierstop gesloten zijn.
Extra printer instellen Nadat u de extra printeropties hebt geïnstalleerd, kunt u een pagina met menu-instellingen afdrukken om te controleren of alle printeropties correct zijn geïnstalleerd. Zie “Pagina met menu-instellingen afdrukken” op pagina 30 voor meer informatie. De namen van de opties worden weergegeven op de pagina als de opties correct zijn geïnstalleerd. Omdat u nog geen instellingen hebt gewijzigd, bevat de pagina die u nu afdrukt alle standaardfabrieksinstellingen.
1 Achter 300 mm 2 Voorzijde 300 mm 3 Rechterkant 200 mm 4 Linkerkant 12,7 mm 5 Bovenzijde 300 mm Interne opties installeren LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u de systeemkaart opent of optionele hardware of geheugenapparaten installeert nadat u de printer hebt ingesteld, dient u voordat u doorgaat eerst de printer uit te schakelen en de stekker uit het stopcontact te halen.
Klep van systeemkaart openen voor installatie van interne opties LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
Geheugenkaart installeren LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u toegang wilt verkrijgen tot de systeemkaart of optionele hardware of geheugenkaarten wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen. Als u andere apparaten hebt aangesloten op de printer, moet u deze ook uitzetten en alle kabels losmaken die zijn aangesloten op de printer.
4 Duw de geheugenkaart recht in de connector totdat de vergrendelingen vastklikken. 5 Sluit de toegangsklep van de systeemkaart. Flashgeheugenkaart of firmwarekaart installeren De systeemkaart heeft twee connectoren voor een optionele flashgeheugenkaart of firmwarekaart. Slechts één van elk kan worden geïnstalleerd, maar de connectoren zijn uitwisselbaar.
2 Pak de kaart uit. Opmerking: Raak de aansluitpunten aan de rand van de kaart niet aan. 3 Houd de kaart aan de zijkanten vast en breng de kaart op gelijke hoogte met de connector op de systeemkaart. 4 Druk de kaart stevig op zijn plaats. Opmerkingen: • De connector van de kaart moet over de gehele lengte in aanraking zijn met de systeemkaart. • Let erop dat de aansluitpunten niet beschadigd raken. 5 Sluit de toegangsklep van de systeemkaart.
Hardwareopties installeren Een optionele lader installeren De printer ondersteunt een optionele lader. U kunt slechts één lader per keer op de printer installeren. LET OP—KANS OP ELEKTRISCHE SCHOK: Als u een optionele lade wilt installeren nadat u de printer gebruiksklaar hebt gemaakt, moet u eerst de printer uitzetten en de stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken 1 Pak de lader uit en verwijder het verpakkingsmateriaal van de buitenkant van de lader.
6 Breng de printer op gelijke hoogte met de lader en laat de printer op zijn plaats zakken. Kabels aansluiten 1 Sluit de printer aan op een computer of een netwerk. • Gebruik een USB-kabel of een parallelle kabel voor een lokale verbinding. • Gebruik een Ethernet-kabel voor een netwerkverbinding. 2 Sluit het netsnoer eerst aan op de printer en vervolgens pas op een stopcontact.
1 Ethernetpoort 2de twee USB-poort 3 Parallelle poort 4 Aansluiting voor netsnoer De printer op een bedraad netwerk installeren Gebruik de volgende aanwijzingen om de printer op een bedraad netwerk te installeren. Deze instructies gelden voor ethernet- en glasvezelnetwerkverbindingen. Controleer het volgende voor u de printer installeert op een bedraad netwerk: • U hebt de eerste installatie van de printer voltooid. • De printer is op uw netwerk aangesloten met het juiste type kabel.
5 Select Aangesloten op bedraad netwerk en klik op Volgende. 6 Selecteer de printerfabrikant in de lijst. 7 Selecteer het printermodel in de lijst en klik op Volgende. 8 Selecteer de printer in de lijst met gevonden netwerkprinters en klik op Voltooien. Opmerking: als de geconfigureerde printer niet wordt weergegeven, klikt u op Poort toevoegen en volgt u de aanwijzingen op het scherm. 9 Volg de aanwijzingen op het scherm om de installatie te voltooien.
3 4 5 6 7 Dubbelklik op Printerconfiguratie of Afdrukbeheer. Klik op Toevoegen in de printerlijst. Klik op IP. Typ het IP-adres van de printer in het adresveld. Klik op Toevoegen. • Voor afdrukken via AppleTalk: In Mac OS X versie 10.5 1 2 3 4 5 6 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu. Klik op Afdrukken & faxen. Klik op +. Klik op AppleTalk. Selecteer de printer uit de lijst. Klik op Toevoegen. In Mac OS X versie 10.
Voor Macintosh-gebruikers 1 Sluit alle geopende softwareprogramma's. 2 Plaats de cd Software en documentatie in de computer. 3 Dubbelklik in de Finder op het cd-pictogram van de printer dat automatisch wordt weergeven. 4 Dubbelklik op het pictogram Install (Installeer). 5 Volg de aanwijzingen op het scherm. Internet gebruiken Er is mogelijk bijgewerkte printersoftware beschikbaar op www.support.dell.com.
Een pagina met netwerkinstellingen afdrukken Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de netwerkaansluiting controleren door een pagina met netwerkinstellingen af te drukken. Deze pagina bevat ook informatie die van belang is bij de configuratie van het afdrukken via een netwerk. 1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven. 2 Druk op op het bedieningspaneel.
Papier en speciaal afdrukmateriaal plaatsen In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u de papierladen en de universeellader moet vullen. Hier vindt u ook informatie over de papierafdrukstand, het instellen van de papiersoort en het papierformaat en het koppelen en ontkoppelen van laden. Papiersoort en papierformaat instellen Als de instellingen Papierformaat en Papiersoort voor alle laden hetzelfde zijn, worden de laden automatisch gekoppeld.
Een maateenheid opgeven 1 Zorg ervoor dat de printer is ingeschakeld en dat het bericht Gereed wordt weergegeven. 2 Druk op het bedieningspaneel van de printer op . Menu Papier wordt weergegeven. 3 Druk op . 4 Druk op de pijl omlaag tot Universal-instelling wordt weergegeven en druk op 5 Druk op de pijl omlaag tot Maateenheden wordt weergegeven en druk op 6 Druk op de pijl omlaag tot . . naast de juiste maateenheid wordt weergegeven en druk vervolgens op .
Laden vullen 1 Trek de lade volledig naar buiten. Opmerking: Verwijder een lade nooit tijdens de uitvoering van een afdruktaak of als het bericht Bezig op het bedieningspaneel wordt weergegeven. Dit kan een papierstoring veroorzaken. 2 Druk de papiergeleiders in en schuif deze naar de juiste positie voor het formaat papier dat u wilt plaatsen.
Voor een lang papierformaat zoals A4 of Legal, drukt u de lengtegeleider in en schuift u deze naar achteren naar de positie van het papier dat u plaatst. Als u A6-papier plaatst: a Druk de lengtegeleider in en schuif deze naar het midden van de lade naar de positie voor A5-formaat. b Zet de A6-papierstop omhoog. Opmerkingen: • De standaardlade kan slechts 150 vellen A6-papier bevatten.De lijn voor de maximale hoeveelheid op de A6papierstop geeft de maximumhoogte voor het plaatsen van A6-papier aan.
Opmerkingen: • Stel de geleider in op de juiste positie met behulp van de formaatindicatoren aan de onderkant van de lade. • Vul de lade met papier van A4- of Letter-formaat, afhankelijk van het standaardformaat dat in uw land of regio wordt gebruikt. 3 Buig de vellen enkele malen om ze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier niet. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond.
5 Druk de geleiders samen en schuif deze net tegen de zijkant van de stapel. 6 Plaats de lade terug. 7 Als u ander soort papier dan anders in de lade plaatst dan eerst, moet u de instelling voor papiersoort wijzigen.
Universeellader gebruiken De universeellader openen 1 Pak de handgreep en trek de klep van de universeellader naar beneden. 2 Pak de opstaande handgreep en trek het verlengstuk naar voren. 3 Pak de handgreep en trek het verlengstuk naar voren.
4 Laat het verlengstuk voorzichtig zakken zodat de universeellader volledig is uitgetrokken en geopend. De universeellader vullen 1 Druk het lipje op de breedtegeleider aan de rechterzijde in en schuif de geleiders zo ver mogelijk naar buiten. 2 Bereid het papier of speciale afdrukmateriaal voor om het te plaatsen. • Buig vellen papier of papieren etiketten enkele malen om de vellen los te maken en waaier ze vervolgens uit. Vouw of kreuk het papier of de etiketten niet.
• Buig een stapel enveloppen enkele malen om deze los te maken en waaier ze vervolgens uit. Maak een rechte stapel op een vlakke ondergrond. Opmerking: Als u de enveloppen uitwaaiert, voorkomt u dat de randen van enveloppen aan elkaar kleven. Het helpt ook om ze correct in te voeren en papierstoringen te voorkomen. Vouw of kreuk de enveloppen niet. 3 Plaats het papier of speciale afdrukmateriaal in de universeellader. Opmerkingen: • Duw het papier niet te ver in de universeellader.
• Plaats papier, transparanten en karton met de aanbevolen afdrukzijde naar boven en met de bovenzijde eerst. Raadpleeg de verpakking van de transparanten voor meer informatie over het plaatsen van transparanten. • Plaats briefhoofdpapier met het logo naar boven gericht, zodat de bovenste rand van het papier het eerst wordt ingevoerd. • Plaats enveloppen met de klepzijde naar beneden en de plaats voor de postzegel op de positie die wordt weergegeven.
4 Druk het lipje op de breedtegeleider aan de rechterzijde in om de geleiders aan te passen totdat deze licht tegen de zijkanten van de stapel drukken. 5 Schuif het papier voorzichtig zo ver mogelijk in de universeellader. Het papier hoort vlak in de universeellader te liggen. Zorg ervoor dat het papier losjes in de universeellader past en niet is omgebogen of gekreukt. 6 Stel via het bedieningspaneel van de printer het papierformaat en de papiersoort in.
Laden ontkoppelen Ontkoppelde laden hebben instellingen die afwijken van de instellingen van andere laden. Als u een lade wilt ontkoppelen via het menu Papier, moet u de instellingen voor Papiersoort en Papierformaat van de betreffende lade wijzigen zodat ze niet overeenkomen met de instellingen van een andere lade.
c Druk op de pijl omlaag totdat druk op wordt weergegeven naast de gewenste instelling voor de papiersoort en . Naam voor Aangepast wijzigen Als de printer is aangesloten op een netwerk, kunt u de Embedded Web Server gebruiken om een andere naam dan Aangepast op te geven voor de aangepaste papiersoorten die in de printer zijn geplaatst. Als een naam voor Aangepast wordt gewijzigd, wordt de nieuwe naam in de menu's weergegeven in plaats van Aangepast .
Richtlijnen voor papier en speciaal afdrukmateriaal Papier en speciaal afdrukmateriaal zijn papier, karton, enveloppen, etiketten en transparanten. Bij het selecteren van papier en speciaal afdrukmateriaal moet u rekening houden met een aantal punten voordat u begint met afdrukken. In dit hoofdstuk vindt u informatie over het kiezen en bewaren van papier en speciaal afdrukmateriaal.
Vochtigheidsgraad De hoeveelheid vocht in papier is van invloed op de afdrukkwaliteit en bepaalt tevens of het papier goed door de printer kan worden gevoerd. Laat het papier in de originele verpakking tot u het gaat gebruiken. Het papier wordt dan niet blootgesteld aan de negatieve invloed van wisselingen in de luchtvochtigheid. Laat het papier gedurende 24 tot 48 uur vóór het afdrukken in de originele verpakking en in dezelfde omgeving als de printer acclimatiseren.
• Gebruik nooit afdrukmateriaal van verschillend formaat, gewicht of soort in dezelfde papierbron. Dit leidt tot storingen in de doorvoer. • Gebruik geen gecoat papier, tenzij het speciaal is ontworpen voor elektrofotografisch afdrukken. Voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier selecteren Houd u aan de volgende richtlijnen als u voorbedrukte formulieren en briefhoofdpapier kiest: • Gebruik vezels in lengterichting voor paier van 60–90 g/m2 (16–24 lb).
Ondersteunde papierformaten, -soorten, gewichten en -hoeveelheden In de volgende tabellen vindt u informatie over standaardladen en optionele papierladen, de papiersoorten die de laden ondersteunen en de capaciteit van de laden. Opmerking: Voor een papierformaat dat is niet geregistreerd, selecteert u het volgende, grotere formaat in de lijst.
Door de printer ondersteunde papiersoorten en -gewichten De printerengine en de duplexbaan ondersteunen papier met een gewicht tussen 60 en 90 g/m2. De universeellader ondersteunt papier met een gewicht tussen 60 en 163 g/m2.
Maximumaantal Opmerkingen Universeellader 50 vel papier 15 etiketten 10 transparanten 55 vellen karton 7 enveloppen Opmerking: Voer het papier in de universeellader slechts zover in dat de voorkant van het vel de papiergeleiders raakt. Duw het papier niet te ver in de invoerlade.
Softwareoverzicht Gebruik de cd Software en documentatie die bij de printer is geleverd om een combinatie van softwaretoepassingen te installeren, afhankelijk van uw besturingssysteem. Opmerking: Als u uw printer en computer apart hebt aangeschaft, moet u de cd Software en documentatie gebruiken om de softwaretoepassingen te installeren. Opmerking: Deze softwaretoepassingen zijn niet beschikbaar voor Macintosh®.
Als u hebt gekozen om het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell met uw printersoftware te installeren, start het hulpprogramma automatisch als de installatie van de software is voltooid. Het hulpprogramma is actief als in het systeemvak ziet. u U schakelt het hulpprogramma voor printermeldingen van Dell als volgt uit: 1 Klik met de rechtermuisknop op het -pictogram in het systeemvak. 2 Selecteer Afsluiten.
d Dubbelklik op xps en klik vervolgens op Openen. e Klik in het dialoogvenster Installeren van schijf op OK. 6 Klik op Volgende in de volgende twee dialoogvensters. Raadpleeg het XPS leesmij-bestand op de cd met software en documentatie voor meer informatie over het XPSstuurprogramma. Het bestand staat in de map xps bij het batchbestand setupxps (D:\Drivers\xps\readme).
Bezig met afdrukken van Dit hoofdstuk bevat informatie over afdrukken, printerrapporten en het annuleren van taken. De keuze en de verwerking van papier en speciaal afdrukmateriaal kunnen de betrouwbaarheid van het afdrukken beïnvloeden. Raadpleeg “Papierstoringen voorkomen” op pagina 64 en “Papier bewaren” op pagina 47 voor meer informatie. Een document afdrukken 1 Plaats papier in een lade of invoer.
b Pas de instellingen waar nodig aan in het dialoogvenster Afdrukken. 1 Open het gewenste document en klik op Archief > Druk af. 2 Selecteer een papierbron en kies vervolgens de lade met het juiste papier. 3 Klik op Druk af. Afdrukken op speciale media Tips voor het gebruik van briefhoofdpapier Wanneer u wilt afdrukken op briefhoofdpapier, is het belangrijk dat u de juiste afdrukstand instelt.
Bron of proces Afdrukzijde Papierafdrukstand Universeellader (enkelzijdig afdrukken) Het voorbedrukte papier moet met de bedrukte zijde naar boven worden geplaatst. De bovenste rand van het vel met het logo moet het eerst in de universeellader worden gevoerd. Universeellader (dubbelzijdig Het voorbedrukte afdrukken) papier moet met de bedrukte zijde naar beneden worden geplaatst. De bovenste rand van het vel met het logo moet het laatst in de universeellader worden gevoerd.
Tips voor het afdrukken op enveloppen Maak eerst enkele proefafdrukken voordat u grote hoeveelheden enveloppen aanschaft. Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op enveloppen: • Gebruik enveloppen die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Informeer bij de fabrikant of de leverancier of de enveloppen bestand zijn tegen temperaturen tot 210 °C zonder dat ze sluiten, kreukelen, buitensporig krullen of schadelijke stoffen afgeven.
Houd u aan de volgende richtlijnen wanneer u wilt afdrukken op etiketten: • Gebruik etiketten die speciaal zijn ontworpen voor laserprinters. Controleer het volgende bij de fabrikant of verkoper: – De etiketten kunnen tegen een blootstelling aan temperaturen van 210 °C en plakken niet vast, krullen niet om of kreuken niet en geven bij deze temperaturen geen gevaarlijke stoffen af.
Afdrukken van vertrouwelijke taken en andere taken in de wachtrij Afdruktaken in de wachtstand zetten Als u een afdruktaak naar de printer verzendt, kunt u opgeven dat de taak in het printergeheugen moet worden opgeslagen totdat u de taak start via het bedieningspaneel. Alle afdruktaken die bij de printer zelf kunnen worden uitgevoerd door de gebruiker, worden taken in wacht genoemd.
4 Selecteer de taaksoort (Vertrouwelijk, Gereserveerd, Herhaald, Gecontroleerd, profielen, formulieren vanuit een kiosk, bladwijzers of een geparkeerde taak) en wijs er vervolgens een gebruikersnaam aan toe. Voer voor een vertrouwelijke taak ook een viercijferige PIN-code in. 5 Klik op OK of Print (Afdrukken) en ga naar de printer om de taak vrij te geven. 6 Druk op het bedieningspaneel van de printer op de pijl omlaag totdat Druk vervolgens op Taken in wacht wordt weergegeven. .
Als u een ongeldige PIN-code invoert, verschijnt er een scherm met een waarschuwing. • Als u de PIN-code nogmaals wilt invoeren, wacht u tot het bericht weergegeven. Vervolgens drukt u op Probeer het opnieuw wordt . • Om de PIN-code te annuleren, drukt u herhaaldelijk op de pijl omlaag totdat weergegeven. Vervolgens drukt u op 9 Druk op de pijl omlaag totdat Annuleren wordt . wordt weergegeven naast de taak die u wilt afdrukken en druk vervolgens op .
4 Druk op de pijl omlaag tot op Testpagina's afdrukkwaliteit wordt weergegeven en druk vervolgens . De testpagina’s voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt. 5 Druk op de pijl omlaag tot Menu Configuratie afsluiten verschijnt en druk vervolgens op . Printer wordt opnieuw ingesteld wordt kort weergegeven, gevolgd door een klok. Vervolgens wordt Gereed weergegeven.
3 Druk op de toets Delete op het toetsenbord. Voor Macintosh-gebruikers In Mac OS X versie 10.5 of later: 1 Klik op Systeemvoorkeuren in het Apple-menu. 2 Klik op Afdrukken en faxen en dubbelklik vervolgens op het printerpictogram. 3 Selecteer in het printervenster de taak die u wilt annuleren. 4 Klik op het pictogram Verwijderen in de balk met pictogrammen bovenin het venster. In Mac OS X 10.4 en eerder: 1 Kies Toepassingen in het menu Ga.
Papierstoringen verhelpen De meeste papierstoringen kunt u vermijden door zorgvuldig het papier en speciale afdrukmateriaal te kiezen en dit op de juiste wijze te plaatsen. Zie “Papierstoringen voorkomen” op pagina 64 voor meer informatie. Als er toch papier vastloopt, voert u de stappen uit die in dit hoofdstuk worden beschreven. Let op—Kans op beschadiging: gebruik nooit gereedschap om een papierstoring te verhelpen. Hiermee kunt u het verhittingsstation permanent beschadigen.
• Controleer of alle papierformaten en papiersoorten op de juiste wijze zijn ingesteld in de menu's op het bedieningspaneel van de printer. • Bewaar het papier volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Toegang tot gebieden met vastgelopen afdrukmateriaal Open alle kleppen en verwijder de laden zodat u bij de gebieden kunt waar het afdrukmateriaal is vastgelopen.
Storingsnummer Toegang tot het vastgelopen papier 233 Verwijder lade 1 en druk vervolgens op de hendel. Opmerking: U kunt het vastgelopen papier ook verwijderen door eerst de voorklep en vervolgens de achterklep te openen. 234 Probeer een van de volgende opties: • Open de voorklep en vervolgens de achterklep. • Verwijder lade 1 en druk vervolgens op de hendel. 235 Verwijder het vastgelopen papier uit de standaarduitvoerlade. 242 Verwijder lade 2.
2 Verwijder eventueel vastgelopen papier dat u hier ziet. 3 Als u geen papier ziet, opent u de voorklep en verwijdert u de fotoconductorkit en de tonercartridge (eenheid). Opmerking: als de fotoconductorkit en tonercartridge naast elkaar geplaatst zijn, wordt dit een eenheid genoemd. 4 Til de flap aan de voorzijde van de printer op en verwijder eventueel vastgelopen papier. 5 Lijn de eenheid uit en plaats deze terug. 6 Sluit de voorklep. 7 Plaats de lade weer in de printer. 8 Druk op .
201 Papier vast LET OP—HEET OPPERVLAK: Het verhittingsstation en de binnenkant van de printer in de buurt van het station kunnen heet zijn. Laat het oppervlak eerst afkoelen voordat u het papier verwijdert uit dit gedeelte om letsel door een heet onderdeel te voorkomen. 1 Open de voorklep en verwijder de eenheid. 2 Til de flap aan de voorzijde van de printer op en verwijder eventueel vastgelopen papier. 3 Lijn de eenheid uit en plaats deze terug. 4 Sluit de voorklep. 5 Druk op .
202 Papier vast LET OP—HEET OPPERVLAK: Het verhittingsstation en de binnenkant van de printer in de buurt van het station kunnen heet zijn. Laat het oppervlak eerst afkoelen voordat u het papier verwijdert uit dit gedeelte om letsel door een heet onderdeel te voorkomen. 1 Open de voorklep en verwijder de eenheid. 2 Til de flap aan de voorzijde van de printer op en verwijder eventueel vastgelopen papier. 3 Open de achterklep.
4 Verwijder het vastgelopen papier. 5 Sluit de achterklep. 6 Sluit de voorklep. 7 Druk op . 231 Papier vast LET OP—HEET OPPERVLAK: Het verhittingsstation en de binnenkant van de printer in de buurt van het station kunnen heet zijn. Laat het oppervlak eerst afkoelen voordat u het papier verwijdert uit dit gedeelte om letsel door een heet onderdeel te voorkomen. 1 Open de voorklep. 2 Open de achterklep.
3 Verwijder het vastgelopen papier. 4 Sluit de achterklep. 5 Sluit de voorklep. 6 Druk op . Als u de storing hiermee niet kunt verhelpen, volgt u de stappen in “233 Papier vast” op pagina 71. 233 Papier vast 1 Verwijder de lade uit de printer. 2 Zoek naar de aangegeven hendel. Duw de hendel naar beneden om het papier vrij te geven.
3 Trek de vastgelopen vellen uit het duplexgedeelte. 4 Plaats de lade terug. 5 Druk op . Als u de storing hiermee niet kunt verhelpen, volgt u de stappen in “231 Papier vast” op pagina 70. 234 Papier vast Een of meer vellen zijn vastgelopen in het duplexgedeelte van de printer toen de printer werd ingeschakeld.
242 Papier vast 1 Verwijder de optionele lade uit de printer. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Plaats de optionele lade weer in de printer. 4 Druk op .
251 Papier vast Een vel papier of speciaal afdrukmateriaal is niet volledig ingevoerd vanuit de universeellader. Mogelijk is het vel nog gedeeltelijk zichtbaar. Als het vel nog zichtbaar is, trekt u het voorzichtig uit de voorkant van de universeellader. Voer de volgende stappen uit als het vel niet zichtbaar is: 1 Open de voorklep en verwijder de eenheid. 2 Til de flap aan de voorzijde van de printer op en verwijder de vastgelopen vellen die gedeeltelijk uitsteken.
4 Sluit de voorklep. 5 Druk op .
Printermenu's Menuoverzicht Met een aantal menu's en menu-items kunt u op eenvoudige wijze printerinstellingen wijzigen: Menu Papier Rapporten Netwerk/poorten Standaardbron Pagina Menu-instellingen Active NIC (Actieve NIC) Papierformaat/-soort Apparaatstatistieken Menu Netwerk Configuratie U-lader Pag. Netwerkinstell. Menu USB Ander formaat Papierstructuur Profielenlijst NetWare-install.pag.
Papiermenu Menu Standaardbron Menu-item Beschrijving Hiermee stelt u de standaardpapierbron in voor alle afdruktaken. Standaardbron Lade Opmerkingen: U-lader Handm. invoer pap. • In het menu Papier stelt u Configuratie U-lader in op Cassette om U-lader als menu-instelling weer te geven. Handm. invoer env. • "Lade 1" (standaardlade) is de standaardinstelling. • Alleen een geïnstalleerde papierbron wordt als menu-instelling weergegeven.
Menu-item Beschrijving Hiermee wordt de papiersoort in elke lade opgegeven. Soort lade Normaal papier Opmerkingen: Karton • "Normaal papier" is de standaardinstelling voor lade 1. Aangepast is de standaardinTransparanten stelling voor alle andere laden. Kringlooppapier • Als u zelf een naam hebt opgegeven, wordt deze weergegeven in plaats van Aangepast . Etiketten • Gebruik dit menu-item om de laden automatisch te laten koppelen. Bankpost Briefhoofdpapier Voorbedrukt papier Gekleurd pap.
Menu-item Beschrijving Formaat U-lader A4 A5 A6 Executive Folio JIS B5 Legal Letter Oficio (Mexico) Statement Universal 7 3/4-envelop 9-envelop 10-envelop C5-envelop B5-envelop DL-envelop Andere envelop Hiermee wordt het papierformaat in de universeellader opgegeven. Opmerkingen: • Letter is de Amerikaanse standaardinstelling. "A4" is de internationale standaardinstelling. • Het menu-item is alleen van toepassing wanneer de universeellader (U-lader) is ingesteld op Cassette.
Menu-item Beschrijving Pap.soort (handm.) Hiermee wordt de papiersoort opgegeven die handmatig in de universeellader is geladen. Normaal papier Opmerkingen: Karton • "Normaal papier" is de standaardinstelling. Transparanten • In het menu Papier stelt u Configuratie U_lader in op Handmatig om Handm. invoer papier Kringlooppapier als menu_item weer te geven. Etiketten Bankpost Briefhoofdpapier Voorbedrukt papier Gekleurd pap. Licht papier Zwaar papier Ruw/katoen Aangepast Env.form. (handm.
Substitute Size (Ander formaat), menu Menu-item Beschrijving Ander formaat Hiermee vervangt u een opgegeven papierformaat als het gewenste papierformaat niet beschikbaar is. Uit Statement/A5 Opmerkingen: Letter/A4 • "Alles in lijst" is de standaardinstelling. Alle beschikbare formaten zijn toegestaan. Alles in lijst • De instelling "Uit" geeft aan dat geen andere formaten zijn toegestaan. • Als u een ander formaat instelt, wordt de taak afgedrukt zonder dat het bericht "Vervang papier" wordt weergegeven.
Menu-item Beschrijving Struct envelop Glad Normaal Ruw Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst. Structuur ruw envelop Ruw Hiermee wordt de relatieve structuur aangegeven van de enveloppen die in een specifieke lade zijn geplaatst. Opmerking: "Normaal" is de standaardinstelling. Opmerking: "Ruw" is de standaardinstelling.
Menu Papiergewicht Menu-item Beschrijving Gewicht normaal Licht Normaal Zwaar Geeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst. Gewicht karton Licht Normaal Zwaar Geeft het relatieve gewicht aan van het karton dat in een specifieke lade is geplaatst. Opmerking: "Normaal" is de standaardinstelling. Opmerking: "Normaal" is de standaardinstelling.
Menu-item Beschrijving Gewicht gekleurd Licht Normaal Zwaar Geeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst. Gewicht licht Licht Geeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst. Gewicht zwaar Zwaar Geeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst. Gewicht ruw/katoen Licht Normaal Zwaar Geeft het relatieve gewicht aan van het papier dat in een specifieke lade is geplaatst.
Menu-item Beschrijving Licht papier laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Licht" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt. Zwaar laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Zwaar" als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt. Aangepast laden Duplex Uit Hiermee bepaalt u of alle afdruktaken met "Aangepast " als papiersoort dubbelzijdig worden afgedrukt. Opmerking: Uit is de standaardinstelling. Opmerking: Uit is de standaardinstelling.
Menu Universal-instelling Met deze menu-items geeft u de hoogte, de breedte en de invoerrichting op voor het universele papierformaat. De instelling voor het universele papierformaat is een door de gebruiker gedefinieerd papierformaat. De instelling staat in de lijst met de andere papierformaatinstellingen en biedt soortgelijke opties, zoals ondersteuning voor dubbelzijdig afdrukken en meerdere pagina's afdrukken op één vel. Menu-item Beschrijving Maateenheden Hiermee worden de maateenheden aangegeven.
Reports (Rapporten), menu Menu Rapporten Gebruik de pijltoetsen om naar het gewenste type rapport te bladeren en druk vervolgens op te drukken.
Menuoptie Beschrijving Asset Report (Activarapport) Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over kenmerken zoals het serienummer en de modelnaam van de printer. Het rapport bevat tekst en UPC-streepjescodes die naar een kenmerkendatabase kunnen worden gescand. Menu Network/Ports (Netwerk/poorten) Actieve ntw.interf.kaart, menu Menu-item Beschrijving Actieve ntw.interf.kaart Opmerkingen: Automatisch • Automatisch is de standaardinstelling.
Menuoptie Beschrijving NPA-modus Uit Automatisch Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPAprotocol. Opmerkingen: • "Automatisch" is de standaardinstelling. • Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. Hiermee stelt u de grootte van de netwerkinvoerbuffer in.
Menu Rapporten (in het menu Netwerk/poorten) Het menu Rapporten is beschikbaar via het menu Netwerk/poorten: Netwerk/poorten Standaardnetwerk of Netwerk Std.netwerkconfiguratie of Net Instell. Rapporten Menu-item Beschrijving Pagina Afdrukinstellingen Hiermee wordt een rapport afgedrukt met informatie over de huidige Pagina Netware-instellingen afdrukken netwerkinstellingen Opmerkingen: • De instellingspagina bevat informatie over de instellingen van de netwerkprinter, zoals het TCP/IP-adres.
Netwerk/poorten Menu Netwerk Netwerkinstellingen TCP/IP Menu-item Beschrijving Inschakelen Aan Uit Activeert TCP/IP Hostnaam weergeven Hiermee wordt de huidige TCP/IP-hostnaam weergegeven Opmerking: Aan is de standaardinstelling. Opmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. IP-adres Hiermee kunt u de huidige TCP/IP-adresinformatie weergeven of wijzigen. Opmerking: Als u handmatig het IP-adres wijzigt, worden DHCP inschakelen en Automatisch IP-adres inschakelen op Uit gezet.
Netwerk/poorten Menu Netwerk Netwerkinstellingen IPv6 Menu-item Beschrijving IPv6 inschakelen Aan Uit Hiermee schakelt u IPv6 op de printer in. Opmerking: Aan is de standaardinstelling. Automatische configuratie Hiermee stelt u in of de netwerkadapter de door een router automatisch geconfigureerde IPv6-adressen accepteert. Aan Uit Opmerking: Aan is de standaardinstelling.
Netwerk/poorten Menu Netwerk Netwerkinstellingen NetWare Menu-item Beschrijving Inschakelen Ja Nee Hiermee schakelt u de NetWare-ondersteuning in of uit. Opmerking: No (Nee) is de standaardinstelling. Aanmeldingsnaam weergeven Hiermee geeft u de toegewezen NetWare-aanmeldingsnaam weer. Opmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server. Afdrukmodus Hiermee geeft u de toegewezen NetWare-afdrukmodus weer. Opmerking: Deze kunt u alleen wijzigen via de Embedded Web Server.
Menu-item Beschrijving PS SmartSwitch Aan Uit Hiermee stelt u de printer zo in dat deze automatisch overschakelt op PSemulatie als dit door een afdruktaak op de USB-poort wordt vereist, ongeacht de standaardprintertaal. Opmerkingen: • Aan is de standaardinstelling. • Als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Uit", controleert de printer de binnenkomende gegevens niet. • Wanneer de instelling "Uit" is, gebruikt de printer PCL-emulatie als PCL SmartSwitch is ingesteld op "Aan".
Menu-item Beschrijving ENA-adres ... Hiermee stelt u het netwerkadres in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten. Opmerking: Dit menu-item is alleen beschikbaar als de printer via de USBpoort is aangesloten op een externe afdrukserver. ENA-netmasker ... Hiermee stelt u de netmaskerinformatie in voor een externe afdrukserver die via een USB-kabel op de printer is aangesloten.
Menu-item Beschrijving NPA-modus Aan Uit Auto Hiermee geeft u aan of de printer de speciale verwerking voor bidirectionele communicatie uitvoert, zoals gedefinieerd in de specificaties van het NPAprotocol. Opmerkingen: • Auto is de standaardinstelling. • Als u deze instelling wijzigt met het bedieningspaneel van de printer en vervolgens de menu's afsluit, wordt de printer opnieuw opgestart. De menuselectie wordt bijgewerkt. Hiermee stelt u de grootte van de parallelle invoerbuffer in.
Menu-item Beschrijving Honor Init (INIT honoreren) Aan Uit Hiermee stelt u vast of de printer printerhardware-initialisatieverzoeken van de computer honoreert. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. • De computer dient een initialisatieverzoek in door het INIT-signaal op de parallelle poort te activeren. Veel computers activeren het INITsignaal telkens opnieuw als de computer wordt aangezet.
Menu-item Beschrijving SSL gebruiken Uitgeschakeld Onderhandelen Vereist Hiermee wordt de printer ingesteld op het gebruik van SSL voor extra veiligheid bij het maken van een verbinding met de SMTP-server Opmerkingen: • Uitgeschakeld is de standaardinstelling voor SSL gebruiken. • Wanneer de instelling Onderhandelen wordt gebruikt, bepaalt de SMTP-server of SSL wordt gebruikt.
Security (Beveiliging), menu Menu Overige Menu-item Beschrijving Aanmeldingen via bedieningspaneel Mislukte aanmeldingen Tijdsbestek voor mislukte pogingen Vergrendelingstijd Time-out voor aanmelding Beperkt het tijdsbestek voor, en het aantal, mislukte aanmeldingspogingen via het bedieningspaneel van de printer voordat het apparaat voor alle gebruikers wordt vergrendeld.
Menu Vertrouwelijke taken afdrukken Menu-item Beschrijving Max. ongeldige PIN Hiermee beperkt u het aantal keren dat een ongeldige PIN-code kan worden ingevoerd. Uit Opmerkingen: 2–10 • Uit is de standaardinstelling. • Wanneer de limiet is bereikt, worden de taken voor de desbetreffende gebruikersnaam en PIN verwijderd. Vervaltijd taak Uit 1 uur 4 uur 24 uur 1 week Hiermee beperkt u de duur dat een beveiligde taak in de printer blijft staan voordat de taak wordt verwijderd.
Menu-item Beschrijving Hiermee wordt opgegeven of en hoe de controlelogs van afdruktaken worden Log configureren gemaakt: Controle inschakelen • Met Controle inschakelen wordt bepaald of de printer gebeurtenissen Ja registreert in het veilige controlelog en in het externe systeemlog. Nee • Met extern systeemlog inschakelen wordt bepaald of de printer geregiExtern systeemlog inschakelen streerde gebeurtenissen verzendt naar een externe server.
Menu-item Beschrijving Tijdzone Hiermee kunt u de tijdzone selecteren Zomertijd gebruiken Aan Uit Hiermee stelt u de printer zo in dat de toepasselijke begin- en eindtijd van de zomertijd worden gebruikt overeenkomstig de tijdzone-instelling van de printer. Opmerking: GMT is de standaardinstelling. Opmerking: Aan is de standaardinstelling. NTP inschakelen Aan Uit Schakelt het netwerktijdprotocol in, dat de klokken van apparaten in een netwerk synchroniseert.
Menu-item Beschrijving Ecomodus Uit Energie Energie/papier Papier Beperkt het gebruik van energie, papier of speciaal afdrukmateriaal tot een minium. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. Met Uit worden op de printer de oorspronkelijke fabrieksinstellingen opnieuw ingesteld. • De instelling Energie beperkt het stroomgebruik van de printer tot een minimum. De prestatie kan hierdoor worden beïnvloed, maar de afdrukkwaliteit niet.
Menu-item Beschrijving Time-outs Spaarstand 1-240 min. Hiermee stelt u in hoeveel minuten de printer wacht nadat een afdruktaak is afgedrukt voordat de spaarstand van de printer wordt ingeschakeld. Opmerkingen: • De standaardinstelling is 30 minuten. • Met lagere instellingen bespaart u energie, maar de opwarmtijd duurt langer. • Selecteer de laagste instelling als de printer op hetzelfde stroomcircuit is aangesloten als de verlichting en u merkt dat de verlichting flikkeringen vertoont.
Menu-item Beschrijving Afdrukherstel Paginabeveiliging Uit Aan Hiermee drukt de printer een pagina af die anders mogelijk niet zou worden afgedrukt. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. Met de instelling "Uit" wordt een pagina gedeeltelijk afgedrukt wanneer er niet genoeg geheugen is om de hele pagina af te drukken. • Met de instelling "Aan" verwerkt de printer de hele pagina zodat de volledige pagina wordt afgedrukt.
Menu-item Beschrijving Afdrukgebied Normaal Hele pagina Hiermee stelt u het logische en fysieke afdrukbare gebied in. Opmerkingen: • Dit menu verschijnt niet als Rand tot rand is ingeschakeld in het menu Instellingen van de printer. • "Normaal" is de standaardinstelling. Als u probeert gegevens af te drukken in het niet-afdrukbare gebied dat is aangegeven via de instelling "Normaal", dan snijdt de printer de afbeelding bij op de begrenzing.
Menu Afwerking Menu-item Beschrijving Zijden (Duplex) 2-zijdig 1-zijdig Hiermee bepaalt u of dubbelzijdig afdrukken is ingesteld als de standaardinstelling voor alle afdruktaken. Opmerkingen: • "1-zijdig" is de standaardinstelling. • Voor Windows-gebruikers: als u vanuit het programma 2-zijdig afdrukken wilt instellen, klikt u op File (Bestand) Print (Afdrukken) en klikt u op Properties (Eigenschappen), Preferences (Voorkeuren), Options (Opties) of Setup (Instellen).
Menu-item Beschrijving Scheidingsvellen Geen Tussen exemplaren Tussen taken Tussen pagina's Hiermee stelt u in of er lege scheidingsvellen worden ingevoerd. Opmerkingen: • "Geen" is de standaardinstelling. • Met "Tussen exemplaren" voegt u een lege pagina in tussen elke kopie van een afdruktaak als sorteren staat ingesteld op "Aan". Als Sorteren is ingesteld op Uit, wordt een lege pagina ingevoegd tussen alle sets van afgedrukte pagina's (na alle pagina's 1, alle pagina's 2, enzovoort).
Menu Kwaliteit Menu-item Beschrijving Afdrukresolutie 300 dpi 600 dpi 1200 dpi Beeldkwal. 1200 Beeldkwal. 2400 Hiermee stelt u de resolutie in van de afgedrukte uitvoer. Tonerintensiteit 1-10 Hiermee maakt u afdrukken lichter of donkerder. Opmerking: 600 dpi is de standaardinstelling. Opmerkingen: • 8 is de standaardinstelling. • Als u een lager cijfer kiest, bespaart u toner. Fine Lines-verbet.
Extra, menu Menu-item Beschrijving Flash formatteren Ja Nee Hiermee formatteert u het flashgeheugen. Met het flashgeheugen wordt het geheugen bedoeld dat u kunt toevoegen door een optionele flashgeheugenkaart in de printer te installeren. Let op—Kans op beschadiging: Zet de printer niet uit als het flashgeheugen wordt geformatteerd. Opmerkingen: • Dit menu-item is alleen beschikbaar als er een goed werkende optionele flashgeheugenkaart in de printer is geïnstalleerd.
Menu PDF Menu-item Beschrijving Formaat passend maken Hiermee past u de inhoud van een pagina aan het formaat van het geselecteerde papier aan. Ja Nee Opmerking: "Nee" is de standaardinstelling. Aantekeningen Niet afdrukken Afdrukken Hiermee drukt u aantekeningen in een PDF-bestand af. Opmerking: "Niet afdrukken" is de standaardinstelling. Menu PostScript Menu-item Beschrijving PS-fout afdr Aan Uit Hiermee wordt een pagina afgedrukt die de PostScript-fout bevat.
Menu PCL Emul Menu-item Beschrijving Lettertypebron Intern Schijf Flash Alles Hiermee geeft u aan welke set met lettertypen beschikbaar zijn Opmerkingen: • "Intern" is de standaardinstelling. De standaardset met lettertypen die in het RAM is geladen, wordt hiermee weergegeven. • Downloaden wordt alleen weergegeven als er gedownloade lettertypen aanwezig zijn. Met deze instelling worden alle lettertypen weergegeven die in het RAM zijn gedownload.
Menu-item Beschrijving Instellingen menu PCL-emulatie Afdrukstand Staand Liggend Hiermee stelt u de afdrukstand in van tekst en afbeeldingen op de pagina. Opmerkingen: • "Staand" is de standaardinstelling. • Met "Staand" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de korte zijde van het papier af. • Met "Liggend" drukt u de tekst en afbeeldingen evenwijdig aan de lange zijde van het papier af.
Menu-item Beschrijving Lade-nr wijzigen Waarde U-lader Uit Geen 0-199 Waarde lade Uit Geen 0-199 Waarde handm. invoer Uit Geen 0-199 Waarde hand-env Uit Geen 0-199 Hiermee configureert u de printer zodanig dat deze werkt met printersoftware of toepassingen die andere laden als papierbron hebben gedefinieerd. Opmerkingen: • Uit is de standaardinstelling. • "Geen" is niet beschikbaar als selectie. Deze instelling wordt alleen weergegeven als deze door de PCL 5-interpreter wordt geselecteerd.
Menu HTML Menu-item Lettertypenaam Albertus MT Antique Olive Apple Chancery Arial MT Avant Garde Bodoni Bookman Chicago Clarendon Cooper Black Copperplate Coronet Courier Eurostile Garamond Geneva Gill Sans Goudy Helvetica Hoefler Text Menu-item Beschrijving Intl CG Times Hiermee stelt u het standaardlettertype voor HTML-documenten in. Intl Courier Opmerking: Het Times-lettertype wordt gebruikt in HTML-documenten Intl Univers waarin geen lettertype wordt opgegeven.
Menu-item Beschrijving Achtergronden Niet afdrukken Afdrukken Hiermee geeft u aan of u achtergronden in HTML-documenten wilt afdrukken. Opmerking: "Afdrukken" is de standaardinstelling. Menu Afbeelding Menu-item Beschrijving Autom. aanpassen Aan Uit Hiermee selecteert u de optimale waarden voor papierformaat, schaling en afdrukstand. Opmerkingen: • "Aan" is de standaardinstelling. • Als "Aan" is ingesteld, worden de instellingen voor schaling en afdrukstand voor sommige afbeeldingen genegeerd.
Printerberichten Als Handmatige invoer wordt weergegeven op de display, verwijst dit naar de universeellader. Lijst met statusberichten en foutmeldingen Menuwijzigingen worden geactiveerd Wacht tot het bericht is verdwenen. Bezig Wacht tot het bericht is verdwenen. Bezig... Wacht tot het bericht is verdwenen. Bezig met kalibreren Wacht tot het bericht is verdwenen. Annuleren niet beschikbaar Wacht tot het bericht is verdwenen. Annuleren Wacht tot het bericht is verdwenen.
Probeer een van de volgende opties: • Verwijder de tonercartridge, schud deze heen en weer en installeer deze vervolgens opnieuw. Druk op om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. • Verwijder de tonercartridge en installeer vervolgens een nieuw exemplaar.Druk op om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. Levensduur cartridge overschreden De tonercartridge is leeg. 1 Verwijder de gebruikte tonercartridge en installeer vervolgens een nieuw exemplaar.
Menu’s worden uitgeschakeld Wacht tot het bericht is verdwenen. Opmerking: Zolang de menu’s zijn uitgeschakeld, kunnen de printerinstellingen niet via het bedieningspaneel van de printer worden gewijzigd. NIET AANRAKEN Flashgegevens lezen NIET UITZETTEN Als onderdeel van dit bericht wordt een balk op één regel van de display weergegeven, waarmee het percentage van de voltooide verwerkingsduur wordt aangegeven. Wacht tot het bericht is verdwenen.
Ongeldige netwerkcode U dient een geldige netwerkcode in de interne afdrukserver te laden. De interne afdrukserver is een in de printer geïnstalleerde hardwareoptie. Opmerking: U kunt de netwerkcode laden wanneer dit bericht wordt weergegeven. Vul handm. invoer met Probeer een van de volgende oplossingen: • Vul de universeellader met de opgegeven papiersoort. • Annuleer de huidige taak.
Netwerk/Netwerk /Netwerk , De printer is verbonden met het netwerk, dus is de netwerkinterface de actieve communicatieverbinding. • Netwerk geeft aan dat de printer gebruik maakt van de standaardnetwerkpoort die op de printersysteemkaart is geïnstalleerd. • Netwerk geeft aan dat er een interne afdrukserver in de printer is geïnstalleerd of dat de printer is verbonden met een externe afdrukserver.
Afdrukken Wacht tot het bericht is verdwenen. Flash programmeren NIET UITZETTEN Wacht tot het bericht is verdwenen. Let op—Kans op beschadiging: Schakel de printer niet uit zolang Flash programmeren op het display wordt weergegeven. Systeemcode wordt geprogrammeerd NIET UITZETTEN Wacht tot het bericht is verdwenen. Let op—Kans op beschadiging: Schakel de printer niet uit zolang Systeemcode wordt geprogrammeerd op het display wordt weergegeven. Gereed De printer is gereed om afdruktaken te ontvangen.
Bestel een nieuwe fotoconductorkit als het bericht Fc-kit bijna versleten wordt weergegeven. Printer wordt opnieuw ingesteld Wacht tot het bericht is verdwenen. De afdrukkwaliteit kan negatief worden beïnvloed door terugzetten zonder vervanging. U hebt No (Nee) geselecteerd op het scherm "Verify PC unit replaced" (Vervanging van fc-eenheid verifiëren). Wacht tot het bericht is verdwenen. Fabrieksinstellingen worden hersteld Wacht tot het bericht is verdwenen.
Wacht tot het bericht is verdwenen nadat de time-out is verstreken en doe daarna het volgende: • Voer de juiste PIN in om toegang te krijgen tot eventuele wachttaken • Raadpleeg uw systeembeheerder als u een wachtwoordcode nodig hebt om toegang te krijgen tot specifieke printerfuncties, -instellingen of -menu's die niet beschikbaar voor u zijn als u de code niet invoert. Lade uitgeschakeld De opgegeven lade is uitgeschakeld vanuit het menu Hardware uitschakelen in het menu Configuratie.
34 Papier te kort Probeer een van de volgende opties: • Vul de lade met het juiste papier. • Druk op de pijl omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op wissen en de taak af te drukken vanuit een andere papierlade. om het bericht te • Controleer de lengte van de lade en de breedtegeleiders en zorg ervoor dat het papier op de juiste manier wordt geplaatst.
38 Geheugen vol Probeer een van de volgende opties: • Druk op de pijl omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op om het bericht te wissen. • Annuleer de huidige afdruktaak. • Installeer extra printergeheugen. 39 Pagina is te complex. Bepaalde gegevens worden mogelijk niet afgedrukt Probeer een van de volgende opties: • Druk op de pijl omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven. Druk vervolgens op en door te gaan met afdrukken.
52 Onvoldoende ruimte in flashgeheugen voor bronnen Probeer een van de volgende opties: • Druk op de pijl omlaag totdat Doorgaan wordt weergegeven en druk vervolgens op defragmenteren te stoppen en door te gaan met afdrukken. om het Geladen lettertypen en macro's die niet eerder zijn opgeslagen in het flash-geheugen, worden verwijderd. • Verwijder lettertypen, macro's en andere gegevens uit het flashgeheugen. • Voer een upgrade uit naar een flashgeheugenkaart met een grotere capaciteit.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact. 5 Zet de printer weer aan. • Druk op om het bericht te wissen en door te gaan met afdrukken. 80 Routineonderhoud nodig De printer heeft geregeld onderhoud nodig. Bestel een onderhoudskit, die een verhittingsstation en een overdrachtsrol bevat. Neem contact op met de klantenondersteuning als het onderhoudsbericht wordt weergegeven. 84 Fc-eenheid bijna versleten De fotoconductorkit is bijna versleten.
201.yy Papier vast Dit bericht geeft aan waar het papier is vastgelopen of hoeveel pagina's zijn vastgelopen. 1 Open de voorklep en verwijder de fotoconductorkit en de tonercartridge-eenheid. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Plaats de fotoconductorkit en de tonercartridge-eenheid terug in de printer. 4 Sluit de voorklep. 5 Druk op om het afdrukken te hervatten. 202.yy Papier vast Dit bericht geeft aan waar het papier is vastgelopen of hoeveel pagina's zijn vastgelopen. 1 Open de voorklep.
234.yy Papier vast Dit bericht geeft aan waar het papier is vastgelopen of hoeveel pagina's zijn vastgelopen. 1 Probeer een van de volgende opties om bij het vastgelopen papier te komen: • Open de voorklep en vervolgens de achterklep. • Verwijder lade 1 en druk de hendel omlaag. 2 Verwijder het vastgelopen papier. 3 Sluit de geopende kleppen en laden. 4 Druk op om het afdrukken te hervatten. 235.yy Papier vast Dit bericht geeft aan waar het papier is vastgelopen of hoeveel pagina's zijn vastgelopen.
4 Steek de stekker van het netsnoer in een goed geaard stopcontact. 5 Zet de printer weer aan. Als het onderhoudsbericht opnieuw wordt weergegeven, neemt u contact op met de klantenondersteuning. 1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie Dit bericht verdwijnt automatisch na 30 seconden. Vervolgens wordt de geladen emulator op de firmwarekaart uitgeschakeld.
Printer onderhouden Bepaalde taken moeten regelmatig worden uitgevoerd om een optimale afdrukkwaliteit te behouden. De buitenkant van de printer reinigen 1 Controleer of de printer is uitgeschakeld en de stekker van het netsnoer van de printer uit het stopcontact is getrokken.
Zuinig omgaan met supplies Supplies besparen met het bedieningspaneel van de printer U kunt op het bedieningspaneel van de printer bepaalde instellingen wijzigen om toner en papier te besparen. Zie de volgende tabel voor meer informatie. Supply Pad naar menu-item Doel van menu-item Toner Instellingen Menu Kwaliteit Tonerintensiteit Hiermee past u de hoeveelheid toner aan die op een vel afdrukmateriaal wordt aangebracht.
Supplies bestellen Printer aangesloten op een netwerk 1 Typ het IP-adres van de printer in uw webbrowser om het Dell Configuration Web Tool te starten. 2 Klik op www.dell.com/supplies. Printer lokaal aangesloten op een computer 1 In Windows VistaTM en hoger: a Klik op Programma's. b Klik op Dell Printers. c Klik op Dell Laserprinter 3330dn. In Windows®XP en 2000, Klik op Start Programma's of Alle programma's Dell Printers Dell Laserprinter 3330dn.
Vervang de tonercartridge als volgt: 1 Open de voorklep door op de knop aan de linkerzijde van de printer te drukken en laat de voorklep zakken. 2 Druk op de knop onder aan de fotoconductorkit en trek de tonercartridge naar buiten met het handvat. 3 Pak de nieuwe tonercartridge uit. Let op—Kans op beschadiging: Stel de fotoconductorkit tijdens de vervanging van een tonercartridge niet gedurende langere tijd bloot aan direct licht.
5 Zorg dat de rollen op de nieuwe tonercartridge op één lijn zijn met de pijlen op de geleiders van de fotoconductorkit. Druk de tonercartridge zo ver mogelijk naar binnen. De cartridge klikt vast wanneer deze correct is geïnstalleerd. 6 Sluit de voorklep. Fotoconductorkit vervangen Voordat de fotoconductorkit de maximale paginahoeveelheid bereikt, wordt automatisch het bericht 84 Fc-kit bijna versleten of 84Vervang fc-kit weergegeven op de display.
Plaats de eenheid op een vlak, schoon oppervlak. 3 Druk op de knop onder aan de fotoconductorkit. Pak de tonercartridge vast bij de handgreep en trek de cartridge omhoog en uit de printer.
4 Pak de nieuwe fotoconductor uit. Raak de trommel van de fotoconductor niet aan. 5 Plaats de tonercartridge in de fotoconductorkit door de rollen op de tonercartridge uit te lijnen met de geleiders. Druk op de tonercartridge tot deze vastklikt. 6 Plaats de eenheid in de printer door de pijlen op de geleiders van de eenheid uit te lijnen met de pijlen in de printer. Druk de eenheid zo ver mogelijk naar binnen.
Help bij transport De printer verplaatsen naar een andere locatie LET OP—KANS OP LETSEL: neem de volgende richtlijnen door voor u de printer verplaatst om te voorkomen dat u zich bezeert of dat de printer beschadigd raakt: • Schakel de printer uit met de aan/uit-knop en haal de stekker uit het stopcontact. • Maak alle snoeren en kabels los van de printer voordat u de printer verplaatst. • Til de printer van de optionele lade en zet de printer opzij, in plaats van de printer en lade tegelijk te verplaatsen.
Beheerdersondersteuning De Embedded Web Server gebruiken Als een printer in een netwerk is geïnstalleerd, is de Embedded Web Server beschikbaar voor diverse functies zoals: • • • • • Het virtuele scherm van het bedieningspaneel van de printer weergeven De status van de printersupplies controleren Printerinstellingen configureren De netwerkinstellingen configureren Rapporten weergeven Voor toegang tot de Embedded Web Server typt u het IP-adres van de printer in het adresveld van de webbrowser.
U kunt als volgt de rapporten van een netwerkprinter bekijken: 1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser. Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte. 2 Klik op Rapporten en klik vervolgens op het type rapport dat u wilt bekijken.
Spaarstand aanpassen Het instelbereik ligt tussen de 1 en 240 minuten. De standaardinstelling is 30 minuten. U kunt als volgt het aantal minuten voordat de printer overschakelt naar de spaarstand verhogen of verlagen: De Embedded Web Server gebruiken 1 Typ het IP-adres van de printer in het adresveld van uw webbrowser. Opmerking: Als u het IP-adres van de printer niet weet, drukt u een netwerkconfiguratiepagina af en zoekt u het IP-adres op in het TCP/IP-gedeelte.
4 Selecteer de te melden items en voer het e-mailadres in. 5 Klik op Submit (Verzenden). Opmerking: neem contact op met de systeembeheerder om de e-mailserver in te stellen. Fabrieksinstellingen herstellen Als u een lijst van de huidige menu-instellingen wilt behouden voor naslagdoeleinden, druk dan een pagina met menu-instellingen af voordat u de fabrieksinstellingen herstelt. Zie “Pagina met menu-instellingen afdrukken” op pagina 30 voor meer informatie.
Problemen oplossen Eenvoudige printerproblemen oplossen Als er algemene printerproblemen zijn of als de printer niet reageert, controleert u het volgende: • • • • • • Het netsnoer is goed aangesloten op de printer en op een geaard stopcontact. het stopcontact niet is uitgeschakeld met behulp van een schakelaar of stroomonderbreker; De printer niet is aangesloten op een spanningsbeveiliger, een UPS of een verlengsnoer. Andere elektrische apparatuur die op het stopcontact is aangesloten, werkt.
CONTROLEER OF DE PAPIERLADE LEEG IS Vul de lade met papier. CONTROLEER OF DE JUISTE PRINTERSOFTWARE IS GEÏNSTALLEERD Controleer of u compatibele printersoftware gebruikt. CONTROLEER OF DE INTERNE AFDRUKSERVER JUIST IS GEÏNSTALLEERD EN WERKT. • Controleer of de interne afdrukserver juist is geïnstalleerd en of de printer is verbonden met het netwerk. • Druk een pagina met netwerkinstellingen af en controleer of Connected (Verbonden) wordt weergegeven als status.
3 Selecteer Afdrukken als afbeelding. 4 Klik op OK. Het duurt heel lang voordat de taak is afgedrukt Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties: VERMINDER DE COMPLEXITEIT VAN DE AFDRUKTAAK. Beperk het volgende: het aantal lettertypen en de grootte ervan, het aantal afbeeldingen en de complexiteit ervan en het aantal pagina's in de taak. SCHAKEL DE FUNCTIE PAGINABEVEILIGING UIT. 1 Druk op het bedieningspaneel van de printer op .
CONTROLEER OF DE INSTELLINGEN VOOR PAPIERFORMAAT EN PAPIERSOORT VOOR ELKE LADE HETZELFDE ZIJN 1 Druk een pagina met menu-instellingen af en vergelijk de instellingen voor iedere lade. 2 Pas de instellingen indien nodig aan in het menu Papierformaat/-soort. Opmerking: Het papierformaat kan niet automatisch worden vastgesteld met de papierbronnen, laden of laders. U moet het formaat instellen via het menu voor papierformaat en -soort op het bedieningspaneel van de printer of via de Embedded Web Server.
Problemen met accessoires oplossen Optie functioneert niet goed of helemaal niet meer nadat deze is geïnstalleerd Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties: STEL DE PRINTER IN OP DE BEGINWAARDEN. Schakel de printer uit, wacht ongeveer 10 seconden en schakel de printer weer in. CONTROLEER OF DE OPTIE IS VERBONDEN MET DE PRINTER. 1 Zet de printer uit. 2 Trek de stekker van de printer uit het stopcontact. 3 Controleer de verbinding tussen de optie en de printer.
Geheugenkaart Controleer of de geheugenkaart goed is bevestigd op de systeemkaart van de printer. Problemen met de papierinvoer Papier loopt regelmatig vast Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende opties: BUIG HET PAPIER, WAAIER HET UIT EN MAAK ER EEN RECHTE STAPEL VAN VOORDAT U HET IN DE LADE PLAATST. Draai zo mogelijk de stapel papier om wanneer u deze opnieuw in de lade of lader plaatst. CONTROLEER HET PAPIER.
Nadat de papierstoring is verholpen, wordt de vastgelopen pagina niet opnieuw afgedrukt In het menu Instellingen is Herstel na storing uitgeschakeld. Stel Herstel na storing in op Auto of Aan. 1 Druk op .
4 Druk op de pijl omlaag tot op Testpagina's afdrukkwaliteit wordt weergegeven en druk vervolgens . De testpagina’s voor de afdrukkwaliteit worden afgedrukt. 5 Druk op de pijl omlaag tot Menu Configuratie afsluiten verschijnt en druk vervolgens op . Printer wordt opnieuw ingesteld wordt kort weergegeven, gevolgd door een klok. Vervolgens wordt Gereed weergegeven. Blanco pagina's Probeer een van de volgende oplossingen: • Verwijder de tonercartridge en installeer deze vervolgens opnieuw.
Grijze achtergrond • Windows: selecteer in Printereigenschappen een andere waarde voor Tonerintensiteit voor u de taak naar de printer verzendt. • Macintosh: kies Printerfuncties in het pop-upmenu Aantal en pagina's of Algemeen van de printeropties en selecteer de juiste instellingen in het pop-upmenu Tonerintensiteit. • Selecteer in het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer een lagere instelling voor Tonerintensiteit voor u de taak naar de printer verzendt.
Onjuiste marges Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE PAPIERGELEIDERS Schuif de breedte- en lengtegeleiders in de juiste positie voor het papier dat in de printer is geplaatst. CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAPIERFORMAAT. Zorg dat de instelling voor papierformaat overeenkomt met het papier dat in de lade is geplaatst. CONTROLEER DE INSTELLING VOOR PAGINAFORMAAT.
Afdruk is te donker Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST De instelling Tonerintensiteit is te hoog, de instelling Helderheid is te hoog of de instelling Contrast is te hoog. • Windows: u kunt deze instellingen wijzigen in Eigenschappen. • Als u Macintosh gebruikt: 1 Kies File (Archief) > Print (Druk af).
Afdruk is te licht Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een of meer van de volgende oplossingen: CONTROLEER DE INSTELLINGEN VOOR DONKERHEID, HELDERHEID EN CONTRAST De instelling Tonerintensiteit is te laag, de instelling Helderheid is te laag of de instelling Contrast is te laag. • Wijzig deze instellingen via het menu Kwaliteit op het bedieningspaneel van de printer. • Windows: wijzig deze instellingen via Printereigenschappen.
Scheve afdruk DE PAPIERGELEIDERS CONTROLEREN Schuif de geleiders in de juiste positie voor het formaat papier dat is geplaatst. HET PAPIER CONTROLEREN Zorg ervoor dat u papier gebruikt dat voldoet aan de printerspecificaties. Op de pagina verschijnen lichte tonervegen of schaduwen op de achtergrond Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: DE TONERCARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD Vervang de tonercartridge.
Tonervlekjes Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: DE TONERCARTRIDGE IS MOGELIJK BESCHADIGD Vervang de tonercartridge. ER IS TONER IN DE PAPIERBAAN TERECHTGEKOMEN Neem contact op met de klantenservice. Afdrukkwaliteit van transparant is laag TRANSPARANTEN CONTROLEREN Gebruik uitsluitend transparanten die door de fabrikant van de printer worden aanbevolen.
ZORG ERVOOR DAT DE PAPIERBAAN VRIJ VAN PAPIER IS Er wellicht papier vastlopen tussen de fotoconductorkit en het verhittingsstation. Controleer de papierbaan rond het verhittingsstation. LET OP—HEET OPPERVLAK: Het verhittingsstation en de binnenkant van de printer in de buurt van het station kunnen heet zijn. Laat het oppervlak eerst afkoelen voordat u het papier verwijdert uit dit gedeelte om letsel door een heet onderdeel te voorkomen. Verwijder al het papier dat u ziet.
Transparanten of vellen papier bevatten effen zwarte of witte strepen Hieronder volgen mogelijke oplossingen. Probeer een van de volgende oplossingen: CONTROLEER OF HET VULPATROON JUIST IS Als het vulpatroon niet juist is, selecteert u een ander vulpatroon in het programma. CONTROLEER DE PAPIERSOORT • • • • Gebruik een andere papiersoort. Gebruik alleen transparanten die door de fabrikant van de printer worden aanbevolen.
Bijlage Beleid voor technische ondersteuning van Dell Technische ondersteuning door een technicus vindt plaats in samenwerking met de klant. Tijdens deze procedure wordt het probleem vastgesteld en worden oplossingen geleverd waarmee het besturingssysteem, de toepassingen en de hardwarestuurprogramma's kunnen worden hersteld naar de originele standaardconfiguratie waarmee het product door Dell is geleverd. Tevens wordt de juiste werking van de printer en de geïnstalleerde Dell hardware gecontroleerd.
• Elektronische ondersteuningsservice mobile_support@us.dell.com support@us.dell.com la-techsupport@dell.com (alleen voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied) apsupport@dell.com (alleen voor Azië/Pacific) support.jp.dell.com (alleen voor Japan) support.euro.dell.com (alleen voor Europa) • Elektronische offerteservice apmarketing@dell.com (alleen voor Azië/Pacific) sales_canada@dell.com (alleen voor Canada) Garantie en beleid voor retourneren Dell Inc.
Index Cijfers 1565 Emulatiefout, laad emulatieoptie 131 200.yy Papier vast 128 201.yy Papier vast 129 202.yy Papier vast 129 231.yy Papier vast 129 233.yy Papier vast 129 234.yy Papier vast 130 235.yy Papier vast 130 24x.yy Papier vast 130 251.yy Papier vast 130 30.yy onjuist gevuld, vervang cartridge 124 31 yy Vervang defecte of ontbrekende cartridge 124 32.
AppleTalk, menu 92 artikelen, zoeken 11 B bedieningspaneel van de printer 15 fabrieksinstellingen herstellen 143 bedieningspaneel, printer 15 fabrieksinstellingen herstellen 143 bedraad netwerk gebruiken met Macintosh 27 bedraad netwerk, installatie met behulp van Windows 27 Beheer op afstand actief 122 bekijken rapporten 140 bestellen, supplies printer aangesloten op een netwerk 134 printer lokaal aangesloten op een computer 134 Beveiligd afdrukken, menu 100 beveiligde afdruktaken afdrukinstellingen wijzi
Hex Trace 119 Hex Trace gereed 119 HTML, menu 115 hulpprogramma voor printermeldingen 51 I Image (Afbeelding), menu 116 indicatielampje 15 informatie zoeken 11 installeren printersoftware 29 instellen papierformaat 32 papiersoort 32 TCP/IP-adres 90 Universeel papierformaat 32 instellen, printer op een bedraad netwerk (Macintosh) 27 op een bedraad netwerk (Windows) 27 Instellingen SMTP, menu 97 Invalid Network Code (Ongeldige netwerkcode) 120 IPv6, menu 91 K kabels Ethernet 26 parallelle 26 USB 26 karton p
Papier aanbevolen afdrukzijde 46 briefhoofd 47 formaat instellen 32 gewicht selecteren 83 kenmerken 45 kiezen 46 kringlooppapier 47 ongeschikt 46 opslag 47 soort instellen 32 Universeel formaat instellen 32 Universeel papierformaat 86 voorbedrukte formulieren 47 vullen, universeellader 38 papier plaatsen bovenste 34 universeellader 38 papiercapaciteit bovenste 49 universeellader 49 papierformaten ondersteund door de printer 48 Papiergewicht, menu 83 papierinvoer, problemen oplossen bericht blijft staan nada
Levensduur cartridge overschreden 118 Load with (Vul met ) 120 Load manual feeder with (Vul handm.
Smal afdrukmateriaal ingeschakeld 120 software hulpprogramma voor printermeldingen 51 Profiler voor het stuurprogramma 51 Statusbeheerprogramma 51 toepassing Printersupplies bijbestellen 53 venster Printing Status (Afdrukstatus) 53 XPS-stuurprogramma 52 Spaarstand 121 aanpassen 142 speciaal papier aanbevolen afdrukzijde 46 kiezen 46 Standaardlade vol 123 standaarduitvoerlade, gebruiken 17 Standard Network (Standaardnetwerk), menu 88 status van supplies controleren 133 Statusbeheerprogramma 51 storingen verh