Bestnr. 19 01 28 6-kanaals LED-looplicht Alle rechten, ook vertalingen, voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een automatische gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van CONRAD ELECTRONIC BENELUX B.V. Nadruk, ook als uittreksel is niet toegestaan. Druk- en vertaalfouten voorbehouden.
Belangrijk! Beslist lezen! Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door! Bij schades, die ontstaan door het niet opvolgen van de handleiding, vervalt het recht op garantie. Voor volgschades, die hieruit ontstaan zijn wij niet aansprakelijk. Inhoudsopgave Voorwaarden voor het gebruik Gebruik waarvoor het product bedoeld is Veiligheidsbepalingen Beschrijving van het product Beschrijving van de schakeling Technische gegevens Algemene aanwijzingen voor de opbouw van de schakeling Soldeerhandleiding 1.
• Het apparaat moet uit de buurt van bloemvazen, badkuipen, wasbakken en alle vloeistoffen gehouden worden.
Veiligheidsbepalingen Bij het omgaan met producten die met elektrische spanning in aanraking komen, moeten de geldende VDE-voorschriften, in het bijzonder VDE 0100, VDE 0550/0551, VDE 0700, VDE 0711 en VDE 0860 aangehouden worden. • Voor het openen van een apparaat moet u steeds de stekker uit het netstopcontact trekken of u ervan overtuigen dat het apparaat stroomloos is.
• In elk geval dient gecontroleerd te worden of het bouwpakket voor de desbetreffende toepassing en plaats geschikt is resp. gebruikt kan worden. • De ingebruikneming mag principieel pas gebeuren, als de schakeling absoluut aanrakingsveilig in een behuizing ingebouwd is.
Technische gegevens Werkspanning Stroomverbruik Loopsnelheid Afmetingen : 6 - 15 V= : ca. 15 mA : instelbaar : 60 x 45 mm LET OP! Voor u met het in elkaar zetten begint, dient u eerst in alle rust deze opbouwhandleiding tot aan het eind door te lezen, voor u de module of het apparaat in gebruik neemt (vooral het hoofdstuk over mogelijke fouten en het verhelpen ervan!) en uiteraard de veiligheidsbepalingen.
Als hier alles klopt, dan moet u als volgende eventueel de schuld zoeken bij en koude soldeerplek. Deze onaangename begeleiders van het knutselaarleven treden op, als de soldeerplek niet goed verwarmd wordt, zodat het tin geen goed contact heeft met de draden, of als men bij het afkoelen de verbinding precies op het moment van het verstarren bewogen heeft. Dergelijke fouten kunt u meestal herkennen aan het matte uiterlijk van het oppervlak van de soldeerplek.
Soldeerhandleiding Als u nog niet zo geoefend bent in het solderen, lees dan eerst deze soldeerhandleiding, voor u naar de soldeerbout grijpt. Want solderen moet je leren. 1. Gebruik bij het solderen van elektronische schakelingen principieel nooit soldeerwater of soldeervet. Deze bevatten een zuur dat componenten en printbanen vernielt. 2. Als soldeermateriaal mag alleen elektronicatin SN 60 Pb (d.w.z. 60% tin, 40% lood) met een colofoniumkern gebruikt worden, dat tegelijk als vloeimiddel dient. 3.
1. Bouwfase I: Montage van de onderdelen op de printplaat 1.1 Weerstanden Eerst worden de aansluitdraden van de weerstanden overeenkomstig de rastermaat rechthoekig gebogen en in de daarvoor bestemde gaten (vlgs. onderdelenschema) gestoken. Daarna buigt u de aansluitdraden ca. 45° uit elkaar, zodat de weerstanden er bij het omdraaien van de printplaat niet uit kunnen vallen en soldeert u ze op de achterzijde zorgvuldig op de printbanen. Vervolgens worden de uitstekende draden afgeknipt.
Let op! Afhankelijk van het fabrikaat staan er op de elektrolyt- condensatoren verschillende polariteitkenmerken. Sommige fabrikanten geven “+” aan, anderen echter “-“. Maatgevend is de aanduiding van de polariteit, zoals die door de fabrikant op de elco gedrukt is. C1 C2 C3 = = = 2,2 µF elco 0,1 µF = 100 nF = 104 folie condensator 10 µF elco 1.4 IC-fittingen Steek nu de fittingen voor de geïntegreerde schakelcircuits in de overeenkomstige posities op de onderdelenzijde van de printplaat.
1.5 Soldeerpinnen Druk de soldeerpinnen met behulp van een platte tang vanaf de onderdelenzijde in de desbetreffende boorgaten (lengterichting van de printplaat). Vervolgens worden de pinnen op de printbaanzijde gesoldeerd. 2 x soldeerpin 1.6 Trimpotentiometer Soldeer nu de trimpotmeter in de schakeling. P1 = 250 k 1.7 Lichtdiodes (LED's) Soldeer nu de 3 mm- LED's met de juiste polariteit in de schakeling. Het kortere aansluitpootje kenmerkt de kathode.
Als een duidelijk herkenningspunt van een LED ontbreekt of u twijfelt aan de polariteit (omdat sommige fabrikanten verschillende kenmerken gebruiken), dan kan deze ook door uitproberen bepaald worden. Daartoe handelt u als volgt: U sluit de LED via een weerstand van ca. 270 R (bij Low Current-LED 4 k 7) aan op een voedingsspanning van ca. 5 V (4,5 V of 9-V batterij). Als de LED daarbij oplicht, dan is de "kathode" van de LED op de juiste manier met minus verbonden.
Schakelschema 14
Onderdelenschema 15
2. Bouwfase II: 2.1 Onderdelencontrole door die persoon welke de module opgebouwd heeft Controle/aansluiting/ingebruikneming Nadat de module opgebouwd is moet eerst een onderdelencontrole uitgevoerd worden. Dit is zinvol omdat daardoor gevaren door materiaalbeschadigingen en door onjuiste opbouw herkent worden. Zichtcontrole Bij de zichtcontrole mag de module nog niet met de stroomvoeding verbonden zijn.
Checklist voor het zoeken van fouten Vink elke controlestap af! Is de voedingsspanning juist gepoold?. Ligt de voedingsspanning bij ingeschakeld apparaat nog binnen het bereik van 6 - 15 Volt? Voedingsspanning weer uitschakelen. Zijn de weerstanden volgens de juiste waarden op de juiste plek gesoldeerd? Controleer de waardes nogmaals volgens 1.1 van de bouwhandleiding.
Controleer ook of ieder soldeerpunt gesoldeerd is, het gebeurd vaak dat bij het solderen soldeerpunten over het hoofd gezien worden. Denk er ook aan, dat een met soldeerwater, soldeervet of soortgelijke vloeimiddelen of met ongeschikt soldeertin gesoldeerde printplaat niet kan functioneren. Deze middelen zijn geleidend en veroorzaken daardoor kruipstromen en kortsluitingen.
Storing Als er aangenomen kan worden dat gebruik zonder gevaar niet meer mogelijk is, moet het apparaat buiten werking gesteld worden en beschermd worden tegen het per ongeluk in werking zetten door derden. Dit geldt: • als het apparaat zichtbaar beschadigd is • als het apparaat niet meer functioneert • als delen van het apparaat los of niet helemaal vastzitten • als de verbindingskabels zichtbaar beschadigd zijn.
• • • • • • • • Bij verkeerde montage en de schades die daarvan het gevolg zijn Bij overbelasting van de module Bij schades door ingrepen van derden Bij schades door het zich niet houden aan de gebruiksaanwijzing en het aansluitschema Bij aansluiting op een verkeerde spanning of stroomsoort Bij verkeerde polariteit van de module Bij verkeerde bediening of schades door onzorgvuldige behandeling of misbruik Bij defecten die ontstaan door overbrugde zekeringen of door het gebruik van verkeerde zekeringen.