User manual

Dit is een publicatie van Conrad Electronic SE, Klaus-Conrad-Str. 1, D-92240 Hirschau
(www.conrad.com).
Alle rechten, vertaling inbegrepen, voorbehouden. Reproducties van welke aard dan ook, bijvoorbeeld
fotokopie, microverlming of de registratie in elektronische gegevensverwerkingsapparatuur, vereisen
de schriftelijke toestemming van de uitgever. Nadruk, ook van uittreksels, verboden. De publicatie
voldoet aan de technische stand bij het in druk bezorgen.
© Copyright 2015 by Conrad Electronic SE. V2_0315_01/IB
Afvoer
Als het product niet meer werkt, dient u het volgens de geldende wettelijke bepalingen voor
afvalverwerking in te leveren.
Technische gegevens
Bedrijfsspanning ..........................6 - 15 V/DC (gestabiliseerd)
Stroomverbruik ............................ca. 15 mA
Afmetingen (l x b x h) ...................60 x 45 x 20 mm (gemonteerd bouwpakket)
Schakelbeschrijving
De Timer-IC „NE 555“ dat als multivibrator geschakeld is, vormt het hart van de schakeling. Als frequentiebe-
palende elementen dienen R1, R2 en elco C1. De instelling van de snelheid van het looplicht gebeurt met de
trimmer P1. Omdat de Timer-IC „NE 555“ lichtjes tot oscilleren neigt, werd de condensator C2 gebruikt voor
trillingsdemping. De uitgangspin 3 stuurt direct de counter-module 4017 aan.
Als de reset-ingang (reset) op „Low“ (0 V) ligt, schakelt deze bij elke positieve ank („Low-High“-overgang)
bij de tactingang (pin 14) de bijbehorende uitgang op „High“ (+UB), waarbij niet alle betreffende uitgangen
op „Low“ blijven.
Als de reset-ingang tussentijds „High“ herkent, dan keert de module onmiddellijk naar het getal „Nul“ terug. In
deze toestand is de nul-uitgang „High“ en alle andere uitgangen (behalve „Carry Out“) staan op „Low“. Nadat
de reset-ingang „Low“ herkent, begint het looplicht opnieuw te circuleren.
Een spil ontstaat als de getallenuitgang met de reset-ingang verbonden wordt. De uitgang 6 (pin 5) zorgt er
dus voor dat de getallenmodule achteruit wordt gezet..
Aangezien de uitgang van de CMOS module 4017 niet in staat is om de verbonden LED’s met voldoende
stroom te verzorgen, werd de inverterende buffer 4049 als LED-driver ingezet .
De stroom door de LED’s beperkt de weerstand R3. Aangezien steeds slechts één LED ingeschakeld is, is
slechts één weerstand voor alle LED vereist.
Aansluiten / ingebruikname
Nadat de printplaat geassembleerd en gecontroleerd is op mogelijke fouten (slechte soldeerplekken, soldeer
bruggen), kan een eerste functietest worden uitgevoerd. Ga als volgt te werk:
Draai de instellingsknop van de trimmer ongeveer in de middenpositie.
Plaats de printplaat zo dat de contactpunten aan de onderkant geen contact hebben met metalen opper-
vlakken, plaats hem bv. op een tijdschrift of een boek. Dit kan anders kortsluiting tot gevolg hebben!
Sluit de met „+“ en „-“ gekenmerkte klemmen aan de stroom (6 - 15 V/DC) met de juiste polariteit aan.. Bij
verkeerde poling wordt het product onherstelbaar beschadigd, garantieverlies!
Let op!
Het LED-looplicht mag alleen met een een gestabiliseerde gelijkspanning van 6 - 15 V / DC
worden bediend, bijvoorbeeld met een geschikte voeding.
De zes LED’’s moeten na elkaar gaan branden..
Door het verdraaien van de trimmer kan de snelheid van het looplicht ingesteld worden.
Als de functietest niet is geslaagd, ontkoppel dan het LED-looplicht van de voedingsspanning.
Ga daarna te werk zoals in onderstaande checklist beschreven wordt.
Checklist voor foutopsporing
Is de voedingsspanning juist gepolariseerd?
Ligt de voedingsspanning tussen de 6 en 15 V/DC?
Zijn de weerstanden correct en met de juiste waarden vastgesoldeerd?
Is de elektrolytischec ondensator( elco) juistg epolariseerd? Vergelijk de op de elco gedrukte polariteits-
weergave met de op de printplaat aangebrachte montage-opdruk en/of met het montageschema over-
eenkomen. Denk erom dat, afhankelijk van het fabricaat van de elco, er „+“ of „-“ op het component
gemarkeerd kan zijn!
Zitten de drie IC’s met de juiste polariteit in de tting?
Zitten alle IC-voetjes in de tting?
Werden per ongeluk IC2 en IC3 verwisseld?
Zijn de LED’s rondom goed gesoldeerd?
Is een koude soldeerplek aanwezig? Controleer elke soldeerplek nauwkeurig! Controleer met een pincet
of componenten loszitten. Als een soldeerpositie er verdacht uitziet, soldeer die dan nog een keer.
Is er een soldeerbrug of een kortsluiting aan de soldeerkant? Vergelijk de spoorverbindingen, die er
eventueel als een ongewilde soldeerbrug uitzien, met de spoorafbeelding van de montage-opdruk en het
schakelschema, voordat u een spoorverbinding (vermeende soldeerbrug) onderbreekt! Hou, om spoorver-
bindingen of -onderbrekingen gemakkelijker te kunnen vaststellen, de printplaat tegen helder licht.
Controleer, of elke soldeerposities is gesoldeerd; het komt vaak voor, dat soldeerposities worden verge-
ten.
Denk erom, dat een met soldeerwater,soldeervet of dergelijke vloeistoffen of met ongeschikt soldeertin
gesoldeerde printplaat niet kan functioneren. Die middelen zijn geleidend en veroorzaken daardoor lek-
stroom en korsluitingen.
Praktische tips
Voor gebruik van het LED-looplicht kan bijvoorbeeld een netvoedingsapparaat met een uitgangsspanning
van 12 V/DC gebruiikt worden. Wilt u de stekker niet afsnijden, dan kunt u bijvoorbeeld een geschikte bus
die via een stuk kabel met de soldeerstiftten van LED-looplicht verbinden.
Het LED-looplicht kan via 9 V-blok aangedreven worden.
Let bij het aansluiten vooral op de juiste polariteit, gebruik eventueel een geschikt meetapparaat. Bij
verkeerde poling wordt het LED-looplicht beschadigd, garantieverlies!
De LED’’s moeten niet op de printplaat gesoldeerd worden, u kunt ze ook via een verlengingskabel ge-
bruiken (max. kabellengte ca. 30 cm). Let hierbij er vooral op dat de aansluitvoetjes van de LED’s over-
eenkomstig geïsoleerd worden, zodat geen kortsluiting ontstaat. Gebruik bijvoorbeeld een krimpslang, die
over de de aansluitvoetjes wordt aangebracht of een stuk isoleerband.