Operation Manual

3
4.0 BEDIENING
Vul de brandstoftank (fig. 1;191) met dieselolie of huisbrandolie.
De machine is ingericht om reinigingsmiddelen te kunnen meespuiten, naar keuze
uit:
De interne tank
: deze tank (fig. 1;169) en de vulopening ervan bevinden zich
onder de kap.
Of een losse zeepcan
: plaats de aanzuigslang in een losse zeepcan.
Vul de zeeptank zonodig bij. Gebruik indien mogelijk uitsluitend vloeibare
reinigingsmiddelen (meestal sterk verdund). Indien poedervormige middelen
noodzakelijk zijn, deze zeer goed mengen met (liefst warm) water en dan pas in
de machine gebruiken. Liever niet in de interne tank in verband met mogelijk
bezinksel. Niet goed mengen levert verstoppingen op en/of schade aan de pomp.
Koppel de waterslang met de geka koppeling aan de machine
(fig. 1;W) en sluit het andere einde aan op uw waterleiding. Zet de waterkraan (ook
de hoofdkraan) wijd open, zodat de wasser voldoende water krijgt.
Bevestig de hogedrukslang met de snelkoppelingen aan de spuitlans en de
machine (fig.1;H). Denk erom dat de verende schuifvergrendeling aan de
koppelingen naar voren is geschoven, anders kan de verbinding losschieten.
Controleer of de aan/uitschakelaar (fig.1;217) uitgeschakeld is. Maak de
elektrische verbinding door de stekker (fig. 4;231) in een passende contactdoos te
plaatsen.
Bij het inschakelen van de aan/uitschakelaar zal de machine gaan werken. Als nu
de handgreep van de spuitlans wordt ingeknepen, spuit een waterstraal uit de
nozzle aan de voorzijde van de lans. Op de manometer (fig.1;174) is af te lezen
met welke druk de machine spuit. Is deze te hoog of te laag, dan kunt u met de
drukregelaar (fig.1;173) de druk veranderen. Uiteraard nooit hoger dan 150 bar.
Draait u linksom, dan krijgt u een lagere druk; draait u rechtsom dan krijgt u een
hogere druk. Na het loslaten van de trekker wordt de waterstraal onderbroken; de
machine blijft echter doorlopen.
Wilt u heet of warm water, dan moet de thermostaat (fig.1;218) op de gewenste
stand worden ingesteld. De brander (fig.3;134) schakelt dan in en blijft verhitten tot
de gekozen temperatuur is bereikt. Dan slaat hij uit en begint weer als de tempera-
tuur daalt tot onder het instelniveau.
Om tijdens het reinigen, met zowel koud als warm water, reinigingsmiddelen te
gebruiken, moet de doseerkraan (fig.1;163) van de zeeptoevoer worden
opengedraaid. De zeep wordt nu door de pomp aangezogen. Na enige tijd zal het
water/zeepmengsel met de ingestelde druk uit de lans spuiten. Als de doseerkraan
wordt dichtgedraaid, duurt het nog even voor alle zeep uit de machine is
verdwenen en er weer schoon water uit de lans spuit.