Operation Manual

SYNCHRONISATIE BIJ AANZETTEN
Het basis station zoekt gedurende 6 minuten naar het radio signaal van de regenmeter als u de unit herzet heeft
of nieuwe batterijen plaatst. Zodra de OUT temperatuur in de display van het basis station verschijnt, is de
synchronisatie tussen basis station en regenmeter voltooid.
In de linkerbovenhoek van de display op het basis station wordt het [ ] icoon getoond, ten teken dat de
regenmeter een signaal overzendt. Als de OUT temperatuur niet wordt weergegeven binnen 6 minuten na een
reset, drukt u op de RE-SYNC toets, het basis station zoekt dan opnieuw gedurende 6 minuten naar het radio
signaal van de regenmeter. Als de OUT temperatuur dan nog niet in de display verschijnt, verwijzen wij u naar
het hoofdstuk VERLIES VAN SYNCHRONISATIE.
Plaatsing van het basis station en de regenmeter/remote sensor
•Kies een geschikte plaats voor het basis station en de regenmeter/remote sensor, binnen elkaars zendbreik van 
 30 meter.
•Plaats het basis station in de buurt van een raam, maar weg van direct zonlicht of warmtebronnen of 
 airconditioning, om een juiste temperatuur uitlezing te krijgen.
•De plaats die u kiest is belangrijk voor het verkrijgen van een optimaal signaal, de remote sensor is ontworpen 
 om ongehinderd te werken tussen 20 en 30 meter. Stenen muren, metalen deuren en metalen kozijnen kunnen
 het zendbereik beperken, zorg dat de remote sensor zodanig wordt geplaatst dat hij hier het minste hinder van
 ondervindt. Elektrische bronnen zoals beveiligings systemen, draadloze deurbel systemen en draadloze home 
 entertainment systemen kunnen een tijdelijke storing veroorzaken.
Opmerking:
•De regenmeter dient op een vlakke ondergrond geplaatst te worden en waterpas te staan, om een zo 
 nauwkeurig mogelijke neerslag meting te waarborgen.
•Waarschuwing: IJsafzetting beïnvloedt de nauwkeurigheid van de regenmeter en kan het interne mechanisme 
 beschadigen. Bij temperaturen beneden het vriespunt kan de regenmeter buiten blijven staan voor het 
 doorgeven van temperatuur gegevens, maar dient afgedekt te worden om beschadiging door ijsafzetting te 
 voorkomen.
BINNEN EN BUITEN TEMPERATUUR
•De binnen temperatuur wordt bij aanzetten in de display van het basis station getoond tot de eerste buiten 
 temperatuur meting wordt ontvangen, de display toont dan de buiten temperatuur.
•Druk op de IN-OUT TEMP toets om te schakelen tussen binnen en buiten temperatuur.
• Om de auto-scroll functie te activeren, houd u de IN-OUT TEMP toets 3-4 seconden ingedrukt, dubbele pijlen 
 verschijnen in de bovenzijde van de display en de unit schakelt automatisch tussen de binnen en buiten 
 temperatuur. Houd de IN-OUT TEMP toets opnieuw 3-4 seconden ingedrukt om de auto-scroll functie uit te 
 schakelen.
•De temperatuur trend pijl boven de temperatuur uitlezing geeft de trend aan van de binnen en 
 buitentemperatuur gedurende de laatste 3 minuten.
TEMPERATUUR ALARM
Wanneer de binnen of buiten temperatuur een vooringestelde maximum of minimum waarde overschrijdt, gaat
gedurende vijf seconden een alarm af. Tevens verschijnen in de display een knipperend alarm icoon en flits icoon,
ten teken dat de temperatuur de ingestelde grens heeft bereikt. Het alarm gaat elke minuut vijf seconden af.
Het instellen van het temperatuur alarm
•Als u het temperatuur alarm instelt, vermeerdert de display in stappen van 1.0°C (1.8°F)
•Houd de ALERT toets ingedrukt tot het alarm icoon, pijl naar boven en IN icoon oplichten en de alarm 
 temperatuur knippert.
•Druk op de + en – toetsen om de gewenste hoogste binnen temperatuur in te stellen.
•Druk op de ALERT toets en de pijl naar beneden verschijnt. Druk op de + en – toetsen om de gewenste 
 laagste binnen temperatuur in te stellen.
P.4