G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr.: 19 10 27 LCD-temperatuur schakeltrap Levering zonder LCD- temp. schakelmodule Impressum Omwille van het milieu 100% recyclingpapier Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden.
Belangrijk! Beslist lezen! Introductie Deze gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen in betreffende de ingebruikname en het gebruik. deze handleiding zorgvuldig door! Bij schades, die ontstaan door het niet in acht nemen van deze handleiding, vervalt het recht op garantie! Wij zijn niet aansprakelijk voor schades die daarvan het gevolg zijn. Geachte klant, Hartelijk dank voor het kopen van dit product.
Voorwaarden voor het gebruik • Apparaten die bedoeld zijn voor aansluiting op het elektriciteitsnet mogen alleen werken op 230 V / 50 Hz wisselspanning. • Bescherm deze module tegen vochtigheid, spatwater en inwerking van hitte. • Modules en onderdelen horen niet in kinderhanden! • Het gebruik van de module mag alleen geschieden met de daarvoor voorgeschreven spanning. • De modules mogen alleen onder toezicht van een vakkundige volwassene of een vakman in gebruik genomen worden.
Aanwijzing betreffende de veiligheid • U dient, voor u een apparaat in gebruik neemt, steeds te controleren of dit apparaat of deze module in principe geschikt is voor de toepassing waarvoor u het wilt gebruiken! In geval van twijfel dient u steeds navraag te doen bij onze Technische Dienst, andere vaklieden of bij de fabrikant van de gebruikte modules.
Beschrijving van het product In combinatie met de LCD- temperatuurmodule bestnr. 19 57 15 kan er met deze extra schakeltrap een precieze digitale temperatuurschakelaar gebouwd worden. Er kunnen twee limietwaarden in stappen van 1°C ingevoerd worden. Bij het bereiken van de ingestelde max.- resp. min. temperatuur worden een schakeluitgang en een alarmuitgang geactiveerd. Bovendien kunnen de max. en min. temperatuur uit een geheugen opgeroepen worden.
Dit gedrag is correct en niet in tegenspraak met de benaming van de toetsen (na het minimum verder tellen bij het minimum resp. na het minimum verder tellen bij het maximum). Als u opnieuw op een van de (rechter) toetsen S6 resp. S5 drukt, wordt de ingestelde waarde opgeslagen in het bijbehorende MAX- (resp. MIN-) geheugen. Aan het op het display zichtbare symbool MAX resp. MIN herkent u, dat het betreffende geheugen een waarde bevat (deze weergave is niet actief in de MEMORY- mode).
maken. Geen van de onderdelen mag een maximale hoogte van 8,5 mm overschrijden. Bij alle vier lichtdiodes zit de kathode (het kortere aansluitpootje) rechts, en tussen temperatuurmodule en printplaat moet u geen draadbruggen maken. Overtuig u ervan, dat, nadat de batterijhouder weer vastgeschroefd is, de poling nog juist is (aan de smalle kant van de printplaat bevindt zich de minpool!).
Houd ook in de gaten dat bouwpakketten die met zuurhoudend soldeertin, soldeervet e.d. gesoldeerd zijn, door ons niet gerepareerd worden. Bij het opbouwen van elektronische schakelingen wordt er verondersteld dat u beschikt over basiskennis betreffende de behandeling van de componenten, het solderen en het omgaan met elektronische resp. elektrische onderdelen.
soldeerplek. Dan wacht u nog even, tot het achtergebleven soldeertin goed uitgelopen is en haalt dan de soldeerbout weg van de soldeerplek. Let er bij het solderen van de elementen op, dat ze (tenzij anders vermeld) zonder afstand tot de printplaat gesoldeerd worden. Alle uitstekende aansluitdraden worden direct boven de soldeerplek afgeknipt. Omdat het bij dit bouwpakket om zeer kleine resp.
Bouwfase I: Montage van de onderdelen op de frontprintplaat 1.1 Weerstanden Eerst worden de aansluitdraden van de weerstanden in overeenstemming met de rastermaat rechthoekig gebogen en in de daarvoor aangebrachte openingen (volgens onderdelenschema) gestoken. Opdat de componenten bij het omdraaien van de printplaat er niet uit kunnen vallen, buigt u de aansluitdraden van de weerstanden ca. 45° uit elkaar en soldeert u ze daarna zorgvuldig met de printbanen aan de achterkant van de printplaat.
1.5 Lichtdiodes (LED’s) Nu soldeert u de LED’s (volgens afbeelding) met de juiste poling in de schakeling. Het korte aansluitpootje kenmerkt de kathode. Als u een lichtdiode tegen het licht houdt, herkent u de kathode aan de grotere elektrode binnenin de LED. Op de opdruk op de printplaat wordt de positie van de kathode door een dikke streep op de omtrek van de lichtdiode weergegeven. Als de LED daarbij oplicht, dan is de kathode van de LED op de juiste manier met de minus verbonden.
1.8 Stiftstrips 2.2 Diodes Voorzie nu de frontprintplaat van de 3-polige en de 5-polige gehoekte stiftstrips, de gehoekte kanten van de aansluitstiften worden in de boringen van de printplaat gestoken en gesoldeerd. De 3-polige en 5-polige stiftstrips maakt u uit de meegeleverde 8-polige stiftstrip. Nu worden de aansluitdraden van de diodes in overeenstemming met de rastermaat rechthoekig omgebogen en in de daarvoor aangebrachte openingen (volgens onderdelenschema) gestoken.
T1 = BC 547, 548, 549 A, B of C T2 = BC 547, 548, 549 A, B of C T4 = BC 547, 548, 549 A, B of C Vanwege het grotere oppervlak van printbaan en aansluitklem moet hier de soldeerplek iets langer dan anders opgewarmd worden, tot het tin goed vloeit en een mooie soldeerplek vormt. Transistor met klein vermogen Transistor met klein vermogen Transistor met klein vermogen B E 1 x aansluitklem 2-polig 2 x aansluitklem 3-polig C ca. 5 mm 2.7 Relais Aanzicht van onderen 2.
2.9 Nettrafo Schakelschema Nu wordt de printplaat voorzien van de nettrafo en worden de aansluitpootjes aan de soldeerkant van de printplaat gesoleerd. TR1 = 15 Volt 85 mA 2.10 Samenbouwen De frontprintplaat met de bedieningselementen wordt nu verbonden met de basisprintplaat. Hiertoe steekt u de stiften van de frontprintplaat in de overeenkomstige boorgaten van de basisprintplaat en soldeert u die aan de soldeerkant van de hoofdprintplaat. 2.
28 Bij het schakelen van inductieve lasten via de relais RL1/RL2 kan het eveneens voorkomen dat het geheugen gewist wordt. Schakel een overeenkomstige ontstoringscondensator 220 nF/250~ parallel aan de relaiscontacten. Bij sterke storingen in het elektriciteitsnet kan het gebeuren, dat door de optredende spanningspieken het geheugen van de temperatuurschakelmodule gewist wordt. In dit geval kunt u beter een condensator 0,1 (F parallel aan UB schakelen (zie afbeelding boven).
Aansluitingen temperatuurmodule 9. Grenswaarde minus: Verlagen van de limietwaarde met steeds 1 °C. snel verstellen als onder punt 8. 10. Maximum- aanduiding: Normaalgesproken wordt bij het indrukken van een toets de bovenste limietwaarde weergegeven; in de MEMORY- mode wordt de opgeslagen maximale temperatuur getoond. Digitale temperatuurmodule met Minimax- instelling 1. Referentiepotentiaal (massa, GND): minpool batterij 2. Schaalverdeling Bij een open aansluiting vindt de aanduiding plaats in °C.
3. Bouwfase III: de beschreven functies uitvoeren, alleen de LEDs blijven vanwege de ontbrekende 12-V- voedingsspanning nog donker. Aansluiting / ingebruikname 3.1 3.5 Sluit nu voor een complete functietest een externe spanning (12 V) van een netvoeding (“+” aan kathode van D3, “-” aan de anode van D4) aan. Let hierbij beslist op de polariteit, omdat er anders onderdelen vernield worden. 3.
Checklist voor het zoeken van fouten Vink elke stap af! Is de voedingsspanning juist gepoold? Zijn de weerstanden volgens de juiste waarden op de juiste plek ingesoldeerd? Controleer de waarden nogmaals volgens 1.1 en 2.1 van deze handleiding. Zijn de diodes met de juiste poling gesoldeerd? Klopt de op de diodes aangebrachte kathode-ring met de opdruk op de printplaat? De kathode-ring van D 1 moet van D 2 af wijzen. De kathode-ring van D 2 moet naar D 1 wijzen.
De schakeling kan na de uitgevoerde functietest en inbouw in een daarvoor geschikte behuizing en onder aanhouden van de VDE- bepalingen voor het voorziene doel in gebruik genomen worden. De schakeling mag alleen in gebruik genomen worden, als deze absoluut veilig tegen aanraken en onder aanhouden van de VDE- bepalingen in een behuizing is ingebouwd.
Het • • • • • • • • • • • • • zelfde geldt ook: bij veranderingen en pogingen tot reparatie van het apparaat bij eigenmachtige verandering van de schakeling bij de constructie niet voorziene, onvakkundige opslag van onderdelen, verkeerd bedraden van onderdelen zoals schakelaars, potmeters, bussen enz.