Operation Manual

6
is ingesteld, stroomt de overdruk via een by-pass leiding stroomt. Bijvoorbeeld bij
een laag ingestelde druk of wanneer de start-stophandgreep wordt losgelaten.
Door by-passkoeling wordt schade aan de pomp door wrijvingswarmte voorko-
men.
In de verwarmingsspiraal wordt het water verhit door een oliebrander. Een
thermostaat (fig.4;148) in de uitgang van de spiraal meet voortdurend de
temperatuur van het water en vergelijkt deze met de ingestelde waarde van de
instelknop (fig.1;218) op het bedieningspaneel. Is de watertemperatuur te laag,
dan schakelt de brander in. Zodra de juiste temperatuur is bereikt, schakelt de
brander uit.
De spiraal is drievoudig beveiligd tegen oververhitting:
1. temperatuurinstelknop (fig.1;218)
: als de ingestelde temperatuur bereikt is,
wordt de brandstoftoevoer afgesloten door middel van een magneetventiel.
2. waterdoorvoerschakelaar (fig.3;187)
: deze beveiliging controleert of er
voldoende water door de spiraal stroomt. Als door bijvoorbeeld een te laag
ingestelde druk te weinig water doorstroomt, sluit de waterdoorvoerschakelaar
met een magneetventiel de brandstoftoevoer van de brander.
3. microswitch
: de microswitch is aan de drukregelaar gemonteerd. Bij een te
lage druk (instelling lager dan plm. 30 bar) sluit de microswitch de
brandstoftoevoer af met behulp van een magneetventiel.
De oliebrander werkt als volgt. De brandermotor drijft zowel de
luchtaanjaagventilator als de brandstofpomp aan. Via een magneetventiel wordt
de aangevoerde brandstof in het branderhuis gepompt. Hier wordt de brandstof
verneveld en door twee elektroden tot ontbranding gebracht. Om een optimaal
rendement te verkrijgen worden de vlammen en hete verbrandingsgassen
maximaal langs de spiraal gevoerd. Hierdoor ontstaat een zeer gering
warmteverlies via de schoorsteenuitlaat. De ontsteking van de brander is continu,
zodat nauwelijks of geen rookpluimen ontstaan bij het inschakelen van de brander.
Door een brandstofvlotter (fig.3a;198) is de brandstofpomp beveiligd tegen schade
door drooglopen. Als de brandstof opraakt, schakelt de vlotterschakelaar de
brandermotor uit en wordt de brandstofpomp dus niet meer aangedreven. De
wasser geeft nu koud water tot weer brandstof is bijgevuld.
Denk eraan dat de by-passleiding dus niet meer optimaal gekoeld wordt als de
brandstof op is: aanjaagventilator werkt niet meer. Laat de machine nu niet
eindeloos onbelast doorlopen.