User manual
Met de bijpassende behuizing en de voorgestelde frontplaat van pagina 42
verschaft u zich een kant en klaar apparaat, dat indruk maakt door het
professionele uiterlijk. Ter bescherming dient u de frontplaat nog te voorzien
van een doorzichtige folie. De relais kunnen naar keuze direct een verwarming
of een koeling activeren (of allebei). Het is echter ook denkbaar met de opener
van Rel1 een verwarming te schakelen (deze gaat aan als het maximum niet
overschreden wordt) en met de sluiter van Rel2 een vorstbescherming aan te
spreken.
Let er op, dat het meetbereik van de module zich weliswaar uitstrekt van
-0...+110°C (dat geldt voor de sensor), maar het apparaat zelf mag echter
alleen gebruikt worden in een temperatuurbereik van -5...+50 °C.
Technische specificaties
Voedingsspanning 230 V~ / 50 Hz
Schakelcapaciteit Max. 500 VA
Uitgangen 2 relais 1 x U
Afmetingen 140 x 45 x 80 mm
Let op!
Voor u met het in elkaar zetten begint, moet u deze handleiding eerst helemaal
in alle rust doorlezen, voor u het bouwpakket of het apparaat in gebruik
neemt (vooral het hoofdstuk over mogelijke fouten en het verhelpen ervan!)
en natuurlijk de aanwijzingen betreffende de veiligheid. U weet dan waar het
op aankomt en waar u op moet letten, waardoor u van tevoren al fouten ver-
mijdt, die soms slechts met heel veel moeite weer verholpen kunnen worden!
Voer de solderingen en bedradingen absoluut schoon en nauwgezet uit,
gebruik geen zuurhoudend soldeertin, soldeervet of dergelijke. Overtuig u
ervan, dat er geen koude soldeerplek aanwezig is. Want een niet correcte
soldering of een slechte soldeerplek, een slecht contact of een slechte
opbouw betekenen een omslachtig en tijdrovend zoeken naar fouten en kunnen
onder omstandigheden componenten kapotmaken, hetgeen vaak een
kettingreactie tot gevolg heeft, waardoor het gehele bouwpakket vernield
wordt.
13
maken. Geen van de onderdelen mag een maximale hoogte van 8,5 mm
overschrijden.
Bij alle vier lichtdiodes zit de kathode (het kortere aansluitpootje) rechts, en
tussen temperatuurmodule en printplaat moet u geen draadbruggen maken.
Overtuig u ervan, dat, nadat de batterijhouder weer vastgeschroefd is, de
poling nog juist is (aan de smalle kant van de printplaat bevindt zich de min-
pool!).
In deze toestand kunt u een eerste functietest uitvoeren, door een 1,5 V
batterij in de module te plaatsen. Alle toetsen moeten daarbij de beschreven
functies tot gevolg hebben, alleen de lichtdiodes blijven (vanwege de
ontbrekende 12 V bovenspanning) nog donker. Overtuig u ervan, dat alles
precies volgens plan verloopt, want nu kunnen eventuele soldeer- of
bedradingfouten nog relatief gemakkelijk verholpen worden.
Als alles foutloos functioneert, verwijdert u de batterij weer en soldeert u de
ontbrekende diode D7 vast. Als deze al vooraf gemonteerd was geweest,
dan zou deze diode samen met D8 er voor zorgen, dat de 1,5 V van de
batterij meedogenloos tot ca. 1,3...1,35 V omlaag brengen (gedwongen
ontladen van de batterij, en dat zonder voorweerstand!).
De bedrading zou nu geen grote problemen meer op moeten leveren, als u
let op de poling van de zes diodes en de spanningregelaar IC1 met de
afgevlakte kant naar de trafo toe soldeert.
Als u zich wilt overtuigen van het juist functioneren, ga dan
voorzichtig om met de voedingsspanning!
Op de kathodes van D1 en D2 moet +12 V aanwezig zijn, en bij het aantippen
van R2 resp. R3 (een vochtige vinger is al genoeg) moet het nageschakelde
relais aantrekken. Pas als dit zeker is, soldeert u beide printplaten aan elkaar.
De voedingskabel en de toevoer naar de meetsensor moet u beslist voorzien
van een trekontlasting. Dat gaat het gemakkelijkst met kleine kabelbinders
(tie-wraps), die u door de daarvoor aangebrachte boorgaten peutert en ze
dan aantrekt. De achterwand van de behuizing krijgt op deze plekken
passende gleuven.
12