User manual
2.2 Diodes
Nu worden de aansluitdraden van de diodes in overeenstemming met de
rastermaat rechthoekig omgebogen en in de daarvoor aangebrachte
openingen (volgens onderdelenschema) gestoken. Let er hierbij beslist op,
dat de diodes met de juiste poling (positie van de streep op de kathode)
ingebouwd worden.
Opdat de componenten bij het omdraaien van de printplaat er niet uit kunnen
vallen, buigt u de aansluitdraden van de weerstanden ca. 45° uit elkaar en
soldeert u ze daarna zorgvuldig met de printbanen aan de achterkant van de
printplaat. Aansluitend worden de uitstekende draden afgesneden.
D1 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
D2 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
D3 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
D4 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
D5 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
D6 = 1 N 4148 universele siliciumdiode
2.3 Transistor
In deze fase worden de transistors in overeenstemming met de onderdelen-
opdruk geplaatst en op de printbaan gesoldeerd.
Let daarbij op de positie: de omtrek van de behuizing van de transistor moet
overeenstemmen met die van de opdruk op de printplaat. Oriënteer u hierbij
op de afgevlakte kant van de behuizing. De aansluitpootjes mogen elkaar in
geen geval kruisen, bovendien moet dit onderdeel met ca. 5 mm afstand tot
de printplaat vastgesoldeerd worden.
Let op een korte soldeertijd, opdat de transistor niet door oververhitting
vernield wordt.
23
1.8 Stiftstrips
Voorzie nu de frontprintplaat van de 3-polige en de 5-polige gehoekte stift-
strips, de gehoekte kanten van de aansluitstiften worden in de boringen van
de printplaat gestoken en gesoldeerd. De 3-polige en 5-polige stiftstrips
maakt u uit de meegeleverde 8-polige stiftstrip.
1 x stiftstrip 3-polig, gehoekt
1 x stiftstrip 5-polig, gehoekt
2. Bouwfase II:
Montage van de componenten op de basisprintplaat
2.1 Weerstanden
Eerst worden de aansluitdraden van de weerstanden in overeenstemming
met de rastermaat rechthoekig gebogen en in de daarvoor voorziene
openingen (volgens onderdelenschema) gestoken. Opdat de componenten
bij het omdraaien van de printplaat er niet uit kunnen vallen, buigt u de
aansluitdraden van de weerstanden ca. 45° uit elkaar en soldeert u ze daarna
zorgvuldig met de printbanen aan de achterkant van de printplaat.
Aansluitend worden de uitstekende draden afgesneden.
De hier in dit bouwpakket gebruikte weerstanden zijn koollaagweerstanden.
Deze hebben een tolerantie van 5% en worden gekenmerkt door een goud-
kleurige “tolerantie-ring”. Koollaagweerstanden bezitten normaalgesproken
vier kleurringen. Voor het aflezen van de kleurcode wordt de weerstand zo
gehouden, dat de goudkleurige ring zich aan de rechterkant bevindt. De
kleurringen worden dan van links naar rechts afgelezen!
R1 = 4,7 k geel, violet, rood
R2 = 4,7 k geel, violet, rood
R3 = 4,7 k geel, violet, rood
R5 = 1 k bruin, zwart, rood
R6 = 4,7 k geel, violet, rood
22